ECLI:NL:RBNHO:2022:2138

Datum uitspraak
16-03-2022
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Zaaknummer
9522555 \ CV EXPL 21-7369
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vonnis in incident. Vordering tot zekerheidstelling voor de proceskosten afgewezen. Eiser in de hoofdzaak woont in EU-lidstaat, zodat gedaagde ingevolge Verordening Brussel I-bis de proceskosten op eiser kan verhalen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9522555 \ CV EXPL 21-7369

Uitspraakdatum: 16 maart 2022

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats] (Portugal)

eiser in de hoofdzaak

verweerder in het incident

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. J.W. Dijke

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Bysteel S.A.

gevestigd te Palmeira (Portugal)

kantoor houdende te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde in de hoofdzaak

eiseres in het incident

verder te noemen: Bysteel

gemachtigde: mr. V.M. van Erpers Roijaards

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 21 oktober 2021 een vordering tegen Bysteel ingesteld.

1.2.

Bysteel heeft een incidentele vordering ingesteld, en geantwoord in de hoofdzaak. [eiser] heeft schriftelijk op de incidentele vordering gereageerd.

2 De vordering in het incident

2.1.

Bysteel vordert [eiser] te veroordelen om zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan [eiser] in de hoofdzaak zou kunnen worden veroordeeld.

2.2.

Bysteel legt aan de vordering ten grondslag dat zij bij afwijzing van de vordering van [eiser] in de hoofdzaak het risico loopt de proceskosten niet op [eiser] te kunnen verhalen omdat [eiser] niet in Nederland woont, maar in Portugal.

3 Het verweer in het incident

3.1.

Volgens [eiser] bestaat er voor hem geen verplichting om zekerheid te stellen. Het stellen van zekerheid voor de proceskosten en een mogelijke schadevergoeding is geregeld in artikel 224 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). [eiser] doet een beroep op de uitzonderingsbepaling van artikel 224 lid 2 aanhef en onder b Rv. Omdat [eiser] in een EU-lidstaat woont, zal Bysteel een eventuele kostenveroordeling ingevolge Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) (hierna: Verordening Brussel I-bis) op [eiser] kunnen verhalen. [eiser] beroept zich ook op de uitzonderingsbepaling van artikel 224 lid 2 aanhef en onder d Rv. Met de vordering tot zekerheidstelling werpt Bysteel een dusdanige financiële drempel op dat [eiser] geen effectieve toegang meer heeft tot het recht.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

Op grond van artikel 224 Rv dient degene zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland die bij een Nederlandse rechter een vordering instelt, op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan hij in die procedure veroordeeld zou kunnen worden, tenzij een van de in artikel 224 lid 2 Rv genoemde uitzonderingen van toepassing is.

4.2.

Het beroep van [eiser] op artikel 224 lid 2 aanhef en onder b Rv in samenhang met Verordening Brussel I-bis slaagt. Vast staat dat [eiser] woont in Portugal. Portugal is een EU-lidstaat. Bysteel kan op grond van de binnen de EU geldende Verordening Brussel I-bis een eventuele veroordeling van [eiser] tot betaling van de proceskosten ten uitvoer leggen in Portugal. De incidentele vordering tot zekerheidstelling van Bysteel zal daarom worden afgewezen. Het beroep van [eiser] op artikel 224 lid 2 aanhef en onder d Rv hoeft niet meer te worden besproken.

4.3.

De proceskosten komen voor rekening van Bysteel, omdat zij ongelijk krijgt. De kantonrechter ziet aanleiding een half salarispunt toe te kennen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

in het incident

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt Bysteel in de kosten van het incident die de kantonrechter tot en met vandaag vaststelt op € 180,00 aan salaris van de gemachtigde van [eiser] ;

in de hoofdzaak

5.3.

verwijst de zaak naar de rolzitting van 30 maart 2022 om 10.00 uur voor beraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »