ECLI:NL:RBMNE:2026:3428

Datum uitspraak
20-05-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12195043 UC EXPL 26-3619
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gedaagde is tekortgeschoten in de overeenkomst met Q-Park wegens 'treintje rijden'. Algemene voorwaarden 2.2025 van toepassing. Geen oneerlijke bedingen in deze procedure.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 12195043 UC EXPL 26-3619 EP/66994

Vonnis van 20 mei 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap

Q-Park Operations Netherlands B.V.,

gevestigd in Maastricht,

eisende partij,

gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel,

tegen:

[gedaagde] ,

wonend in [woonplaats]

gedaagde partij,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Q-Park heeft een dagvaarding uitgebracht. Zij heeft gevorderd dat de gedaagde partij wordt veroordeeld om een bedrag aan haar te betalen, vermeerderd met rente en een vergoeding voor gemaakte kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven.

1.2.

De gedaagde partij heeft de vordering op de rolzitting erkend.

1.3.

Daarop volgt nu dit vonnis.

2 De kern van de zaak

2.1.

De gedaagde partij (of een derde, die gebruik heeft gemaakt van een voertuig dat is geregistreerd op naam van de gedaagde partij, die hierna kortweg wordt aangeduid als de gedaagde partij) heeft gebruikgemaakt van een door Q-Park geëxploiteerde parkeeraccommodatie. De gedaagde partij heeft de parkeeraccommodatie na gebruik echter verlaten zonder te betalen, door direct achter een voorganger onder of langs de slagboom te rijden (‘treintje te rijden’). De kantonrechter oordeelt dat de gedaagde partij alsnog moet betalen voor het gebruik van de parkeeraccommodatie en daarbovenop ook nog een schadevergoeding, rente en een vergoeding voor gemaakte kosten verschuldigd is.

3 De beoordeling

3.1.

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen Q-Park (een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf) en de gedaagde partij (een consument). Op zo’n overeenkomst zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing.

3.2.

Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook zonder dat de gedaagde partij daar om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Dat geldt ook in zaken waarin de vordering door de gedaagde partij is erkend, zoals in dit geval aan de orde is. In de regel gaat het er daarbij om of bij het sluiten van de overeenkomst essentiële informatie aan de gedaagde partij is verstrekt en of in de gehanteerde algemene voorwaarden bepalingen (‘bedingen’) zijn opgenomen die onredelijk bezwarend zijn voor de gedaagde partij. De kantonrechter kan zich daarbij beperken tot die bedingen die verband houden met de ingestelde vordering.

3.3.

In deze procedure is de overeenkomst tot stand gekomen doordat het voertuig van de gedaagde partij met een voertuig de slagboom bij de ingang van de parkeeraccommodatie is gepasseerd. Uit artikel 6:230h lid 2 onder l van het Burgerlijk Wetboek (BW) blijkt dat op een overeenkomst die op een dergelijke geautomatiseerde manier tot stand komt geen specifieke consumentenbeschermende informatieplichten van toepassing zijn (waarvan de naleving ambtshalve door de kantonrechter zou moeten worden getoetst).

3.4.

Op de overeenkomst zijn wel algemene voorwaarden van toepassing, namelijk de door Q-park gebruikte Algemene Voorwaarden Parkeren, versie 2.2025. Q-Park heeft de gedaagde partij daarover geïnformeerd door bij de ingang van de parkeeraccommodatie een informatiebord te plaatsen, waarop zij niet alleen de geldende tarieven heeft vermeld, maar ook een verwijzing naar deze algemene voorwaarden. Overigens heeft Q-Park op dit bord vermeld dat een ‘tarief verloren kaart’ en aanvullende schadevergoeding is verschuldigd als niet voor het gebruik van de parkeeraccommodatie wordt betaald. Dat is in de algemene voorwaarden nader uitgewerkt.

3.5.

De kantonrechter moet als gezegd ambtshalve beoordelen of de algemene voorwaarden een beding bevatten over de vergoeding van schade als gevolg van het zonder betaling verlaten van een parkeeraccommodatie en zo ja, of dat beding onredelijk bezwarend is. De kantonrechter constateert dat in artikel 5.5 van de algemene voorwaarden inderdaad een beding is opgenomen over het verschuldigde parkeergeld conform het gehanteerde tarief in geval van verloren kaart en over aanvullende schadevergoeding. De kantonrechter acht dat beding echter niet onredelijk bezwarend. Voor ambtshalve ingrijpen bestaat daarom geen aanleiding.

3.6.

Omdat dit deel van de vordering de kantonrechter ook overigens niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zijn het gevorderde verschuldigde parkeergeld (het ‘tarief verloren kaart’) en de gevorderde aanvullende schadevergoeding toewijsbaar, vermeerderd met de daarover gevorderde wettelijke rente vanaf de datum waarop de gedaagde partij de parkeerfaciliteit zonder te betalen heeft verlaten.1

3.7.

Q-Park vordert ook een vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. Die vergoeding is toewijsbaar als de gedaagde partij is aangemaand om de betalingsverplichting alsnog na te komen, op een manier die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 5 en 6 BW en het daarop gebaseerde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna kortweg Besluit).2 Dat is in dit geval gebeurd, zodat ook de gevorderde vergoeding toewijsbaar is.

3.8.

De door Q-Park gevorderde rente over de incassokosten is toewijsbaar vanaf de datum waarop de gedaagde partij is gedagvaard, omdat gesteld noch gebleken is dat Q-Park de incassokosten al eerder aan haar gemachtigde heeft vergoed of met die vergoeding in verzuim verkeerde.

3.9.

De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld. Daarom moet de gedaagde partij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Q-Park worden begroot op:

- dagvaarding € 127,08

- griffierecht € 139,00

- salaris gemachtigde € 87,00 (1 punt x tarief € 87,00)

- nakosten € 43,50 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 396,58.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

veroordeelt de gedaagde partij om tegen bewijs van kwijting € 457,94 aan Q-Park te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over € 398,21 vanaf 26 november 2025 tot de voldoening en met de wettelijke rente over € 59,73 vanaf 16 april 2026 tot de voldoening;

4.2.

veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van 396,58, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving; als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;

4.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.4.

wijst het anders of meer gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »