ECLI:NL:RBMNE:2025:7970

Datum uitspraak
17-09-2025
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Zaaknummer
UTR 25/2023
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk, geen beroepsgronden en schriftelijke machtiging overgelegd

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/2023

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 september 2025 in de zaak tussen

[eiser] , veronderstellenderwijs namens [eiseres] , te [plaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Soest, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 12 maart 2025 tegen het besluit van verweerder van 31 januari 2025.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen beroepsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.

3. De rechtbank heeft eiser op 23 mei 2025 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat hij uiterlijk 20 juni 2025 moet aangeven waarom hij het niet eens is met het besluit.

4. Tevens heeft de rechtbank eiser in dezelfde brief verzocht om een schriftelijke machtiging op te sturen waarin staat dat eiser namens [eiseres] mag optreden in deze beroepsprocedure. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd. Hierna is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb, op 20 augustus 2025 per gewone post verzonden aan eiser. Daarbij is vermeld dat de in de brief van 23 mei 2025 genoemde termijn twee weken na datum van verzending van deze brief eindigt.

5. De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft gereageerd op deze brief.

6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.

7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »