RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/374087 / HA ZA 26-61
Vonnis van 16 september 2026
in de zaak van
FABRIBOUW GROEP B.V.,
te Elst,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Fabribouw,
advocaat: mr. T.M. Maters,
tegen
JOZEFPARK B.V.,
te Haarlem,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Jozefpark,
advocaat: mr. R.A.M. Schram.
De zaak in het kort
De aannemer vordert van de opdrachtgever betaling van een factuur voor werkzaamheden die een onderaannemer voor de opdrachtgever heeft uitgevoerd. De opdrachtgever betwist dat hij moet betalen, onder meer omdat de aannemer de factuur niet heeft voorzien van een specificatie. De opdrachtgever vordert op zijn beurt dat de aannemer gebreken in het werk herstelt en schade vergoedt die hij lijdt als gevolg van een volgens hem niet (goed) nakomen van de afspraak door de aannemer.De rechtbank oordeelt dat met een overeengekomen vaste prijs een specificatie niet nodig is. De opdrachtgever is de openstaande factuur verschuldigd en moet betalen. De rechtbank wijst de tegenvordering van de opdrachtgever af bij gebrek aan een toereikende onderbouwing.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 13 mei 2026 en de daarin genoemde stukken
- akte overlegging producties met producties 30 en 31 van Fabribouw
- aanvullende producties 6 en 7 van Jozefpark
- de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waarbij mr. Maters en mr. Schram spreekaantekeningen hebben overgelegd en de griffier voor het overige aantekeningen heeft gemaakt
- akte uitlaten van Fabribouw waarin om vonnis wordt gevraagd.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
2 De feiten in conventie en reconventie
Fabribouw is een aannemersbedrijf. Jozefpark is een vennootschap opgericht door projectontwikkelaar [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] ) onder meer voor de ontwikkeling van 12 appartementen in een voormalige school in Hillegom (hierna: het project). [bedrijf 1] is de bestuurder van Jozefpark.
Voor het project maakte Jozefpark gebruik van de diensten van meerdere aannemers, waaronder [bedrijf 2] . [bedrijf 2] heeft kozijnen voor het project geleverd.
Voor de begeleiding van het project met [bedrijf 2] had Jozefpark een externe projectmanager ingehuurd, [bedrijf 3] van [betrokkene 1] . Sinds juli 2024 is [betrokkene 1] mede-eigenaar van Fabribouw.
Omdat [bedrijf 2] niet conform afspraak medio 2023 haar werk zou kunnen opleveren en de kwaliteit van haar werk ondermaats was, heeft Jozefpark die overeenkomst beëindigd.
Op 28 augustus 2023 heeft een bouwstandcontrole plaatsgevonden door [betrokkene 2] van [bedrijf 4] (hierna: [betrokkene 2] ). In het rapport van 28 september 2023 dat [betrokkene 2] naar aanleiding van deze controle heeft opgesteld is onder “Stand van de bouw” en “Jozefschool: Gereed zijn de volgende werkzaamheden:” onder meer het volgende opgenomen:
De gevelkozijnen zijn verwijderd. Men is gestart met het aanbrengen van de nieuwe gevelkozijnen. Van die gevelkozijnen was er op 28 augustus ongeveer 45% geplaatst inclusief de beglazing. De nieuwe gevelkozijnen zijn allemaal op de bouwplaats aanwezig. Momenteel zijn 80% van de gevelkozijnen geplaatst.
Fabribouw heeft in september 2023 de werkzaamheden van [bedrijf 2] voortgezet, wat ook inhield het project van [bedrijf 2] afbreken en herstellen, met gebruik van de kozijnen die door [bedrijf 2] waren geleverd. Fabribouw verrichte haar werkzaamheden tenminste in eerste instantie op regiebasis.1
Bij e-mail van 25 september 2023 heeft [betrokkene 1] namens Fabribouw aan [betrokkene 3] , projectmedewerker van Jozefpark (hierna: [betrokkene 3] ) de volgende e-mail gestuurd met als onderwerp “Financieel voorstel Josephschool”:
Excuus dat het wat later is geworden als gehoopt maar hierbij dan als nog de kosten welke wij zo hebben opgenomen.
Electra weet ik en wil ik echt niet, loodgieterswerk moet ik echt uit laten zoeken, volgens mij inpandig gereed, buiten pand niet bekend hoe dit nu zit.
Maar ik denk dat ik zo geheel in lijn uitgewerkt heb.
Ik heb zo uitgebreid mogelijk geheel in beeld gebracht, als akkoord werk ik geheel officiëler uit voor de bank en [betrokkene 2] [ [betrokkene 2] , toevoeging rechtbank].
Kort om niet opgenomen.
Schilderwerk.
Tegelwerk.
Keuken.
Electra werk.
Loodgieters werk buiten pand, binnen na verwachting gereed.
Met de e-mail van 26 september 2023 heeft [betrokkene 3] laten weten zich goed te kunnen voorstellen dat Fabribouw geen getal aan de elektra durft te verbinden.
Fabribouw maakte gebruik van onderaannemers, waaronder [bedrijf 5] B.V. (hierna: [bedrijf 5] ) voor installatiewerkzaamheden. [bedrijf 5] werkte op regiebasis.
Bij e-mail van 10 januari 2024 heeft [betrokkene 1] namens Fabribouw met input van [bedrijf 5] [betrokkene 3] geïnformeerd dat zij verwachtte voor de uitvoering van de werkbouwtuigbouwkundige en elektrotechnische installaties (hierna: de resterende installatiewerkzaamheden) nog ongeveer drie weken resp. vier weken nodig te hebben voor circa € 40.000 resp. circa € 80.000,00. Beide bedragen zijn exclusief ‘hoogwerker, boorwerk, steiger, sparingen, sanitair (voor de werkbouwtuigbouwkundige installaties) en Nuts mantelbuizen’ en exclusief btw.
Op 19 januari 2024 heeft een overleg plaatsgevonden met [betrokkene 1] namens Fabribouw, [betrokkene 4] namens [bedrijf 5] en [betrokkene 3] namens Jozefpark.
Op 25 januari 2024 en op 5 februari 2024 heeft Fabribouw voor werk van [bedrijf 5] Jozefpark twee facturen gestuurd: factuur met nummer 6908 en nummer 6914, beide à € 48.000 exclusief btw voor “Installatie- en electrawerkzaamheden Deel afbouw/ afmontage” en “week 3/4” resp. “week 4/5” met een betalingstermijn van veertien dagen. Jozefpark heeft factuur 6908 betaald.
Eind februari 2024 bestond er (opnieuw) een betalingsachterstand aan de zijde van Jozefpark, op dat moment van bijna € 300.000. Op 27 februari 2024 heeft Fabribouw Jozefpark bericht haar werkzaamheden op te schorten.
Diezelfde ochtend heeft [betrokkene 3] aan Fabribouw laten weten begrip te hebben voor het stilleggen van de werkzaamheden, maar dat met een spoedige levering van de woningen geld vrijkomt, dat het depot bij de bank die week wordt aangevuld en zij de facturen dan direct zullen voldoen en dat zij verwachten dat Fabribouw direct na betaling het project weer zullen oppakken. Daaraan heeft [betrokkene 3] toegevoegd:
Er staan nog een aantal vragen open van mij en [betrokkene 5] [ [betrokkene 5] , indirect bestuurder van Jozefpark, toevoeging rechtbank] waar geen antwoord op komt, maar die uiteindelijk wel verband houden met de betalingen.
A. onderbouwing facturen van de installateur
B. planning wooninspiratie [andere aannemer van Jozefpark, toevoeging rechtbank] afgestemd met Fabri bouw. […]
Bij e-mail van 12 maart 2024 heeft [betrokkene 4] namens [bedrijf 5] aan [betrokkene 1] namens Fabribouw onder meer het volgende geschreven:
Zoals vanmiddag al even besproken hierbij de mail mbt punt A van onderstaande mail.
Allereerst vreemd dat er betalingen worden vastgehouden gezien de voortgang op de bouw alle tijden hoog is geweest en wij tot de dag van vandaag de planning hebben gevolgd.
Ik ga er dan ook van uit dat er geen betalingen meer worden vastgehouden zoals besproken.
Met betrekking op het punt A dat er een onderbouwing wordt verwacht mbt onze factuuropbouw kan ik mijns inziens heel duidelijk verwoorden.
Tot het moment dat wij een gesprek hebben gevoerd in Amersfoort d.d. 19 januari jl. met [betrokkene 3] hebben wij bij alle facturen specificaties bijgevoegd van alle verwerkte materialen en uren per week.
Dat wij geen specificatie of onderbouwing hebben aangeleverd klopt dus zeker niet. daarnaast hebben wij op 9 januari jl. een raming afgeven voor de nog te verwachten kosten voor de afbouw van de installatietechnische zaken.
Citaat uit mail d.d. 1-9-2024 [de rechtbank begrijpt: 10-1-2024]:
Wij hebben eea ingeschat aan resterende werkzaamheden en daar de financiële consequenties en planning te ramen dan wel in te schatten.
Wat het volgende betekend: voor de uitvoering van de werkbouwtuigbouwkundige installaties verwachten wij nog circa 3 weken nodig te hebben voor circa € 40.000,00 excl. BTW exclusief hoogwerker, boorwerk, steiger, sparingen, sanitair, Nuts mantelbuizen.
Voor de elektronische installaties verwachten wij nog circa 4 weken nodig te hebben voor circa € 80.000,00 excl. BTW exclusief hoogwerker, boorwerk, steiger, sparingen, Nuts mantelbuizen.
Tijdens het overleg bij van de Valk in Amersfoort heeft [betrokkene 3] ons gevraagd hoe wij kunnen borgen dat de installatietechnische werkzaamheden niet verder uitlopen dan de door ons afgegeven raming van 1 januari jl.
Ik heb aangegeven dat ik dit niet kan garanderen tenzij ik dit besluit zelf neem en de raming omzet tot een vaste prijs voor de verdere afbouw met de genoemde uitsluitingen zoals het verzorgen van een hoogwerker voor de zinkwerkzaamheden, verzorgen boorwerk voor sparingen anders dan kleine boorgaten tot 25mm, verzorgen van steigermateriaal, leveren en aanbrengen van sanitair, Nuts voorzieningen zoals mantelbuizen en zoals bleek de aardingsvoorzieningen. Wij hebben inmiddels het bedrag van 120K in rekening gebracht en gaan dan ook uit van een tijdige betaling van onze aangeboden facturen. zoals inmiddels wel zichtbaar is hebben wij helaas wat meer tijd moeten besteden om de installaties af te kunnen werken en inbedrijf te nemen. de conclusie kan dus wel worden getrokken dat het voorgevoel van [betrokkene 3] wel terecht was…… maar zoals besproken is de afspraak een afspraak en maken wij de basis werkzaamheden af voor het afgesproken bedrag.
Op 25 maart 2024 heeft Fabribouw een factuur met nummer 6931 aan Jozefpark gestuurd waarmee onder meer een kostenpost van € 24.000 exclusief btw voor “Eindsom installatiewerk opgave [bedrijf 5] , eindtotaal 120 K” in rekening is gebracht met een betalingstermijn van 14 dagen. Jozefpark heeft deze factuur betaald.
Eind maart en april 2024 heeft Fabribouw de appartementen aan Jozefpark opgeleverd waarbij opleverpunten zijn genoteerd.
Met een e-mail van vrijdag 29 maart 2024 heeft [betrokkene 6] , indirect bestuurder van Jozefpark, hierna: [betrokkene 6] , intern laten weten dat een drietal facturen zullen worden betaald, maar dat ‘de factuur van het electra’ nog wordt vastgehouden, omdat hij daar geen onderbouwing van heeft ontvangen. Daarop heeft [betrokkene 3] direct gereageerd, met Fabribouw in kopie:
Die onderbouwing is er wel hoor
Op 3 juni 2024 heeft er een overleg plaatsgevonden tussen Fabribouw en [bedrijf 1] , als bestuurder van Jozefpark. In het gespreksverslag dat is opgesteld door Fabribouw staat onder meer:
9) De ploeg welke met dit timmerwerk bezig was is op een gegeven moment niet meer gesignaleerd op de bouw. Een van de oorzaken hiervan is de betalingen, hierover is per mail gecommuniceerd over achterstallige betalingen opdrachtgever – mensen zijn gaan lopen omdat zijn niet / niet op tijd betaald kregen. Zo driegde ook de installateur niet meer te komen, Fabribouw heeft toe aangegeven de openstaande termijn, onderdeel van de 120K, alvast over te maken – wel met het verzoek of [bedrijf 1] deze factuur dan ook op korte termijn overmaakt.
10) Installatie deel is niet overgemaakt daar er nog steeds geen afdoende onderbouwing door installateur is aangeleverd. N.a.l.v. eerder mailwisselingen was [betrokkene 7] [rechtbank: [betrokkene 7], namens Fabribouw] in de veronderstelling dat deze wel was aangeleverd – mail [betrokkene 3] [rechtbank: [betrokkene 3] , ] op reactie van [betrokkene 6] [rechtbank: [betrokkene 6] ] om factuur achter te houden ivm achter-gebleven onderbouwing van installateur. [bedrijf 5] zal worden gevraagd in verhaal op papier te zetten wat er nu is uitgevoerd en welke garanties hierbij worden verstrekt. Als dit duidelijk is voor [bedrijf 1] zal ook de nog openstaande factuur worden overgemaakt.
[…]
19) Betalingen / financiële afhandeling, Installatiewerk zal betaald worden na een gedegen uiteenzetting van het installatiewerk (ad. 10). […]
De volgende dag heeft Jozefpark ( [betrokkene 3] ) op het gesprekverslag gereageerd en onder meer ‘aanvullend op het verslag’ het volgende aan Fabribouw geschreven:
[…]Overeenstemming d.d. 3-6-2024
1. Fabri Bouw zegt toe het project volledig af te ronden. Dit houdt in dat alle opleverpunten conform de opleverlijsten van de woningen en het algemene deel afgerond zullen worden. [betrokkene 6] en [betrokkene 1] lopen gezamenlijk een ronde, om de gevel en de algemene ruimten op te nemen. Dit zal worden vastgelegd in een opleveringsdocument. Streven is de opleverpunten in de woningen binnen 2 weken na 3 juni af te ronden. […]
4. Factuur 6914, € 48.000 excl BTW betreft installatiekosten. Fabri Bouw vraagt nogmaals aan [bedrijf 5] op korte termijn een onderbouwing van de gemaakte kosten voor de uitgevoerde werkzaamheden: welke materialen zijn er geleverd per discipline en voor welke werkzaamheden zijn er uren gemaakt. Op basis van verstrekte onderbouwing stelt Jozefpark B.V. bereid te zijn in gesprek te gaan over betaling van deze factuur.
Op 6 juni 2024 heeft Fabribouw afwijzend op de aanvulling van Jozefpark gereageerd:
[…] Hetgeen in jouw bericht nu wordt uiteengezet wijkt af hetgeen met elkaar is afgesproken op 3 juni j.l. Hier kunnen wij ons dan ook niet in vinden. Daar er nu zaken worden opgelegd danwel anders worden gesteld dan besproken, op 3 juni waren we het alle vier toch eens, zoals vastgelegd in het verslag van 3 juni.
Hierdoor blijft de situatie zoals deze voor onze afspraak van 3 juni j.l. gestand.
[…]
Ad 4. Deze factuur is onderdeel van de in opdracht gegeven werkzaamheden, onderdeel van de 120K als toegezegd door de installateur [ [bedrijf 5] , toevoeging rechtbank]. In het gesprek vanochtend met de installateur heeft deze te kennen geven dat er duidelijke afspraken zijn gemaakt inzake de afronding van het project. Het verder uitweiden, de stelling om een verslaglegging aan te leveren van het hele proces is met enige verbazing ontvangen – er is een uitvoerig gesprek geweest (van Der Valk 19-01-2024) waarin een accoord gegeven is door [bedrijf 1] op het financiële voorstel voor afronding van het project. Hierin zijn ook een aantal uitsluitingen aangegeven door installateur. Het is geen probleem alsnog een traject verslag aan te leveren met dien verstanden dat deze wordt aangeleverd as zijnde een revisie op het project na betaling van de facturen, waarvan de betalingstermijnen reeds ruim zijn overschreden. […]
Ook) in de periode van 7 juni tot 29 oktober 2024 hebben partijen meermalen gecorrespondeerd over de werkzaamheden van [bedrijf 5] en betaling van (onder meer) factuur 6914.
Bij e-mail van 29 oktober 2024 heeft Fabribouw onder meer aan Jozefpark ( [betrokkene 6] ) bericht:
Wij hebben afgelopen donderdag een gesprek gehad bij [bedrijf 5] en na hier rustig over na gedacht te hebben geeft het geheel mij eigenlijk toch wel een bitter en wrang gevoel. Als ik de mails door lees welke allemaal van begin januari al naar elkaar verstuurd zijn blijkt zeer zeker dat er de goedkeuring was voor de 120 K van [bedrijf 5] , dit bevestig jij ook en je geeft aan dat hier niet aan gerommeld wordt.
[…]Ondanks de toezeggingen is deze betaling nog steeds niet voldaan.[…]
Ook heeft [betrokkene 3] hier zijn mening over gegeven, hij heeft ook in de mails gezien dat er geen reden is of nog gekker, was, om niet tot betalen over te gaan. […]
Diezelfde dag heeft Jozefpark ( [betrokkene 6] ) aan Fabribouw onder meer geantwoord:
3. Conform afspraak welke afgelopen donderdag is gemaakt ga ik de stukken van [bedrijf 5] beoordelen en komen we uiterlijk 5 november terug met een inhoudelijke reactie. Mocht alles duidelijk zijn en aansluiten en voldoende antwoord geven op onze vragen, zullen wij overgaan tot betalen van de factuur. […]
4. Jij vroeg mij nog om eventueel een bedrag van de factuur van de installaties vooruit te betalen, omdat jullie [bedrijf 5] al meer betaald hebben dan de factuur die nog openstaat. Zouden jullie dit dan kunnen aantonen. Dan kan ik dit voorleggen aan [betrokkene 5] en voor 5 november een besluit nemen hoe wij hiermee kunnen gaan?
[…]
9. De stelling dat je geen werkzaamheden meer gaat uitvoeren is niet conform afspraak omdat betaling zou plaats vinden als de oplevering heel gereed zou zijn en wij alle onderbouwingen ontvangen hebben.
10. Ik vind het vervelend dat je het gevoel hebt dat wij dit doen om het niet te betalen, tegenover gestelde is het geval, de onderbouwing van de installatiekosten hebben wij reeds in februari gevraagd en hebben hem uiteindelijk vandaag ontvangen.
In reactie daarop heeft Fabribouw bij e-mail van 31 oktober 2024 als volgt op punten 9 en 10 geantwoord:
9. Wij hebben voldaan aan de verwachting wat wij konden doen hebben wij ook gedaan, maar er is geen afspraak gemaakt dat er betaald zou worden als opleverpunten gereed zijn maar voor factuur als onderbouwing van uitgevoerde werk er zal zijn, deze zijn al lang geleden in de We-Transfer toe gestuurd en jij blijft in deze elke keer maar weer meer informatie vragen, zoals nu weer aantonen van de betaalde facturen naar [bedrijf 5] aantoonbaar moeten worden.
10. Mijn gevoel is in deze vermeerderd dat er gezocht wordt om elke keer weer een nieuw aspect te vinden dat ik er druk mee ben en iets aan moet tonen en daardoor weer een reden is om te zeggen we hoeven niet te betalen. […]
Bij e-mail van 13 december 2024 heeft Jozefpark ( [betrokkene 5] ) aan Fabribouw geschreven:
[…]Tevens hebben we de afspraak gemaakt dat Jozefpark BV op basis van de getekende opleverlijsten (van bewoners én de VvE) tot betaling van de openstaande facturen zou overgaan. […]
In opdracht van Jozefpark heeft [bedrijf 6] de montage van de kozijnen van de appartementen beoordeeld en ten behoeve daarvan één kozijn verwijderd en vervangen. In de rapportages van [bedrijf 6] (niet gedateerd) is opgenomen dat in appartementen onder meer deuren niet goed zijn afgesteld, glaslatten en roedes niet (juist) zijn aangebracht, sommige scharnierkapjes, uitwateringskapjes, weldorpels en koppelstrips ontbreken, er sprake is van schade aan (folie van de) kozijnen en kitnaden moeten worden verbeterd. [bedrijf 6] heeft voor haar werk € 8.803,44 in totaal aan [bedrijf 1] gefactureerd. Daarnaast heeft ook [bedrijf 7] (hierna: [bedrijf 7]) in opdracht van [bedrijf 1] per appartement een opname verricht. In deze rapportages wordt melding gemaakt van een (deel van) de door [bedrijf 6] genoemde bevindingen. [bedrijf 7] heeft hiervoor € 3.569,50 aan Jozefpark gefactureerd. Jozefpark heeft Fabribouw niet uitgenodigd voor of op de hoogte gesteld van de controles door [bedrijf 6] en [bedrijf 7] en heeft hun rapporten eerst in deze procedure met Fabribouw gedeeld.
Bij brief van 27 februari 2025 van een gemachtigde heeft Fabribouw Jozefpark gesommeerd factuur 6914 (hierna: de factuur) te betalen. Jozefpark heeft niet betaald.
Op 10 juli 2025 heeft DEKRA Claims and Expertise B.V. (hierna: Dekra) een deskundigenonderzoek uitgevoerd naar gebreken in een van de appartementen. Delen van het daaropvolgende deskundigenrapport van 23 september 2025 zijn opgenomen in een dagvaarding van een koper van een van de appartementen aan Jozefpark, waaronder:
Voor enkele constructieve onderdelen, te weten de gevelkozijnen, buitendeuren en de vloerconstructie, geldt dat de precieze oorzaak van de geconstateerd gebreken nog nader technisch onderzoek vergt.
Het rapport van Dekra en de resultaten van voornoemd nader technisch onderzoek, voor zover uitgevoerd, maken geen onderdeel uit van het procesdossier.
In de dagvaarding van de koper staat verder onder meer dat hij heeft ontdekt dat de kozijnen in het appartement kromtrekken bij zonlicht en dat meerdere appartementseigenaren dezelfde problemen ervaren.
3 Het geschil
in conventie
Fabribouw vordert - samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Jozefpark te veroordelen
1. tot betaling van € 58.080,00 te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf 19 februari 2024 of 6 maart 2024 dan wel vanaf de datum van dagvaarden, tot aan de dag van volledige betaling,
2. tot betaling van € 1.355,80 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente,
3. in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Fabribouw vordert daarmee betaling van factuur 6914 inclusief btw. Volgens Fabribouw is Jozefpark dat bedrag verschuldigd vanaf de dag na de afloop van de betalingstermijn die op de factuur is vermeld.
Jozefpark voert verweer, samengevat strekkend tot afwijzing van de vorderingen, omdat zij de factuur waarvan betaling gevorderd wordt (nog) niet verschuldigd is..
in reconventie
Jozefpark vordert – na wijziging van eis en samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
a. voor recht te verklaren dat Fabribouw wanprestatie heeft gepleegd, met veroordeling van Fabribouw tot vergoeding van alle schade die als gevolg daarvan door Jozefpark wordt geleden, welke schade nader moet worden opgemaakt bij staat,
Fabribouw te veroordelen om alle ondeugdelijke geplaatste kozijnen te herstellen en op juiste wijze te monteren en voorts beschadigde kozijnen te vervangen of te herstellen, dit primair binnen 30 dagen na datum van haar conclusie in antwoord tevens eis in [op dat moment nog voorwaardelijke, toevoeging rechtbank] reconventie, subsidiair binnen 30 dagen nadat Jozefpark aan Fabribouw het bedrag heeft betaald waarvan de rechtbank meent dat dit opeisbaar verschuldigd zou zijn aan Fabribouw,
Fabribouw te veroordelen tot betaling van € 3.569,50 en € 8.803,44,
een en ander met veroordeling van Fabribouw in de proceskosten.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft Jozefpark toegelicht dat met “alle schade” onder a. de schade wordt bedoeld met uitzondering van herstelkosten en met “alle ondeugdelijke geplaatste kozijnen “ onder b. de kozijnen worden bedoeld die Fabribouw heeft geplaatst en gesteld.
Jozefpark legt, zoals op de mondelinge behandeling toegelicht, aan haar vorderingen - samengevat - ten grondslag dat Fabribouw de overeengekomen werkzaamheden aan de kozijnen ondeugdelijk heeft uitgevoerd.
Fabribouw voert verweer, samengevat strekkend tot afwijzing van de vorderingen onder meer omdat geen sprake is van gebrekkige werkzaamheden.
in conventie en reconventie
De rechtbank zal hierna, voor zover nodig, nader ingaan op de stellingen van partijen.
4 De beoordeling
in conventie
Tussen partijen staat vast dat [bedrijf 5] als onderaannemer van Fabribouw in opdracht van Jozefpark installatiewerkzaamheden heeft verricht. Fabribouw stelt dat partijen voor de door [bedrijf 5] uitgevoerde (resterende) installatiewerkzaamheden een vaste prijs hebben afgesproken en vordert nakoming van die afspraak, te weten betaling van de nog openstaande factuur.
Jozefpark heeft voor de resterende installatiewerkzaamheden de andere twee facturen wel betaald, maar deze factuur niet. Zij stelt zich op het standpunt dat Jozefpark op regiebasis zou factureren wat niet correspondeert met een afgerond bedrag als € 48.000 exclusief btw en voert aan - samengevat - dat:
-
zij nooit een deugdelijke onderbouwing voor de factuur heeft ontvangen, zodat zij niet kan vaststellen of de werkzaamheden zijn verricht en of de factuur is verschuldigd,
-
dat partijen nadrukkelijk hadden afgesproken dat Fabribouw voorafgaand aan betaling eerst het project zou afmaken c.q. zorg zou dragen voor volledige oplevering, wat niet gebeurd is,
-
zij een beroep op opschorting heeft gedaan totdat Fabribouw de appartementen heeft opgeleverd en opleverpunten heeft hersteld.
Voor de beoordeling van de vordering van Fabribouw is van belang welke prijsafspraak tussen partijen geldt. Die vraag zal de rechtbank eerst beantwoorden. Daarna zal de rechtbank aan de hand van de verweren a. t/m c. beoordelen of Jozefbouw factuur 6914 moet betalen, zoals Fabribouw gevorderd heeft.
Prijsafspraak
Toen Fabribouw in september 2023 het project van [bedrijf 2] overnam, kon zij niet inschatten wat de kosten voor onder meer het ‘elektra werk’ zouden zijn. Ze startte haar werk op basis van regie. Begin januari 2024 was Fabribouw daartoe wel in staat en informeerde zij Jozefpark dat zij verwachtte dat de resterende installatiewerkzaamheden € 120.000 zouden kosten. Vervolgens vond er op 19 januari 2024 een overleg plaats tussen Fabribouw, [bedrijf 5] en [betrokkene 3] namens Jozefpark. Tot zover zijn partijen het eens.
Fabribouw stelt dat partijen tijdens dit overleg op verzoek van Jozefpark voor wat betreft de resterende installatiewerkzaamheden de hiervoor genoemde verwachte prijs van € 120.000 hebben omgezet in een vaste prijs. Tot dat moment specificeerde [bedrijf 5] haar facturen, daarna deed zij dat ten aanzien van de resterende installatiewerkzaamheden in verband met deze prijsafspraak niet meer. Dat partijen deze prijsafspraak hebben gemaakt blijkt volgens Fabribouw verder uit haar facturen van 25 januari en 5 februari 2024 à € 48.000 ieder en de kostenpost “Eindsom installatiewerk opgave [bedrijf 5] , eindtotaal 120 K” à € 24.000 van de verzamelfactuur van 25 maart 2024. Dit telt samen op tot € 120.000.
Fabribouw wijst ter onderbouwing van haar stelling verder op de e-mail van 12 maart 2024 van [bedrijf 5] (hiervoor weergegeven onder 2.14), waarin volgens haar bevestigd wordt dat het om een afgesproken bedrag gaat en op het feit dat Jozefpark in haar reactie van 29 oktober 2024 Fabribouw (onder 2.22) niet heeft tegengesproken dat uit de e-mails van begin januari 2024 zeer zeker blijkt dat er de goedkeuring was voor ‘de 120 K van [bedrijf 5] ’, [betrokkene 6] dit bevestigd heeft en dat hieraan niet gerommeld wordt.
Jozefpark heeft in deze procedure betwist dat partijen wat betreft de resterende installatiewerkzaamheden een prijsafspraak hebben gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat Fabribouw met verwijzing naar de handelwijze van [bedrijf 5] en door haar genoemde
e-mails voldoende heeft onderbouwd dat Fabribouw en Jozefpark een vaste prijs hebben afgesproken. Jozefpark heeft nagelaten haar betwisting te motiveren, wat gelet op de onderbouwde stelling van Fabribouw wel op haar weg lag. De rechtbank gaat aan deze betwisting dan ook voorbij.
Subsidiair heeft Jozefpark op de mondelinge behandeling aangevoerd dat [betrokkene 3] niet bevoegd was om een prijsafspraak namens haar te maken. Hij was ‘slechts’ een projectmedewerker. Volgens Fabribouw kan Jozefpark zich niet op een onbevoegdheid van [betrokkene 3] beroepen, omdat sprake is van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Tussen partijen staat nu niet ter discussie dat [betrokkene 3] formeel niet bevoegd was om namens Jozefpark een overeenkomst aan te gaan, maar dat neemt niet weg dat desondanks Fabribouw mocht aannemen dat hem voor het sluiten van de prijsafspraak een toereikende volmacht was verleend. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Fabribouw en [betrokkene 3] hadden bij aanvang van de werkzaamheden van Fabribouw contact hadden over het ‘financieel voorstel’ van Fabribouw en [betrokkene 3] was ook daarna in de e-mailwisselingen tussen partijen was betrokken. Na ontvangst van de facturen - die (bruto) optellen tot € 120.000 (120K) en op de laatste vermeld is “Eindsom installatiewerk opgave [bedrijf 5] , eindtotaal 120 K“- heeft Fabribouw Jozefpark ook niet (onmiddellijk) laten weten zich niet gebonden te achten aan de prijsafspraak waarop Fabribouw zich volgens de laatste factuur op beroept.2 Integendeel, de eerste en de laatste factuur die zien op de werkzaamheden van [bedrijf 5] heeft Jozefpark betaald. Ook na genoemde e-mail van 29 oktober 2024 van Fabribrouw heeft Jozefpark niet (onmiddellijk) laten weten zich niet gebonden te achten aan de prijsafspraak waarop Fabribouw zich beroept. De door Fabribouw in die e-mail beschreven gang van zaken - dat uit de e-mails van begin januari 2024 zeer zeker blijkt dat er de goedkeuring was voor de 120 K van [bedrijf 5] , dat [betrokkene 6] dit bevestigd heeft en dat hieraan niet gerommeld wordt - wordt door Jozefpark in haar reactie op de e-mail niet betwist. Door toedoen (het nalaten te reageren en het betalen van twee facturen, waaronder de eindfactuur) van Jozefpark is dan ook de schijn gewekt dat [betrokkene 3] in haar naam de prijsafspraak heeft gemaakt. Dat Jozefpark de tweede factuur niet betaald heeft, is onvoldoende voor een ander oordeel.
De rechtbank volgt Fabribouw dus in haar betoog dat Jozefpark zich niet kan beroepen op het ontbreken van een bevoegdheid bij [betrokkene 3] .
De rechtbank gaat er dan ook van uit dat voor de resterende installatiewerkzaamheden de vaste prijs van € 120.000 exclusief btw geldt.
Ad a. Geen onderbouwing van de factuur vereist
Een vaste prijs betekent dat Fabribouw naast een globale omschrijving in beginsel niet de gewerkte uren en gebruikte materialen hoefde te specificeren. Dat Fabribouw Jozefpark alsnog te kennen heeft gegeven bereid te zijn [bedrijf 5] om een onderbouwing te vragen, brengt hierin geen verandering. Het verweer onder a., dat zij nooit een deugdelijke onderbouwing voor de factuur heeft ontvangen zodat zij niet kan vaststellen of de factuur is verschuldigd, gaat dus niet op.
Jozefpark heeft nog aangevoerd dat de gefactureerde werkzaamheden überhaupt niet zijn verricht en zij daarom de factuur niet verschuldigd is. Maar, niet ter discussie staat dat [bedrijf 5] resterende installatiewerkzaamheden heeft verricht - daarvoor heeft Jozefpark ook betaald - en Jozefpark heeft op geen enkele manier toegelicht dat een deel van de resterende installatiewerkzaamheden niet zijn verricht. Dit terwijl zij tenminste op 29 oktober 2024 wel over een onderbouwing van de installatiekosten beschikte (“hebben hem uiteindelijk vandaag ontvangen”, zie onder 2.22). Dat niet duidelijk is dat deze reactie op deze factuur ziet, zoals Jozefpark ter zitting betoogde, volgt de rechtbank niet. Uit de context van de
e-mail blijkt genoegzaam dat het om de niet betaalde factuur voor de installatiewerkzaamheden van [bedrijf 5] gaat. Voor zover deze onderbouwing ‘niet deugdelijk’ was, heeft Jozefpark nagelaten dat duidelijk te stellen en te onderbouwen. Overigens volgt uit de door [betrokkene 1] op de mondelinge behandeling onbetwist toegelichte werkwijze van partijen dat Fabribouw pas facturen aan Jozefpark stuurde nadat [betrokkene 1] en [betrokkene 3] samen door het gebouw waren gelopen om de werkzaamheden te controleren en [betrokkene 3] akkoord had geven voor facturatie ervan. Bovendien heeft Fabribouw de appartementen aan Jozefpark opgeleverd. Zij zou kennis moeten (kunnen) hebben van wat wel en niet is uitgevoerd. Met het enkele betwisten dat de factuur op uitgevoerde werkzaamheden ziet kan Jozefpark dus niet volstaan. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de gefactureerde installatiewerkzaamheden zijn verricht.
Ad b. Geen nadere voorwaarden voor betaling afgesproken
Daarnaast beroept Jozefpark zich op nadere afspraken, dat Fabribouw het project eerst zou afmaken/opleveren en Jozefpark de openstaande facturen zou betalen op basis van de getekende opleverlijsten van bewoners en de VvE. Aangezien de bewoners en VvE de opleverlijsten nog niet hebben getekend is de factuur nog niet opeisbaar, aldus Jozefpark. Dit is een bevrijdend verweer, waarvoor Jozefpark de stelplicht en bewijslast heeft. Fabribouw heeft het bestaan van deze nadere voorwaarde(n) betwist.
Dit verweer slaagt ook niet. Jozefpark heeft, mede gezien de betwisting ervan door Fabribouw, onvoldoende gesteld ter onderbouwing van deze nadere afspraak. Alleen haar
e-mail van 13 december 2024, waarin zijzelf eenzijdig deze voorwaarde noemt, betekent nog niet dat Fabribouw zich tegenover Jozefpark heeft verplicht eerst alle punten op de opleverlijsten – waarop onbetwist tenminste ook punten van andere aannemers van Jozefpark staan – te verhelpen, voordat de factuur opeisbaar wordt.
Uit wat hiervoor onder 4.11 tot en met 4.14 is overwogen, volgt dat Jozefpark factuur 6914 verschuldigd is en dat die factuur opeisbaar is.
Ad c. Opschorting
Tot slot heeft Jozefpark een beroep op opschorting gedaan. Fabribouw zal eerst uitvoering moeten geven aan haar opleververplichting en de opleverpunten afhandelen, voordat Jozefpark de factuur hoeft te betalen, aldus Jozefpark.
De vraag is of Jozefpark haar betaling met recht achterhoudt. Zoals hiervoor overwogen is Jozefpark de factuur verschuldigd. De rechtbank heeft daarbij geoordeeld dat geen sprake is van andere, nadere voorwaarden voordat betaald hoefde te worden. Volgens Fabribouw zijn partijen een betalingstermijn van veertien dagen overeengekomen. Dat heeft Jozefpark - anders dan met de hiervoor al beoordeelde standpunten en verweren - op zichzelf niet betwist. Dat betekent dat de factuur met ingang van 19 februari 2024 opeisbaar is. Vanaf dat moment had Fabribouw een opschortingsrecht voor eventuele eigen verplichtingen.
Een schuldenaar blijft in beginsel opschortingsbevoegd zolang aan de eisen voor opschorting is voldaan. Jozefpark heeft niet gesteld, noch is gebleken, dat de opschortingsbevoegdheid van Fabribouw is geëindigd. Bij dagvaarding kon en heeft Fabribouw zich dan ook op haar opschortingsrecht beroepen, voor zover er nog opleverpunten zijn die voor haar rekening komen (inclusief via haar onderaannemers). Dit leidt ertoe dat Fabribouw niet gehouden is tot nakoming van enige latere (oplever)verplichtingen, zolang Jozefpark niet aan haar betalingsverplichting heeft voldaan. Al daarom kan Jozefpark niet zelf opschorten.3
Tussenconclusie
Geen van de verweren van Jozefpark slagen. De rechtbank zal de vordering van Fabribouw tot betaling van € 58.080,00 daarom toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 19 februari 2024.
Buitengerechtelijke kosten
Fabribouw vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Fabribouw heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Fabribouw heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 1.355,80 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
Proceskosten
Jozefpark is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Fabribouw worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
155,02 |
|
|
- griffierecht |
€ |
3.083,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
2.580,00 |
(2 punten × € 1.290,00) |
|
- nakosten |
€ |
148,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
5.966,02 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
De door Jozefpark onder a. gevorderde verklaring voor recht dat Fabribouw toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen bestaande overeenkomst (“wanprestatie heeft gepleegd”) zal worden afgewezen. Naast dat de gevorderde verklaring te vaag en onbepaald is, zoals Jozefpark terecht heeft aangevoerd, heeft Jozefpark onvoldoende gesteld dat gebreken aan de kozijnen - de rechtbank begrijpt dat het Jozefpark daarom gaat - aan Fabribouw kunnen worden toegerekend. De rechtbank licht dit als volgt toe.
Tussen partijen is niet in geschil dat [bedrijf 2] de kozijnen van de appartementen heeft geleverd en uit de dagvaarding van de koper van één van de appartementen volgt dat die kozijnen mogelijk op zich al – los van de montage - gebrekkig zijn (zie alinea’s 2.27 en 2.28).
Jozefpark heeft niets gesteld om aan te kunnen nemen dat Fabribouw hiervoor aansprakelijk zou zijn. Bovendien staat niet ter discussie dat de kozijnen deels door [bedrijf 2] zijn geplaatst.4 Jozefpark heeft nagelaten duidelijk te stellen welke kozijnen Fabribouw heeft geplaatst (“in meerdere appartementen sluiten ramen en deuren niet correct”). Jozefpark verwijst in haar processtukken wel naar de rapporten van [bedrijf 6] en [bedrijf 7] en naar een eigen notitie, maar producties kunnen stellingen niet vervangen. Zij kunnen deze slechts ondersteunen. Overigens is er in die rapporten ook geen onderscheid gemaakt tussen kozijnen geplaatst door [bedrijf 2] of Jozefpark en blijkt het onderscheid ook niet klip en klaar uit de notitie van Jozefpark zelf, wat bovendien slechts haar partijstandpunt weergeeft. Omdat Jozefpark niet heeft voldaan aan haar stelplicht, wordt niet toegekomen aan bewijslevering.
Zonder een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van Fabribouw ontbreekt de grondslag voor het tweede deel van deze vordering: een veroordeling tot vergoeding van alle schade die als gevolg van de toerekenbare tekortkoming door Jozefpark wordt geleden. De rechtbank zal de vordering onder a. dan ook afwijzen. Een verwijzing naar de schadestaatprocedure is dus ook niet aan de orde. Hieruit volgt ook dat de gevorderde veroordeling onder b. tot herstel of vervanging van de door Fabribouw geplaatste kozijnen wordt afgewezen.
Al omdat de primaire vorderingen onder a. en b. zullen worden afgewezen, zal de nevenvordering onder c., een vergoeding van de kosten voor [bedrijf 6] en [bedrijf 7], ook worden afgewezen.
Proceskosten
Jozefpark is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Fabribouw worden begroot op:
|
- salaris advocaat |
€ |
1.290,00 |
(2 punten × factor 0,5 × € 1.290,00) |
|
- nakosten |
€ |
148,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.438,00 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
De rechtbank
in conventie
veroordeelt Jozefpark om aan Fabribouw te betalen een bedrag van € 58.080,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW, met ingang van 19 februari 2024 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Jozefpark om aan Fabribouw te betalen een bedrag van € 1.355,80 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 16 september 2026 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Jozefpark in de proceskosten van € 5.966,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
wijst de vorderingen van Jozefpark af,
veroordeelt Jozefpark in de proceskosten van € 1.438,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
veroordeelt Jozefpark tot betaling van € 98,00 plus de kosten van betekening als Jozefpark niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Jozefpark tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.1 t/m 5.3 en 5.5 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. E.B. van den Heuvel en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026. |
||
1680