ECLI:NL:RBLIM:2024:3143
Inhoudsindicatie
Burengeschil. Eindvonnis. Vaststelling juridische erfgrens tussen de percelen van partijen. Deskundigenrapport over welke scheidsmuur tussen de percelen van partijen moet worden geplaatst, inclusief de kostenbegroting. Rechtbank volgt de deskundige in zijn bevindingen. Oordeel…
Bovenstaande samenvatting komt van Rechtspraak.nl. Voor de volledige tekst van de uitspraak: uitspraken.rechtspraak.nl »
Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald
- Art. 5:42 BW Burgerlijk Wetboek Boek 5
- Art. 5:47 BW Burgerlijk Wetboek Boek 5
- Art. 5:49 BW Burgerlijk Wetboek Boek 5
- Art. 5:62 BW Burgerlijk Wetboek Boek 5
- Art. 6:103 BW Burgerlijk Wetboek Boek 6
- Art. 6:119 BW Burgerlijk Wetboek Boek 6
- Art. 6:162 BW Burgerlijk Wetboek Boek 6
- Art. 130 Rv Burgelijke Rechtsvordering
Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen
- ECLI:NL:RBOVE:2023:581 — 04-01-2023 Rb. Overijssel Civiel recht
Burengeschil over de vraag waar de erfgrens ligt, hoe het recht van erfdienstbaarheid (overpad) over en weer loopt en welke gevolgen dat heeft voor de beplanting en erfafscheidingen tussen de percelen van partijen in. Uitleg notariële akte. Sprake van verjaring? Onrechtmatige… - ECLI:NL:RBLIM:2022:5059 — 29-06-2022 Rb. Limburg Civiel recht
Burenrecht. Geschil over de juridische erfgrens. Beroep op bevrijdende verjaring slaagt niet. Geschil over soort scheidsmuur en kosten daarvan. Verwijderen dan wel snoeien van bomen/coniferen langs de erfgrens noodzakelijk? Nieuwe mondelinge behandeling aangewezen. - ECLI:NL:RBLIM:2022:1358 — 16-02-2022 Rb. Limburg Civiel recht
Burenrechtelijke problematiek van diverse aard tussen broer en zus. - ECLI:NL:GHSHE:2020:71 — 14-01-2020 Hof 's-Hertogenbosch Civiel recht
burenzaak, grensoverschrijdende funderingen, mandeligheid, natrekking, beschadigde beplanting. - ECLI:NL:GHSHE:2017:5235 — 28-11-2017 Hof 's-Hertogenbosch Civiel recht
burenzaak, grensoverschrijdend bouwen, met name van funderingen; beschadiging van beplanting gedurende de bouwwerkzaamheden; relevantie van het bepaalde in de artikelen 5:42 en 5:49 BW; geen onrechtmatige aantasting van privacy; schade in de zin van artikel 6:96 BW.