ECLI:NL:RBMNE:2026:6975

Datum uitspraak
01-10-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12354908 \ UV EXPL 26-210
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ontruiming toegewezen. De woning is door de burgemeester gesloten nadat er drugs in de woning is aangetroffen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12354908 \ UV EXPL 26-210 BJvd/61169

Vonnis in kort geding van 1 oktober 2026

in de zaak van

STICHTING PORTAAL,

gevestigd in Utrecht,

eisende partij,

hierna te noemen: Portaal,

gemachtigde: mr. L. Bergervoet,

tegen

[gedaagde] ,

wonend in [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. H.D. Vuijk.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 8,- de pleitnota van [gedaagde] .

1.2

Op 17 september 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij was namens Portaal aanwezig mevrouw [A] ( [functie] bij Portaal) met de gemachtigde mr. L. Bergervoet. Namens [gedaagde] was zijn gemachtigde mr. H.D. Vuijk aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken.

1.3

Aan het einde van de mondelinge behandeling is bepaald dat er vandaag een vonnis zal worden uitgesproken.

2 De kern van de zaak

2.1

[gedaagde] huurt sinds mei 2019 van Portaal de woning aan het [adres] in [plaats] . Portaal eist dat [gedaagde] de woning ontruimt, omdat Portaal de huurovereenkomst zonder tussenkomst van de rechter heeft ontbonden. Dit heeft Portaal gedaan omdat er handelshoeveelheden drugs in de woning zijn gevonden en de burgemeester de woning daarom voor zes maanden heeft gesloten. Portaal eist ook betaling van de huurachterstand van € 764,86. [gedaagde] is het niet eens met de eis van Portaal. Volgens [gedaagde] was er sprake van een eenmalig incident en is het daarom niet proportioneel om de ontruiming toe te wijzen. De kantonrechter wijst de vorderingen van Portaal toe. Dat betekent dat [gedaagde] de woning binnen veertien dagen moet verlaten en de huurachterstand moet betalen.

3 De beoordeling

Het toetsingskader bij ontruiming in een kort geding procedure

3.1

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing van een vordering in kort geding moet aan twee voorwaarden worden voldaan. Er moet sprake zijn van een spoedeisend belang en het moet zeer waarschijnlijk zijn dat de vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Daarnaast geldt dat voor bewijslevering in principe geen ruimte is in kort geding.

3.2

Ontruiming is een ingrijpende en meestal onomkeerbare maatregel. Omdat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een diepgaand onderzoek moet de rechter zich volgens vaste rechtspraak terughoudend opstellen bij de beoordeling van zo’n vordering.

Portaal heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen

3.3

Een spoedeisend belang is aanwezig als van Portaal niet verwacht kan worden dat zij de uitkomst van een normale, uitgebreide procedure (bodemprocedure) afwacht. Dat is hier het geval. Portaal heeft de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden. Dit betekent dat de huurovereenkomst niet meer bestaat en [gedaagde] in beginsel geen recht meer heeft om in de woning te wonen. Omdat [gedaagde] niet instemt met de beëindiging van de huurovereenkomst, heeft Portaal een spoedeisend belang bij haar vordering.

Portaal mocht de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbinden

3.4

Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat Portaal op goede gronden de huurovereenkomst heeft ontbonden. In de wet1 staat dat de verhuurder een huurovereenkomst buitengerechtelijk, dus zonder tussenkomst van de rechter, kan ontbinden als door gedragingen in de woning in strijd met de Opiumwet2 is gehandeld en de woning daarom op grond van die wet3 is gesloten.

3.5

De burgemeester heeft de woning op basis van de informatie uit de bestuurlijke rapportage vanaf 2 april 2026 direct voor zes maanden gesloten op grond van de Opiumwet4, omdat in de woning een handelshoeveelheid drugs zijn gevonden en verpakkingsmateriaal dat bestemd is voor de productie, het bewerken en/of het verwerven van drugs.

3.6

Uit het besluit van de burgemeester volgt dat de politie [gedaagde] op 2 april 2026 heeft gezien in een auto, waarbij hij 31,04 kilo cocaïne in ontvangst nam. Vervolgens heeft de politie ook de huurwoning van [gedaagde] doorzocht. In de kruipruimte van de woning werd een handelshoeveelheid drugs gevonden, waaronder 28,7 kilo cocaïne. Ook vond de politie spullen om drugs mee te verwerken in de woning, waaronder verpakkingsmateriaal, een vacumeerapparaat en een sealmachine. In de keuken werd een verborgen ruimte aangetroffen.

3.7

[gedaagde] heeft bezwaar aangetekend tegen het besluit van de burgemeester om de woning te sluiten. Op 3 juli 2026 is op het bezwaar besloten dat de woning gesloten blijft en het besluit van de burgemeester in stand blijft. Portaal heeft daarna op 16 juli 2026 de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden.

3.8

Door de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden heeft Portaal gebruik gemaakt van een bevoegdheid die de wet haar geeft. De kantonrechter moet beoordelen of het gebruiken van deze bevoegdheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid als onaanvaardbaar moet worden aangemerkt, zoals [gedaagde] stelt. Bij deze toetsing moet de kantonrechter alle relevante omstandigheden in aanmerking nemen en de belangen van partijen afwegen. Op basis van de door [gedaagde] aangevoerde omstandigheden is het naar voorlopig oordeel van de kantonrechter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar dat Portaal de huurovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden.

De verweren van [gedaagde]

3.9

Volgens [gedaagde] heeft hij zich altijd gedragen als goed huurder en bevonden de aangetroffen middelen zich slechts eenmalig en tijdelijk in de woning. Van handel was volgens [gedaagde] geen sprake. Ook stelt [gedaagde] dat er geen sprake is geweest van toeloop naar de woning, overlast voor omwonenden of een gevaarlijke situatie. Op de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van [gedaagde] laten weten dat hij momenteel in detentie verblijft om een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar uit te zitten. [gedaagde] stelt dat er daarom geen risico is op herhaling. [gedaagde] vraagt ook aandacht voor zijn persoonlijke omstandigheden. Bij verlies van deze sociale huurwoning zou hij zijn inschrijfduur verliezen waardoor hij gedurende lange tijd geen woonruimte zal kunnen vinden. Verder stelt [gedaagde] dat zijn vriendin met hem in de woning woonde en daar na opheffing van de sluiting wil blijven wonen. Gelet op dit alles is het volgens [gedaagde] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om de ontruiming toe te wijzen.

De buitengerechtelijke ontbinding is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar

3.10

De kantonrechter is van oordeel dat het niet aannemelijk is dat de aanwezigheid van drugs in de woning slechts een eenmalig incident is geweest. De drugs hadden een straatwaarde die kan oplopen tot 4,5 miljoen euro en er was een verborgen ruimte in de woning aanwezig. Bovendien was de woning grondig verbouwd en luxer gemaakt, wat er volgens Portaal op duidt dat [gedaagde] profiteert van drugshandel. Dat heeft [gedaagde] niet weersproken. Dat de vriendin van [gedaagde] in de woning zou wonen is niet gebleken. Op het adres staat namelijk alleen [gedaagde] ingeschreven. De kantonrechter overweegt verder dat [gedaagde] door het houden van (zoveel) drugs in de woning een gevaar voor de veiligheid van de woon- en leefomgeving heeft gecreëerd. Dat er geen geweldsincident heeft plaatsgevonden doet daar niets aan af. Dat geldt ook voor de vraag of er al dan niet een risico op herhaling is. Gelet op de ernst van de feiten moet het belang van [gedaagde] om zijn woning te behouden wijken voor het belang van de openbare veiligheid. Gelet hierop is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar om de gevorderde ontruiming toe te wijzen. Dat Portaal de bevoegdheid tot ontbinding heeft misbruikt is ook niet gesteld of gebleken.5

[gedaagde] moet de woning ontruimen

3.11

De conclusie is dat het aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat Portaal op goede gronden de huurovereenkomst heeft ontbonden, zodat het gerechtvaardigd is daarop in dit kort geding vooruit te lopen. Dat betekent dat de eis van Portaal wordt toegewezen en [gedaagde] wordt veroordeeld de woning te ontruimen.

3.12

Portaal heeft een ontruimingstermijn gevorderd van veertien dagen. [gedaagde] heeft op de mondelinge behandeling gevraagd om de eventuele ontruimingstermijn op drie maanden vast te stellen, omdat hij gelet op zijn detentiesituatie iemand moet inschakelen om zijn persoonlijke bezittingen uit de woning te halen. De kantonrechter stelt de ontruimingstermijn vast op veertien dagen. De termijn gaat in vanaf het moment dat dit vonnis door de deurwaarder is bezorgd. Deze termijn geeft [gedaagde] voldoende tijd om iemand in te schakelen om zijn persoonlijke spullen op te halen De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] de ontruiming al eerder kon zien aankomen vanwege de sluiting door de burgermeester. Bovendien is namens Portaal tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij bereid is [gedaagde] een aantal dagen extra te geven voor de ontruiming als blijkt dat dit noodzakelijk is.

[gedaagde] moet de huurachterstand betalen

3.13

Portaal vordert betaling van één maand huurachterstand, namelijk € 764,86. Bij het uitbrengen van de dagvaarding was de huur over de maand augustus niet betaald. Tijdens de mondelinge behandeling is aangegeven dat de maand augustus inmiddels is betaald, maar de maand september niet. Daarom heeft Portaal haar eis niet verminderd en handhaaft zij haar vordering. [gedaagde] heeft de huurachterstand niet betwist en op basis van de huurovereenkomst moet hij de huur elke maand op tijd betalen. Daarom wordt dit bedrag toegewezen.

[gedaagde] moet een gebruiksvergoeding betaling

3.14

Tot de woning daadwerkelijk wordt ontruimd, moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 764,86 blijven betalen aan Portaal, zoals door Portaal is gevorderd. [gedaagde] heeft hier geen verweer tegen gevoerd.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

3.15

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Portaal worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

151,94

- griffierecht

€

350,00

- salaris gemachtigde

€

865,00

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.510,94

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

3.16

De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan het [adres] ( [postcode] ) in [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Portaal zijn, en de sleutels af te geven aan Portaal,

4.2

veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Portaal:

a. a) € 764,86 aan achterstallige huur tot 1 oktober 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijn, te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijn tot de dag van voldoening,

b) € 764,86 per maand vanaf 1 oktober 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,

4.3

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.510,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.4

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »