RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 12150214 \ AC EXPL 26-700
Vonnis van 5 augustus 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. G.E. Hamer,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
gevestigd te [woonplaats 1] ,2. [gedaagde sub 2] , BEHEREND VENNOOT VAN GEDAAGDE SUB 1,
wonende te [woonplaats 2] ,3. [gedaagde sub 3] , BEHEREND VENNOOT VAN GEDAAGDE SUB 1,
wonende te [woonplaats 3] ,4. [gedaagde sub 4] , BEHEREND VENNOOT VAN GEDAAGDE SUB 1,
wonende te [woonplaats 4] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] c.s.,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 4 maart 2026,- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 2] namens hem, [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] ,- de conclusie van repliek.
Hoewel in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagde sub 1] c.s. niet meer gereageerd.
Ten slotte is vonnis bepaald. Daarna heeft de rolrechter bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken
2 De kern van de zaak
[eiseres] heeft een banden demonteer machine en een balanceer machine aan [gedaagde sub 1] c.s. geleverd voor een totaalbedrag van € 2.550,00. [gedaagde sub 1] c.s. heeft een Toyota heftruck ingeruild zodat op de hoofdsom een bedrag van € 2.300,00 in mindering is gebracht. [eiseres] heeft [gedaagde sub 1] c.s. vervolgens een factuur van € 1.512,00 (inclusief btw) gestuurd. [gedaagde sub 1] c.s. wil dit bedrag niet betalen, omdat de apparaten niet goed werkten. Uiteindelijk bleek alleen de banden demonteer machine niet te werken. De fabrikant van deze machine heeft deze machine kosteloos gerepareerd. [gedaagde sub 1] c.s. moet de factuur van [eiseres] dus gewoon betalen.
3 De beoordeling
[gedaagde sub 1] c.s. moet de factuur van € 1.512,00 betalen
[eiseres] vordert dat [gedaagde sub 1] en haar vennoten hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van de factuur van € 1.512,00, € 153,76 aan verschenen rente en € 226,88 aan buitengerechtelijke incassokosten. Ook vordert zij de wettelijke handelsrente vanaf 11 februari 2026.
[gedaagde sub 1] c.s. stelt dat zij vier apparaten van [eiseres] heeft gekocht waarvan er drie niet goed werkten. Het apparaat wat zij niet hebben betaald, was niet nieuw maar wel ongebruikt. Ook zat er een keuringssticker op, maar toch werkte het apparaat niet goed. Dit is ook door [onderneming] , de fabrikant, geconstateerd. [gedaagde sub 1] c.s. is het er daarom niet mee eens dat zij de factuur van € 1.512,00 moet betalen.
De kantonrechter begrijpt het verhaal van [gedaagde sub 1] c.s. zo dat zij stelt dat [eiseres] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, omdat zij een gebrekkige machine heeft geleverd en [gedaagde sub 1] c.s. hoeft niet te betalen voor een machine die niet werkt. [eiseres] heeft daar tegenin gebracht dat [gedaagde sub 1] c.s. maar van twee machines betaling vordert en [gedaagde sub 1] c.s. van één machine, de banden demonteer machine, stelt dat deze niet goed werkt. De andere machine, de balanceermachine, moet [gedaagde sub 1] c.s. dus gewoon betalen. De kantonrechter is dat met [eiseres] eens.
Ook moet [gedaagde sub 1] c.s. de banden demonteer machine betalen. [gedaagde sub 1] c.s. stelt weliswaar dat deze machine niet werkt, maar uit de e-mail van [onderneming] aan [eiseres] van 8 april 2026, die [eiseres] heeft overgelegd, volgt dat [onderneming] de machine op 27 maart 2025 kosteloos heeft gerepareerd. [gedaagde sub 1] c.s. heeft dat niet betwist. [eiseres] heeft dus de stelling van [gedaagde sub 1] c.s. dat de banden demonteer machine niet werkt, voldoende gemotiveerd weersproken. Dat leidt tot het oordeel dat [gedaagde sub 1] c.s. ook de kosten voor de banden demonteer machine verschuldigd is. De vordering van € 1.512,00 zal dan ook worden toegewezen.
De rente
De gevorderde verschenen rente van € 153,76 zal, als onweersproken en gegrond op de wet, worden toegewezen. Hetzelfde geldt voor de gevorderde wettelijke handelsrente.1
De buitengerechtelijke incassokosten
[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiseres] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 226,88 worden toegewezen.
Het totale toegewezen bedrag
Alle bedragen bij elkaar opgeteld maakt dat [gedaagde sub 1] c.s. een bedrag van € 1.893,14 (€ 1.512,00 + € 153,76 + € 226,88), vermeerderd met de wettelijke handelsrente over het bedrag van € 1.512,00 vanaf 11 februari 2026, aan [eiseres] moet betalen.
De proceskosten
[gedaagde sub 1] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
133,62 |
|
|
- griffierecht |
€ |
397,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
434,00 |
(2 punten × € 217,00) |
|
- nakosten |
€ |
108,50 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.073,12 |
Hoofdelijke veroordelingen
De veroordelingen wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.
4 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] hoofdelijk om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 1.893,14, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 1.512,50, met ingang van 11 februari 2026, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.073,12, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026. |
||
69134