ECLI:NL:RBGEL:2026:8143

Datum uitspraak
14-10-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
05/088038-26
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland veroordeelt een 19-jarige man uit Dieren wegens overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet, waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De man reed langdurig en veelvuldig te hard, waardoor hij op enig moment de macht over het stuur verloor en in een sloot belandde. Enkele seconden voor het ongeval reed de man nog 120 kilometer per uur, waar maximaal 60 kilometer per uur was toegestaan. Door het ongeval werd een van de inzittenden uit de auto geslingerd. Hoewel de aard en ernst van het bewezenverklaarde – welk handelen dicht aan ligt tegen roekeloosheid – een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou rechtvaardigen, ziet de rechtbank, gelet op de jonge leeftijd van verdachte en zijn blanco strafblad, aanleiding om daar in dit geval van af te wijken. De rechtbank acht een taakstraf van 200 uren en daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid van 24 maanden (waarvan 6 maanden voorwaardelijk), passend en geboden. Het verweer van de verdediging dat het letsel van het slachtoffer in redelijkheid niet aan verdachte kan worden toegerekend, omdat zij geen gordel droeg, wordt door de rechtbank verworpen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/088038-26

Datum uitspraak : 14 oktober 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] [woonplaats] .

Raadsman: mr. T. Vernooij, advocaat in Weesp.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Verdachte wordt er – samengevat – primair van beschuldigd dat hij een ongeval heeft veroorzaakt waarbij een ander zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen (overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, hierna: WVW). Dit is in verschillende varianten ten laste gelegd. De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde, waardoor zwaar lichamelijk letsel is ontstaan. Verdachte heeft langdurig en meermaals de maximum toegestane snelheid overschreden, waarbij hij op sommige momenten zelfs twee keer de maximum toegestane snelheid reed. Dusdanig hard rijden kan niet anders dan opzettelijk gebeuren. Dit maakt dat sprake is van de zwaarste vorm van schuld: roekeloosheid.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak van het primair ten laste gelegde feit bepleit, omdat het letsel van [slachtoffer 1] niet aan verdachte kan worden toegerekend en (dus) geen sprake is van een causaal verband. Zij droeg immers als enige geen gordel en het is onduidelijk wat het letsel zou zijn geweest als zij wel een gordel zou hebben gedragen, ook gelet op de omstandigheid dat de overige inzittenden geen letsel hebben opgelopen.

Subsidiair heeft de verdediging partiële vrijspraak bepleit, omdat het door [slachtoffer 1] opgelopen letsel niet als zwaar lichamelijk letsel gekwalificeerd kan worden.

Beoordeling door de rechtbank

Op 15 juli 2025 omstreeks 23:00 uur heeft op de Spankerenseweg in Leuvenheim, gemeente Brummen, een eenzijdig verkeersongeval plaatsgevonden. De auto kwam uit de richting van Brummen en ging in de richting van Dieren. Op enig moment is de auto in een bocht naar rechts met de linker wielen in de linker berm terecht gekomen en vervolgens van de weg geraakt en in een droge sloot rechts van de weg terecht gekomen. Ten tijde van het ongeval was het donker.2

Verdachte heeft de bij de aanrijding betrokken auto bestuurd. [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zaten tijdens het ongeval bij verdachte in de auto. Verdachte heeft verklaard dat hij bekend was met de wegsituatie op de plaats van het ongeval.3 Verdachte was een beginnend bestuurder ten tijde van de aanrijding.4

Als gevolg van het ongeval is [slachtoffer 1] uit de auto geslingerd en eveneens in de (droge) sloot beland, achter het voertuig. Zij is vervolgens overgebracht naar het ziekenhuis. Het ziekenhuis heeft haar letsel als volgt beschreven:

“1) Subduraal hematoom rechts parieto-occiptaal

2) Dekplaats fractuur C7-Th5, processus transversus Th12-L4 links

3) Graad IV leverlaceratie zonder actieve blush en HD stabiel

4) Graad III nierlaceratie rechts

5) Hoofdwondje rechts frontaal”

en ook:

“2) Apicale randpneumothorax rechts (...)”.

(De rechtbank begrijpt: een bloeduitstorting in de hersenen, een breuk in de wervelkolom, leverschade, nierschade, een hoofdwondje en een klaplong.)

[slachtoffer 1] is verder van 16 juli tot en met 24 juli 2025 opgenomen geweest wegens het letsel aan de lever.5 Het slachtoffer heeft op 31 mei 2026 verklaard dat zij door het ongeluk nog af en toe last heeft van rug-, knie- en hoofdpijn. Zij werkt in de horeca. Als direct gevolg van het ongeluk is zij één dag minder gaan werken. Na de vakantie gaat zij ook in het weekend één dag minder werken omdat zij het niet meer volhoudt.6

Uit onderzoek aan de auto is gebleken dat [slachtoffer 1] op het moment van het ongeval geen gordel droeg.7

Uit onderzoek naar het infotainmentsysteem van de auto is gebleken dat verdachte op het gereden traject de volgende snelheden heeft gereden:

  • op de Hermesweg in Zutphen maximaal 72 km/u, waar 50 km/u was toegestaan;

  • op de Zutphensestraat in Brummen maximaal 117 km/u waar 60 km/u was toegestaan, en ter hoogte van de oprit naar percelen Zutphensestraat (201/203/205) reed hij met een maximale snelheid van 92 kilometer per uur, richting perceel 199 op de Zutphensestraat tussen de 83 en 103 km/u, ter hoogte van de oprit van perceel 199 Zutphensestraat 94 km/u, ter hoogte van het onverhard padje (voor fietsers) van perceel 199 90 km/u, ter hoogte van de percelen 388 en 390 op de Zutphensestraat 93 km/u, ter hoogte van de percelen 189 Zutphensestraat een snelheid gelegen tussen de 85 en 99 km/u en ter hoogte van de oprit van perceel 189 Zutphensestraat 96 km/u;

  • op de Zutphensestraat richting de Kleine Vosstraat in Brummen, waar 60 km/u was toegestaan, met een maximale snelheid gelegen tussen de 87 en 116 km/u, ter hoogte van de oprit naar de percelen Zutphensestraat 378 en 380 en de Kleine Vosstraat met een maximale snelheid van 87 km/u, ter hoogte van de oprit van perceel Zutphensestraat 187 een maximale snelheid van 124 km/u en ter hoogte van de opritten van de percelen 185 en 370 een maximale snelheid van 120 kilometer km/u;

  • op de Zutphensestraat in Brummen, waar 30 km/u was toegestaan, met een maximale snelheid gelegen tussen de 58 en 64 km/u, waarbij hij een fiets/bromfiets oversteekplaats naderde met een maximale snelheid van 58 km/u, een voetgangersoversteekplaats naderde met een maximale snelheid van 61 km/u, bij het vervolgen van de Zutphensestraat heeft gereden met een snelheid gelegen tussen de 67 en 87 km/u, een voetgangersoversteekplaats naderde met een snelheid van ongeveer 59 km/u, een kruising op de Zutphensestraat naderde met een snelheid van 58 km/u en weer een voetgangersoversteekplaats naderde met een snelheid van ongeveer 58 km/u;

  • op de Cortenoeverseweg in Brummen 58 km/u, waar 30 km/u was toegestaan;

  • op de Arnhemsestraat in Brummen waar 30 km/u was toegestaan, met een maximale snelheid van 80 km/u, waarbij hij een onoverzichtelijk gelijkwaardig kruispunt op de Arnhemstraat naderde met een snelheid van 47 km/u en een gelijkwaardig kruising op de Arnhemsestraat naderde met een maximale snelheid van 60 km/u en (vervolgens) heeft gereden met een maximale snelheid gelegen tussen de 56 en 76 kilometer km/u;

  • op de Arnhemsestraat in Leuvenheim, gemeente Brummen, met een maximale snelheid gelegen tussen de 93 en 115 km/u, waar 60 km/u toegestaan was;

  • op de Arnhemsestraat in Leuvenheim, gemeente Brummen, met een maximale snelheid gelegen tussen de 84 en 89 km/u, waar 30 km/u toegestaan was;

  • op de Spankerenseweg in Leuvenheim, gemeente Brummen, met een maximale snelheid gelegen tussen de 54 en 61 km/u, waar 30 km/u toegestaan was;

  • op de Spankerenseweg in Leuvenheim, gemeente Brummen, met een maximale snelheid gelegen tussen de 62 en 123 km/u, waar 60 km/u toegestaan was.8

De ‘airbag control’-module van de auto heeft het snelheidsverloop tijdens de laatste vijf seconden tot aan het ongeval geregistreerd. Deze heeft 4.4, 3.2 en 3.0 seconden voor de aanrijding een snelheid van 120 km/u geregistreerd. 1.2 seconden voor de impact is geregistreerd dat de rem werd bediend door de bestuurder bij een geregistreerde snelheid van 98 km/u. Op 0.0 seconden, het tijdstip van de impact, werd een snelheid van 71 km/u geregistreerd. De maximumsnelheid ter plaatse bedroeg 60 km/u.9

Verdachte heeft verklaard dat hij niet meer weet dat hij (te) hard heeft gereden, maar dat hij ervan uit gaat dat de snelheden die door de auto zijn geregistreerd, juist zijn.10 Door de verdediging is geen verweer gevoerd tegen de tenlastegelegde snelheden en gedragingen.

Het oordeel van de rechtbank

Aan verdachte is primair – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij roekeloos, of in elk geval zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend of onachtzaam, heeft gereden en het daardoor aan zijn schuld te wijten is dat er een ongeluk is gebeurd, waardoor slachtoffer [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of het verkeersongeval te wijten is aan de schuld van verdachte in de zin van artikel 6 WVW en, als dat het geval is, van welke mate van schuld hier sprake is. Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld aan een verkeersongeval, zoals primair is ten laste gelegd, moet worden gekeken naar het geheel van het rijgedrag van verdachte, de aard en de ernst van de verkeersovertreding(en) en naar de omstandigheden waaronder die overtreding(en) is/zijn begaan.

De mate van schuld is in drie gradaties aan verdachte ten laste gelegd: roekeloos, zeer onvoorzichtig en aanmerkelijk onvoorzichtig. Van roekeloosheid is sprake wanneer zodanige feiten en omstandigheden worden vastgesteld dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedragingen van verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, en dat verdachte zich daarvan bewust was of had moeten zijn. Of sprake is van roekeloosheid zal afhangen van de specifieke omstandigheden van het geval. Volgens de officier van justitie heeft verdachte roekeloos gereden, vanwege het veelvuldig en in hoge mate overschrijden van de maximum snelheid. De rechtbank overweegt dat, hoewel het rijgedrag van verdachte door die snelheidsovertredingen in de betreffende verkeersomstandigheden zeer gevaarlijk was, dit gedrag dat op zichzelf onvoldoende is om tot roekeloosheid te komen. Verdachte zal daarom van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

De rechtbank acht schuld in de vorm van ‘zeer onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam’ rijgedrag wel wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft gedurende de gehele autorit op verschillende wegen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom, veelvuldig met (veel) hogere snelheden gereden dan de aldaar geldende maximum toegestane snelheden. Zelfs bij (onoverzichtelijke) kruisingen, oversteekplaatsen en inritten heeft hij zijn snelheid niet of onvoldoende aangepast. Kort voorafgaand aan het moment dat verdachte met de linker wielen van de auto in de berm terechtkwam en uiteindelijk rechts van de weg in een sloot belandde, reed verdachte nog 120 km/u terwijl hij daar maximaal 60 km/u mocht rijden. Dit terwijl het donker was, hij beginnend bestuurder was en drie inzittenden in zijn auto had.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte zich op grond van het bovenstaande zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gedragen, zodat sprake is van een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval.

Verweren

De verdediging heeft bepleit dat het letsel van [slachtoffer 1] in redelijkheid niet aan verdachte kan worden toegerekend, omdat zij geen gordel droeg. De rechtbank overweegt dat artikel 6 WVW een tweeledig causaal verband vereist. Er dient allereerst een feitelijk causaal verband te zijn tussen de verweten gedraging enerzijds en het verkeersongeval en de gevolgen daarvan anderzijds. Naar het oordeel van de rechtbank is dit het geval. [slachtoffer 1] zou het letsel immers niet hebben opgelopen wanneer verdachte niet veel te hard zou hebben gereden en daardoor van de weg is geraakt en in de sloot is beland. Vervolgens is de vraag of het verkeersongeval en de gevolgen daarvan in redelijkheid zijn toe te rekenen aan verdachte. De rechtbank overweegt dat uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat ook het letsel van een slachtoffer dat geen gordel draagt, in redelijkheid toegerekend kan worden aan de veroorzaker van het ongeval waardoor dat letsel is opgelopen, en dat een eventuele onvoorzichtigheid van het slachtoffer niet snel het causale verband verbreekt. In deze zaak zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen, die naar het oordeel van de rechtbank maken dat de onvoorzichtigheid van [slachtoffer 1] (lees: het niet dragen van een gordel) het causale verband verbreekt. Het ongeval en de gevolgen daarvan zijn dus aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank verwerpt aldus het verweer van de verdediging.

De verdediging heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het door [slachtoffer 1] opgelopen letsel niet als zwaar lichamelijk letsel gekwalificeerd kan worden. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van zwaar lichamelijk letsel, dient onder meer de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en/of het uitzicht op (volledig) herstel te worden betrokken. Uit de medische stukken blijkt dat [slachtoffer 1] als gevolg van het ongeval een bloeduitstorting in de hersenen, een fractuur van de nek en borstwervel, een ernstige scheur in de lever, een scheur in de nier, een hoofdwondje en een klaplong heeft opgelopen. Zij is vanwege haar letsel negen dagen in het ziekenhuis opgenomen geweest. Op 31 mei 2026 heeft [slachtoffer 1] verklaard als gevolg van het ongeluk nog knie, nek- en hoofdpijn te hebben en dat zij door het ongeluk minder is moeten gaan werken. De rechtbank is van oordeel dat het letsel van het slachtoffer als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt.

Conclusie

Op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen, concludeert de rechtbank ten aanzien van de primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 WVW dat het rijgedrag van de verdachte moet worden aangemerkt als zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam, waardoor het aan zijn schuld is te wijten dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden en dat het slachtoffer als gevolg daarvan zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat (samengevat):

hij op 15 juli 2025 in Nederland als verkeersdeelnemer zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.

Vanwege de leesbaarheid van het vonnis is de volledige tekst van de bewezenverklaring opgenomen in bijlage 2 die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

In de tenlastelegging staat Hermseweg, maar dit moet Hermesweg zijn. De rechtbank beschouwt dit als een kennelijke schrijffout. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 200 uren en dat daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid wordt opgelegd voor de duur van twee jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat gelet op de persoonlijke omstandigheden, dient te worden volstaan met de oplegging van een taakstraf en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig verkeersongeval. Verdachte heeft, terwijl hij drie vriend(inn)en in de auto had, op het traject tussen Zutphen en Leuvenheim veel te hard gereden. Het was 23:00 uur ’s avonds en dus donker. Desondanks reed verdachte met hoge snelheden, binnen en buiten de bebouwde kom, over kruisingen, oversteekplaatsen en langs inritten. Enkele seconden voor het ongeval reed verdachte nog 120 km/u, waar hij 60 km/u mocht rijden. Vervolgens is verdachte in een bocht de controle over de auto verloren, met de linkerzijde van de auto in de berm en vervolgens met de auto in een sloot beland, waarbij [slachtoffer 1] – die geen gordel droeg – uit de auto werd geslingerd. Zij heeft daardoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Naast de directe gevolgen voor [slachtoffer 1] , heeft verdachte met zijn handelen ook de verkeersveiligheid in het algemeen ernstig in gevaar gebracht.

Strafoplegging

Voor overtreding van art. 6 WVW met zwaar lichamelijk letsel als gevolg voor het slachtoffer, waarbij sprake is van zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam rijden, kan volgens de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting aangeknoopt worden bij een tweetal categorieën, te weten de ernstige schuld (waarbij als oriëntatiepunt een taakstraf van 160 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van één jaar geldt) en de zeer hoge mate van schuld (waarbij als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 jaren geldt).

Hoewel de aard en ernst van het bewezenverklaarde – welk handelen dicht aan ligt tegen roekeloosheid – een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou rechtvaardigen, ziet de rechtbank, gelet op de jonge leeftijd van verdachte en zijn blanco strafblad, aanleiding om daar in dit geval van af te wijken. De rechtbank acht een taakstraf van 200 uren en daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid van 24 maanden, passend en geboden. Gelet op de omstandigheid dat verdachte een leer/werktraject volgt en op enig moment zelfstandig naar klussen moet kunnen reizen zal de rechtbank een deel van de ontzegging van de rijbevoegdheid, namelijk zes maanden, voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van twee jaren.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;

- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

legt op een taakstraf van 200 (tweehonderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 (honderd) dagen;

ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

 bepaalt dat een gedeelte van deze ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, te weten 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.H. van Laethem (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. T.M.A. Arts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Benbouazza, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 oktober 2026.

mr. Arts is buiten staat dit

vonnis mede te ondertekenen

Bijlage 1

hij op of omstreeks 15 juli 2025 te Leuvenheim in de gemeente Brummen, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Brummen, gaande in de richting van Dieren, daarmede rijdende over de weg de Spankerenseweg,

roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of

terwijl het donker was en/of

terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of

terwijl verdachte één (meer) passagier(s) in zijn auto had en/of de passagier in strijd met artikel 59 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 geen autogordel droeg en/of

zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of

- heeft gereden op de Hermseweg in de gemeente Zutphen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid van 72 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Zutphensestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid van 117 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit naar percelen Zutphensestraat (201/203/205) met een maximale snelheid van 92 kilometer per uur en/of richting perceel 199 op de Zutphensestraat snelheden gelegen tussen de 83 kilometer per uur en de 103 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit van perceel 199 Zutphensestraat een maximale snelheid van 94 kilometer per uur en/of ter hoogte van het onverhard padje (voor fietser) van perceel 199 een maximale snelheid van 90 kilometer per uur en/of ter hoogte van de percelen 388 en 390 op de Zutphensestraat een maximale snelheid van 93 kilometer per uur en/of ter hoogte van de percelen 189 Zutphensestraat een snelheid gelegen tussen de 85 kilometer per uur en 99 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit van perceel 189

Zutphensestraat een maximale snelheid van 96 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Zutphensestraat richting de Kleine Vosstraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 87 kilometer per uur en 116 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit en de Kleine Vosstraat met een maximale snelheid van 87 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit van perceel Zutphensestraat 187 een maximale snelheid van 124 kilometer per uur en/of ter hoogte van de opritten van de percelen 185 en 370 een maximale snelheid van 120 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Zutphensestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 58 kilometer per uur en 64 kilometer per uur en/of een fiets/bromfiets oversteekplaats naderde met een maximale snelheid van 58 kilometer per uur en/of bij het naderen van de voetgangersoversteekplaats een maximale snelheid van 61 kilometer per uur en/of bij het vervolgen van de Zutphensestraat heeft gereden met een snelheid gelegen tussen de 67 kilometer per uur en 87 kilometer per uur en/of bij het naderen van een voetgangersoversteekplaats heeft gereden met een snelheid van ongeveer 59 kilometer per uur en/of bij het naderen van een kruising op de Zutphensestraat heeft gereden met een snelheid van 58 kilometer per uur en/of (vervolgens) bij het naderen van de voetgangersoversteekplaats met een snelheid van ongeveer 58 kilometer per uur heeft gereden en/of

- heeft gereden op de Cortenoeverseweg in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid van 58 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Arnhemsestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid van 80 kilometer per uur en/of bij het naderen van een onoverzichtelijk gelijkwaardig kruispunt op de Arnhemstraat heeft gereden met een snelheid van 47 kilometer per uur en/of (vervolgens) bij het naderen van een gelijkwaardig kruising op de Arnhemsestraat met een maximale snelheid van 60 kilometer per uur en/of (vervolgens) heeft gereden met een maximale snelheid gelegen tussen de 56 kilometer per uur en 76 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Arnhemsestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 93 kilometer per uur en 115 kilometer per uur en/of

- ( vervolgens) heeft gereden op de Arnhemsestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 84 kilometer per uur en 89 kilometer per uur en/of

- ( vervolgens) heeft gereden op de Spankerenseweg in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 54 kilometer per uur en 61 kilometer per uur en/of

- vervolgens) heeft gereden op de Spankerenseweg in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 62 kilometer per uur en 123 kilometer per uur en/of

- het verloop van die weg (de Spankerenseweg ) in of nabij de voornoemde bocht niet heeft gevolgd en/of het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en/of

- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of

- ( vervolgens) (met die snelheid) een (heftige) stuurcorrectie of stuurbeweging heeft gemaakt of gezwenkt en/of daarbij of daarna de macht over het stuur verloren hebbende en/of in een slip geraakt en/of

- bij het naderen en/of het inrijden van voornoemde bocht in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig zodanig geregeld dat hij in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of voornoemde bocht kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of

- met het door hem bestuurde voertuig in de sloot terecht is gekomen, welke sloot zich bevond aan de rechterkant naast (vanuit het perspectief van verdachte) de weg (Spankerenseweg),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 juli 2025 te Leuvenheim in de gemeente Brummen, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Brummen, gaande in de richting van Dieren, daarmede rijdende over de weg de Spankerenseweg,

terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of

terwijl het donker was en/of

terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of

terwijl verdachte één (meer) passagier(s) in zijn auto had en/of de passagier in strijd met artikel 59 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 geen autogordel droeg en/of

zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of

- heeft gereden op de Hermseweg in de gemeente Zutphen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid van 72 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Zutphensestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid van 117 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit naar percelen Zutphensestraat (201/203/205) met een maximale snelheid van 92 kilometer per uur en/of richting perceel 199 op de Zutphensestraat snelheden gelegen tussen de 83 kilometer per uur en de 103 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit van perceel 199 Zutphensestraat een maximale snelheid van 94 kilometer per uur en/of ter hoogte van het onverhard padje (voor fietser) van perceel 199 een maximale snelheid van 90 kilometer per uur en/of ter hoogte van de percelen 388 en 390 op de Zutphensestraat een maximale snelheid van 93 kilometer per uur en/of ter hoogte van de percelen 189 Zutphensestraat een snelheid gelegen tussen de 85 kilometer per uur en 99 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit van perceel 189

Zutphensestraat een maximale snelheid van 96 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Zutphensestraat richting de Kleine Vosstraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 87 kilometer per uur en 116 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit en de Kleine Vosstraat met een maximale snelheid van 87 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit van perceel Zutphensestraat 187 een maximale snelheid van 124 kilometer per uur en/of ter hoogte van de opritten van de percelen 185 en 370 een maximale snelheid van 120 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Zutphensestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 58 kilometer per uur en 64 kilometer per uur en/of een fiets/bromfiets oversteekplaats naderde met een maximale snelheid van 58 kilometer per uur en/of bij het naderen van de voetgangersoversteekplaats een maximale snelheid van 61 kilometer per uur en/of bij het vervolgen van de Zutphensestraat heeft gereden met een snelheid gelegen tussen de 67 kilometer per uur en 87 kilometer per uur en/of bij het naderen van een voetgangersoversteekplaats heeft gereden met een snelheid van ongeveer 59 kilometer per uur en/of bij het naderen van een kruising op de Zutphensestraat heeft gereden met een snelheid van 58 kilometer per uur en/of (vervolgens) bij het naderen van de voetgangersoversteekplaats met een snelheid van ongeveer 58 kilometer per uur heeft gereden en/of

- heeft gereden op de Cortenoeverseweg in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid van 58 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Arnhemsestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid van 80 kilometer per uur en/of bij het naderen van een onoverzichtelijk gelijkwaardig kruispunt op de Arnhemstraat heeft gereden met een snelheid van 47 kilometer per uur en/of (vervolgens) bij het naderen van een gelijkwaardig kruising op de Arnhemsestraat met een maximale snelheid van 60 kilometer per uur en/of (vervolgens) heeft gereden met een maximale snelheid gelegen tussen de 56 kilometer per uur en 76 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Arnhemsestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 93 kilometer per uur en 115 kilometer per uur en/of

- ( vervolgens) heeft gereden op de Arnhemsestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 84 kilometer per uur en 89 kilometer per uur en/of

- ( vervolgens) heeft gereden op de Spankerenseweg in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 54 kilometer per uur en 61 kilometer per uur en/of

- vervolgens) heeft gereden op de Spankerenseweg in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 62 kilometer per uur en 123 kilometer per uur en/of

- het verloop van die weg (de Spankerenseweg ) in of nabij de voornoemde bocht niet heeft gevolgd en/of het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en/of

- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of

- ( vervolgens) (met die snelheid) een (heftige) stuurcorrectie of stuurbeweging heeft gemaakt of gezwenkt en/of daarbij of daarna de macht over het stuur verloren hebbende en/of in een slip geraakt en/of

- bij het naderen en/of het inrijden van voornoemde bocht in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig zodanig geregeld dat hij in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of voornoemde bocht kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of

- met het door hem bestuurde voertuig in de sloot terecht is gekomen, welke sloot zich bevond aan de rechterkant naast (vanuit het perspectief van verdachte) de weg (Spankerenseweg),

en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 juli 2025 te Leuvenheim in de gemeente Brummen, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Brummen, gaande in de richting van Dieren, daarmede rijdende over de weg de Spankerenseweg,

terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of

terwijl het donker was en/of

terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of

terwijl verdachte één (meer) passagier(s) in zijn auto had en/of de passagier in strijd met artikel 59 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 geen autogordel droeg en/of

zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of

- heeft gereden op de Hermseweg in de gemeente Zutphen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid van 72 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Zutphensestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid van 117 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit naar percelen Zutphensestraat (201/203/205) met een maximale snelheid van 92 kilometer per uur en/of richting perceel 199 op de Zutphensestraat snelheden gelegen tussen de 83 kilometer per uur en de 103 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit van perceel 199 Zutphensestraat een maximale snelheid van 94 kilometer per uur en/of ter hoogte van het onverhard padje (voor fietser) van perceel 199 een maximale snelheid van 90 kilometer per uur en/of ter hoogte van de percelen 388 en 390 op de Zutphensestraat een maximale snelheid van 93 kilometer per uur en/of ter hoogte van de percelen 189 Zutphensestraat een snelheid gelegen tussen de 85 kilometer per uur en 99 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit van perceel 189

Zutphensestraat een maximale snelheid van 96 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Zutphensestraat richting de Kleine Vosstraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 87 kilometer per uur en 116 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit en de Kleine Vosstraat met een maximale snelheid van 87 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit van perceel Zutphensestraat 187 een maximale snelheid van 124 kilometer per uur en/of ter hoogte van de opritten van de percelen 185 en 370 een maximale snelheid van 120 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Zutphensestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 58 kilometer per uur en 64 kilometer per uur en/of een fiets/bromfiets oversteekplaats naderde met een maximale snelheid van 58 kilometer per uur en/of bij het naderen van de voetgangersoversteekplaats een maximale snelheid van 61 kilometer per uur en/of bij het vervolgen van de Zutphensestraat heeft gereden met een snelheid gelegen tussen de 67 kilometer per uur en 87 kilometer per uur en/of bij het naderen van een voetgangersoversteekplaats heeft gereden met een snelheid van ongeveer 59 kilometer per uur en/of bij het naderen van een kruising op de Zutphensestraat heeft gereden met een snelheid van 58 kilometer per uur en/of (vervolgens) bij het naderen van de voetgangersoversteekplaats met een snelheid van ongeveer 58 kilometer per uur heeft gereden en/of

- heeft gereden op de Cortenoeverseweg in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid van 58 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Arnhemsestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid van 80 kilometer per uur en/of bij het naderen van een onoverzichtelijk gelijkwaardig kruispunt op de Arnhemstraat heeft gereden met een snelheid van 47 kilometer per uur en/of (vervolgens) bij het naderen van een gelijkwaardig kruising op de Arnhemsestraat met een maximale snelheid van 60 kilometer per uur en/of (vervolgens) heeft gereden met een maximale snelheid gelegen tussen de 56 kilometer per uur en 76 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Arnhemsestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 93 kilometer per uur en 115 kilometer per uur en/of

- ( vervolgens) heeft gereden op de Arnhemsestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 84 kilometer per uur en 89 kilometer per uur en/of

- ( vervolgens) heeft gereden op de Spankerenseweg in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 54 kilometer per uur en 61 kilometer per uur en/of

- vervolgens) heeft gereden op de Spankerenseweg in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 62 kilometer per uur en 123 kilometer per uur en/of

- het verloop van die weg (de Spankerenseweg ) in of nabij de voornoemde bocht niet heeft gevolgd en/of het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en/of

- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of

- ( vervolgens) (met die snelheid) een (heftige) stuurcorrectie of stuurbeweging heeft gemaakt of gezwenkt en/of daarbij of daarna de macht over het stuur verloren hebbende en/of in een slip geraakt en/of

- bij het naderen en/of het inrijden van voornoemde bocht in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig zodanig geregeld dat hij in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of voornoemde bocht kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of

- met het door hem bestuurde voertuig in de sloot terecht is gekomen, welke sloot zich bevond aan de rechterkant naast (vanuit het perspectief van verdachte) de weg (Spankerenseweg),

en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Bijlage 2

hij op of omstreeks 15 juli 2025 te Leuvenheim in de gemeente Brummen, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Brummen, gaande in de richting van Dieren, daarmede rijdende over de weg de Spankerenseweg,

roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of

terwijl het donker was en/of

terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of

terwijl verdachte één (meer)dere passagier(s) in zijn auto had en/of de een passagier in strijd met artikel 59 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 geen autogordel droeg en/of

zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of.

- heeft gereden op de Hermesweg in de gemeente Zutphen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid van 72 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Zutphensestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid van 117 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit naar percelen Zutphensestraat (201/203/205) met een maximale snelheid van 92 kilometer per uur en/of richting perceel 199 op de Zutphensestraat snelheden gelegen tussen de 83 kilometer per uur en de 103 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit van perceel 199 Zutphensestraat een maximale snelheid van 94 kilometer per uur en/of ter hoogte van het onverhard padje (voor fietser) van perceel 199 een maximale snelheid van 90 kilometer per uur en/of ter hoogte van de percelen 388 en 390 op de Zutphensestraat een maximale snelheid van 93 kilometer per uur en/of ter hoogte van de percelen 189 Zutphensestraat een snelheid gelegen tussen de 85 kilometer per uur en 99 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit van perceel 189

Zutphensestraat een maximale snelheid van 96 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Zutphensestraat richting de Kleine Vosstraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 87 kilometer per uur en 116 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit en de Kleine Vosstraat met een maximale snelheid van 87 kilometer per uur en/of ter hoogte van de oprit van perceel Zutphensestraat 187 een maximale snelheid van 124 kilometer per uur en/of ter hoogte van de opritten van de percelen 185 en 370 een maximale snelheid van 120 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Zutphensestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 58 kilometer per uur en 64 kilometer per uur en/of een fiets/bromfiets oversteekplaats naderde met een maximale snelheid van 58 kilometer per uur en/of bij het naderen van de voetgangersoversteekplaats een maximale snelheid van 61 kilometer per uur en/of bij het vervolgen van de Zutphensestraat heeft gereden met een snelheid gelegen tussen de 67 kilometer per uur en 87 kilometer per uur en/of bij het naderen van een voetgangersoversteekplaats heeft gereden met een snelheid van ongeveer 59 kilometer per uur en/of bij het naderen van een kruising op de Zutphensestraat heeft gereden met een snelheid van 58 kilometer per uur en/of (vervolgens) bij het naderen van de voetgangersoversteekplaats met een snelheid van ongeveer 58 kilometer per uur heeft gereden en/of

- heeft gereden op de Cortenoeverseweg in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid van 58 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Arnhemsestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid van 80 kilometer per uur en/of bij het naderen van een onoverzichtelijk gelijkwaardig kruispunt op de Arnhemstraat heeft gereden met een snelheid van 47 kilometer per uur en/of (vervolgens) bij het naderen van een gelijkwaardig kruising op de Arnhemsestraat met een maximale snelheid van 60 kilometer per uur en/of (vervolgens) heeft gereden met een maximale snelheid gelegen tussen de 56 kilometer per uur en 76 kilometer per uur en/of

- heeft gereden op de Arnhemsestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 93 kilometer per uur en 115 kilometer per uur en/of

- ( vervolgens) heeft gereden op de Arnhemsestraat in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 84 kilometer per uur en 89 kilometer per uur en/of

- ( vervolgens) heeft gereden op de Spankerenseweg in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 54 kilometer per uur en 61 kilometer per uur en/of

- vervolgens) heeft gereden op de Spankerenseweg in de gemeente Brummen met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een maximale snelheid gelegen tussen de 62 kilometer per uur en 123 kilometer per uur en/of

- het verloop van die weg (de Spankerenseweg ) in of nabij de voornoemde bocht niet heeft gevolgd en/of het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en/of

- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of

- ( vervolgens) (met die snelheid) een (heftige) stuurcorrectie of stuurbeweging heeft gemaakt of gezwenkt en/of daarbij of daarna de macht over het stuur verloren hebbende en/of in een slip geraakt en/of

- bij het naderen en/of het inrijden van voornoemde bocht in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig zodanig geregeld dat hij in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of voornoemde bocht kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of

- met het door hem bestuurde voertuig in de sloot terecht is gekomen, welke sloot zich bevond aan de rechterkant naast (vanuit het perspectief van verdachte) de weg (Spankerenseweg),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »