RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12131194 \ UC EXPL 26-2068
Vonnis van 24 juni 2026
in de zaak van
[eiser]
HANDELENDE ONDER DE NAAM [handelsnaam 1],
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ,
tegen
[gedaagde]
HANDELENDE ONDER DE NAAM [handelsnaam 2],
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 8,- het proces-verbaal van de civiele rolzitting waar [gedaagde] in persoon is verschenen, - de mondelinge behandeling van 17 juni 2026.
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis komt.
2 De kern van de zaak
[gedaagde] heeft bij [eiser] een sleutelcilinder gekocht en opgehaald maar de koopsom niet betaald. Hij vindt dat hij de prijs van de sleutelcilinder kan verrekenen met een tegenvordering. [gedaagde] heeft namelijk lang moeten wachten om de sleutelcilinder te kunnen bestellen en tijd geïnvesteerd om de sleutelcilinder van [eiser] geleverd te krijgen. De kantonrechter oordeelt dat de tegenvordering van [gedaagde] niet is komen vast te staan en wijst het beroep op verrekening af. De vordering tot betaling van de koopprijs van de sleutelcilinder wordt toegewezen.
3 De beoordeling
[gedaagde] moet € 268,00 aan [eiser] betalen
Partijen hebben een koopovereenkomst gesloten. [eiser] moest op basis van die overeenkomst een sleutelcilinder leveren, waarna [gedaagde] op zijn beurt de koopsom aan [eiser] moest voldoen.1 Het staat vast dat [gedaagde] voor de levering van de sleutel op 22 augustus 2025 in totaal € 268,00 moest betalen, want hij heeft de koopprijs erkend.
[gedaagde] doet een beroep op verrekening van de betalingsverplichting. Degene die zich op verrekening beroept, moet stellen dat er een opeisbare tegenvordering bestaat. [gedaagde] stelt dat hij een tegenvordering heeft van € 250,00. Het gaat om vergoeding van zijn uurtarief: 5 uur x € 50,00. Hij voert aan dat hij veel tijd kwijt is geweest met het bestellen en ontvangen van de sleutelcilinder, doordat [eiser] in juni 2025 had gezegd dat de sleutelcilinder niet geleverd kon worden. [gedaagde] heeft toen navraag gedaan bij andere sleutelmakers waar hij de sleutelcilinder kon bestellen, die hem steeds naar [eiser] verwezen. In juli 2025 bleek tijdens een telefoongesprek dat het voor [eiser] wel mogelijk was om de sleutelcilinder te leveren. Uiteindelijk heeft [gedaagde] pas na 11 augustus 2025 de sleutelcilinder kunnen bestellen, toen [eiser] terug was van vakantie. Door dit alles duurde het ongeveer 2 maanden na het eerste contact over de sleutelcilinder in juni 2025 voordat de sleutelcilinder geleverd werd op 22 augustus 2025, terwijl de normale levertijd volgens partijen 2 tot 3 weken is.
[gedaagde] vindt dat [eiser] hierdoor niet klantvriendelijk is geweest en hem niet zorgvuldig heeft behandeld. De kantonrechter begrijpt de stellingen van [gedaagde] zo dat hij vindt dat [eiser] in strijd heeft gehandeld met wat volgens ongeschreven regels in Nederland geldt. De in acht te nemen zorgvuldigheid zou meebrengen dat [eiser] niet had mogen handelen als hij gedaan heeft. Op grond daarvan zou er sprake zijn van een onrechtmatige daad.2
De kantonrechter is van oordeel dat de onrechtmatigheid van het handelen van [eiser] niet is komen vast te staan. Als je een zaak wilt bestellen, kan het voorkomen dat het eerst lijkt dat het niet beschikbaar is. Het kan dan gebeuren dat de verkoper pas later laat weten dat de zaak wel geleverd kan worden. Dit is een veelvoorkomend en aanvaardbare situatie in het economisch verkeer. Er is geen zorgvuldigheidsnorm die dit onrechtmatig maakt. Ook is het in dit geval niet onrechtmatig dat [gedaagde] pas na 11 augustus 2025 de sleutelcilinder kon bestellen, omdat [eiser] op vakantie was. [eiser] was niet verplicht om aan [gedaagde] te vertellen dat hij op vakantie ging. En niet is gebleken dat partijen specifieke afspraken hebben gemaakt op grond waarvan [gedaagde] eerdere levering mocht verwachten.
Omdat het handelen van [eiser] niet onrechtmatig was, is de tegenvordering van [gedaagde] op [eiser] niet komen vast te staan. De kantonrechter wijst op grond daarvan het beroep op verrekening af. De vordering van [eiser] voor de betaling van de koopprijs van de sleutelcilinder is daarom voor toewijzing vatbaar. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 268,00.
[gedaagde] moet wettelijke handelsrente aan [eiser] betalen
[eiser] vordert wettelijke handelsrente vanaf 30 augustus 2025. Dit is de dag na de afloop van de betalingstermijn die op de factuur is vermeld. Maar er is niet gebleken dat partijen een betalingstermijn hebben afgesproken. In die situatie geldt dat de wettelijke handelsrente van op grond van de wet verschuldigd is vanaf 30 dagen na aanvang van de dag volgend op die waarop de schuldenaar de factuur heeft ontvangen.3 Dat betekent dat de wettelijke handelsrente door [gedaagde] betaald moet worden vanaf 22 september 2025.
Buitengerechtelijke incassokosten, proceskosten en wettelijke rente
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 40,20 worden toegewezen.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
128,52 |
|
|
- griffierecht |
€ |
93,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
174,00 |
(2 punten × € 87,00) |
|
- nakosten |
€ |
43,50 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
439,02 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
4 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 268,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 22 september 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 40,20 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 439,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Koning en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.