RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12256649 \ MC EXPL 26-3051 AW/1583
Vonnis van 14 oktober 2026
in de zaak van
STAD ANTWERPEN,
gevestigd te Antwerpen (België),
eisende partij,
hierna te noemen: Stad Antwerpen,
gemachtigde: Modero Nederland B.V.,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De kern van de zaak
Stad Antwerpen heeft op grond van het Gemeentelijk Reglement Lage-Emissiezone Antwerpen een Lage Emissiezone in Antwerpen ingesteld. In deze zone mogen alleen automobilisten rijden met voertuigen die voldoen aan de emissienormen of die in het bezit zijn van een LEZ-dagpas. Stad Antwerpen heeft door middel van geplaatste verkeerscamera’s waarmee een foto is gemaakt van het voertuig en kenteken vastgesteld dat een motorvoertuig van [gedaagde] zich heeft bevonden in de Lage Emmissiezone zonder dat het voertuig voldeed aan de emissienormen en zonder dat deze in het bezit was van een LEZ-dagpas. Stad Antwerpen wil dat [gedaagde] aan haar een administratieve boete van € 150,00 vermeerderd met kosten betaalt.
De kantonrechter kan deze zaak niet zonder nadere inlichtingen van Stad Antwerpen beoordelen en beslissen en wijst daarom nu een tussenvonnis.
3 De beoordeling
Bevoegdheid
Deze zaak heeft een internationaal karakter en daarom dient eerst beoordeeld te worden of de Nederlandse rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of de burgerlijke rechter (in dit geval de kantonrechter) bevoegd is om het geschil te beoordelen en daarop te beslissen.
De zaak ziet op de inning van een boete voor een verkeersovertreding naar Belgisch recht. De zaak is aangebracht als privaatrechtelijk geschil. De grondslag van de vordering is evenwel het door de gemeente Antwerpen (publiekrechtelijk) vastgesteld Reglement. Op grond van het Reglement is een administratieve boete opgelegd. Het gaat hier in beginsel dus om een administratiefrechtelijk geschil. Stad Antwerpen stelt zelf ook dat er een ‘reglementaire rechtsverhouding’ is ontstaan. Om die reden is de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-bis) niet van toepassing (artikel 1 Brussel I-bis).
Stad Antwerpen heeft niet toegelicht dat door het opleggen van een administratieve boete (ook) een burgerrechtelijke rechtsverhouding is ontstaan tussen Stad Antwerpen en [gedaagde] . Zij stelt uitsluitend dat er een verbintenis is ontstaan die voortvloeit uit de wet. Omdat er verder geen verdragen en verordeningen van toepassing zijn en [gedaagde] in Nederland woont is volgens Stad Antwerpen op grond van artikel 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de Nederlandse rechter als bevoegde rechter aangewezen.
De kantonrechter ziet zich voor de vraag gesteld of het mogelijk is om een administratiefrechtelijke boete die in België is opgelegd op grond van een publiekrechtelijk besluit (het Reglement) te innen via de Nederlandse burgerlijke rechter. Het gaat hier immers om een geldboete met een punitief karakter. De kantonrechter verwijst in dit verband naar het (Europese) Kaderbesluit 2005/214/JBZ inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties en de (Belgische) Wet inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie. Daaruit lijkt te volgen dat de officier van justitie (CJIB) in Nederland bevoegd is om tot inning over te gaan van een door een Belgisch(e) bestuursorgaan/gemeente opgelegde boete. De kantonrechter vraagt zich af of ondanks deze openstaande publiekrechtelijke weg de burgerlijke rechter daarnaast kan worden aangezocht. In dit kader wijst de kantonrechter op zeer recente uitspraken van de rechtbank Limburg (o.a. ECLI:NL:RBLIM:2026:9667, ECLI:NL:RBLIM:2026:6881 en ECLI:NL:RBLIM:2026:5984) in vergelijkbare zaken.
De kantonrechter verzoekt Stad Antwerpen om bij akte nader toe te lichten op grond waarvan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt en, zo dit het geval is, op grond waarvan de burgerlijke rechter bevoegd is. De kantonrechter verzoekt Stad Antwerpen om aan te geven op grond van welk verdrag of wettelijke regeling haar die bevoegdheid toekomt.
In de door Stad Antwerpen te geven toelichting kan Stad Antwerpen eventueel ook nader uitleggen hoe een Belgische inwoner een verkeersboete kan aanvechten en bij welke (soort) rechter.
Toepasselijk recht
Voor zover komt vast te staan dat de Nederlandse burgerlijke (kanton)rechter bevoegd is, verzoekt de kantonrechter Stad Antwerpen nader toe te lichten welk recht moet worden toegepast, waarom, en op grond waarvan dat recht wordt aangewezen als toepasselijk recht. Daarbij merkt de kantonrechter op dat de Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 (Rome II) niet ziet op administratiefrechtelijke zaken (artikel 1 van Rome II).
Houdt iedere verdere beslissing aan.
4 De beslissing
De kantonrechter
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 11 november 2026 om 11:00 uur voor het indienen door Stad Antwerpen van een akte als hiervoor omschreven;
houdt ieder verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026.