RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 12279913 \ CV EXPL 26-3846
Vonnis van 30 september 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [plaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam [bedrijf 1],
te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 juli 2026 waarbij de mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 8 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de spreekaantekeningen van [eiser].
Ten slotte is vonnis bepaald.
De zaak in het kort
[eiser] en [gedaagde] hebben een aannemingsovereenkomst gesloten op basis waarvan [gedaagde] werkzaamheden heeft verricht aan het platte dak van de woning van [eiser]. Nadat [gedaagde] zijn werk had afgerond, heeft [eiser] een lekkage aan het plafond ontdekt. [eiser] stelt dat de lekkage is ontstaan doordat [gedaagde] de werkzaamheden aan het dak niet goed heeft uitgevoerd. Hij heeft de lekkage door een andere aannemer laten verhelpen en hij wil dat [gedaagde] de factuur van deze aannemer aan hem betaalt. [gedaagde] stelt dat de andere aannemer alleen loodwerkzaamheden heeft verricht en dat de loodwerkzaamheden geen onderdeel vormden van de aannemingsovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagde]. [gedaagde] vindt dat hij de factuur daarom niet hoeft te betalen. De kantonrechter stelt vast dat de werkzaamheden waarvan [eiser] betaling vordert van [gedaagde] geen onderdeel uitmaakten van de aannemingsovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] en wijst de vorderingen van [eiser] af.
2 De feiten
[eiser] heeft op 19 augustus 2024 een opdracht geplaatst op de website www.werkspot.nl voor het vervangen van het platte dak van zijn woning aan de [adres] in [plaats 1]. De opdracht is als volgt omschreven:
“Removing existing bitumen, damaged wooden support and insulation, add new wood board, 100mm insulation, Alutrix, bitumen underlay, white bitumen top layer, check zinc trims”
[gedaagde] heeft op de opdracht gereageerd. Hij heeft op 30 augustus 2024 een offerte uitgebracht voor het vervangen van het platte dak van de woning voor een bedrag van € 2.419,09 inclusief btw. De offerte vermeldt als omschrijving van de uit te voeren werkzaamheden:
“Verwijderen oude laag bitumen
Vervangen bitumen onderlaag + toplaag wit incl. isolatie 10cm + Alutrix
Installeren boeideel”
Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden bleek dat ook het volledige dakgestel vervangen moest worden. Partijen hebben daarom op 24 oktober 2024 een aanvullende overeenkomst tot opdracht gesloten voor het vervangen van de volledige constructie van het platte dak ter grootte van 15 m². De aanneemsom bedroeg € 3.884,10 inclusief btw.
[gedaagde] is op 24 oktober 2024 begonnen met zijn werkzaamheden. Begin november 2024 heeft hij zijn werk aan [eiser] opgeleverd. [eiser] heeft de aanneemsommen volledig betaald.
Kort na afronding van de werkzaamheden heeft [eiser] [gedaagde] gewezen op een natte plek en een lekkage in het plafond ter hoogte van de overgang tussen het platte dak en het gedeelte van het dak waar geen werkzaamheden zijn verricht. Hij heeft [gedaagde] meerdere keren gevraagd om de lekkage te komen verhelpen. [gedaagde] heeft aangegeven dat het om een oude lekkage ging en dat de vochtplekken er al zaten voordat hij aan zijn werkzaamheden begon. Daarna heeft hij niet meer op aanmaningen van [eiser] gereageerd. [eiser] heeft daarom een andere aannemer, [bedrijf 2], gevraagd om een offerte op te stellen voor het verhelpen van de lekkage. [bedrijf 2] heeft op 4 mei 2025 een offerte uitgebracht voor een bedrag van € 2.931,83. [eiser] heeft [gedaagde] op de hoogte gesteld van deze offerte en hem gevraagd of hij zelf de gebreken wilde herstellen. Hier heeft [gedaagde] ook niet op gereageerd.
[bedrijf 2] heeft de werkzaamheden uitgevoerd op 2 juli 2025 en [eiser] een factuur gestuurd voor een bedrag van € 2.931,83. De factuur van [bedrijf 2] beschrijft de volgende uitgevoerde werkzaamheden:
“To create coverage, I produced and fitted lead vertical cladding with a welted joint on the section of the main living room roof. This provided adequate, secure flashing and was also aesthetically pleasing.
Code 20 lead was used, with copper fixings and kraft paper bitumen-bonded underlay.
For the join to the washing room, normal lead flashing was installed.
The side of the roof (joining the washing room), both at the wall to the living area and at the fascia to the courtyard, was flashed in.”
Na uitvoering van dit werk door [bedrijf 2] heeft [eiser] [gedaagde] een aantal keer via zowel WhatsApp als e-mail verzocht om het bedrag van € 2.931,83 aan hem te betalen. [gedaagde] heeft hier niet op gereageerd. Op 27 oktober 2025 heeft [eiser] [gedaagde] een ingebrekestelling gestuurd waarin hij [gedaagde] een termijn van veertien dagen heeft gegeven om de factuur van [bedrijf 2] aan hem te betalen.
3 Het geschil
[eiser] vordert dat de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt:
I. tot betaling vaan [eiser] van € 2.931,83 als vervangende schadevergoeding;
II. tot betaling van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het onder I. genoemde bedrag, primair vanaf 12 november 2025, subsidiair vanaf 30 november 2025, meer subsidiair vanaf de dag van dagvaarding, tot aan de dag van algehele voldoening;
III. tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten ad € 418,18, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;
IV. in de kosten van deze procedure, waaronder het griffierecht en de kosten van het uitbrengen van de dagvaarding, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis en, indien voldoening binnen die termijn uitblijft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na dagtekening tot aan de dag van algehele voldoening.
[eiser] legt, samengevat, aan de vordering het volgende ten grondslag. [eiser] en [gedaagde] hebben een aannemingsovereenkomst (hierna: de aannemingsovereenkomst) gesloten in de zin van artikel 7:750 BW, bestaande uit de werkzaamheden zoals beschreven in de offertes van 30 augustus 2024 en 24 oktober 2024. Op grond van artikel 7:759 BW in verbinding met artikel 6:74 BW was [gedaagde] verplicht om de overeengekomen werkzaamheden goed en deugdelijk uit te voeren. Omdat [gedaagde] dit niet heeft gedaan en omdat hij, ondanks herhaalde meldingen en een formele ingebrekestelling, niet over is gegaan tot herstel van de gebreken, is hij toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst. Nakoming van de aannemingsovereenkomst door [gedaagde] is blijvend onmogelijk, omdat de gebreken zijn hersteld door [bedrijf 2]. [eiser] vordert op grond van artikel 6:74 BW in verbinding met artikel 6:87 BW vervangende schadevergoeding ter hoogte van de redelijke kosten die nodig waren om de gebreken door een derde te laten herstellen. [gedaagde] verkeert op grond van artikel 6:82 lid 1 BW in verzuim voor de betaling van deze schadevergoeding, omdat hij de factuur van [bedrijf 2] niet heeft betaald binnen de termijn die [eiser] hem heeft gegeven in zijn ingebrekestelling. Subsidiair is [gedaagde] in verzuim op grond van artikel 6:83 sub c BW, omdat uit zijn gebrek aan reactie op alle aanmaningen kan worden opgemaakt dat hij niet zal nakomen.
[gedaagde] voert verweer en verzoekt tot afwijzing van de vorderingen van [eiser].
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Partijen zijn het eens over het feit dat [gedaagde] op basis van de aannemingsovereenkomst het platte dak en het volledige dakgestel van de woning van [eiser] zou vervangen. Maar partijen verschillen van mening over de vraag of de loodwerkzaamheden onderdeel zijn van de aannemingsovereenkomst en of [gedaagde] de factuur van [bedrijf 2] aan [eiser] moet betalen.
Ter onderbouwing van zijn stelling dat de loodwerkzaamheden onderdeel uitmaakten van de aannemingsovereenkomst heeft [eiser] het volgende aangevoerd. [eiser] heeft [gedaagde] gevraagd om zijn dak te vervangen. [eiser] wist niet of dit met lood of met zink moest gebeuren en heeft ook niet aangegeven hoe dit moest gebeuren. Van een professionele partij zoals [gedaagde] mag worden verwacht dat hij een beoordeling maakt van de werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd om het dak waterdicht te maken. [bedrijf 2] heeft aan [eiser] verteld dat de zowel de lood- als zinkwerkzaamheden slecht waren uitgevoerd en dat dit tot lekkages zou leiden. Verder wijst [eiser] op een WhatsAppbericht van 5 november 2025. In dit WhatsAppbericht heeft [eiser] een foto van los lood gestuurd aan [gedaagde] met daarbij een bericht waarin stond: “This piece of lead is lose and needs fixing. Is this final?”. Waarop [gedaagde] heeft geantwoord: Ï fixed all these points, were the ones I had to do still.” [gedaagde] heeft op dat moment dus niet gesteld dat het lood buiten zijn opdracht viel, maar dat dit viel onder de punten die hij nog moest afronden.
[gedaagde] stelt dat [bedrijf 2] alleen loodwerkzaamheden heeft verricht, en dat [eiser] en [gedaagde] niet waren overeengekomen dat [gedaagde] loodwerkzaamheden zou uitvoeren. Als [bedrijf 2] zinkwerkzaamheden heeft uitgevoerd, dan is [gedaagde] bereid om daar een vergoeding voor te betalen. Het zinkwerk was namelijk wel onderdeel van de aannemingsovereenkomst. Maar uit de factuur van [bedrijf 2] blijkt niet dat dit er door hem zinkwerkzaamheden zijn verricht. De door [eiser] gemaakte kosten kunnen daarom niet worden aangemerkt als herstelkosten waar [gedaagde] verantwoordelijk voor is.
De kantonrechter stelt vast dat [eiser] in zijn advertentie op werkspot.nl expliciet “check zink trims” heeft opgenomen in de omschrijving van de opdracht. [eiser] heeft in deze opdracht niks vermeld over loodwerkzaamheden. De kantonrechter volgt daarom niet de stelling van [eiser] dat hij niet heeft aangegeven op welke manier hij zijn dak wilde laten repareren. Verder blijkt ook uit geen van de omschreven werkzaamheden in de offertes van [gedaagde] dat hij loodwerkzaamheden zou verrichten. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] verduidelijkt dat hij het loodwerk dat al op het dak bevestigd was voor de uitvoering van zijn werkzaamheden omhoog heeft gebracht en na afronding van zijn werkzaamheden weer heeft teruggebracht. Dat [gedaagde] in de WhatsAppberichten erkende dat hij dit terug moest plaatsen, betekent naar het oordeel van de kantonrechter niet dat hij hiermee heeft erkend dat hij loodwerkzaamheden moest uitvoeren op basis van de aannemingsovereenkomst. De kantonrechter is daarom van oordeel dat niet is komen vast te staan dat partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] loodwerkzaamheden zou uitvoeren.
Hoewel in de offerte van [bedrijf 2] zowel lood- als zinkwerkzaamheden werden omschreven als noodzakelijke werkzaamheden voor het repareren van de lekkage, staan deze zinkwerkzaamheden niet meer opgenomen bij de uiteindelijk door [bedrijf 2] gefactureerde werkzaamheden. Er kan daarom niet worden gesteld dat [bedrijf 2] (herstel)werkzaamheden heeft verricht die onderdeel vormden van de aannemingsovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagde]. Dat betekent dat [eiser] de kosten van de loodwerkzaamheden zoals uitgevoerd door [bedrijf 2] niet van [gedaagde] kan vorderen. De kosten kunnen namelijk niet worden aangemerkt als herstelkosten van een gebrek in de uitvoering van de aannemingsovereenkomst. De kantonrechter wijst de vorderingen daarom af.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Aangezien [gedaagde] zonder advocaat heeft geprocedeerd, blijven de proceskosten aan zijn zijde beperkt tot de nakosten ter hoogte van € 126,50 vermeerderd de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 126,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026. |
||
1846