RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2307
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
en
Onbekende verweerder, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 27 maart 2025.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroepschrift ondertekenen. Ook moet iemand op grond van artikel 6:5, tweede lid, van de Awb zo mogelijk bij zijn beroepschrift een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Het beroepschrift is niet ondertekend. Uit het beroepschrift valt niet af te leiden tegen welk besluit het beroep gericht is. Eiseres heeft geen kopie van het bestreden besluit bijgevoegd bij het beroepschrift.
4. De rechtbank heeft eiseres op 1 april 2025 een brief gestuurd, waarin staat dat eiseres binnen vier weken het beroepschrift persoonlijk moet ondertekenen en een kopie moet sturen van het gehele besluit waar eiseres het niet mee eens is. Ook staat in deze brief dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiseres niet of niet tijdig reageert. Eiseres heeft hierop niet gereageerd. Vervolgens heeft de rechtbank op 2 mei 2025 een aangetekende brief naar eiseres verzonden met het verzoek om schriftelijk te reageren op de brief van 1 april 2025. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd. Hierna is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb, op 23 mei 2025 en op 17 juli 2025 per gewone post verzonden aan eiseres. In de brief van 17 juli 2025 staat dat de in de brief van 2 mei 2025 en 23 mei 2025 genoemde termijn twee weken na verzending van deze brief eindigt.
5. Eiseres heeft telefonisch aan de griffier van de rechtbank laten weten dat zij het beroep wil intrekken, maar zij heeft dit niet schriftelijk bevestigd. Het beroep is daarom niet ingetrokken.
6. De rechtbank stelt vast dat eiseres het beroepschrift niet heeft ondertekend en geen kopie van het bestreden besluit heeft opgestuurd. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb). Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk zal behandelen.
7. Van een vergoeding van proceskosten is geen sprake.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van J.B. Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.