ECLI:NL:RBMNE:2026:6023

Datum uitspraak
19-08-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12210338 \ UC EXPL 26-3866
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ook na ontbinding van de vof blijven de vennoten hoofdelijk aansprakelijk voor verplichtingen uit overeenkomsten die door de vof zijn gesloten. art 18 WvK

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12210338 \ UC EXPL 26-3866

Vonnis in verzet van 19 augustus 2026

in de zaak van

ENECO SERVICES B.V., h.o.d.n. ‘ENECO’, als gevolmachtigde van ENECO CONSUMENTEN B.V. (voorheen genaamd ENECO RETAIL B.V.), ENECO WARMTE EN KOUDE LEVERINGSBEDRIJF B.V. EN STEDIN NETBEHEER B.V.,

gevestigd in Rotterdam,

eisende partij,

gedaagde partij in het verzet,

hierna te noemen: Eneco,

gemachtigde: Syncasso Nederland B.V.,

tegen

[opposant] ,

wonende in [woonplaats] ,

gedaagde partij,

eisende partij in het verzet,

hierna te noemen: [opposant] ,

gemachtigde: mr. A.D.J. van Ruyven.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- het verstekvonnis van 17 september 2025 met zaaknummer 11591956 \ AC EXPL 25-641- de verzetdagvaarding- de conclusie van antwoord in verzet- de conclusie van repliek in verzet.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De kern van de zaak

2.1

Eneco vraagt betaling van facturen die voortvloeien uit een overeenkomst die is gesloten door de vennootschap onder firma (hierna: vof) waarvan [opposant] destijds een van de vennoten was. [opposant] vindt dat hij die niet hoeft te betalen, omdat hij al jaren geen vennoot meer is. De kantonrechter oordeelt anders. [opposant] blijft, ook na ontbinding van de vof, voor de betaling hoofdelijk aansprakelijk en moet dus de vordering van Eneco betalen. In principe is de vordering van Eneco (in ieder geval voor de hoofdsom) toewijsbaar. Eneco moet nog wel de eindafrekening overleggen om te kunnen beoordelen of de voorschotnota’s niet zijn verrekend met een teruggave op de eindafrekening.

3 De feiten

3.1

[opposant] exploiteerde samen met [A] (de andere vennoot van de vof) “ [naam] [.] ”. [opposant] en [A] hadden daartoe op 12 februari 2021 de vof opgericht. Op 26 februari 2021 is door [naam] [.] een overeenkomst gesloten met Eneco voor de levering van energie.

3.2

Op 1 december 2021 is de vof ontbonden en daarna heeft [A] de onderneming [naam] voortgezet als eenmanszaak. Een deel van de facturen van Eneco uit 2024 zijn niet betaald. De overeenkomst met Eneco is per 7 november 2024 geëindigd.

4 Het geschil

4.1

Eneco heeft gevorderd dat de kantonrechter [opposant] zal veroordelen tot betaling van € 2.500,- met rente, omdat de termijnnota’s over juni, augustus, september en oktober 2024 en een correctienota uit april 2024 niet zijn betaald.

4.2

In het verstekvonnis zijn de vorderingen van Eneco volledig toegewezen en is [opposant] veroordeeld in de proceskosten.

4.3

[opposant] vordert in het verzet dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van Eneco alsnog worden afgewezen.

4.4

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5 De beoordeling

5.1

Het verzet is op tijd en op de juiste wijze ingesteld.

Eneco vordert betaling van € 2.500,00

5.2

[opposant] wijst er in zijn laatste conclusie op dat Eneco haar vordering in de inleidende dagvaarding heeft beperkt tot € 500,00 en dat daarom niet meer dan € 500,00 kan worden toegewezen. De kantonrechter stelt vast dat Eneco dit inderdaad heeft geschreven in het lichaam van de dagvaarding, maar gaat ervan uit dat dit een verschrijving is. Onderaan de dagvaarding concludeert Eneco dat haar totale vordering € 3.225,02 bedraagt, maar dat zij betaling vraagt van € 2.500,00.

[opposant] is als vennoot hoofdelijk aansprakelijk

5.3

Op het moment dat de overeenkomst werd aangegaan bestond de vof nog en was [opposant] een van de vennoten. Vennoten van een vof zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van die vennootschap.1 Dat betekent dat de schuldeiser van elke vennoot betaling van het hele bedrag kan vragen. Dat de facturen van Eneco gaan over een periode van na de ontbinding van de vof is niet relevant, omdat de facturen voortkomen uit de overeenkomst die door de vof is gesloten op het moment dat [opposant] nog vennoot was.2

[opposant] had Eneco moeten informeren

5.4

Dat Eneco had kunnen weten dat de vof is ontbonden en [opposant] geen vennoot meer was, is niet relevant. [opposant] heeft Eneco immers niet geïnformeerd over de ontbinding van de vof en de voortzetting van de onderneming door [A] . Het kan niet van Eneco verwacht worden dat zij regelmatig het handelsregister raadpleegt om te bezien of er een wijziging is opgetreden. Eneco kon zich ten tijde van het sluiten van de overeenkomst verhalen op de vermogens van twee vennoten (en de vof) en mocht er zonder andersluidend bericht van uit gaan dat dat nog steeds zo was. [opposant] wist op het moment dat de vof werd ontbonden dat de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende betalingsverplichting bestond. Het was dus aan [opposant] geweest om Eneco daarover te informeren en aan Eneco te vragen om hem te ontslaan uit zijn hoofdelijke verplichting, maar hij heeft dat niet gedaan. [opposant] vindt dat Eneco hem had moeten waarschuwen dat hij als vennoot ook na ontbinding van de vof aansprakelijk zou blijven, maar de kantonrechter volgt [opposant] hierin niet. Het is niet aan Eneco om ondernemers te wijzen op de risico’s van de rechtsvorm waarin zij de onderneming drijven.

Als [opposant] te veel betaald moet hij dit op [A] verhalen

5.5

[opposant] vindt het niet redelijk dat hij kosten moet dragen voor een onderneming nadat hij geen invloed meer heeft op de exploitatie daarvan. Dat is invoelbaar, maar kan niet als argument tegen Eneco worden gebruikt. Als hij meent dat niet hij maar [A] deze kosten moet dragen, moet hij die verhalen op [A] .

Eneco moet de eindafrekening nog overleggen

5.6

Wel terecht is de opmerking van [opposant] dat de facturen van Eneco voorschotnota’s zijn en dat mogelijk in de eindafrekening is vastgesteld dat teveel is betaald, waarna het teveel betaalde met de eindafrekening zal zijn verrekend. Eneco stelt dat de overeenkomst is beëindigd per 7 november 2024. Om te kunnen vaststellen of de vordering van Eneco deels door verrekening teniet is gegaan moet Eneco de eindafrekening overleggen. [opposant] mag daar vervolgens twee weken later nog op reageren. In afwachting daarvan wordt de beslissing aangehouden.

6 De beslissing

De kantonrechter

6.1

verwijst de zaak naar de rol van 2 september 2026 voor het overleggen van de eindafrekening door Eneco (zie 5.6), waar [opposant] vervolgens twee weken later op mag reageren,

6.2

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »