ECLI:NL:RBMNE:2026:6940

Datum uitspraak
29-09-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/16/611564 / KG RK 26-306
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek voor onderhandse verkoop van een woning; de eigenaar van de woning stelt dat de hypotheekhouder haar zorgplicht niet is nagekomen. De voorzieningenrechter verleent toestemming voor onderhandse verkoop.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer / rekestnummer: C/16/611564 / KG RK 26-306

Beschikking van 29 september 2026

in de zaak van

de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekende partij,

hierna te noemen: Rabobank,

advocaat: mr. S. Brenninkmeijer,

tegen

[verweerder] ,

wonend in [plaats 1] ,

verwerende partij,

hierna te noemen: [verweerder] ,

procederend in persoon.

Als belanghebbende is aangemerkt:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[belanghebbende] B.V., statutair gevestigd in [plaats 1] .

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van 13 mei 2026;

- het als losse productie overgelegde GBA-uittreksel van [verweerder] ,

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 7 juli 2026.

1.2

Op de mondelinge behandeling van 7 juli 2026 was het voor Rabobank niet mogelijk om inhoudelijk te reageren op de stellingen van [verweerder] over het verloop van het voortraject van de executoriale verkoop. De zaak is daarom aangehouden tot 15 september 2026, waarbij partijen de gelegenheid hebben gekregen om nader onderzoek te doen en eventuele nieuwe stukken of nadere toelichting in het geding te brengen.

1.3.

Rabobank heeft op 25 augustus 2026 per e-mail een toelichting gestuurd over het voortraject. [verweerder] heeft op 9 juli 2026 per e-mail een aanvulling gegeven op zijn standpunten en heeft op 25 augustus 2026 een reactie gegeven op de toelichting van Rabobank. Omdat [verweerder] aangaf op 15 september 2026 in het buitenland te verblijven, heeft de rechtbank besloten tot het houden van een hybride behandeling, waarbij [verweerder] via een link voor een Microsoft Teams-vergadering deel kan nemen.

1.3

[verweerder] heeft 69 minuten voorafgaand aan de zitting op 15 september 2026 om aanhouding gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het uitstelverzoek gemotiveerd afgewezen. omdat niet aannemelijk is geworden dat [verweerder] niet in staat zou zijn om de tweede zitting in deze zaak online bij te wonen en evenmin dat hij hiervan pas een uur voor de zitting op de hoogte raakte.

1.4

Op de mondelinge behandeling van 15 september 2026 zijn verschenen mr. S. Brenninkmeijer namens Rabobank en [A] en [B] namens [belanghebbende] B.V. (de potentiële koper). [verweerder] is niet (digitaal) verschenen. De aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling zijn opgenomen in een proces-verbaal.

1.5

De beschikking is bepaald op vandaag.

2 De kern van de zaak

2.1

In 2009 hebben Rabohypotheekbank N.V. en Coöperatieve Rabobank Utrecht en Omstreken U.A.1 een lening verstrekt aan [verweerder] . [verweerder] heeft hiermee de aankoop van een woning gefinancierd. Om de voornoemde geldverstrekkers zekerheid te bieden, heeft [verweerder] een recht van hypotheek gevestigd op de woning. Rabobank verzoekt de voorzieningenrechter om toestemming om de woning onderhands te verkopen, vanwege een betalingsachterstand van [verweerder] . [verweerder] heeft bezwaar tegen dit verzoek en heeft aangevoerd dat Rabobank niet zorgvuldig heeft gehandeld in het voortraject. De voorzieningenrechter oordeelt dat Rabobank aan de voorwaarden voor onderhandse verkoop heeft voldaan en dat zij haar zorgplicht als hypotheekhouder is nagekomen. De voorzieningenrechter verleent daarom verlof voor de onderhandse verkoop.

3 De beoordeling

Het verzoek

3.1

Het verzoek heeft betrekking op het registergoed: de woning met ondergrond, erf, tuin en verdere aanhorigheden, plaatselijk bekend [adres] te [postcode] [plaats 1] , kadastraal bekend gemeente [.] , sectie [letter] nummer [nummer] , groot twee are en zevenenvijftig centiare. Rabobank verzoekt de voorzieningenrechter om, uitvoerbaar bij voorraad, haar toestemming te verlenen om tot onderhandse verkoop over te gaan en [verweerder] en de zijnen te veroordelen tot ontruiming van de onroerende zaak over te gaan, binnen twee weken na betekening van de beschikking.

Het toetsingskader

3.2

Uitgangspunt is dat een executoriale verkoop van een onroerende zaak plaatsvindt bij openbare veiling. De wet kent ook de mogelijkheid de betreffende onroerende zaak op verzoek van de hypotheekhouder onderhands te verkopen.2 Een dergelijke overeenkomst moet ter goedkeuring aan de voorzieningenrechter worden voorgelegd. Een verzoek voor onderhandse verkoop is slechts toewijsbaar als, gelet op de omstandigheden van het geval, valt te verwachten dat de onderhandse verkoop volgens de koopovereenkomst leidt tot een hogere opbrengst dan wanneer de onroerende zaak openbaar wordt verkocht op de veiling.

3.3

Uit jurisprudentie volgt dat een bank uit hoofde van haar maatschappelijke functie een bijzondere zorgplicht heeft jegens haar cliënten en belanghebbende derden.3 Die zorgplicht strekt zich ook uit tot de fase van parate executie, waarbij de reikwijdte van die zorgplicht afhangt van de omstandigheden van het geval.4

Rabobank heeft voldaan aan de voorwaarden voor openbare verkoop

3.4

Aan de hand van het verzoekschrift en de overgelegde producties heeft de voorzieningenrechter geconstateerd dat het executietraject voldoet aan de voorwaarden voor openbare verkoop. Het verzoek tot onderhandse verkoop wordt daarom toegewezen. De voorzieningenrechter licht die beslissing als volgt toe.

3.5

De vordering van Rabobank op [verweerder] per 13 mei 2026 bedraagt € 456.336,73.5 Per 9 september 2026 bedraagt de vordering € 457.008,13, waarvan € 1.202,66 achterstanden en € 2.371,30 roodstand op de betaalrekening.6 De hoogte van de vordering is door [verweerder] niet weersproken. Rabobank heeft bij haar verzoekschrift een ondertekende koopakte overgelegd met een overeengekomen koopsom van € 731.000,-. Uit het door Rabobank overgelegde taxatierapport volgt dat bij executoriale verkoop de te verwachten opbrengst van het registergoed € 700.000,- bedraagt. Gelet op de inhoud van de overgelegde stukken en de getaxeerde executiewaarde is het voldoende aannemelijk dat bij openbare verkoop op een veiling geen hogere opbrengst zal worden verkregen dan de thans overeengekomen koopsom van € 731.000,-.

Rabobank heeft voldaan aan haar zorgplicht

3.6

Rabobank heeft voldaan aan de bijzondere zorgplicht die op haar rust uit hoofde van haar maatschappelijke functie. Rabobank heeft zich namelijk zeer ingespannen om een executietraject te vermijden, maar dit heeft niet geleid tot volledige betaling van de betalingsachterstand of het door [verweerder] zelf te koop zetten van zijn woning. De voorzieningenrechter legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel komt.

3.7

De afdeling Bijzonder Beheer van Rabobank is vanaf het begin van 2025 betrokken geweest bij de betalingsproblemen van [verweerder] en heeft diverse malen contact gezocht over mogelijke oplossingen. Op 6 mei 2025 heeft [verweerder] Rabobank bericht dat hij zijn woning wil verkopen. Rabobank heeft [verweerder] op 12 september 2025 de gelegenheid geboden om zelf zijn woning vóór 1 oktober 2025 te verkopen óf om de achterstand in te lopen. [verweerder] heeft zijn woning niet te koop gezet en de achterstand niet ingelopen. Op 22 december 2025 heeft Rabobank een laatste herinnering gestuurd aan [verweerder] dat de betalingsvoorwaarden komen te vervallen als [verweerder] zich niet houdt aan de verkoopafspraak van zijn woning. Al deze inspanningen van Rabobank zijn zonder resultaat gebleven. Pas op 3 januari 2026 heeft Rabobank de kredietovereenkomst met [verweerder] opgezegd en heeft zij het executietraject opgestart.

3.8

[verweerder] heeft aangevoerd dat zijn verkoopmakelaar [C] van [makelaarskantoor] in [plaats 2] zijn woning nog niet kon of wilde verkopen, vanwege de staat waarin het huis zich bevond. De makelaar vond het niet goed genoeg en daarom zijn er geen foto’s gemaakt. [verweerder] heeft verder aangevoerd dat hij daarbij eigenlijk professionele hulp nodig had maar daarvoor geen geld heeft. Deze omstandigheid vormt echter geen geldige reden om de gemaakte afspraak met Rabobank niet na te komen. Verder heeft [verweerder] al op 29 april 2025 de verkoopopdracht aan zijn makelaar gegeven, zodat hij zes maanden de gelegenheid heeft gehad om zijn woning klaar voor de verkoop te (laten) maken. Uit de stukken is niet gebleken dat [verweerder] de urgentie van het tijdig te koop zetten van de woning bij zijn makelaar heeft benadrukt, of dat [verweerder] heeft getracht een andere verkoopmakelaar in te schakelen. Wat daar verder ook van zij, de omstandigheid dat de woning uiteindelijk niet te koop is gezet komt voor zijn rekening en risico.

Ontruiming van de woning

3.9

Rabobank heeft ook gevraagd [verweerder] en de zijnen te veroordelen tot ontruiming, binnen twee weken na betekening van deze beschikking. De onderhandse verkoop vindt plaats in het kader van de tenuitvoerlegging van een executoriale titel. De tenuitvoerlegging brengt mee dat na eigendomsoverdracht de geëxecuteerde tot ontruiming kan worden genoodzaakt, want vanaf dat moment verblijft deze daar zonder titel. Bij een onderhandse verkoop noodzaakt de beschikking van de voorzieningenrechter waarin bepaald wordt dat de verkoop onderhands zal plaatsvinden en waarbij goedkeuring wordt verleend aan de koopovereenkomst, tot ontruiming. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat deze beschikking op één lijn moet worden gesteld met het proces-verbaal, zoals bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv.

3.10

Gelet op de mogelijkheid voor de koper om de ontruiming door de hypotheekgever en de zijnen af te dwingen, zoals hiervoor is overwogen, bestaat er geen noodzaak de verzochte veroordeling tot ontruiming toe te wijzen. Om eventuele onduidelijkheid bij de deurwaarder te vermijden, zal de voorzieningenrechter hetgeen onder 4.2. van het dictum is vermeld opnemen.

Uitvoerbaar bij voorraad

3.11

Deze beschikking zal zoals verzocht uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter:

4.1

bepaalt dat de verkoop van de woning met ondergrond, erf, tuin en verdere aanhorigheden, plaatselijk bekend [adres] te [postcode] [plaats 1] , kadastraal bekend

gemeente [.] , sectie [letter] nummer [nummer] , groot twe are en zevenenvijftig centiare, onderhands zal geschieden overeenkomstig de hierbij goedgekeurde koopovereenkomst

waarvan een afschrift aan deze beschikking is gehecht;

4.2

verstaat dat [verweerder] , alsmede degene die zich zonder recht of titel in de verkochte zaak bevindt en als zodanig niet bekend is aan de koper, op grond van deze beschikking tot ontruiming worden genoodzaakt;

4.3.

verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.4.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.S.T. Belt en is in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.

4054

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »