ECLI:NL:RBNHO:2023:5220

Datum uitspraak
03-05-2023
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Zaaknummer
10387297
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vonnis waartegen verzet is gedaan geen verstekvonnis. Niet-ontvankelijkverklaring in verzet.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: 10387297 \\ CV EXPL 23-1460

Vonnis in verzet van 3 mei 2023

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats 1],

eisende partij,

gedaagde partij in het verzet,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. M. Heijsteeg,

tegen

[gedaagde],

te [plaats 2],

gedaagde partij,

eisende partij in het verzet,

hierna te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. S. Ouald Chaib.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de verzet dagvaarding van 17 februari 2023.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1

[gedaagde] vordert - samengevat -, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,het tussen partijen gewezen verstekvonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 december 2022 met rolnummer 9622929 CV EXPL22-71 te vernietigen, en de vorderingen van [eiser] alsnog niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze af te wijzen, als ongegrond en/of onbewezen en [eiser] te veroordelen in de proceskosten van de verstekprocedure.

3 De beoordeling

3.1.

[gedaagde] is bij dagvaarding van 17 februari 2022 in verzet gekomen tegen het vonnis van de kantonrechter in deze rechtbank van 21 december 2022 in de zaak bekend onder zaaknummer / rolnummer 9622929 CV EXPL22-71.

3.2.

Volgens artikel 143 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan de gedaagde die bij verstek is veroordeeld daartegen verzet doen. De kantonrechter is van oordeel dat het vonnis waartegen verzet is gedaan geen vonnis is waarbij [gedaagde] bij verstek is veroordeeld. De kantonrechter komt tot die conclusie op grond van het hierna volgende.

3.3.

[eiser] heeft [gedaagde] bij dagvaarding van 3 januari 2022 gedagvaard bij de kantonrechter. [gedaagde] heeft uitstel gevraagd voor het voeren van verweer. [gedaagde] is daarmee verschenen in het geding. [gedaagde] heeft, na het verleende uitstel, vervolgens niet meer gereageerd. De kantonrechter heeft geen verstek verleend - en had ook geen verstek hoeven te verlenen op grond van artikel 139 Rv - en heeft op 21 december 2022 een eindvonnis op tegenspraak gewezen. De conclusie is daarom dat [gedaagde] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het verzet.

3.4.

Gelet op wat hiervoor is overwogen en het procesverloop, bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

4 De beslissing

De kantonrechter

verklaart [gedaagde] niet-ontvankelijk in zijn verzet.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.B. de Vries - van den Heuvel en in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2023.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »