ECLI:NL:RBGEL:2026:7869

Datum uitspraak
02-10-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/05/472901
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wvggz, art. 5:7. Tweede crisismaatregel in drie weken. Dat de psychiater die de medische verklaring heeft opgesteld op de vorige zitting waarnam voor de behandelaar betekent niet dat hij bij de zorg betrokken is geweest.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Arnhem

Zaaknummer: C/05/472901 / FA RK 26-3807

Datum uitspraak: 2 oktober 2026

beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [woonplaats]

advocaat mr. A.H. Staring in Arnhem.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De burgemeester van de gemeente Ede heeft op 29 september 2026 een crisismaatregel afgegeven. Betrokkene verblijft op basis daarvan bij [instelling] in [verblijfplaats] .

1.2.

De rechtbank heeft op 29 september 2026 het verzoekschrift met bijlagen ontvangen. Daarin verzoekt de officier van justitie voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken.

1.3.

De rechtbank heeft daarna nog de volgende stukken ontvangen:

  • een verklaring van de moeder van betrokkene met bijlage, ontvangen op 29 september 2026;

  • drie nadere berichten van de advocaat van betrokkene van 1 oktober 2026.

1.4.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene met haar advocaat;

  • de advocaat van de moeder, mr. J.A.P.M. van Dal;

  • [persoon 1] , als kinder- en jeugdpsychiater verbonden aan [instelling] ;

  • [persoon 2] , als psycholoog verbonden aan [instelling] ;

  • [persoon 3] , als sociotherapeut verbonden aan [instelling] .

2 De beoordeling

2.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

2.2.

Op grond van artikel 5:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) dient de psychiater die een medische verklaring afgeeft onder meer minimaal één jaar geen zorg aan de betrokkene te hebben verleend. De advocaat van betrokkene heeft aangevoerd dat de psychiater die de medische verklaring heeft opgesteld, aanwezig was bij de vorige zitting van betrokkene op 7 september 2026. Hij nam toen waar voor de behandelaar, [persoon 4] , die ziek was. Naar de rechtbank begrijpt betoogt de advocaat hiermee dat de desbetreffende psychiater op die dag zorgverantwoordelijke was en daarmee betrokken is geweest bij de behandeling en niet als onafhankelijke psychiater in de zin van dit artikel kon optreden.

2.3.

De rechtbank volgt dit standpunt niet. Het feit dat de desbetreffende psychiater aanwezig was bij de vorige zitting is op zich niet voldoende om te concluderen dat hij zorg aan betrokkene heeft verleend. Uit de (concept) zittingsaantekeningen volgt dat hij destijds uitsluitend als waarnemend psychiater optrad omdat de behandelaar afwezig was wegens ziekte, dat hij met de psycholoog heeft gesproken en dat hij de details van de behandeling niet kende. De psychiater heeft tijdens de vorige zitting verder onder meer het volgende verklaard:

“Je zou kunnen denken: kan het wel of niet vrijwillig. Wij denken dat dat niet verstandig is. We denken dat het anders zo weer gebeurt, dat je toch weer iets gaat doen.

(…)

Het vraagt om overleg tussen de vaste behandelaar van hier (…) en wat is er dan nodig? (…) Ik weet niet tot in welke details het is uitgezocht en of er recente onderzoeken zijn gedaan.

(…)

Het plan zoals ik het hoorde van [persoon 4] is om in overleg met het gezinshuis te kijken wat nodig om weer terug te gaan naar het gezinshuis. En hier stabiliseren in een veilige omgeving.

(…)

Ik weet de details niet.”

2.4.

Het enkel bijwonen van een zitting als waarnemend psychiater levert geen betrokkenheid bij de behandeling op en valt naar het oordeel van de rechtbank niet onder het verlenen van zorg in de zin van artikel 5:7 Wvggz. Niet is gebleken dat deze psychiater beslissingsverantwoordelijkheid heeft of - in de waarneming - zorgbeslissingen heeft moeten nemen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee voldaan aan de voorwaarden van artikel 5:7 Wvggz.-

2.5.

Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt.

2.6.

Vermoed wordt dat het ernstige nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft een hechtingsstoornis, trauma, een obsessief compulsieve stoornis en stemmings- en randpsychotische klachten. Daarnaast wordt vermoed dat zij licht verstandelijk beperkt is.

2.7.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.8.

De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles en het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

2.9.

Tijdens de zitting is gebleken dat de verzochte vorm van verplichte zorg ‘het toedienen van vocht en voeding’ niet noodzakelijk wordt geacht om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank wijst deze verzochte vorm van verplichte zorg dan ook af. De advocaat van betrokkene heeft verzocht om de vormen van verplichte zorg ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’ af te wijzen, omdat deze volgens hem niet aan de orde zijn geweest en evenmin voorzienbaar is dat deze noodzakelijk zullen zijn. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Betrokkene heeft in de afgelopen periode op verschillende manieren suïcidepogingen gedaan. Zij is hierin niet voorspelbaar. Naar het oordeel van de rechtbank is het daarom voldoende voorzienbaar dat deze vormen van verplichte zorg nodig kunnen zijn indien de situatie van betrokkene ernstig verslechtert en het ernstig nadeel niet op andere wijze kan worden afgewend. Daarnaast heeft de advocaat verzocht om ook de vorm van verplichte zorg ‘controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen’ af te wijzen, omdat deze zorgvorm uitsluitend ziet op het gebruik van drugs. Bij betrokkene gaat het enkel om medicatie, waarop gecontroleerd kan worden via de zorgvorm ‘onderzoek aan kleding of lichaam’. De rechtbank volgt dit standpunt en wijst de vorm van verplichte zorg ‘controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen’ daarom af.

2.10.

De rechtbank ziet onvoldoende mogelijkheden voor een vrijwillig verblijf, omdat betrokkene zich in zekere zin verzet tegen de zorg. Op de dag dat de vorige crisismaatregel eindigde, heeft zij haar medicatie heeft geweigerd en kon of wilde ze niet gaan slapen. De psychiater heeft tijdens de zitting toegelicht dat sprake is van aanzienlijke stemmingsproblemen en somberheidsklachten. Betrokkene uit regelmatig de wens niet meer te willen leven en heeft daarnaast aangegeven weg te zullen lopen als de crisismaatregel zou eindigen. Ook heeft zij de avond voor de zitting geprobeerd een einde aan haar leven te maken door veel zeep in te nemen. Tijdens de zitting heeft betrokkene bovendien verklaard dat zij een einde aan haar leven zal maken als de crisismaatregel niet wordt voortgezet. De rechtbank acht de situatie van betrokkene daarmee zeer kwetsbaar, nu de suïcidale drang blijft bestaan en zich in verschillende verschijningsvormen uit. De rechtbank ziet daarom geen mogelijkheden om de behandeling in vrijwillig kader voort te zetten.

2.11.

Bij het voorgaande hecht de rechtbank eraan op te merken dat het belangrijk is dat wordt voorkomen dat de huidige situatie zich voortzet en een vicieuze cirkel ontstaat. Drie weken geleden is een crisismaatregel afgegeven, terwijl de situatie sindsdien onvoldoende lijkt te zijn verbeterd. Betrokkene verkeert nog steeds in een zorgelijke situatie. Het is van belang dat de situatie wordt verbeterd. Er vindt behandeling plaats, en de rechtbank heeft er begrip voor dat dit tijd kost, maar er moet wel nagedacht worden over de te volgen route. Daarbij is het van groot belang dat het contact met de moeder wordt hersteld en wordt toegewerkt naar rust en stabiliteit in het onderlinge contact. Daarnaast dient perspectief voor betrokkene te worden gecreëerd, onder meer over de vraag waar zij op termijn kan gaan wonen.

2.12.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor:

[betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,

wat inhoudt dat de maatregelen die in 2.8. staan kunnen worden toegepast;

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 oktober 2026;

3.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2026 door mr. R.A. Eskes, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Koopman, griffier en op schrift gesteld op 12 oktober 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel cassatie open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »