ECLI:NL:RBGEL:2026:7709

Datum uitspraak
10-09-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
05.334517.23 en 05.264281.24 (reeds gev. ttz.)
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

poging tot doodslag en een bedreiging. Onder invloed van psychose, niet volledig ontoerekeningsvatbaar ivm culpa in causa. GEV 24 maanden en tbs met voorwaarden. Dadelijke uitvoerbaarheid (DUT) van de tbs-voorwaarden.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers: 05.334517.23 en 05.264281.24 (reeds gev. ttz.)

Datum uitspraak : 10 september 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats,

op dit moment gedetineerd in de P.I. te [plaats] .

Raadsman: mr. M.J. van den Hoonaard, advocaat in Baarn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging onder parketnummer 05.334517.23, ten laste gelegd dat:

Parketnummer 05.334517.23

hij op of omstreeks 17 december 2023 te Velp, binnen de gemeente Rheden, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [aangever 1] opzettelijk van het leven te beroven,

- meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht en/of de slaap en/of de neus, althans het lichaam, van die voornoemde [aangever 1] heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of

- aan de haren van die voornoemde [aangever 1] heeft getrokken (waardoor voornoemde [aangever 1] ten val kwam) en/of

- meermalen, althans eenmaal, bovenop die voornoemde [aangever 1] heeft gezeten en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die voornoemde [aangever 1] heeft vastgegrepen bij de nek en/of keel en/of heeft gepoogd te wurgen en/of (hierbij) meermalen, althans eenmaal, de ader in de nek heeft gepoogd dicht te drukken en/of te duwen en/of met een of meerdere vingers in de keel van voornoemde [aangever 1] heeft geprikt en/of

- ( terwijl voornoemde [aangever 1] op de grond lag) voornoemde [aangever 1] heeft vast gehouden en/of over de grond heeft weg/mee getrokken en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, die voornoemde [aangever 1] in/op het hoofd, althans in/op het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of

- ( terwijl voornoemde [aangever 1] op de grond lag) aan/in het (rechter)oog van die voornoemde [aangever 1] heeft gedrukt en/of het (rechter)oog van die voornoemde [aangever 1] heeft geprobeerd eruit te scheppen en/of

- ( terwijl voornoemde [aangever 1] op de grond lag) meermalen, althans eenmaal, met een stalen onderstel van een (salon)tafel, althans een hard en/of zwaar voorwerp, op/tegen de rug, althans het lichaam, van die voornoemde [aangever 1] heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 december 2023 te Velp, binnen de gemeente Rheden, althans in Nederland, aan [aangever 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken neus en/of een litteken op de linker neusvleugel en/of een of meerdere snijwonden en/of steekwonden en/of scheurwonden en/of barstwonden, althans een of meerdere (diepe) huidbeschadigingen en/of huidverklievingen, en/of een of meerdere bloeduitstortingen op de neus en/of het hoofd en/of de hals/nek en/of in het oog, heeft toegebracht door:

- meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht en/of de slaap en/of de neus, althans het lichaam, van die voornoemde [aangever 1] te slaan en/of te stompen en/of

- aan de haren van die voornoemde [aangever 1] te trekken (waardoor die voornoemde [aangever 1] ten val kwam) en/of

- meermalen, althans eenmaal, bovenop die voornoemde [aangever 1] ; te zitten en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die voornoemde [aangever 1] ; bij de nek en/of keel vast te grijpen en/of te pogen te wurgen en/of (hierbij) meermalen, althans eenmaal, de ader in de nek te pogen dicht te drukken en/of te duwen en/of met een of meerdere vingers in de keel van voornoemde [aangever 1] : te prikken en/of

- ( terwijl voornoemde [aangever 1] ; op de grond lag) voornoemde [aangever 1] ; vast te houden en/of over de grond weg/mee te trekken en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, die voornoemde [aangever 1] in/op het hoofd, althans in/op het lichaam, te steken en/of te snijden en/of

- ( terwijl voornoemde [aangever 1] op de grond lag) aan/in/tegen het (rechter)oog van die voornoemde [aangever 1] ; te drukken en/of het (rechter)oog van die voornoemde [aangever 1] ; te pogen eruit te scheppen en/of

- ( terwijl voornoemde [aangever 1] op de grond lag) meermalen, althans eenmaal, met een stalen onderstel van een (salon)tafel, althans een hard en/of zwaar voorwerp, op/tegen de rug, althans het lichaam, van die voornoemde [aangever 1] ; te slaan;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 december 2023 te Velp, binnen de gemeente Rheden, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever 1] ; opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht en/of de slaap en/of de neus, althans het lichaam, van die voornoemde [aangever 1] heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of

- aan de haren van die voornoemde [aangever 1] heeft getrokken (waardoor voornoemde [aangever 1] ten val kwam) en/of

- meermalen, althans eenmaal, bovenop die voornoemde [aangever 1] heeft gezeten en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die voornoemde [aangever 1] heeft vastgegrepen bij de nek en/of keel en/of heeft gepoogd te wurgen en/of (hierbij) meermalen, althans eenmaal, de

ader in de nek heeft gepoogd dicht te drukken en/of te duwen en/of met een of meerdere vingers in de keel van voornoemde [aangever 1] heeft geprikt en/of

- ( terwijl voornoemde [aangever 1] op de grond lag) voornoemde [aangever 1] heeft vast gehouden en/of over de grond heeft weg/mee getrokken en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, die voornoemde [aangever 1] ; in/op het hoofd, althans in/op het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of

- ( terwijl voornoemde [aangever 1] ; op de grond lag) aan/in het (rechter)oog van die voornoemde [aangever 1] heeft gedrukt en/of het (rechter)oog van die voornoemde [aangever 1] heeft geprobeerd eruit te scheppen en/of

- ( terwijl voornoemde [aangever 1] ; op de grond lag) meermalen, althans eenmaal, met een stalen onderstel van een (salon)tafel, althans een hard en/of zwaar voorwerp, op/tegen de rug, althans het lichaam, van die voornoemde [aangever 1] heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer 05.264281.24

hij op of omstreeks 29 juli 2024 te Arnhem, althans in Nederland,

[aangever 2] en/of [aangever 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht en/of met zware mishandeling, door:

- die voornoemde [aangever 2] en/of [aangever 3] dreigend de woorden toe te voegen:

“kanker kinderen, kanker hoeren, kanker wijven, wegwezen anders steek ik jullie

neer” en/of “ga weg, anders steek ik jullie kanker neer” en/of "ik sla jullie dood he"

en/of “Ik steek jullie kanker neer als jullie een stap naar mij toe zet" en/of “ik ga

jullie zo meteen zo hard steken. Jullie gaan kanker dood” en/of

- opzettelijk dreigend een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, in de

hand te nemen en/of (met dat mes in de hand) op die voornoemde [aangever 2] en/of

[aangever 3] af te lopen, althans in de richting van die voornoemde [aangever 2] en/of

[aangever 3] te lopen, en/of die voornoemde [aangever 2] en/of [aangever 3] (met dat mes in

de hand) te benaderen en/of met dat mes in de hand stekende bewegingen te

maken naar, althans in de richting van, die voornoemde [aangever 2] en/of [aangever 3] ,

althans woorden en/of feitelijkheden van gelijke dreigende aard of strekking.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 05.334517.23 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde poging tot doodslag, met uitzondering van het steken met een mes.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van het steken met een mes, omdat hiervoor onvoldoende bewijs is. Verder heeft de raadsman bepleit verdachte vrij te spreken van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag, omdat verdachte geen opzet had op de dood van het slachtoffer. Verdachte verkeerde in een psychose en dacht dat er iemand in zijn zus zat. Verdachte had de intentie om diegene aan te pakken of eruit te halen, niet om zijn zus te doden.

De beoordeling door de rechtbank

Aangeefster [aangever 1] , de zus van verdachte, heeft verklaard dat verdachte op 17 december 2023 om 10.00 uur bij haar woning in Velp aanbelde en binnenkwam. Verdachte zei dat hij zich niet goed voelde. Toen aangeefster vroeg of zij zich zorgen moest maken, schudde verdachte zijn hoofd. Hij keek haar vervolgens aan en sloeg met zijn rechtervuist meerdere keren op haar rechterslaap en bovenop haar hoofd. Ze voelde hierdoor een hevige pijn op haar hoofd. Aangeefster probeerde te ontsnappen via de voordeur, maar verdachte kwam achter haar aan en trok van achteren aan haar haren waarna zij samen op de grond vielen. Aangeefster voelde toen hoe verdachte haar met twee armen om haar nek vastgreep. Hij zette steeds meer druk en aangeefster had het gevoel dat ze ging stikken. Aangeefster probeerde te ontsnappen door een poot van een stoel te pakken. Ze voelde toen hoe verdachte met één hand haar keel vasthield. Met één of twee vingers drukte hij in een ader in haar keel. Aangeefster probeerde vervolgens weg te komen naar de bank, omdat daar haar telefoon lag. Ze voelde hoe verdachte haar vast bleef houden en over de grond wegtrok. Hij bleef haar met zijn vuist slaan op haar lijf en vooral achter op haar hoofd. Aangeefster kreeg de telefoon te pakken en werd toen gebeld, waardoor aangeefster op kon nemen. Ze is toen gaan schreeuwen. Verdachte pakte daarna haar telefoon af.

Verdachte zei vervolgens dat aangeefster op de bank moest gaan zitten en dat ze gingen praten. Aangeefster ging toen op de bank zitten. Verdachte bleef heel dicht bij haar staan in een dreigende houding. Hij zei tegen haar dat ze moest gaan liggen en dit deed ze. Hierna begon verdachte weer te slaan, op haar hoofd en haar gezicht. Uiteindelijk gleden ze van de bank af en lagen ze op de grond. De salontafel viel toen om. Verdachte lag vervolgens bovenop aangeefster. Hij probeerde haar weer te wurgen. Hij pakte haar nek met één hand vast en kneep haar keel dicht. Hij drukte met veel kracht zijn vingers in haar nek. Aangeefster probeerde van hem weg te draaien en haar hoofd onder de bank te stoppen. Zij voelde dat zij duizelig werd en bijna haar bewustzijn verloor. Verdachte pakte vervolgens haar hoofd en maakte met zijn duim of vinger een scheppende beweging bij haar oogbol. Ze voelde dat hij heel hard tegen haar oog drukte. Ze voelde hoe hij haar rechter oogbol probeerde eruit te scheppen. Uiteindelijk wist aangeefster haar hoofd weer onder de bank te stoppen. Verdachte bleef met zijn hand naar haar hoofd zoeken, waarna aangeefster hem in zijn vinger wist te bijten. Verdachte deinsde terug en heeft aangeefster daarna meerdere keren met het stalen onderstel van de tafel op haar rug geslagen.

Na het slaan met het onderstel kwam verdachte weer bovenop aangeefster zitten. Ze hoorde toen de deurbel. Ze hoorde dat de politie binnenkwam. Ze is toen gaan schreeuwen, maar voelde dat verdachte zijn hand tegen haar mond hield waardoor ze weer stil werd. Uiteindelijk kwam de politie de kamer binnen en overmeesterde verdachte. Na afloop werd aangeefster misselijk en duizelig en spuugde zij bloedpropjes uit.2

Op 17 december 2023 kreeg de politie een melding van een mogelijke mishandeling. De verbalisanten zijn naar de woning van aangeefster gegaan. Er werd niet gereageerd op aanbellen en aankloppen. Uiteindelijk heeft de politie rond 10.25 uur met een sleutel van de meldster de woning betreden. In een kamer aan het eind van de gang, waarvan de deur dicht zat, hoorde de politie gekreun. De politie deed de deur open en zag dat verdachte bovenop een persoon zat. In de kamer was veel bloed. Bij het boeien van verdachte, merkte verbalisant dat verdachte erg warm was en snel ademde. Verbalisant zag dat een vrouw op de grond lag en dat zij, vooral in haar gezicht en op haar hoofd, onder het bloed zat. De vrouw vertelde dat ze overal pijn had. De verbalisant zag dat haar gezicht erg opgezwollen en dik was en dat zij bloed en wonden op haar handen had.3

Een forensisch arts heeft bij aangeefster meerdere letsels geconstateerd, waaronder scheurwonden op haar hoofd en neus, een zwelling bij haar jukbeen en oogkas en een breuk van het neusbeen.4

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is of er sprake is van een poging tot doodslag. Daarvoor dient de rechtbank te beoordelen of verdachte opzet had op de dood van aangeefster en of er sprake was van een begin van uitvoering van de doodslag.

De rechtbank stelt vast dat verdachte gedurende ongeveer 25 minuten geweldshandelingen heeft gepleegd tegen aangeefster. Verdachte heeft veelvuldig met zijn vuist met kracht op het hoofd en gezicht van aangeefster en meerdere keren met een stalen onderstel van een tafel op haar rug geslagen. Daarbij heeft verdachte tussen de slagen door aangeefster tweemaal met kracht bij haar keel gepakt. De eerste keer greep verdachte haar nek met beide armen vast, waarbij hij steeds meer druk zette en in een ader in haar keel drukte. Aangeefster had het gevoel dat zij ging stikken. De tweede keer zat verdachte bovenop aangeefster en pakte hij met één hand haar nek vast en kneep hij haar keel dicht, waarbij hij zijn vingers met veel kracht in haar nek drukte. Aangeefster voelde dat zij duizelig werd en bijna haar bewustzijn verloor.

Iedere keer dat aangeefster probeerde weg te komen van het slaan en wurgen kwam verdachte achter haar aan en ging hij verder met de geweldshandelingen. Verdachte bleef naar het hoofd van aangeefster zoeken en zij heeft om verder geweld te voorkomen onder andere in zijn vinger gebeten en haar hoofd onder de bank gestopt.

Enkel door ingrijpen van de politie is aan het handelen van verdachte een einde gekomen.

Verdachte kan zich niets herinneren van wat er gebeurd is en dus ook niet van wat zijn bedoeling was. De rechtbank kijkt daarom naar hoe de gedragingen er naar hun uiterlijke verschijningsvorm uitzien en is van oordeel dat deze moeten worden aangemerkt als zo zeer gericht op het toebrengen van dodelijk letsel, dat verdachtes opzet hierop ten volle was gericht. Dat verdachtes opzet volgens de verdediging was gericht op het aanpakken of “eruit” halen van iemand anders die in zijn zus zat, doet niets af aan het oordeel van de rechtbank dat de geweldshandelingen naar uiterlijke verschijningsvorm waren gericht op het toebrengen van dodelijk letsel aan zijn zus. Verder is de rechtbank van oordeel dat het voornemen van verdachte (het doden van aangeefster) zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard en er dus sprake is van een strafbare poging.

De rechtbank acht dan ook de primair ten laste gelegde poging tot doodslag bewezen. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte aangeefster heeft gestoken met een mes. Aangeefster heeft hier namelijk niets over verklaard en er zijn ook geen steekletsels bij haar geconstateerd. De rechtbank spreekt verdachte daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging vrij.

Parketnummer 05.264281.24 5

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde bedreigingen, met uitzondering van het maken van stekende bewegingen met een mes.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken, omdat verdachte niemand heeft bedreigd. Hij was boos op zijn vader en was op het moment van de vermeende bedreigingen via oordopjes aan de telefoon met een vriend zijn frustratie aan het uiten. Verdachte had ook geen mes bij zich.

Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster [aangever 2] heeft verklaard dat zij op 29 juli 2024 omstreeks 21:05 met [aangever 3] (de rechtbank begrijpt: aangeefster [aangever 3]) naar het park bij de Hoogte 80 in Arnhem ging. Zij zag een man staan op 60 meter afstand. Ze hoorde dat hij riep: “Kanker kinderen, kanker hoeren, kankerwijven, wegwezen anders steek ik jullie neer”, “Als jullie nu niet naar achteren gaan steek ik je kanker door/neer, kijk uit kanker kinderen anders steek ik je neer, ik sla jullie dood, ik steek jullie kanker neer als jullie een stap naar mij toe zet” en “Ik sla jullie dood he”. Ze zag dat de man heel boos hun kant op keek en in hun richting kwam lopen. Aangeefster was doodsbang en is weggerend.6

Aangeefster [aangever 3] heeft verklaard dat zij op 29 juli 2024 omstreeks 21.05 uur met [aangever 2] in Arnhem was. Zij zag dat een onbekende man haar aankeek en tegen haar zei “Ga weg anders steek ik jullie kanker neer” en “ik ga jullie zo meteen zo hard steken. Jullie gaan kanker dood”. Aangeefster was heel bang en rende weg. De man die haar bedreigde, is ook de man die de politie heeft aangehouden.7

Op 29 juli 2024 omstreeks 21.20 uur kregen verbalisanten de melding van een bedreiging bij Hoogte 80. Ter plaatse hebben zij verdachte aangehouden.8

De rechtbank acht op basis van voornoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte aangeefsters heeft bedreigd. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte dit met een mes heeft gedaan en spreekt hem van dit onderdeel in de tenlastelegging vrij.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 05.334517.23

Primair

hij op of omstreeks 17 december 2023 te Velp, binnen de gemeente Rheden, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [aangever 1] opzettelijk van het leven te beroven,

- meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht en/of de slaap en/of de neus, althans het lichaam, van die voornoemde [aangever 1] heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of

- aan de haren van die voornoemde [aangever 1] heeft getrokken (waardoor voornoemde [aangever 1] ten val kwam) en/of

- meermalen, althans eenmaal, bovenop die voornoemde [aangever 1] heeft gezeten en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die voornoemde [aangever 1] heeft vastgegrepen bij de nek en/of keel en/of heeft gepoogd te wurgen en/of (hierbij) meermalen, althans eenmaal, de ader in de nek heeft gepoogd dicht te drukken en/of te duwen en/of met een of meerdere vingers in de keel van voornoemde [aangever 1] heeft geprikt en/of

- ( terwijl voornoemde [aangever 1] op de grond lag) voornoemde [aangever 1] heeft vast gehouden en/of over de grond heeft weg/mee getrokken en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, die voornoemde [aangever 1] in/op het hoofd, althans in/op het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of

- ( terwijl voornoemde [aangever 1] op de grond lag) aan/in het (rechter)oog van die voornoemde [aangever 1] heeft gedrukt en/of het (rechter)oog van die voornoemde [aangever 1] heeft geprobeerd eruit te scheppen en/of

- ( terwijl voornoemde [aangever 1] op de grond lag) meermalen, althans eenmaal, met een stalen onderstel van een (salon)tafel, althans een hard en/of zwaar voorwerp, op/tegen de rug, althans het lichaam, van die voornoemde [aangever 1] heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer 05.264281.24

hij op of omstreeks 29 juli 2024 te Arnhem, althans in Nederland,

[aangever 2] en/of [aangever 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht en/of met zware mishandeling, door:

- die voornoemde [aangever 2] en/of [aangever 3] dreigend de woorden toe te voegen:

“kanker kinderen, kanker hoeren, kanker wijven, wegwezen anders steek ik jullie

neer” en/of “ga weg, anders steek ik jullie kanker neer” en/of "ik sla jullie dood he"

en/of “Ik steek jullie kanker neer als jullie een stap naar mij toe zet" en/of “ik ga

jullie zo meteen zo hard steken. Jullie gaan kanker dood” en/of

- opzettelijk dreigend een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, in de

hand te nemen en/of (met dat mes in de hand) op die voornoemde [aangever 2] en/of

[aangever 3] af te lopen, althans in de richting van die voornoemde [aangever 2] en/of

[aangever 3] te lopen, en/of die voornoemde [aangever 2] en/of [aangever 3] (met dat mes in

de hand) te benaderen en/of met dat mes in de hand stekende bewegingen te

maken naar, althans in de richting van, die voornoemde [aangever 2] en/of [aangever 3] ,

althans woorden en/of feitelijkheden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 05.334517.23

Primair

Poging tot doodslag

Parketnummer 05.264281.24

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven, meermalen gepleegd

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte ten aanzien van parketnummer 05.334517.23 (de poging tot doodslag) verminderd toerekeningsvatbaar moet worden verklaard, omdat de psychose het gevolg is geweest van langdurig en fors middelengebruik, waarmee ook vaststaat dat verdachte zich dus zelf in die toestand heeft gebracht. Dat leidt ertoe dat sprake is van culpa in causa.

De officier van justitie heeft ten aanzien van parketnummer 05.264281.24 (de bedreigingen) aangevoerd dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar was, omdat verdachte naar eigen zeggen geen middelen had gebruikt en niet is vastgesteld dat verdachte toen in een psychose verkeerde.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft bepleit verdachte ten aanzien van parketnummer 05.334517.23 (de poging tot doodslag) volledig ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Er is namelijk geen sprake van culpa in causa, omdat verdachte van elke wilsvrijheid was verstoken vanwege zijn lachgasverslaving. Daarbij kan verdachte niet worden tegengeworpen dat hij, voordat hij verslaafd werd, wist dat lachgas een psychose kan veroorzaken, aangezien lachgas op dat moment nog legaal was.

Ten aanzien van parketnummer 05.334517.23 verzoekt de raadsman het oordeel van de deskundigen te volgen en verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren.

De beoordeling door de rechtbank

In het Nederlandse strafrecht is het uitgangspunt dat elke dader verantwoordelijk kan worden gehouden voor het door hem gepleegde strafbare feit. Een strafbaar feit kan daarom in beginsel aan de verdachte worden toegerekend. Daarop is echter een uitzondering. In artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat niet strafbaar is hij die een feit begaat, dat hem wegens de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap niet kan worden toegerekend.

Om ontoerekeningsvatbaarheid aan te kunnen nemen, moet (onder meer) voldaan worden aan drie vereisten. Er moet allereerst sprake zijn van een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap. Daarnaast moet er een oorzakelijk verband bestaan tussen deze stoornis, aandoening of handicap en het bewezenverklaarde delict. Tot slot moet de stoornis, aandoening of handicap zodanig zijn dat deze in de weg staat aan toerekening van het strafbare feit aan de dader.

Voor de beoordeling of het feit aan de verdachte kan worden toegerekend, is daarnaast relevant of verdachte verwijtbaar is komen te verkeren in de situatie als bedoeld in artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht, het zogeheten culpa in causa-principe. Gedragingen van de verdachte die aan het optreden van de stoornis zijn voorafgegaan, kunnen namelijk in de weg staan aan het oordeel dat het tenlastegelegde feit niet aan de verdachte kan worden toegerekend in de zin van deze bepaling, maar slechts onder bijzondere omstandigheden. Van zulke bijzondere omstandigheden kan bijvoorbeeld sprake zijn als het optreden van de stoornis aan de verdachte zelf te wijten is geweest omdat hij verdovende middelen heeft gebruikt.

Parketnummer 05.334517.23

Psychische stoornis

In het psychiatrisch en psychologisch rapport van het Pieter Baan Centrum van 24 juli 2026 concluderen de onderzoekers dat in de periode van de poging tot doodslag sprake is geweest van een psychotische stoornis door het gebruik van lachgas. Er is tevens een ernstige stoornis in het gebruik van lachgas en cannabis gediagnosticeerd.

Verdachte werd op 14 december 2023 vanwege een psychose door middelengebruik voor twee dagen opgenomen bij [instelling] . Ten tijde van de poging tot doodslag vertoonde verdachte nog steeds het psychotische toestandsbeeld. De psychose was door het excessief lachgasgebruik ontstaan. Verdachte leed aan een ernstige stoornis in het gebruik van lachgas en had door zijn gebrekkige ontwikkeling weinig vaardigheden om niet te gebruiken. Verdachte is aan lachgas verslaafd geraakt toen dit middel nog niet illegaal was. Vanuit de psychose was verdachte niet in staat om de angst die hij voelde adequaat te hanteren en heeft hij gereageerd met vijandige agressie. De psychose heeft allesoverheersend zijn denken (keuzevrijheid) en doen (handelingsvrijheid) ingeperkt. Onderzoekers adviseren gedragskundig hierom alles overziende om verdachte de poging tot doodslag niet toe te rekenen.

De rechtbank is van oordeel dat op grond hiervan vaststaat dat verdachte ten tijde van het plegen van de poging tot doodslag leed aan een psychose, die zijn denken en handelen op dat moment heeft beheerst.

Toerekenbaarheid

De deskundigen hebben, zoals hierboven weergegeven, geadviseerd de poging tot doodslag in het geheel niet aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank constateert op basis van het PBC-rapport dat verdachte al langere tijd in zijn leven lachgas gebruikte. Zo gebruikte hij in 2019 lachgas een paar keer per maand met vrienden op een feestje. Vanaf eind 2022, begin 2023 ging het minder goed met verdachte. Zijn zus dacht dat hij door het gebruik van lachgas de realiteit verloor.

In 2023 kreeg verdachte een longembolie en een longinfarct. Verdachte dacht dat het door het gebruik van lachgas kon komen. Hij wilde de voorgeschreven medicatie niet innemen. Verdachte zei dat hij vaker lachgas ging gebruiken omdat hij niet wilde terugvallen in zijn cannabisgebruik (waar hij (eerder) aan verslaafd was). Hij had namelijk geen ‘lichamelijke rem’ bij het gebruik van lachgas en daarna geen klachten.

In november 2023 maakte verdachte een afspraak in het ziekenhuis omdat hij een gevoelsstoornis in zijn handen en voeten had. Een arts adviseerde om volledig met het lachgasgebruik te stoppen.

Op 14 december 2023 werd door de zus van verdachte de politie gebeld vanwege vreemd en dreigend gedrag dat verdachte vertoonde. In de twee weken daarvoor had hij excessief veel lachgas gebruikt, in de dagen ervoor zelfs 8 tot 10 tanks.

Vanwege zijn verwarde gedrag werd door de politie de crisisdienst ingeschakeld. Op 14 december 2023 werd verdachte vanwege een psychose door middelengebruik voor twee dagen opgenomen bij [instelling] , waar hij een verlaagd bewustzijn had, afgewisseld met momenten van forse angst en agitatie met daarbij agressie. Dergelijke bewustzijnsveranderingen worden veroorzaakt door een intoxicatie met lachgas. Verdachte kreeg kalmerende medicatie (lorazepam) en werd een dag voor de poging tot doodslag ontslagen uit de opnamekliniek. De volgende ochtend is hij vanuit de woning van zijn(ex-)vriendin naar zijn zus gegaan.

De rechtbank concludeert dat verdachte vanaf 2019 regelmatig lachgas gebruikte. Verdachte is meermalen gewaarschuwd voor het gebruik van lachgas en is door artsen geadviseerd ermee te stoppen. Hij was zich dus bewust van de risico’s die het gebruik ervan met zich bracht. Verdachte heeft er toch voor gekozen weer drugs te gaan gebruiken, een aantal weken voor de poging tot doodslag zelfs zeer excessief, met een climax in de dagen ervoor. Hoewel verdachte door zijn gebrekkige ontwikkeling en verslaving weinig vaardigheden had om niet te gebruiken, moet hij er zich van bewust zijn geweest dat bij het gebruik van zulke grote hoeveelheden lachgas de kans op een psychose en de ontremmende werking daarvan op zijn gedrag zou kunnen ontstaan. Mede omdat het een feit van algemene bekendheid is dat het gebruik van lachgas kan leiden tot wanen, achterdocht en een psychose. Daarom is sprake van culpa in causa en kan aan verdachte door zijn herhaaldelijke drugsgebruik een verwijt worden gemaakt dat hij in de psychotische toestand is geraakt.

Op grond van al het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat niet gezegd kan worden dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar en dus niet strafbaar is, maar wel dat de bewezenverklaarde feiten verdachte in sterk verminderde mate kunnen worden toegerekend, in lijn met wat psychiater dr. C.J.F. Kemperman als PJ-rapporteur in februari 2025 voorstelde (p. 24).

Parketnummer 05.264281.24

Uit het PBC-rapport volgt dat op basis van de informatie uit het strafdossier en wat verdachte tegen de onderzoekers heeft gezegd, hij ten tijde van de bedreigingen niet in een psychose verkeerde. Naar zijn zeggen had hij ook geen lachgas of cannabis gebruikt. Verdachte kon alle stress die hij had over de hele situatie waarin hij verkeerde (delict met zus waarvan hij werd verdacht, de ernstige verstoorde relatie met zijn familie daardoor, het niet hebben van huisvesting en dagbesteding, etc.) met zijn beperkte copingvaardigheden en al zijn schaamtegevoelens niet hanteren. Vanwege de substantiële beperkingen in de keuze- en handelingsvrijheid ten gevolge van de gebrekkige ontwikkeling wordt geadviseerd om verdachte het tweede ten laste gelegde feit in een verminderde mate toe te rekenen.

De rechtbank neemt de conclusies en het advies van de deskundigen over en verklaart verdachte verminderd toerekeningsvatbaar ten aanzien van de bedreigingen.

7 De overwegingen ten aanzien van de straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden (hierna: tbs-maatregel met voorwaarden) wordt opgelegd met daaraan gekoppeld de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De officier van justitie vordert de dadelijke tenuitvoerlegging van deze tbs-maatregel.

Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd dat de voorlopige hechtenis wordt geschorst op het moment dat de tbs-maatregel ingaat. Aan die schorsing dienen dezelfde voorwaarden als die van de tbs-maatregel te worden verbonden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit geen lange gevangenisstraf op te leggen in verband met de bepleite ontoerekeningsvatbaarheid voor de poging tot doodslag en de verminderde toerekeningsvatbaarheid voor de bedreigingen. Het advies van tbs met voorwaarden kan worden gevolgd. Verdachte is gemotiveerd daaraan mee te werken. De verdediging heeft ook geen bezwaar tegen een dadelijke uitvoerbaarheid.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf en maatregel rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag op zijn zus. Hij heeft, terwijl hij in een psychose verkeerde, zijn zus in haar woning veelvuldig met zijn vuisten op haar hoofd en met een stalen onderstel van een tafel op haar rug geslagen en tussendoor twee keer met kracht haar keel dichtgeknepen. Uiteindelijk zijn door ingrijpen van de politie de geweldshandelingen gestopt. Dit is een zeer ernstig feit en verdachte heeft met zijn handelen een grote inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van zijn zus. Hij heeft haar aangevallen in haar eigen huis, een plek waar zij zich veilig zou moeten voelen.

Dit alles heeft op haar een grote impact gehad. Uit haar verklaring blijkt dat zij dacht dat ze het niet zou overleven. Zij heeft hieraan PTSS en meerdere letsel aan haar hoofd en gezicht overgehouden. Haar herstel is nog altijd zwaar. Ze kampt met draaiduizeligheid, nek- en rugklachten, waardoor haar dagelijks functioneren wordt beperkt. Ook heeft haar sociale leven een grote klap gekregen.

Daarnaast heeft verdachte in een park twee minderjarigen bedreigd met de dood. Hiermee heeft verdachte inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Dit soort bedreigingen draagt ook bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Toerekenbaarheid

Zoals hierboven in paragraaf 6 is weergegeven, zal de rechtbank verdachte ten aanzien van de poging tot doodslag sterk verminderd toerekeningsvatbaar verklaren en ten aanzien van de bedreigingen verminderd toerekeningsvatbaar.

Straf

De rechtbank vindt gelet op de ernst van de feiten, met name de poging tot doodslag, een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf gerechtvaardigd. Rekening houdend met de sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte voor de poging tot doodslag en de verminderde toerekeningsvatbaarheid voor de bedreigingen vindt de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

Ambtshalve overweegt de rechtbank dat als uitgangspunt in deze zaak, waarin verdachte (opgeteld) langer dan zestien maanden in voorlopige hechtenis heeft verkeerd, heeft te gelden dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen zestien maanden nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. Van dergelijke bijzonderheden is in dit geval sprake. Verdachte heeft immers meermaals zijn medewerking geweigerd aan gedragsdeskundig onderzoek, hetgeen voor flinke vertraging van het strafproces heeft gezorgd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de redelijke termijn niet is overschreden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Tbs met voorwaarden

In het psychiatrisch en psychologisch rapport van het Pieter Baan Centrum van 24 juli 2026 schatten de onderzoekers het risico op recidive van een geweldsdelict in als hoog. Wanneer verdachte weer terugvalt in lachgasgebruik en daardoor weer psychotisch zou raken, zal er ook een hoog risico zijn voor een ernstig geweldsincident. Verdachte heeft een intensieve verslavingsbehandeling nodig, waarbij naast de behandeling voor zijn verslavingsproblematiek ook gewerkt wordt aan uitbreiding van zijn coping-vaardigheden. De klinische behandeling dient bij voorkeur te starten in een forensische verslavingskliniek (FVK), zoals bijvoorbeeld de Pieter Roorda kliniek. Na klinische behandeling kan verdachte uitstromen naar begeleid of beschermd wonen en zijn behandeling ambulant voortzetten. Er kan dan ook worden gewerkt aan positieve levensdoelen, zoals het eventueel vinden van passend werk of dagbesteding.Het juridisch kader bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf zal volgens de onderzoekers niet dwingend genoeg zijn, omdat verdachte bovengenoemde behandeling naar verwachting met dit juridische kader moeilijk vol zal houden. Tbs met voorwaarden biedt met de mogelijkheid van omzetting naar verpleging een duidelijke stok achter de deur. Indien verdachte binnen de muren van de kliniek afdoende is behandeld voor zijn verslavingen, narcistische problematiek en gebrekkige copingvaardigheden zal de kans een stuk groter zijn dat resocialisatie wel gaat lukken. Naar verwachting moet het mogelijk zijn om de klinische behandeling binnen een periode van twee jaar te doen slagen, zodat het juridisch kader tbs met verpleging vooralsnog niet nodig is.

Uit het rapport van de reclassering van 14 augustus 2026 volgt dat de reclassering het risico op recidive, geweld, letsel en onttrekking inschat als hoog. Op vrijwel alle leefgebieden van verdachte was zowel voorafgaand aan de tenlasteleggingen als tijdens de schorsingstoezichten sprake van instabiliteit. Om de risico's op recidive te verminderen, heeft verdachte een stevig forensisch kader nodig om ervoor te zorgen dat het hem lukt zijn problematiek (met bijbehorende weerstand) met behulp van professionals het hoofd te bieden en adequate copingvaardigheden aan te leren, zodat hij toegerust is om tot een duurzame resocialisatie te komen.

De reclassering adviseert positief over tbs met voorwaarden. Verdachte heeft zich bereid verklaard tot medewerking aan de voorwaarden. De reclassering vindt het belangrijk dat verdachte direct geplaatst kan worden in een passende klinische zetting zoals de [instelling] , omdat hij zonder behandeling niet toegerust is verleidingen te weerstaan, wat de risico's hoog houdt. Op 7 juli 2026 heeft de reclassering verdachte aangemeld voor het stellen van een indicatie door het IFZ/NIFP met het verzoek hem bij de [instelling] te plaatsen. Ter zitting heeft de reclasseringsmedewerker aangegeven dat de Piet Rooda Kliniek verdachte wil behandelen en dat hij vanaf 10 augustus 2026 op de wachtlijst is geplaatst.

Verdachte heeft ook ter terechtzitting van 27 augustus 2026 verklaard zich te zullen houden aan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.

De rechtbank stelt vast dat de bewezenverklaarde feiten misdrijven zijn als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, onder 2, Sr waarvoor terbeschikkingstelling mogelijk is. Verder is de rechtbank gelet op de conclusies van de deskundigen van oordeel dat bij verdachte tijdens het begaan van de feiten een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestesvermogens bestond. De rechtbank is ten slotte van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist.

Gelet op de inhoud van de rapporten en de houding van verdachte ten aanzien van de geadviseerde voorwaarden is de rechtbank van oordeel dat een tbs-maatregel met voorwaarden passend is. De rechtbank zal dan ook deze maatregel aan verdachte opleggen.

Voor het geval verdachte zich ondanks zijn bereidverklaring niet aan (één of meer van) de voorwaarden mocht houden, overweegt de rechtbank dat de terbeschikkingstelling wordt opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Dat betekent dat wanneer verdachte zich niet aan (één of meer van) de voorwaarden houdt en de dwangverpleging alsnog wordt bevolen, de duur van de maatregel niet gemaximeerd is.

Ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen stelt de rechtbank voorwaarden betreffende het gedrag. De rechtbank neemt de voorwaarden over die de reclassering heeft geadviseerd.

Dadelijke uitvoerbaarheid tbs-maatregel

De rechtbank is van oordeel dat het, rekening houdend met het hoge recidiverisico, noodzakelijk is dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard en zal dan ook de dadelijke uitvoerbaarheid gelasten.

Voorlopige hechtenis

De rechtbank schorst het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de klinische behandeling van verdachte start in de nader te bepalen zorginstelling dan wel in een (tijdelijke) overbruggingskliniek.

Deze schorsing van de voorlopige hechtenis acht de rechtbank nodig, omdat omzetting van de dadelijk uitvoerbare tbs-maatregel met voorwaarden in een tbs-maatregel met verpleging van overheidswege (bij overtreding van de voorwaarden van de maatregel) niet mogelijk is zolang dit vonnis niet onherroepelijk is. De rechtbank zal aan de schorsing van de voorlopige hechtenis dezelfde voorwaarden verbinden als aan de tbs met voorwaarden. Als verdachte dan de in het kader van de tbs-maatregel te stellen voorwaarden (en daarmee de schorsingsvoorwaarden) niet naleeft terwijl dit vonnis nog niet onherroepelijk is, kan de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis worden bevolen. Op die manier kunnen ook in die situatie de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen worden gewaarborgd. Gelet op het hoge recidiverisico van verdachte acht de rechtbank dit noodzakelijk. De rechtbank verwijst in verband met het voorgaande naar het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1729 (r.o. 6.4.2-6.5).

8 De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met de poging tot doodslag onder parketnummer 05.334517.23 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert €16.426, 41 aan materiële schade en € 13.000,- aan smartengeld. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft aangegeven zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

Overweging van de rechtbank

Materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank overweegt dat de gegrondheid en de hoogte van de schadeposten niet zijn betwist.

De schadeposten schoonmaakkosten (€ 250,-), salontafel (€ 499,-), marmeren onderzetters (€ 39,-), vloerkleed (€ 134,25), lamp (€ 220,-), eigen risico 2023 t/m 2025 (€ 1.155,-), eigen risico 2026 (€ 385,-), fysiotherapie (€ 510,-), aanvullende verzekering (€ 251,40), haptotherapie (€ 300,-), gedragen kleding (€ 60,-), verblijf ziekenhuis (€ 105,-), reiskosten (€ 220,89), parkeerkosten (€ 61,27), gederfd salaris (€ 240,89) en gederfde bonussen (€ 6.208,36) zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor.

Ten aanzien van de schadepost bankstel (€ 944,-) heeft de benadeelde partij gesteld dat haar bank door het bewezenverklaarde feit besmeurd is geraakt met bloed en dat zij die vlekken er niet uit kreeg. Daarom heeft zij alsnog een nieuwe bank aangeschaft. Primair vordert de benadeelde partij de aanschafkosten van de besmeurde bank, omdat de oude bank nog zo goed als nieuw was. Subsidiair vordert de benadeelde partij de aanschafkosten van die bank minus 10 % afschrijvingskosten per jaar, wat uitkomt op 30 %, dus een bedrag van € 660,80. De rechtbank ziet aanleiding om afschrijvingskosten in aftrek te nemen en wijst daarom het subsidiair gevorderde bedrag van € 660,80 toe. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

De gevorderde huurkosten (€ 2.842,35) komen naar het oordeel van de rechtbank op de grondslag van het gemis van onstoffelijk voordeel voor toewijzing in aanmerking. De benadeelde partij heeft immers wel huurpenningen voldaan, maar vanwege het bewezenverklaarde voor drie maanden het daar tegenover staande huurgenot niet gehad. Haar schade begroot de rechtbank op het bedrag van de daarmee gemoeide huurpenningen.

Voor al deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering tot een hoogte van € 14.143,21 kan worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige - waaronder het restant van de in de oorspronkelijke vordering (augustus 2025) opgenomen post voor toekomstige materiële schade (met het oog op eventueel hoger beroep) - niet-ontvankelijk worden verklaard.

Smartengeld

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat, voor zover hier relevant, de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen of de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.

Onder een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ valt in ieder geval geestelijk letsel. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan, waartoe nodig is dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld.

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde lichamelijk letsel en geestelijk letsel in de vorm van PTSS heeft opgelopen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt bij het bepalen van de hoogte van het smartengeld rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. In dat verband heeft zij onder meer gekeken naar de Rotterdamse schaal en in het bijzonder naar paragraaf 14.2 ‘Posttraumatische stressstoornis (PTSS)’. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de onweersproken toelichting op de vordering sprake is van categorie (c) ‘middelzwaar’ met een bandbreedte van € 5.500,- tot € 16.000,-. In deze gevallen is de benadeelde grotendeels hersteld en leiden de resterende klachten niet tot ernstige beperkingen. De benadeelde partij heeft onder meer een uitgebreide EMDR-behandeling (21 sessies) en vervolgbehandeling (18 sessies) gehad. De psychische gevolgen hebben op meerdere onderdelen van het leven van de benadeelde enorme impact gehad. Gelet op het voorgaande en gelet op de omstandigheid dat in het geval van de benadeelde partij sprake is van zogenaamde ‘meervoudigheid’, gelet op ook haar fysieke letsels (op haar hoofd en gezicht, waaronder een gebroken neus en een zichtbaar litteken op de linkerzijde van haar neus), zoekt de rechtbank aansluiting bij de bovenkant van de bandbreedte. De rechtbank vindt al met al het gevorderde bedrag billijk en zal de immateriële schadevergoeding vaststellen op een bedrag van € 13.000,- en dit bedrag toewijzen.

Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel

Verdachte is vanaf 17 december 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag aan immateriële schade verschuldigd. Bij gebreke van stellingen over de ingangsdatum van de wettelijke rente van de onderscheiden materiële schadeposten, wordt deze ingangsdatum vastgesteld op de datum van de uitspraak van dit vonnis. Verdachte is dus vanaf 10 september 2026 wettelijke rente over dit bedrag (€ 14.143,21) verschuldigd.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 38, 38a, 45, 57, 285 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt voor de duur van de terbeschikkingstelling de volgende voorwaarden betreffende het gedrag van verdachte:

  • verdachte zal zich niet schuldig maken aan een strafbaar feit;

  • verdachte werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in dat:

o verdachte zich meldt op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;

o verdachte een of meer vingerafdrukken laat nemen en een geldig identiteitsbewijs laat zien;

o verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;

o verdachte de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is;

o verdachte meewerkt aan huisbezoeken;

o verdachte de reclassering inzicht geeft in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

o verdachte zich niet vestigt op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;

o verdachte meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht;

  • als de reclassering dat nodig vindt en verdachte daarmee instemt, kan verdachte voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;

  • verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering;

  • verdachte laat zich opnemen in- en behandelen door de [instelling] of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk en zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek en verslavingsproblematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

  • verdachte laat zich behandelen door IrisZorg, Kairos of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek en verslavingsproblematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

  • verdachte verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;

  • verdachte gebruikt geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs) en lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Verdachte moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn: urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

  • verdachte zoekt of heeft op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met mevrouw [aangever 1] , geboren op [geboortedag] 1989, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het contact;

  • verdachte bevindt zich niet op [adres] , Velp of aan [adres] , Doetinchem of aan de [adres] , Arnhem, tenzij de reclassering toestemming geeft deze adressen te bezoeken;

 geeft de reclassering opdracht verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

 beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is;

schorst het bevel tot voorlopige hechtenis - onder dezelfde voorwaarden zoals verbonden aan de maatregel van terbeschikkingstelling - met ingang van het tijdstip waarop de klinische behandeling van verdachte start in de nader te bepalen zorginstelling dan wel in een (tijdelijke) overbruggingskliniek;

 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder parketnummer 05.334517.23 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 1] van € 14.143,21 aan materiële schade en € 13.000,- aan smartengeld, de materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 september 2026 en het smartengeld vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 december 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 1] , een bedrag te betalen van € 27.143,21 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente – ten aanzien van de materiële schade vanaf 10 september 2026 en ten aanzien van het smartengeld vanaf 17 december 2023 - tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 160 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

 verklaart de benadeelde partij [aangever 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Schoo (voorzitter), mr. M.M. Klaasen en mr. G.L.C van den Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. Schoen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 september 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »