ECLI:NL:RBMNE:2026:4530

Datum uitspraak
23-06-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Zaaknummer
C/16/610229 / FT RK 26/177
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Insolventie. Verzoek faillietverklaring afgewezen. Ondanks steunvordering, onvoldoende andere omstandigheden waaruit blijkt van een toestand te hebben opgehouden te betalen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Locatie Utrecht

rekestnummer: C/16/610229 / FT RK 26/177

Beschikking op grond van artikel 1 Fw (verzoek tot faillietverklaring)

d.d. 23 juni 2026

in de zaak van

STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET KAPPERSBEDRIJF,

gevestigd te Woerden,

verzoekster,

advocaat mr. M.H. Remmink,

tegen

[verweerster]

B.V.,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verweerster.

1 De procedure

1.1.

Het verzoekschrift tot faillietverklaring is behandeld tijdens een zitting achter gesloten deuren van deze rechtbank van 23 juni 2026.

1.2.

Ter zitting van 23 juni 2026 is, via een digitale verbinding, verschenen:

- mr. M.H. Remmink, namens verzoekster.

2 De beoordeling

2.1.

Verzoekster stelt zich op het standpunt dat zij een opeisbare vordering heeft van € 8.169,94 op verweerster uit hoofde van onbetaalde pensioenpremie, onder meer vastgelegd in een dwangbevel van 14 juli 2025. Daarnaast laat verweerster een vordering van Het Sociale Fonds Kappers onbetaald van € 250,-.

2.2.

Verweerster is niet verschenen ter zitting. Verzoekster heeft verklaard dat zij voorafgaand aan de zitting contact heeft gehad met verweerster. Tussen partijen was een betalingsregeling afgesproken, waarbij verweerster gedurende drie maanden ruim € 3.000,- per maand zou voldoen. Verweerster heeft twee maal een bedrag van € 250,- betaald. Verweerster heeft een nieuwe regeling voorgesteld, waarbij zij een bedrag van € 1.500,- per maand zal voldoen. Verzoekster is niet akkoord gegaan met deze regeling.

2.3.

Artikel 6, derde lid Faillissementswet (“Fw”) bepaalt dat een faillissement op verzoek van een schuldeiser wordt uitgesproken als aan twee voorwaarden is voldaan. In de eerste plaats moet de verzoekster een vorderingsrecht hebben. In de tweede plaats moet de rechter beoordelen of verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. Hiervoor is een vereiste dat er meerdere schuldeisers zijn. Daarbij moet de rechter steeds onderzoeken of er sprake is van andere omstandigheden die aantonen dat verweerster heeft opgehouden te betalen.

2.4.

Gelet op de hoogte van de steunvordering en het voorstel van verweerster om € 1.500,- per maand te betalen, is onvoldoende aannemelijk dat verweerster verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen. De omvang van de steunvordering is daarvoor te klein. Het gedane voorstel zal, als dat wordt aanvaard, tot gevolg hebben dat de vordering van verzoekster binnen een redelijke termijn wordt terugbetaald. Er zijn onvoldoende andere omstandigheden gebleken waaruit blijkt dat verweerster heeft opgehouden te betalen. Het verzoek tot faillietverklaring dient derhalve te worden afgewezen.

3 De beslissing

De rechtbank:

wijst af het verzoek tot faillietverklaring.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Neijt en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.1

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »