ECLI:NL:RBMNE:2022:2723

Datum uitspraak
23-02-2022
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Zaaknummer
UTR 21/4369
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk. Eiseres heeft geen kopie van het besluit overgelegd.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/4369

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres,

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 2 november 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Iemand die in beroep gaat moet een kopie van het besluit indienen waar zij het niet mee eens is. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het besluit niet is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.

3. De rechtbank heeft eiseres op 13 december 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres binnen vier weken een kopie moet opsturen van het besluit waar zij het niet mee eens is. Eiseres heeft niet gereageerd op deze brief. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).

4. De rechtbank heeft verder ook gevraagd bij aangetekende brief van 13 december 2021 om binnen vier werken een kopie van de statuten en een uittreksel uit het handelsregister op te sturen. Eiseres heeft niet gereageerd op deze brief. De rechtbank kan hierdoor niet opmaken of de indiener van het beroepschrift gerechtigd is om eiseres te vertegenwoordigen. Ook daarom is het beroep niet-ontvankelijk.

5. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.

6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van

K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 23 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »