ECLI:NL:RBMNE:2026:6009

Datum uitspraak
19-08-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/16/614226 / HL ZA 26-184
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstekvonnis.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: C/16/614226 / HL ZA 26-184

Vonnis van 19 augustus 2026

in de zaak van

1 [eiser] ,

te [plaats] ,2. [eiseres],

te [plaats] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eisers] ,

advocaat: mr. A.C.F. Berkhof,

tegen

[gedaagde] B.V.,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 1 mei 2026 met producties,

- het tegen [gedaagde] verleende verstek.

1.2

Ten slotte is bepaald dat er vonnis wordt gewezen.

2 De beoordeling

2.1

[eisers] hebben gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

2.2

[eisers] vorderen vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De rechtbank stelt vast dat de eisende partij voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

2.3

De overige vorderingen komen de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. Het toewijsbare bedrag bestaat dan uit de hoofdsom van € 30.587,- en de wettelijke rente daarover met ingang van 31 december 2025, een bedrag van € 112,54 per maand met ingang van 1 januari 2026 en de incassokosten van € 1.080,87.

2.4

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

155,67

- griffierecht

€

1.414,00

- salaris advocaat

€

836,00

(1 punt × € 836,00)

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

2.594,67

3 De beslissing

De rechtbank

3.1

verklaart dat de gesloten overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden,

3.2

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] een bedrag van € 31.667,87 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 31 december 2025, tot de dag van volledige betaling,

3.3

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] een bedrag van € 112,54 te betalen voor iedere maand of deel van de maand na 1 januari 2026, tot de dag van volledige betaling van de hoofdsom,

3.4

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.594,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.5

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »