ECLI:NL:RBMNE:2026:3115

Datum uitspraak
27-02-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
605611 HA RK 26-10
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wrakingszaak. Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek. Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek ingediend nadat in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan. Zie ook: ECLI:NL:RBMNE:2026:3109 - verbetering verschrijving zaaknummer.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

WRAKINGSKAMER

Locatie: Utrecht

Zaaknummer: 605611 HA RK 26-10

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van

27 februari 2026

op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:

[verzoeker] ,

wonende in [woonplaats] ,

(hierna: verzoeker),

1 De procedure

1.1.

Verzoeker heeft per e-mail van 20 februari 2026 om 11:00 uur een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. V.M.M. van Amstel, de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer 602337 JE RK 25-1694 (hierna: de hoofdzaak).

1.2.

Er is op 23 januari 2026 einduitspraak gedaan in de hoofdzaak.

1.3.

De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.

1.4.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1.

Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek toegelicht in zijn e-mail van 20 februari 2026. Volgens verzoeker heeft de behandelend rechter beslissingen genomen die niet mogen en is er onvoldoende gekeken naar de stukken die hij heeft ingediend.

2.2.

In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Een wrakingsverzoek kan worden ingediend totdat de behandelend rechter einduitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Na een einduitspraak eindigt de procedure namelijk en is er dus geen “behandelend rechter” meer zoals wordt bedoeld in artikel 36 Rv.

2.3.

Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek ingediend na de einduitspraak van 23 januari 2026 en dat is te laat. De wrakingskamer zal verzoeker daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn wrakingsverzoek. 1

3 De beslissing

De wrakingskamer

3.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;

3.2.

draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank.

Deze beslissing is genomen door mr. J.G. Nicholson, voorzitter en mr. Y.N.M. Rijlaarsdam en mr. B.F. Hammerle als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. D. van Wijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »