Rechtbank Limburg
Familie en jeugd
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/339462 / FA RK 25-449
Beschikking van 10 februari 2026 over een verzoek tot vervangende toestemming voor jeugdhulp
in de zaak van:
[naam moeder] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M.H.J.M. Stassen;
tegen
[naam vader] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader.
betreffende de minderjarige:
[naam kind] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [plaatsnaam] , hierna: [het kind] .
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bij deze zaak betrokken:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Limburg, locatie Roermond,
hierna te noemen de raad.
1 Het verloop van de procedure
Het procesverloop blijkt uit het volgende:
- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 26 februari 2025;
- de namens de vader op 5 januari 2026 overgelegde producties 1 t/m 6;
- de brief van 16 januari 2026 met een gewijzigd verzoek namens de moeder, ingekomen op 20 januari 2026.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 januari 2026. Daarbij zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door mr. Stassen;
- de vader,
- een vertegenwoordigster van de raad.
[het kind] is in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken. [het kind] heeft een gesprek met de kinderrechter gevoerd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat zij heeft verteld. De aanwezigen hebben hierop kunnen reageren.
2 De vaststaande feiten
De moeder en de vader zijn op 11 augustus 2006 te Rozendaal met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk is [het kind] geboren. De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over haar.
Uit het huwelijk van de ouders is ook geboren: [naam broer] , op [geboortedatum] 2008 te [plaatsnaam] .
Bij de rechtbank is een verzoek tot echtscheiding aanhangig bekend onder zaaknummer C/03/325526. Bij beschikking betreffende voorlopige voorziening van de rechtbank van 16 februari 2024 is onder andere bepaald dat de kinderen voorlopig zullen worden toevertrouwd aan de moeder
3 Het verzoek
De moeder verzoekt – na wijziging van haar verzoek – om bij beschikking, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, aan de moeder vervangende toestemming te verlenen voor de ontbrekende medewerking/instemming van de vader, zodat [het kind] kan deelnemen aan de noodzakelijke jeugdhulp via individuele begeleiding, te verlenen door Stichting Columbus te Beek dan wel door een andere door Team Jeugd van de gemeente Meerssen te adviseren instelling, gericht op jeugdhulp. Kosten rechtens.
De moeder voert hiertoe het volgende aan. In het raadsonderzoek is opgemerkt dat [het kind] veel heeft meegemaakt, zowel wat betreft de echtscheidingsproblematiek tussen de ouders als met betrekking tot de problematiek van haar [broer] . De raad maakte zich zorgen over de mogelijkheid dat [het kind] ondergesneeuwd raakt door alle turbulentie om haar heen, ondanks haar veerkracht. De raad gaf aan dat [het kind] had gevraagd om professionele ondersteuning en dat deze tot aan de datum van het rapport niet van de grond is gekomen. De besproken hulp via Xonar werd door de vader niet akkoord bevonden, nu hij geen vertrouwen heeft in die organisatie. Zijdens Xonar is de vader meerdere keren verzocht om toch toestemming te geven voor de noodzakelijke hulp voor [het kind] . Eerder heeft er een intake plaatsgevonden voor jeugdhulp in de oude gemeente. Hierop is contact gezocht met de vader met het verzoek om toestemming, waarbij de hulpverlenende instantie een aantal weken heeft geprobeerd contact te krijgen met de vader. De vader verlangde een schriftelijke verklaring dat de kosten gemoeid met het traject betaald zouden worden door de gemeente terwijl dit eerder al mondeling was bevestigd. Ondanks herhaalde verzoeken is de toestemming uitgebleven, waarbij de vader aangaf dat hij geen toestemming verleent tenzij hij een schriftelijk bericht met een plan van aanpak aangaande de regievoering ontvangt. Het is voor de moeder niet duidelijk wat de vader hiermee bedoelt. Nu in het raadsrapport gemotiveerd wordt geadviseerd om voor [het kind] professionele ondersteuning te regelen, en de vader geen toestemming geeft, ziet de moeder zich genoodzaakte vervangende toestemming te verzoeken in het belang van [het kind] . [het kind] wil zelf ook graag hulp. Omdat de hulp via Xonar niet mogelijk bleek heeft de moeder gezocht naar alternatieven. Inmiddels is de moeder verhuisd naar de gemeente Meerssen . In overleg met de medewerkers van Team Jeugd van die gemeente is besloten om jeugdhulp bij Stichting Columbus in te zetten, alwaar [het kind] individuele begeleiding zal ontvangen en een (professionele) buddy/vertrouwenspersoon zal krijgen. [het kind] heeft de vader ook zelf om toestemming gevraagd, ook dit heeft hij geweigerd.
4 Het verweer
De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek van de moeder.
De vader voert – samengevat – hiertoe het volgende aan. De vader heeft nooit zorg voor [het kind] geweigerd. De vader vraagt alleen om een duidelijk plan aangaande deze hulpverlening dat voldoet aan de door de huisarts gestelde voorwaarden omtrent regie, inhoud en proces. Aan de vader is geen plan overgelegd waar toestemming op gegeven kan worden. De mails en Whatsapp-berichten die door de moeder zijn ingebracht zijn niet volledig. De mail van de jeugdarts is eenzijdig aan de moeder gestuurd. De jeugdarts heeft aan de vader bevestigd dat hetgeen in die mail staat slechts een korte en onvolledige weergave is van het gesprek dat heeft plaatsgevonden. De jeugdarts had de verwijsbrief van de huisarts nooit ontvangen, zodat de medische context ontbrak. De Whatsapp-berichten tussen de vader en [het kind] zijn privé en het is onduidelijk van welk toestel de berichten zijn geëxporteerd. Desgevraagd heeft de vader bevestigd dat de door de moeder overgelegde berichten tussen de vader en [het kind] zijn gestuurd. Er is geen sprake van onredelijke weigering namens de vader, er is geen concreet en rechtmatig zorgplan.
5 De mening van [het kind]
wil graag hulpverlening in de vorm van een buddy. Ze heeft veel meegemaakt en wil daar graag met iemand over praten. Dat komt niet van de grond omdat de vader het niet toestaat. [het kind] weet niet waarom. Er is geen contact tussen [het kind] en de vader, behalve enkele Whatsapp-berichten die de vader stuurt. Daar reageert ze vaak niet op. De vader praat vaak negatief over haar moeder en haar broer.
6 Het advies van de raad
De raad kan zich voorstellen dat hulpverlening noodzakelijk is. [het kind] vraagt er al lang om.
7 Het oordeel van de rechtbank
Ingevolge artikel 1:253a BW kunnen in geval van gezamenlijk uitoefening van het gezag geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Op grond hiervan kunnen geschillen ten aanzien van een medische behandeling aan de rechter worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De rechtbank is van oordeel dat, zoals besproken tijdens de mondelinge behandeling, de moeder geen belang heeft bij haar verzoek en zal het verzoek dan ook afwijzen. De rechtbank overweegt als volgt.
[het kind] is 14 jaar oud en wenst hulpverlening te krijgen van Stichting Columbus in de vorm van een buddy dan wel een vertrouwenspersoon. Dit betreft een vorm van jeugdhulp in de zin van de Jeugdwet. Gelet op artikel 7.3.4 lid 1 en 2 van de Jeugdwet is voor het verlenen van jeugdhulp de toestemming van [het kind] zelf vereist én in principe, omdat [het kind] nog geen zestien jaar is, tevens de toestemming van de ouders die het gezag over haar uitoefenen. In de Jeugdwet staat verder (in de tweede zin van het tweede lid van artikel 7.3.4.) dat de jeugdhulp evenwel zonder de toestemming van die ouders kan worden verleend, indien de betrokkene (in dit geval [het kind] ) ook na de weigering van de toestemming van een ouder met gezag de verrichting (jeugdhulp) weloverwogen blijft te wensen.
Hoewel de vader betoogt dat hij zijn toestemming niet heeft geweigerd, merkt de rechtbank op dat hij nog steeds geen toestemming heeft gegeven voor het inzetten van deze vorm van jeugdhulp voor [het kind] . Ondanks het uitblijven van de toestemming van de vader heeft [het kind] te kennen gegeven – ook in het kindgesprek bij de kinderrechter – dat zij de hulpverlening van Stichting Columbus nog steeds wenst. De rechtbank stelt daarom vast dat gelet op het voorgenoemde artikel uit de Jeugdwet de toestemming van de vader in dat geval, gelet op de leeftijd van [het kind] , niet is vereist. De instemming van [het kind] zelf is, gelet op haar leeftijd, doorslaggevend. De jeugdhulp van Stichting Columbus (en elke andere vorm van jeugdhulp die [het kind] zelf wil volgen) kan dus zonder de toestemming van de vader met gezag worden verleend, zolang [het kind] zelf expliciet daarmee instemt. Gelet hierop heeft de moeder geen belang bij haar verzoek om toestemming van de rechtbank ter vervanging van de toestemming van de vader en wijst de rechtbank dat verzoek af.
De rechtbank geeft de vader mee dat het voor [het kind] evengoed fijn zou zijn als hij haar zou steunen in de door haar gewenste jeugdhulp. Het is betreurenswaardig dat [het kind] al zo lang vraagt om hulp en dat deze hulp nog steeds niet van de grond is gekomen doordat de vader (onnavolgbare) eisen blijft stellen. De rechtbank gaat ervan uit dat de vader het beste voor [het kind] wil. Door vast te houden aan zijn eigen ideeën handelt de vader echter niet in het belang van zijn dochter.
8 De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek van de moeder af.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Vogels, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Smolders, griffier, op 10 februari 2026. |
||
|
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! |
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! |
|
|
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. |
||
|
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! |