ECLI:NL:RBMNE:2026:5291

Datum uitspraak
22-07-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
11803876 \ UC EXPL 25-6015
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Huurzaak. Hoge rekening stadsverwarming. Gebrek binneninstallatie? Nee. Wel moet verhuurder o.a. buizen isoleren onder de loopvloer in kader van goed verhuurderschap.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 11803876 \ UC EXPL 25-6015

Vonnis van 22 juli 2026

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

en2. [eiser sub 2],

beiden wonende in [woonplaats] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eisers c.s] ,

gemachtigde: mr. I.J. Penning,

tegen

B.V. WOONWAGENEXPLOITATIE,

gevestigd in Utrecht,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Woonwagenexploitatie,

gemachtigde: mr. M.P.H. van Wezel.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de akte aanvullende productie en wijziging eis van [eisers c.s] ,- de conclusie van antwoord,- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald,

- de mondelinge behandeling van de zaak op 19 december 2025, waarna de zaak op verzoek van partijen enige tijd is aangehouden,- de akte uitlaten en wijziging eis van [eisers c.s] van 11 maart 2026,

- de akte uitlaten van Woonwagenexploitatie van 11 maart 2026,- de akte uitlaten van Woonwagenexploitatie van 29 april 2026.

1.2

Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.

2 De kern van de zaak

2.1

[eisers c.s] huurt sinds 2004 een woonwagen (permanente bewoning) van Woonwagenexploitatie. De woonwagen is voor levering van warmte aangesloten op stadsverwarming. Volgens [eisers c.s] heeft de binneninstallatie1 gebreken2, waardoor [eisers c.s] volgens hem te veel zou betalen aan energiekosten. [eisers c.s] vordert een verklaring voor recht op dit punt. [eisers c.s] vordert ook dat Woonwagenexploitatie de (nog steeds volgens [eisers c.s] ) teveel betaalde energiekosten (primair € 7.615,35 plus nevenvorderingen) als schadevergoeding aan hem terugbetaalt, en dat Woonwagenexploitatie de gebreken herstelt.

2.2

De kantonrechter wijst de gevorderde schadevergoeding af. Woonwagenexploitatie wordt veroordeelt tot het herstellen van enkele gebreken. De proceskosten worden gecompenseerd, wat betekent dat [eisers c.s] nog de helft van de door Woonwagenexploitatie betaalde deskundigenkosten (dat komt neer op € 880,28) moet terugbetalen aan Woonwagenexploitatie.

3 De beoordeling

Geen voortgezette mondelinge behandeling

3.1

Woonwagenexploitatie heeft bij haar akte van 11 maart 2026 verzocht om een voortzetting van de mondelinge behandeling. Dat wijst de kantonrechter af. Woonwagenexploitatie wilde daarmee kennelijk (terecht) nog de mogelijkheid hebben om te kunnen reageren op de nieuw ingenomen stellingen van [eisers c.s] in zijn laatste akte. Maar die reactie heeft Woonwagenexploitatie kunnen geven in de antwoordakte die zij heeft ingestuurd. Een voortgezette mondelinge behandeling acht de kantonrechter daarom voor het nemen van een eindbeslissing niet nodig.

De bevindingen van de deskundige

3.2

Partijen zijn het erover eens dat [eisers c.s] een hoge energierekening heeft, maar verschillen van mening over de oorzaak daarvan. Inmiddels is uitgesloten dat de installatie van de energieleverancier (dus de meter en de toevoerleidingen) gebrekkig is. Naar aanleiding van klachten van [eisers c.s] heeft Woonwagenexploitatie in de loop van de jaren diverse onderdelen van de binneninstallatie vervangen en/of vernieuwd, maar volgens [eisers c.s] heeft dit het probleem niet opgelost. Omdat de kantonrechter voorzag dat zij over het probleem niet zonder meer een beslissing zou kunnen geven, hebben partijen op de mondelinge behandeling in onderling overleg afgesproken dat een deskundige nader onderzoek zou gaan doen. Zij zijn het eens geworden over de persoon van de deskundige ( [deskundige] ). De deskundige heeft vervolgens een onderzoek uitgevoerd en heeft op basis daarvan een rapport uitgebracht3 waar beide partijen op hebben gereageerd. Die bevindingen worden hieronder genoemd en met inachtneming van wat partijen daarover hebben gezegd, beoordeeld. De slotsom zal zijn dat er wel gebreken zijn aan de binneninstallatie die Woonwagenexploitatie moet herstellen, maar dat geen grond bestaat voor het betalen van schadevergoeding.

Primaire vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen

3.3

[eisers c.s] baseert zijn vordering tot schadevergoeding op een vergelijking tussen een ‘normaal’ jaargebruik en zijn daadwerkelijke jaarverbruik aan GJ. Volgens [eisers c.s] moet het verschil daartussen wel worden veroorzaakt door (zo stelt [eisers c.s] ) de gebreken aan de binneninstallatie. [eisers c.s] baseert zich op de bevindingen van de deskundige, die een ‘normaal’ jaargebruik van 35GJ zou hebben vastgesteld wanneer de binneninstallatie correct zou functioneren.

3.4

Die uitleg van [eisers c.s] klopt niet. Feitelijk wijst de deskundige voor het hoge jaarverbruik alleen naar de radiator in de berging. De deskundige schrijft “Als deze radiator [in de berging, kantonrechter] continu aan staat op stand 5 verbruikt hij 44GJ en bijna € 2.000,- per jaar. (…) Als we het maximale continugebruik van de radiator in de schuur verrekenen met het jaartotaal van de jaarnota 2024-2025 komen we op: 75GJ – 44GJ = 35GJ en dat komt overeen met dat van een standaard rijtjeswoning”4. De verwijzing van [eisers c.s] in zijn algemeenheid naar ‘een correct functionerende binneninstallatie’ die een normaal verbruik zou opleveren van 35GJ per jaar is dus onjuist.

3.5

Die radiator in de berging is zo op het systeem aangesloten, dat deze (zo vertaalt de kantonrechter dat) onafhankelijk van de thermostaat in de woning functioneert. Volgens [eisers c.s] is dat een gebrek, maar dat is niet zo. Het kan zijn dat het niet gebruikelijk is om een dergelijke radiator zo te installeren, maar dat maakt het nog geen gebrek in de zin van de wet5. De radiator is handmatig normaal te bedienen met de thermostaatknop op de radiator zelf. Dat die knop niet goed zou functioneren is niet gesteld of gebleken. Het ligt dus in de macht van [eisers c.s] zelf om de radiator in de berging in te stellen naar energiebehoefte. De hoogte van de energierekening heeft [eisers c.s] daarmee zelf in de hand.

3.6

Omdat de primaire vordering tot schadevergoeding kennelijk alleen is gebaseerd is op een gesteld gebrek van de radiator in de berging maar van een gebrek geen sprake is, wordt deze vordering afgewezen.

Subsidiaire vordering tot schadevergoeding wordt ook afgewezen

3.7

Subsidiair vordert [eisers c.s] betaling van een schadevergoeding van € 4.662,39, zoals gevorderd bij zijn eiswijziging voorafgaand aan de mondelinge behandeling. Dat wordt afgewezen, zoals hierna zal worden uitgelegd.

3.8

In het rapport van de deskundige wordt de binneninstallatie beoordeeld op verschillende onderdelen, die hierna genoemd en beoordeeld worden:

  • De ruimte thermostaat. De deskundige constateert wel een afwijking, maar acht die acceptabel en niet in de weg staan van een correcte werking van het systeem. Er is geen sprake van een gebrek.

  • De cv warmte regelklep. De deskundige constateert dat deze naar behoren werkt, maar doet een aanbeveling dat deze wordt opgenomen in de retourleiding. Dat is kennelijk beter voor de levensduur, maar van een gebrek is geen sprake.

  • Verdeler en leidingwerk. De deskundige constateert kort gezegd dat er ca. 5 °C warmteverlies optreedt van het warm water dat door de buizen onder de loopvloer wordt getransporteerd. De buizen liggen tussen de (niet geïsoleerde) loopvloer en de (wel geïsoleerde) ondervloer en wanden. De buizen zijn volgens de deskundige onvoldoende geïsoleerd. Tijdens het onderzoek van de deskundige was het in de ‘kruipruimte’6 zelfs 23°C. De kantonrechter oordeelt dat van een gebrek op dit punt op zichzelf geen sprake is. Er bestaat geen letterlijke wettelijke verplichting voor een verhuurder om dergelijke buizen te isoleren. Een schadevergoeding op dit punt is daarom niet toewijsbaar. Woonwagenexploitatie heeft in haar akte wel gezegd dat zij uit coulance wil onderzoeken of het mogelijk is de leidingen nog na te isoleren. Dat gaat de kantonrechter niet ver genoeg. In deze tijd mag van Woonwagenexploitatie verwacht worden dat zij op dit punt actie onderneemt. Niet omdat het een gebrek is, maar wel in het kader van goed verhuurderschap. Het is een feit van algemene bekendheid dat de energiemarkt onder druk staat en dat dus zorgvuldig met energie moet worden omgegaan. Kostbare energie die onnodig weglekt in een kruipruimte is iets dat voorkomen moet worden als dat redelijkerwijs tot de mogelijkheden behoort. Dat is hier het geval. Woonwagenexploitatie zal daartoe worden veroordeeld.

- Radiatoren in woning. De deskundige constateert dat meerdere ventielen van de radiatoren verouderd zijn en niet goed meer werken. Sommige ruimten zijn te warm en andere te koud. Dat is (zo erkent Woonwagenexploitatie ook) een gebrek dat Woonwagenexploitatie moet verhelpen. Woonwagenexploitatie wordt daartoe veroordeeld. Op dit punt wordt een schadevergoeding afgewezen. Zoals Woonwagenexploitatie onweersproken stelt, heeft [eisers c.s] niet eerder melding gemaakt van slecht functionerende radiatorventielen. Woonwagenexploitatie stelt ook terecht dat per saldo een te hoog energieverbruik niet vast staat. Als de ene ruimte te warm is en een andere te koud, zal het gemiddelde verbruik gelijk aan normaal zijn.

3.9

Op grond van het voorgaande wordt de subsidiair gevorderde schadevergoeding van € 4.662,39 afgewezen. Voor zover [eisers c.s] met haar vordering dat de kantonrechter zelfstandig een bedrag moet bepalen voor de hoogte van de schadevergoeding, wordt dat ook afgewezen. Want er is namelijk geen sprake van een gebrek dat kan worden herleid tot een op geld waardeerbare schade.

Slotsom, nevenvorderingen en proceskosten

3.10

De slotsom is dat de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen. Automatisch worden ook de gevorderde rente en de buitengerechtelijke incassokosten daarover afgewezen. Woonwagenexploitatie wordt veroordeeld tot herstel van de niet goed werkende ventielen van de radiatoren en isolatie van de buizen onder de vloer. Woonwagenexploitatie moet dat binnen twee maanden na dit vonnis gedaan hebben. Voor een dwangsom ziet de kantonrechter geen aanleiding, omdat Woonwagenexploitatie al heeft gezegd dat zij hiervoor zorg zal dragen. Voor zover [eisers c.s] heeft bedoeld op dit punt buitengerechtelijke incassokosten te vorderen, wordt dat afgewezen. Zoals hiervoor is vastgesteld, heeft [eisers c.s] niet eerder dan in deze procedure aan Woonwagenexploitatie laten weten dat dit een gebrek is.

3.11

De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren, omdat beide partijen over en weer zowel gelijk als ongelijk hebben gekregen. Feitelijk betekent dit dat [eisers c.s] nog de helft van de deskundigenkosten aan Woonwagenexploitatie moet voldoen. Woonwagenexploitatie heeft die kosten (€ 1.760,55) namelijk voorgeschoten. [eisers c.s] moet dus (50% x € 1.760,55 =) € 880,28 aan Woonwagenexploitatie terugbetalen.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

veroordeelt Woonwagenexploitatie om de niet- of slecht functionerende radiatorventielen te vervangen en de buizen onder de loopvloer tussen de verdeler en het leidingwerk naar behoren te isoleren,

4.2

bepaalt dat Woonwagenexploitatie bovengenoemde werkzaamheden binnen twee maanden na de datum van dit vonnis moet hebben uitgevoerd,

4.3

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, wat betekent dat [eisers c.s] € 880,28 aan Woonwagenexploitatie moet terugbetalen,

4.4

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver en in het openbaar uitgesproken op

22 juli 2026.

RW1368

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »