RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht / Kantonrechter
Zaaknr: 9325597 EZ VERZ 21-146
Beschikking van 23 augustus 2021
inzake
[verzoeker sub 1] en [verzoekster sub 2] ,
kantoor houdend te [vestigingsplaats] ,
verzoekers, in hun hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van
[erflater] ,
gemachtigde mr. J. van der Wende.
1 Het verloop van de procedure
Op 7 juli 2021 is een verzoekschrift met bijlagen ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Vervolgens is beschikking bepaald waarvan de uitspraak is gesteld op heden.
2 De beoordeling
Uit de processtukken blijkt het volgende:
- op [overlijdensdatum] is te [overlijdensplaats] [erflater] (verder te noemen: de erflater) laatstelijk wonend te [woonplaats] , overleden
- bij beschikking van deze rechtbank van 7 augustus 2018 zijn verzoekers tot vereffenaar van de nalatenschap van de erflater benoemd.
Verzoekers vragen:
-
het loon van de vereffenaar vast te stellen op € 9.127,71 inclusief BTW, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag,
-
de vereffeningskosten vast te stellen op € 12.750,79 bestaande uit € 9.127,71 aan loon en € 3.257,97 aan kosten, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag
-
de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van de erflater te bevelen
-
te bevelen dat de opheffing van de vereffening uitsluitend (kosteloos) dient te worden gepubliceerd in de digitale Staatscourant
-
te bevelen dat het aan de indiening van dit verzoekschrift verbonden griffierecht ten laste komt van de Staat.
De verzoeken A t/m D kunnen worden ingewilligd met dien verstande dat de kantonrechter het salaris van verzoekers en hun kantoorgenoten, inclusief twee uur voor de afwikkeling van de vereffening, vanaf 7 augustus 2018 tot en met heden overeenkomstig het Recofa-tarief zal vaststellen op € 9.455,86 inclusief btw waarmee het totaal aan vereffeningskosten, inclusief de reeds betaalde ad 3.257,97, zal worden vastgesteld op
€ 12.713,83. De door verzoekers in rekening gebrachte kantoorkosten van 4% zullen worden afgewezen aangezien deze kosten geen looncomponent zijn. Het onder E verzochte behoeft geen verdere beoordeling aangezien er voor het onderwerpelijke verzoekschrift geen griffierecht is geheven. Om proceseconomische redenen heeft geen mondelinge behandeling van het verzoekschrift plaatsgevonden.
De kantonrechter geeft verzoekers de aanwijzing om het restant aan batig saldo van
€ 1.121,98 (zijnde activa van € 13.835,81 minus de reeds betaalde vereffeningskosten van
€ 3.257,97 en het nog te betalen vereffenaarsloon van € 9.455,86 inclusief btw) overeenkomstig de bij de wet bepaalde rangreling te verdelen.
3 De beslissing
De kantonrechter
beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van
[erflater] ,
stelt het vereffenaarsloon van verzoekers en hun kantoorgenoten vast op € 9.455,86 inclusief btw,
stelt het totaal aan vereffeningskosten vast op € 12.713,83,
gelast verzoekers, in hun hoedanigheid van vereffenaar van voormelde nalatenschap, om de opheffing van deze vereffening bekend te maken in de kosteloze (digitale) Nederlandse Staatscourant,
geeft verzoekers de aanwijzing om het resterende batig saldo van € 1.121,98 overeenkomstig de bij wet bepaalde rangregeling te verdelen,
gelast de griffier om deze beschikking in het boedelregister in te schrijven,
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter, en is in het aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.
YT