ECLI:NL:RBNHO:2025:7187

Datum uitspraak
18-06-2025
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
11305209 \ CV EXPL 24-6413
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Incident. Vordering wordt afgewezen. AirHelp is ontvankelijk in haar beroep, omdat het vermeende vorderingsrecht rechtsgeldig is gecedeerd aan AirHelp. DeDe kantonrechter verwijst de hoofdzaak naar de rol van 16 juli 2025 voor conclusie van antwoord.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11305209 \ CV EXPL 24-6413

Uitspraakdatum: 18 juni 2025

Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van:

de vennootschap naar het recht harer vestiging

AirHelp Germany GmbH

gevestigd te Berlijn (Duitsland)

eiseres

hierna te noemen: AirHelp

gemachtigde: mr. D.E. Lof

tegen

de buitenlandse vennootschap

Qatar Airways Group (Q.C.S.C.)

gevestigd te Doha (Qatar)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. J.J. Croon

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- het incident;

- het antwoord incident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De vordering

2.1.

AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van € 600,00 en de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente. AirHelp legt aan de vordering ten grondslag dat de passagier [betrokkene] (hierna: de passagier) een overeenkomst heeft gesloten voor een vlucht op 17 februari 2024 van Amsterdam-Schiphol Airport naar Auckland Airport, Auckland (Australië), via Hamad International Airport, Doha (Qatar). De vlucht van Doha naar Auckland is vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagier zijn aansluitende vlucht naar de eindbestemming heeft gemist en met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. De passagier heeft door middel van cessie zijn vermeende vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp. Op grond van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) stelt AirHelp dat de vervoerder gehouden is de compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00.

3 De vordering en het verweer in het incident

3.1.

De vervoerder vordert in het incident dat AirHelp niet-ontvankelijk moet worden verklaard, dan wel dat AirHelp de vordering moet worden ontzegd, met veroordeling van AirHelp in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De vervoerder legt aan de vordering onder meer ten grondslag dat de vordering tot compensatie niet rechtsgeldig aan AirHelp is gecedeerd. De vordering tot compensatie betreft geen schadevergoeding, maar een persoonlijke aanspraak van de passagier jegens de vervoerder voor een door hem/haar geleden ongemak als gevolg van tijdverlies. De vordering tot compensatie is niet overdraagbaar, omdat deze aanspraak te zeer met de persoon van de passagier is verbonden en de aard van de aan die aanspraak ten grondslag liggende rechtsverhouding zich tegen een overdracht verzet. Evenmin is een overdraagbaar vorderingsrecht in het leven geroepen, op grond waarvan uitoefening van de passagier zijn wilsrecht c.q. zelfstandige bevoegdheid tot aanspraak op compensatie op grond van de Verordening rechtens is af te dwingen. De Verordening noch de wet bepaalt dat dit wilsrecht overdraagbaar is.1 Verder is sprake van een afhankelijk recht dat niet zelfstandig kan bestaan en naar haar aard niet zelfstandig overdraagbaar is2. Subsidiair stelt de vervoerder dat de ‘Assignment Agreement’ niet een cessie van de compensatievordering inhoudt, omdat dat document spreekt van (1) compensatie voor financieel verlies en (2) schadevergoeding. Compensatie op grond van artikel 7 van de Verordening valt daar niet onder.

3.3.

AirHelp betwist de vordering. Zij voert aan dat uit de wet, jurisprudentie en/of literatuur niet volgt dat de vordering tot compensatie niet gecedeerd mag worden. Het Hof heeft recentelijk geoordeeld dat de Verordening een cessie niet in de weg staat.3 De gevorderde compensatie moet daarnaast worden beschouwd als een forfaitair geldbedrag. Het verschil tussen ‘schadevergoeding’ en ‘compensatie’ speelt geen noemenswaardige rol voor wat betreft de mogelijkheid van cessie. In het onderhavige geval heeft de passagier de vordering tot compensatie op 5 april 2024 rechtsgeldig overgedragen aan AirHelp.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

AirHelp is ontvankelijk in haar vordering

4.2.

De compensatie betreft een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade4 en is daarmee geen persoonlijk of wilsrecht, zoals de vervoerder stelt, maar een vorderingsrecht. Een vorderingsrecht is overdraagbaar, tenzij de wet of de aard van het recht zich tegen een overdracht verzet 5. Daarvan is in dit geval geen sprake. Dat het hier gaat om compensatie van een door de passagier ervaren ongemak als gevolg van de vertraging of annulering, maakt niet dat sprake is van een zodanig persoonlijk recht dat deze zich tegen overdracht van de vordering aan AirHelp verzet. De stellingen van de vervoerder, zoals uiteengezet in overweging 3.2., slagen daarom niet. De vordering tot het niet-ontvankelijk verklaren van AirHelp is niet toewijsbaar. De passagier heeft zijn vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp

4.3.

Voor zover de vervoerder stelt dat uit de ‘Assignment Agreement’ niet volgt dat de vordering tot compensatie niet is overgedragen, houdt dit geen stand. In de ‘Assignment Agreement’ van 5 april 2024 staat onder meer: “This assignment includes the Costumer’s legal rights to claim for compensation due to financial loss, damages, or reimbursement under Regulation (EC) 261/2004, (…)”. Hieruit volgt genoegzaam dat de vordering tot compensatie op grond van de Verordening door de passagier aan AirHelp is overgedragen.

De proceskostenveroordeling

4.4.

De vervoerder zal grotendeels in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

5 De beslissing

De kantonrechter

in het incident:

5.1.

wijst de vorderingen van de vervoerder af;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de passagier worden vastgesteld op een bedrag van € 135,00 aan salaris van de gemachtigde van de passagier.

in de hoofdzaak:

5.1.

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 16 juli 2025 voor conclusie van antwoord;

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »