RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/615081 / JL RK 26-463
Datum uitspraak: 27 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
locatie Lelystad,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] , Polen,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats] , Polen,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2013 in [geboorteplaats] , Polen,
hierna te noemen: [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2020 in [geboorteplaats] , Polen,
hierna te noemen: [minderjarige 4] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat: mr. J.G. Wiebes uit Lelystad,
SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
gevestigd te Almere,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI).
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de oma] ,
hierna te noemen: de oma (mz),
wonende in [plaats 1] .
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 21 juli 2026, mee in de beoordeling.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de vader met zijn advocaat en bijgestaan door een tolk;
-
de oma bijgestaan door een tolk;
- [A.] namens de Raad;
- [B.] en [C.] namens de GI.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. De kinderrechter heeft [minderjarige 4] niet om haar mening gevraagd. De kinderrechter vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de kinderrechter daar nog te jong voor.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] .
[minderjarige 1] verblijft bij haar oma.
[minderjarige 2] verblijft in de justitiële jeugdinrichting [locatie] , [plaats 2] .
[minderjarige 3] en [minderjarige 4] wonen bij hun vader.
3 Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de oma en opa (mz) te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
De Raad
Volgens de Raad is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] , omdat er al langere tijd zorgen zijn over alcoholmisbruik van de vader en verbaal en fysiek geweld van de vader naar de kinderen. Ondanks de betrokkenheid van verschillende instanties is er nog steeds onvoldoende zicht op de veiligheid van de kinderen bij de vader. Er zijn zorgen over (mogelijke) criminele activiteiten van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Daarnaast zouden de kinderen taken en verantwoordelijkheden krijgen die niet passen bij hun leeftijd. Ook is er nog geen passende school gevonden voor [minderjarige 3] . Over [minderjarige 4] zijn er op dit moment geen concrete zorgen over haar ontwikkeling, maar zij groeit wel op in deze thuissituatie. De Raad maakt zich zorgen over wat zij hiervan meekrijgt. Volgens de Raad lukt het de vader onvoldoende de zorgen rondom de kinderen weg te nemen, omdat hij de problemen bagatelliseert en afspraken met de betrokken hulpverlening onvoldoende nakomt.
De vader
De vader is het eens met een ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De vader begrijpt dat de Raad zorgen kan hebben over de situatie, maar hij is het absoluut niet eens met wat er over hem persoonlijk in het Raadsrapport is geschreven. De vader mishandelt zijn kinderen niet en er is geen sprake van alcoholmisbruik. De vader is het niet eens met een ondertoezichtstelling van [minderjarige 3] en [minderjarige 4] . Bij [minderjarige 3] speelden er zorgen rondom school, maar deze zorgen zijn weggenomen. [minderjarige 4] ontwikkelt zich goed en er zijn geen zorgen over haar. Een ondertoezichtstelling is niet bedoeld om aan te tonen dat geen sprake is van een ontwikkelingsbedreiging. Bovendien heeft de vader een netwerk dat hem ondersteunt. Zo verblijven [minderjarige 3] en [minderjarige 4] bij hun oma en opa als de vader moet werken. Een ondertoezichtstelling van [minderjarige 3] en [minderjarige 4] is daarom niet nodig. Ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] vindt de vader niet nodig. [minderjarige 1] mag van hem zelf bepalen of ze thuis bij hem, of bij de oma en opa wil verblijven.
De oma
De oma draagt zorg voor [minderjarige 1] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] , maar ervaart de situatie niet als belastend. De vader komt ook langs en helpt mee. Zo verdelen zij samen de taken en verantwoordelijkheden en dat verloopt goed. Bovendien staat zij er niet alleen voor, want zij woont samen met de opa van de kinderen. De oma denkt dat zij en de tante van de kinderen het gezin beter kunnen ondersteunen dan een gezinsvoogd.
De GI
De GI vindt een ondertoezichtstelling voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] nodig vanwege de forse zorgen uit het Raadsrapport. Er moet zicht komen op de ontwikkelingsbedreigingen om deze te kunnen wegnemen. De GI wil dat daarvoor alle vier de kinderen onder toezicht worden gesteld, omdat dit nodig is om Thuis Op Maat intensief te kunnen inzetten. Als de conclusie dan is dat de ontwikkeling van [minderjarige 3] en [minderjarige 4] niet wordt bedreigd, kan de ondertoezichtstelling voor hen eerder worden afgesloten.
5 De beoordeling
Ondertoezichtstelling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.1 De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] onder toezicht voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wordt ernstig bedreigd, omdat alle vier de kinderen zich in een belaste situatie bevinden en er sprake is van complexe problematiek. Het gezin is van Polen naar Nederland verhuisd. Daarna is de moeder vertrokken en er is geen contact meer met haar. De kinderrechter ziet dat de vader, samen met zijn netwerk (met name de grootouders van moederszijde), doet wat hij kan. Toch maakt de kinderrechter zich zorgen om de kinderen en vindt hij dat er hulp nodig is voor het gezin. [minderjarige 1] heeft in het verleden op school verteld dat zij werd geslagen en dat zij zich thuis niet fijn voelt. De vader heeft ook toegegeven dat hij eenmalig fysiek gewelddadig is geweest naar [minderjarige 1] , al was dat volgens hem haar eigen schuld. [minderjarige 1] heeft daarvoor inmiddels ook haar excuses aangeboden. [minderjarige 1] is ook meermaals weggelopen van huis, omdat zij zich thuis niet veilig voelt, de schuld krijgt van dingen die zij niet heeft gedaan en omdat zij verantwoordelijk wordt gehouden voor het huishouden en de zorg voor [minderjarige 4] . [minderjarige 2] verblijft op dit moment in detentie, maar is daarvoor ook meermaals weggelopen van huis. Zij laat zelfbepalend gedrag zien. Ook over [minderjarige 3] zijn er zorgen. Vanwege zijn gedrag kon hij geen klassikaal onderwijs meer volgen. Daarnaast is bij [minderjarige 3] fysiek letsel aangetroffen, dat hij zelf niet kan verklaren. Over [minderjarige 4] zijn er geen concrete zorgen om haar gedrag, maar [minderjarige 4] groeit op in hetzelfde systeem als haar broer en zussen. Haar moeder is vertrokken, haar ene zus verblijft bij de oma en haar andere zus verblijft in detentie. De kinderrechter is van mening dat de ontwikkeling van [minderjarige 4] wordt bedreigd, doordat zij opgroeit in dit systeem. Bovendien is het voor de inzet van de hulpverlening van belang dat het hele systeem wordt meegenomen.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de vader de zorgen deels bagatelliseert en zijn draagkracht onder druk staat. De vader staat al lange tijd alleen voor de opvoeding en verzorging van vier kinderen. Tegelijkertijd draagt hij alleen de verantwoordelijkheid voor de inkomsten van het gezin, waardoor hij veel moet werken. De kinderrechter vindt het fijn dat de vader veel steun ervaart van de oma en opa en de tante van de kinderen. De kinderrechter heeft veel respect voor de manier waarop de betrokkenen samen het beste voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] proberen te doen. Toch vindt de kinderrechter het noodzakelijk dat de GI betrokken wordt bij het gezin, zodat de noodzakelijke hulpverlening voor de kinderen, maar ook voor de vader, daadwerkelijk wordt ingezet.
De GI zal tijdens de ondertoezichtstelling werken aan de volgende doelen:
-
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] groeien op in een veilige en stabiele opvoedomgeving waarin ze niet worden blootgesteld aan verbaal en/of fysiek geweld en waarin er altijd een (emotioneel) beschikbare opvoeder aanwezig is;
-
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] ontwikkelen zich binnen hun mogelijkheden optimaal en krijgen de ondersteuning die ze nodig hebben;
-
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] komen niet (meer) in aanraking met de politie;
-
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben een positieve band met hun vader en met elkaar;
-
het is duidelijk waar het perspectief van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ligt (en dat van [minderjarige 3] en [minderjarige 4] indien ze niet bij vader kunnen opgroeien);
-
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben een vader wiens draagkracht en draaglast in balans zijn.
Om aan de doelen te werken zal de GI hulpverlening moeten inzetten. Daarvoor is toestemming nodig van beide ouders met gezag. De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] . De moeder is vertrokken naar het buitenland, er is geen contact met haar en geen van de betrokkenen weet waar zij verblijft. Nu de verblijfplaats van de moeder onbekend is, constateert de kinderrechter dat de vader op dit moment alleen het gezag uitoefent. Het gezag van de moeder is op dit moment van rechtswege (dus automatisch) geschorst. Wanneer weer duidelijk is waar de moeder verblijft, herleeft van rechtswege het gezamenlijke gezag.2
De beslissing tot ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.3
Machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1]
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding.4 [minderjarige 1] heeft zelf aangegeven dat zij graag bij de oma en opa wil blijven wonen. Sinds zij bij de oma woont gaat het beter met haar en is ook het contact met de vader verbeterd.
Uitvoerbaar bij voorraad
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Brieven aan de kinderen
De kinderrechter stuurt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , zoals met hen is afgesproken, een brief over deze uitspraak. De tekst van die brieven neemt de kinderrechter in deze beschikking op:
Beste [minderjarige 1] ,
Op 27 augustus 2026 hebben wij met elkaar gepraat bij de rechtbank. Je hebt mij verteld hoe het nu met je gaat, dat je een baantje hebt gevonden en dat je graag bij je oma en opa wil wonen. Na het gesprek spraken we af dat ik jou zou laten weten wat mijn beslissing zou zijn. Daarom schrijf ik je nu deze brief.
Na ons gesprek heb ik gesproken met jouw vader en zijn advocaat, jouw oma, de Raad voor de Kinderbescherming en de betrokken gecertificeerde instelling. Aan het einde van dat gesprek (de zitting) heb ik een beslissing genomen.
Mijn beslissing is dat ik jou, [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] onder toezicht stel van een gecertificeerde instelling. Dat betekent dat er een gezinsvoogd komt, die gaat kijken welke hulpverlening jullie nodig hebben, om het thuis fijner te maken en jouw vader te ondersteunen. Dit is geen straf voor jullie vader en is ook niet jouw schuld. Maar ik neem die beslissing omdat ik mij zorgen maak om jullie.
Daarnaast verleen ik een machtiging om jou bij jouw oma en opa te laten wonen. Die beslissing neem ik omdat ik weet dat jij daar graag wil blijven wonen. Ik vind het fijn om te horen dat het contact met jouw vader beter is geworden sinds je bij jouw oma en opa verblijft.
Ik hoop dat het voor jou zo duidelijk is wat ik heb beslist, en waarom ik die beslissing heb genomen. Ik wens jou veel succes met het halen van je diploma!
Met vriendelijke groet,
mr. K.G. van de Streek (kinderrechter)
Beste [minderjarige 2] ,
Op 27 augustus 2026 hebben wij met elkaar gepraat bij de rechtbank. Je hebt mij verteld hoe het nu met je gaat. Je vertelde dat je niet naar [naam 1] wil en je had ook al uitgezocht hoe het werkt met een civiele advocaat. Je bent een slimme meid! Ook vertelde je dat je niet wil dat jouw reclassering ook de ondertoezichtstelling zou uitvoeren. Verder maak jij je zorgen om je vader en denk je dat hij iemand nodig heeft om mee te praten. Na het gesprek spraken we af dat ik jou zou laten weten wat mijn beslissing zou zijn. Daarom schrijf ik je nu deze brief.
Na ons gesprek heb ik gesproken met jouw vader en zijn advocaat, jouw oma, de Raad voor de Kinderbescherming en de betrokken gecertificeerde instelling. Aan het einde van dat gesprek (de zitting) heb ik een beslissing genomen.
Mijn beslissing is dat ik jou, [minderjarige 1] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] onder toezicht stel van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland. Dat betekent dat er een gezinsvoogd komt, die gaat kijken welke hulpverlening thuis nodig is voor jouw vader en voor [minderjarige 1] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] . De gezinsvoogd is er ook voor jou en gaat kijken welke hulp jij nu nodig hebt, nu je niet thuis woont. Ik weet dat je niet wilde dat de gezinsvoogd van dezelfde organisatie zou zijn als jouw reclassering. Toch gaat dat wel gebeuren, omdat Samen Veilig Midden-Nederland een geschikte organisatie is voor jullie gezin. Toch betekent dat niet direct dat [B.] ook jullie gezinsvoogd wordt. Uiteindelijk moet Samen Veilig Midden-Nederland bepalen wie jullie gezinsvoogd wordt. Ik kan dat helaas niet voor jou doen.
Ik hoop dat het voor jou zo duidelijk is wat ik heb beslist, en waarom ik die beslissing heb genomen. Ik moedig jou aan om je aan de afspraken te houden en wens je veel sterkte!
Met vriendelijke groet,
mr. K.G. van de Streek (kinderrechter)
Beste [minderjarige 3] ,
Op 27 augustus 2026 hebben wij met elkaar gepraat bij de rechtbank. Je hebt mij verteld hoe het nu met je gaat en dat je weer naar school gaat, naar [naam 2] . Na het gesprek spraken we af dat ik jou zou laten weten wat mijn beslissing zou zijn. Daarom schrijf ik je nu deze brief.
Na ons gesprek heb ik gesproken met jouw vader en zijn advocaat, jouw oma, de Raad voor de Kinderbescherming en de betrokken gecertificeerde instelling. Aan het einde van dat gesprek (de zitting) heb ik een beslissing genomen.
Mijn beslissing is dat ik jou, [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 4] onder toezicht stel van een gecertificeerde instelling. Dat betekent dat er een gezinsvoogd komt, die gaat kijken welke hulpverlening jullie nodig hebben, om het thuis fijner te maken en jouw vader te ondersteunen. Ik neem die beslissing omdat ik mij zorgen maak om jullie.
Ik hoop dat het voor jou zo duidelijk is wat ik heb beslist, en waarom ik die beslissing heb genomen. Ik wens je veel succes op jouw nieuwe school!
Met vriendelijke groet,
mr. K.G. van de Streek (kinderrechter)
6 De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] onder toezicht van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland met ingang van 27 augustus 2026 tot 27 augustus 2027;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de oma en opa (mz) met ingang van 27 augustus 2026 tot 27 augustus 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026 door mr. K.G. van de Streek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A. Spanninga als griffier, en op schrift gesteld op 9 september 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.