RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.347654.24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 augustus 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1993,
thans gedetineerd in [adres] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.A.T.X. Vonken, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 juli 2025. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
[benadeelde] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is op de zitting gehoord mr. K. Valkeneers. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
feit 1: zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel jegens [benadeelde] , terwijl zij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt;
feit 2: kinderporno heeft vervaardigd, verspreid, tentoongesteld en/of in zijn bezit heeft gehad.
3 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan de bewezenverklaring met dien verstande dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van het onderdeel ‘oogmerk van seksuele uitbuiting’ als bedoeld in artikel 273f, lid 1, sub 2 Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).
Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank 1
Feit 1
Kort gezegd komt het onder feit 1 ten laste gelegde erop neer dat de verdachte
- faciliterende handelingen heeft verricht met het oogmerk van uitbuiting, in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 2 Sr,
- zodat de minderjarige [benadeelde] zich beschikbaar kon stellen voor prostitutiewerkzaamheden, in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 5, Sr
- terwijl de verdachte voordeel heeft gehad van die werkzaamheden, in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 8, Sr.
De strekking van deze subonderdelen ziet op de bescherming van minderjarigen tegen seksuele uitbuiting door anderen en op het profiteren daarvan. Voor een bewezenverklaring is niet vereist dat komt vast te staan dat sprake is geweest van het gebruik van dwangmiddelen.
De verdachte heeft over feit 1 een bekennende verklaring afgelegd. Voor het tenlastegelegde sub 5 en sub 8 van artikel 273f Sr is geen vrijspraak bepleit. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, te weten:
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd bij de politie en ter terechtzitting op 29 juli 2025;2
- het proces-verbaal van bevindingen onderzoek seksadvertenties webcrawler;3
- het proces-verbaal van bevindingen over de klanten van [benadeelde] ;4
- het proces-verbaal van bevindingen onderzoek iPhone 15 van de verdachte.5
Overweging ten aanzien van artikel 273f, eerste lid sub 2 Sr
Artikel 273f, lid 1, sub 2 Sr ziet op het werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen van een ander met het oogmerk van uitbuiting van die ander, terwijl die ander nog geen achttien jaar oud is. Het begrip 'uitbuiting' is door de wetgever niet gedefinieerd, behoudens voor zover in artikel 273f, lid 2, Sr is bepaald dat 'uitbuiting ten minste omvat uitbuiting van een ander in de prostitutie en andere vormen van seksuele uitbuiting'. Het begrip moet niet beperkt worden uitgelegd. Het belang van de lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid van personen staat voorop. Door het tewerkstellen van minderjarigen in de prostitutie is er in het algemeen sprake van een grote inbreuk op die lichamelijke en geestelijke integriteit van de minderjarige. Minderjarigen zijn onvoldoende in staat om zelfstandig beslissingen te kunnen nemen en de gevolgen van hun handelen te kunnen overzien. De overtuiging van de wetgever is bovendien dat misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht inherent is aan de tewerkstelling van minderjarigen in de prostitutie. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 273f, eerste lid, aanhef en onder 5 en onder 8 Sr, vloeit voort dat de wetgever voor ogen heeft gehad om handelen dat kan worden aangemerkt als het een ander tot prostitutie brengen als die ander minderjarig is (sub 5) en het profiteren van prostitutiewerk van een minderjarige (onder 8) aan te merken als uitbuiting van die minderjarige.
Als bewezen kan worden dat de verdachte het oogmerk heeft om een minderjarige in de prostitutie te laten werken, mogen dan ook geen hoge eisen meer worden gesteld aan het bewijs dat oogmerk van uitbuiting bestaat.
De rechtbank overweegt als volgt. De verdachte heeft klanten geregeld voor [benadeelde] , die op dat moment nog minderjarig was, en haar vervoerd naar die seksafspraken. Daarnaast ontving de verdachte voor zijn faciliterende werkzaamheden ongeveer de helft van de opbrengst van de prostitutiewerkzaamheden van [benadeelde] . Op basis van die vaststellingen komt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte het oogmerk van uitbuiting heeft gehad in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 2 Sr. De rechtbank acht daarom ook dat onderdeel van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen.
Vrijspraak feit 2
Onder feit 2 is het verspreiden c.q. tentoonstellen van kinderporno tenlastegelegd. Uit het dossier is af te leiden dat er sexy foto’s in lingerie van [benadeelde] zijn gebruikt voor een advertentie op een sekssite gericht op seks met en door volwassenen.
Dit gegeven is meegenomen onder feit 1. Volgens de officier van justitie is er wat dat betreft dan ook eendaadse samenloop met feit 2.
Naar het oordeel van de rechtbank is de tenlastelegging niet toegeschreven op deze foto’s. Het zodanig strepen in de tenlastelegging om te komen tot een bewezenverklaring die wel uit het dossier volgt, zou leiden tot een denaturering van de tenlastelegging. Reden waarom de rechtbank de verdachte hiervan vrijspreekt.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
feit 1
in de periode van 27 mei 2024 tot en met 3 oktober 2024 in Nederland en/of te Hasselt (België) [benadeelde] , geboren op [geboortedag 2] 2008,1) heeft vervoerd, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [benadeelde] en2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling
en3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [benadeelde] met een derde tegen betaling, terwijl die [benadeelde] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, hierin bestaande dat hij, verdachte - die [benadeelde] de opdracht en/of instructies heeft gegeven i.v.m. het maken van foto’s van zichzelf en- advertenties op een of meerdere sekssites heeft gezet waarin die [benadeelde] als prostituee werd aangeboden en waarbij voornoemde foto's van die [benadeelde] werden gebruikt en- voor die [benadeelde] kamers heeft geregeld alwaar die [benadeelde] zich kon prostitueren en- die [benadeelde] heeft vervoerd naar de plaats waar de seksafspraak plaats vond en
- afspraken met klanten heeft gemaakt en/of klanten heeft geregeld voor die [benadeelde] en- contacten heeft onderhouden met potentiële klanten en/of onderhandeld over de prijs en de handelingen die die [benadeelde] zou moeten verrichten en- een (aanzienlijk) gedeelte van de verdiensten van de prostitutiewerkzaamheden van die [benadeelde] heeft ontvangen.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
feit 1: mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie de in artikel 273f, eerste lid onder 2º, 5º en 8º van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
5 De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6 De straf en/of de maatregel
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht te volstaan met een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest met daarnaast eventueel een taakstraf.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan seksuele uitbuiting van [benadeelde] van wie hij wist dat zij minderjarig was. Dat het slachtoffer minderjarig was, heeft de verdachte er niet van weerhouden om haar prostitutiewerkzaamheden laten verrichten en haar de helft van het door haar verdiende geld aan hem te laten afstaan. Het behoeft geen betoog dat seksuele uitbuiting kan leiden tot ingrijpende psychische gevolgen voor de slachtoffers daarvan.
Evenals de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er, gelet op de ernst van het feit dat de verdachte heeft gepleegd, niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf. Voor de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor seksuele uitbuiting van minderjarigen is in beginsel een gevangenisstraf van 24 maanden aangewezen.
De rechtbank heeft met de officier van justitie oog voor de persoon van de verdachte en zijn proceshouding. Uit het strafblad van de verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld. De verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd. Ook heeft hij ter terechtzitting spijt betuigd en aangegeven dat hij nu inziet dat een minderjarige niet in staat is tot het maken van verstandige afwegingen over het al of niet in de prostitutie te gaan werken, al komt deze nog zo wereldwijs over.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat deze proceshouding van de verdachte in zijn voordeel weegt. Alles afwegende zal de rechtbank conform de eis van de officier van justitie een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Het voorwaardelijk deel dient ervoor de verdachte te weerhouden om in de toekomst wederom in de fout te gaan.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.
7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [benadeelde] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 17.170,00 ter zake van feit 1 en feit 2. Deze vordering is opgebouwd uit de volgende posten:
-
gederfde inkomsten: € 6.170,00
-
toekomstige schade: € 1.000,00
-
immateriële schade: € 10.000,00
De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot:
-
gedeeltelijke toewijzing van de gevorderde gederfde inkomsten tot een bedrag van€ 4.500,00 (post a.)
-
niet-ontvankelijkheidverklaring voor wat betreft de toekomstige schade (post b.);
-
toewijzing van de immateriële schade (post c.).
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde gederfde inkomsten (post a.) afgewezen dienen te worden. De gevorderde toekomstige schade (post b.) dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Voor wat betreft de immateriële schade (post c.) heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde] als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden.
Materiële schade
De benadeelde partij [benadeelde] vordert vergoeding van de inkomsten uit prostitutiewerkzaamheden die zij aan de verdachte heeft afgestaan (post a.). Uit het dossier volgt dat de benadeelde 52 betalende klanten heeft ontvangen en dat zij 50% van de inkomsten aan de verdachte heeft afgestaan. Op basis van de berekening in het dossier komt dit neer op een bedrag van € 6.170,00. De rechtbank constateert dat bij de berekening van dit bedrag geen rekening is gehouden met gemaakte kosten voor de hotelkamers ten behoeve van de prostitutiewerkzaamheden. De rechtbank schat de kosten voor een hotelkamer, gelet op de verklaring hierover van de verdachte, op een bedrag van € 100 per dag. De rechtbank gaat daarom uit van in totaal € 1.500,- aan hotelkosten (15 dagen x € 100,00). Daarmee stelt de rechtbank de verdiensten minus de onkosten vast op een bedrag van € 4.670,00. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor wat betreft de vordering tot vergoeding van de toekomstige schade (post b.), zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.
Immateriële schade
De wet regelt in artikel 6:106 BW de vergoeding van ‘ander nadeel’ dan vermogensschade. Volgens artikel 6:106 aanhef en onder b BW komt vergoeding van ander nadeel in aanmerking bij lichamelijk letsel, aantasting in de eer of goede naam of aantasting van de persoon op andere wijze. Dat de benadeelde partij als gevolg van het handelen van de verdachte in haar persoon is aangetast, is voldoende onderbouwd en komt uit het dossier ook evident naar voren. Alles overwegend en gelet op de letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven, is de rechtbank van oordeel dat de hoogte van de gevorderde € 10.000,00 immateriële schade redelijk en billijk is en daardoor geheel voor toewijzing in aanmerking komt.
Conclusie
De rechtbank komt aldus tot toewijzing van de schadevergoedingsvordering van [benadeelde] tot een bedrag van € 14.670,00, bestaande uit € 4.670,00 materiële schade en € 10.000,00 immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2024.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet verder aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.
8 Het beslag
De rechtbank zal de in beslag genomen iPhone 8 (goednummer 3441909) en iPhone 15 (goednummer 3441910) verbeurdverklaren, nu met behulp van die telefoons het strafbare feit is begaan, terwijl deze telefoons ook aan de verdachte toebehoorden.
9 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
10 De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit;
Bewezenverklaring
-
verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
-
spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
-
verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
-
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
-
veroordeelt de verdachte voor feit 1 tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;
-
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
-
bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
-
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van € 14.670,00 (bestaande uit € 4.670,00 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
-
verklaart de benadeelde partij voor wat betreft de toekomstige materiële schade niet-ontvankelijk;
-
wijst de vordering voor het overige af;
-
veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
-
legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde] van een bedrag van € 14.670,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 108 dagen, met dien verstande dat toepassing van deze gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
-
bepaalt dat de verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
Beslag
- verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen voorwerpen:
-
iPhone 8 (3441909);
-
iPhone 15 (3441910).
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. L. Feuth en mr. R.M.M. Menting, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.H.M. Meisen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 augustus 2025.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
1 hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 mei 2024 tot en met 3 oktober 2024 in de gemeente Eijsden-Margraten en/of elders in Nederland en/of te Hasselt (België) en/of elders in België, een ander, te weten [benadeelde] , geboren op [geboortedag 2] 2008,(telkens)1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [benadeelde] en/of2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [benadeelde] (telkens) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [benadeelde] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die seksuele handelingenen/of3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [benadeelde] met en/of voor een derde tegen betaling, terwijl die [benadeelde] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, hierin bestaande dat hij, verdachte (telkens)- die [benadeelde] de opdracht en/of instructies heeft gegeven ivm het maken van (naakt)foto’s van zichzelf en/of- een of meerdere advertenties op een of meerdere sekssites heeft gezet dan wel laten plaatsen en/of opgewaardeerd waarin die [benadeelde] als prostituee werd aangeboden en/of waarbij voornoemde (naakt)foto's van die [benadeelde] werden gebruikt en/of- voor die [benadeelde] (een) kamer(s) en/of een gelegenheid heeft geregeld en/of laten regelen alwaar die [benadeelde] zich kon prostitueren en/of- die [benadeelde] heeft vervoerd naar de plaats waar de seksafspraak plaats vond en/of naar/van de plek waar zij zich prostitueerde heeft gebracht en/of- afspraken met klanten heeft gemaakt en/of klanten heeft geregeld voor die [benadeelde] en/of- contacten heeft onderhouden met potentiële klant(en)"en/of onderhandeld over de prijs en de handelingen die die [benadeelde] zou moeten verrichten en/of- een (aanzienlijk) gedeelte van de verdiensten van de prostitutiewerkzaamheden van die [benadeelde] heeft ingenomen en/of ontvangen;
2 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 mei 2024 tot en met 3 oktober 2024 in de gemeente Eijsden- Margraten, althans in Nederland, en/of te Hasselt (België) en/of Sint-Truiden (België) , althans in België meermalen, althans eenmaal, (telkens) (in de periode van 27 mei 2024 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht) afbeeldingen en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
en/of(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 3 oktober 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/ofverworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaftte weten een GSM (Apple Iphone 8)welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit (telkens):- het met (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel, de eigen anus, de eigen billen en/of borsten door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikten/of- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus)(telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.347654.24
Proces-verbaal van de openbare zitting van 15 augustus 2025 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op 29 juli 1993,
thans gedetineerd in [adres] .
Raadsman is mr. A.A.T.X. Vonken, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.
Tegenwoordig:
mr. , rechter,
mr. , officier van justitie,
, griffier.
De rechter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zittingzaal aanwezig. Ter terechtzitting van 29 juli 2025 heeft hij afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.
De rechter spreekt het vonnis uit.
Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.