ECLI:NL:RBMNE:2025:1638

Datum uitspraak
11-08-2025
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Zaaknummer
UTR 24/6458
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk, griffierecht te laat

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/6458

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. F.J. Boonstra),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Gooise Meren, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet

nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de

zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is

gemaakt (artikelen 6:7, 6:8 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel

3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.

3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 7 februari 2024. Het beroepschrift had

dus uiterlijk op 21 maart 2024 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft

het beroepschrift ontvangen op 15 oktober 2024. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat

de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een

geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan

oni omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.

4. Eiser zegt dat het beroepsschrift niet te laat is ingediend, omdat het beroep al op

10 april 2024 via Veilig Mailen is ingediend. Er werd door eiser verondersteld dat er een

ontvangstbevestiging met zaaknummer zou worden toegezonden, zodat de zaak vervolgens

in de digitale omgeving aangemeld kon worden.

5. De rechtbank is van oordeel dat het beroepschrift niet via Veilig Mailen ingediend kon

worden en dat het beroep van 15 oktober 2024 te laat is ingediend.

6. In artikel 1.8, vierde lid, van het procesreglement bestuursrecht rechtbanken 2021

(versie per 1 juli 2024)1 1 is opgenomen dat een elektronisch ingediend beroepschrift dat niet

is ingediend door middel van digitaal procederen uitsluitend in behandeling wordt genomen,

indien het is ingediend via een daarvoor door de bestuursrechter opengesteld systeem dat

wordt vermeld in de bijlage bij dit reglement, met toepassing van de bepalingen vermeld in

de bijlage.

7. In artikel 2 van bijlage 1 bij het procesreglement staat dat Veilig mailen alleen is

toegestaan indien digitaal procederen voor de indiener in de betreffende zaak niet

beschikbaar is.

8. In artikel 1 van bijlage 1 bij het procesreglement staat dat de bestuursrechter

formulieren voor het instellen van (hoger) beroep beschikbaar heeft gesteld op de digitale

loketten op www.rechtspraak.nl. Voor belastingzaken is digitaal procederen beschikbaar

gesteld en dus is Veilig mailen niet toegestaan. Op de webpagina ‘Digitaal procederen

belastingen’, te vinden op rechtspraak.nl, staat ook duidelijk vermeld dat in lokale- en

rijksbelastingzaken het beroepschrift niet via Veilig Mailen kan worden ingediend.

9. Eiser stelt het beroepschrift al op 10 april 2024 via Veilig Mailen ingediend te hebben,

maar die weg stond voor hem niet open. De toezending van het beroepschrift via Veilig

Mailen kan daarom niet gelijk worden gesteld aan het indienen van een beroepschrift in de

zin van de Awb. Het beroep van 15 oktober 2024 is ver buiten de beroepstermijn ingediend,

ook als de uitspraak op bezwaar pas op 3 april 2024 is bekendgemaakt, zoals eiser stelt.

10. Er is evenmin sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Eiser kon er van op

de hoogte zijn dat het beroepschrift niet via Veilig Mailen kon worden ingediend. Dat er

werd verondersteld dat het beroep wel was ontvangen en in behandeling zou worden

genomen is geen geldige reden. Het mag immers verwacht worden van eiser en zijn

professioneel gemachtigde dat de informatie op rechtspraak.nl voorafgaand aan het indienen

van het beroepschrift zorgvuldig wordt bekeken. Het is de eigen verantwoordelijkheid van

eiser om op de voorgeschreven wijze beroep in te stellen.

11. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen

uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54

Awb).

12. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2025.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »