ECLI:NL:RBMNE:2026:1698

Datum uitspraak
08-05-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Zaaknummer
UTR 25/4084
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

pkv

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/4084

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2026 in de zaak tussen

Adecco HR Solutions B.V., te Zaltbommel, verzoekster

(gemachtigde: H.E. Wonnink),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV), verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.

Het UWV heeft op 4 november 2025 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

2. Op 29 juni 2023 heeft verzoekster een aanvraag voor een herbeoordeling van een (ex-) werknemer ingediend in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Verzoekster heeft het UWV op 20 december 2023 in gebreke gesteld. Het UWV heeft op 1 maart 2024 de volledige dwangsom van € 1.442,- toegekend aan verzoekster. Verzoekster is op 7 juli 2025 in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Op 12 augustus 2025 heeft het UWV alsnog een besluit genomen. Het UWV heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft op 28 oktober 2025 het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.

3. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

4. Het UWV heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft geen bezwaar tegen de vergoeding van de proceskosten, mits het gaat om een forfaitaire proceskostenvergoeding.

5. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die het UWV moet betalen vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5). Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde de wegingsfactor 0,5 toegepast.

6. Het UWV moet ook het griffierecht van € 385,- aan verzoekster betalen (artikel 8:41 Awb).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Het UWV moet dit bedrag betalen aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van J.M.J. Kooistra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »