ECLI:NL:RBMNE:2026:5572

Datum uitspraak
05-08-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12180467 \ MC EXPL 26-1925
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tussen eisende partij en gedaagde partij is een koopovereenkomst gesloten. Gedaagde partij heeft niet betaald. Gedaagde partij erkent de vordering, maar oneens met bijkomende kosten. Stabiliteitsregeling schuldsaneringstraject. De kantonrechter wijst de vorderingen van eisende partij toe.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 12180467 \ MC EXPL 26-1925

Vonnis van 5 augustus 2026

in de zaak van

[eiseres] B.V.,

te [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

gemachtigde: mr. Th. van Wijngaarden,

tegen

[gedaagde] ,

handelend onder de naam [handelsnaam],

te [plaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 18 maart 2026 met producties,- de conclusie van antwoord met producties,- de akte eisende partij,- de conclusie van dupliek.

1.2

Ten slotte is bepaald dat er vonnis zal worden gewezen.

2 De kern van de zaak

2.1

Tussen [eiseres] en [gedaagde] is een koopovereenkomst gesloten. [gedaagde] heeft een bedrag van € 3.037,91 onbetaald gelaten. [eiseres] vordert dat bedrag, vermeerderd met de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten. [eiseres] vordert ook de proceskosten. [gedaagde] erkend dat hij het bedrag moet betalen, maar hij kon het niet vanwege schulden. Hij is het niet eens met de bijkomende kosten. Hij vindt dat [eiseres] niet had mogen dagvaarden. Hij zat in een stabiliteitsregeling en mocht geen regeling treffen met schuldeisers. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiseres] toe. Hieronder wordt toegelicht waarom.

3 De beoordeling

De vordering van [eiseres]

3.1

[eiseres] is een groothandel in vloer- en raambekleding. [gedaagde] exploiteert als eenmanszaak een webshop in keukens. [gedaagde] heeft in juni 2024 een vloer en plinten gekocht. Hiervoor is een totaalbedrag van € 6.037,91 in rekening gebracht. Daarvan heeft [gedaagde] een gedeelte betaald. Er resteert volgens [eiseres] nog een bedrag van € 3.037,91. [eiseres] vordert in totaal een bedrag van € 4.108,60. Dit bedrag bestaat uit het openstaande bedrag, de rente tot en met 13 maart 2026 van € 641,90 en de buitengerechtelijke incassokosten van € 428,79. [eiseres] vindt ook dat [gedaagde] de proceskosten moet betalen.

De reactie van [gedaagde]

3.2

[gedaagde] is het eens met [eiseres] dat hij een bedrag van € 3.037,91 moet betalen. Hij wilde het bedrag betalen, maar kon het niet. Hij is het er niet eens mee eens dat hij is gedagvaard en daarom extra kosten moet betalen. Hij zat in een schuldhulpverleningstraject bij gemeente [.] . Tijdens de stabiliteitsregeling mocht hij geen regelingen treffen met schuldeisers. Hierover is [gedaagde] ook bericht. Toch heeft [gedaagde] gedagvaard. [eiseres] vindt daarom dat de rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten moeten worden afgewezen.

[gedaagde] moet de factuur en de rente daarover betalen

3.3

De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] het resterende bedrag en de handelsrente daarover moet betalen. Door de erkenning van [gedaagde] staat voor de kantonrechter vast dat [gedaagde] nog € 3.037,91 moet betalen. Dit betekent ook dat [gedaagde] in verzuim was met het betalen van de vordering. Dit houdt in dat er een extra bedrag betaald moet worden, omdat [gedaagde] niet binnen de betalingstermijn heeft betaald. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] hulp heeft gezocht om zijn schulden te kunnen betalen, maar het opstarten van een schuldhulpverleningstraject ontslaat [gedaagde] niet van zijn betalingsverplichting. De kantonrechter wijst daarom ook de gevorderde wettelijke handelsrente toe. [gedaagde] heeft niet weersproken dat het om een handelsovereenkomst gaat en hij heeft gehandeld op naam van zijn eenmanszaak.

[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen

3.4

[eiseres] vordert ook vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiseres] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 428,79 worden toegewezen.

3.5

Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:

- hoofdsom - rente tot en met 13 maart 2026 - incassokosten

€€€

3.037,91641,90428,79

+

Totaal

€

4.108,60

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

3.6

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

130,16

- griffierecht

€

529,00

- salaris gemachtigde

€

576,00

(2 punten × € 288,00)

- nakosten

€

126,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.361,66

De uitspraak wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard

3.7

[eiseres] heeft gevorderd om dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat wijst de kantonrechter toe. Dat betekent dat de veroordelingen direct moeten worden nagekomen en dat het vonnis haar werking behoudt als hoger beroep wordt ingesteld, totdat de rechter in hoger beroep uitspraak heeft gedaan.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 4.108,60, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 3.037,91, met ingang van 14 maart 2026, tot de dag van volledige betaling,

4.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.361,66, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.3

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »