ECLI:NL:RBNHO:2023:11029

Datum uitspraak
13-09-2023
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
15-100849-20 rekestnummer 23-017176
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beklag art. 552a Sv. Klaagschrift te laat en bovendien ongegrond.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Alkmaar

parketnummer : 15-100849-20

raadkamernummer : 23-017176

datum uitspraak : 13 september 2023

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager]

,

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M. Veldman, advocaat te Amsterdam

(Plantage Middenlaan 10, 1018 DD),

hierna te noemen: de klager.

1 Feiten

1.1.

Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 19 februari 2020 onder [verdachte] (hierna: beslagene) onder meer een Horloge (merk: Rolex, goednummer: [nummer]) in beslag is genomen ten behoeve van waarheidsvinding.

1.2.

Tegen beslagene bestaat de verdenking van overtreding van artikel 3 B van de Opiumwet (kort gezegd: betrokkenheid bij hennepkwekerijen).

1.3.

Na machtiging door de rechter-commissaris is op 3 augustus 2021 ook conservatoir beslag gelegd op bedoeld horloge.

2 Procedure

2.1.

Het klaagschrift is op 6 juli 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

2.2.

De rechtbank heeft op 6 september 2023 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.

De klager is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. De officier van justitie was wel aanwezig.

3 Beklag

3.1.

Klager voert in het klaagschrift aan dat hij zijn horloge tijdelijk heeft uitgeleend aan beslagene, omdat beslagene het horloge misschien wilde overnemen. Toen beslagene dit horloge in zijn bezit had, is dit op 19 februari 2020 in beslag genomen.

Klager heeft als bijlage bij zijn klaagschrift een garantiebewijs van een horloge overgelegd.

4 Standpunt van het Openbaar Ministerie

4.1.

De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de klager, alleen al om het feit dat niet kan worden vastgesteld dat klager eigenaar van het horloge is.

5 Beoordeling

5.1.

De rechtbank is bevoegd, gelet op de plaats van de beslaglegging.

5.2.

Artikel 552a Sv bepaalt in het vierde lid het volgende:

Indien een vervolging niet of nog niet is ingesteld wordt het klaagschrift of het verzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee jaren na de inbeslagneming, kennisneming of ontoegankelijkmaking ingediend ter griffie van de rechtbank van het arrondissement, binnen hetwelk de inbeslagneming, kennisneming of ontoegankelijkmaking is geschied.

Het strafvorderlijke beslag is gelegd 19 februari 2020. Het klaagschrift is ingediend op 6 juli 2023. Dat is dus ruimschoots te laat. Klager moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn beklag.

5.3.

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat ook niet buiten redelijke twijfel is dat klager als eigenaar/rechthebbende van het voorwerp moet worden aangemerkt. De enkele stelling dat klager in 2020 het horloge zou hebben uitgeleend aan beslagene is daartoe onvoldoende. Dat geldt ook voor het in het geding gebrachte garantiebewijs; hieruit is niet eens op te maken dat dit het in beslag genomen horloge betreft.

6 Beslissing

6.1.

De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag.

Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, en in het openbaar uitgesproken op

13 september 2023.

Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »