ECLI:NL:RBGEL:2026:7605

Datum uitspraak
06-10-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Zaaknummer
ARN 25/4446
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Weigering omgevingsvergunning voor vervangen van glas in voorgevel van monument. Gemeentelijke beoordelingsruimte. Rijksbeleid over beglazing in monumenten niet van toepassing.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/4446

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 oktober 2026

in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2] , uit [woonplaats] , eisers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eisers. Eisers hebben een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vervangen van glas in de voorgevel van hun woning aan de [gemachtigde] in [woonplaats] , een gemeentelijk monument. Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de weigering van de omgevingsvergunning in stand blijft. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

1.2.

Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 3. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen.

  • Heeft het college het besluit voldoende gemotiveerd?

  • Heeft het college de belangen van eisers voldoende meegewogen?

Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Eisers hebben op 8 september 2024 een aanvraag ingediend voor het vervangen van het glas in de voorgevel. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 15 april 2025 afgewezen voor de omgevingsplanactiviteit bouwen1 en voor de activiteit aan een gemeentelijk monument.2Met het besluit van 25 augustus 2025 op het bezwaar van eisers is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

2.1.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar.

2.2.

De rechtbank heeft het beroep op 21 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser 1] en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt de weigering van de omgevingsvergunning aan de hand van de beroepsgronden van eisers. Daarbij stelt de rechtbank vast dat eisers in de beroepsprocedure alleen gronden hebben gericht tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor het wijzigen van een monument. De omvang van het geschil is dan ook daartoe beperkt en de rechtbank zal hierna alleen ingaan op de vraag of het college de vergunning voor deze activiteit heeft kunnen weigeren.

Heeft het college het besluit voldoende gemotiveerd?

Standpunten

4. Eisers betogen dat onduidelijk is op grond van welke regelgeving het college de aanvraag heeft afgewezen. Er wordt niet voldaan aan het genoemde wettelijke kader, en het door de gemeente gestelde uitgangspunt, dat historisch glas behouden moet blijven, is niet vastgelegd in een beleidskader. Het college stelt dat historisch glas een monumentale waarde vertegenwoordigt die bij vervanging verloren gaat. Dat betekent dat nooit iets vervangen kan worden. Het college toont ook niet aan op grond van welk beleid de commissie negatief heeft geadviseerd. Bij gebrek aan gemeentelijk beleid heeft het college volgens eisers een extra zware motiveringsplicht om af te wijken van het rijksbeleid van het rapport ‘Verduurzaming van monumenten, Afwegingskader voor vergunningverlening, Versie september 2023’ van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (het rijksbeleid) dat ziet op rijksmonumenten. Daarin staat dat doorsnee glassoorten van na 1900 zoals blank getrokken glas in beginsel vervangen kan worden door glas met een hogere isolatiewaarde.

4.1.

Het college stelt zich op het standpunt dat hij de aanvraag terecht heeft afgewezen op grond van de adviezen van de commissie ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie van de gemeente Zutphen (de commissie). Het college heeft toegelicht dat glas waarin een golving te zien is er op wijst dat er sprake is van historisch glas. Uitgangspunt bij historisch glas is dat dat gehandhaafd moet blijven omdat historische vensters een belangrijke rol spelen bij de beleving van een monument. Voor zover eisers wijzen op het rijksbeleid is in het rijksbeleid opgenomen dat het geen dwingend toetsingskader is en dat het geen rechtstreekse werking heeft. Het rijksbeleid is geen gemeentelijk beleid.

Overwegingen

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat de weigering van de vergunning voldoet aan de wettelijke kaders. Ook heeft het college de weigering voldoende gemotiveerd. Zij overweegt daartoe als volgt.

Toetsingskader

4.3.

Het college heeft de aanvraag voor activiteiten aan een monument terecht afgewezen op grond van artikel 5.1 eerste lid aanhef en onder a en artikel 22.8 de Omgevingswet in samenhang met artikel 5:11 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen 2021 (de verordening).

4.4.

Uit de systematiek van de wet volgt dat iedere wijziging aan een gemeentelijk monument vergunningsplichtig is.3 Uitzonderingen op de vergunningsplicht zijn niet van toepassing bij een gemeentelijk monument.4

4.5.

De vergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.5 Om te beoordelen of het belang van de monumentenzorg zich niet tegen verlening van de vergunning is het college verplicht om advies in te winnen van de commissie.6

Motivering

4.6.

Het college heeft de weigering van de omgevingsvergunning gebaseerd op de adviezen van de commissie. Het college heeft geen beleidsregels vastgesteld over het vervangen van de beglazing van gemeentelijke monumenten. De wet vereist ook niet dat een bestuursorgaan alle afwegingsruimte invult met beleidsregels.7 Het college heeft voldoende toegelicht dat hij er bewust voor heeft gekozen om de commissie ruimte te laten om af te wegen of het belang van monumentenzorg zich niet verzet tegen verlening van de vergunning.

4.7.

Anders dan eisers stellen, betekent het ontbreken van een gemeentelijke beleidsregel over vervanging van glas in gemeentelijke monumenten niet dat het college moet toetsen aan het rijksbeleid. Het college stelt zich terecht op het standpunt dat het rijksbeleid niet bindend is voor het college. Het rijksbeleid is daarom geen toetsingskader voor het college.

4.8.

Volgens vaste rechtspraak kan het college verder afgaan op het advies van de commissie nadat hij is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor de wettelijk adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Het overnemen van een advies behoeft in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders als de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies van een andere deskundig te achten persoon of instantie heeft overgelegd of concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht.8

4.9.

Vaststaat dat eisers geen tegenadvies van een deskundige hebben overgelegd. Voor zover eisers naar voren hebben gebracht dat de motivering en de adviezen onbegrijpelijk zijn omdat niet is getoetst aan een beleidskader of het rijksbeleid, is onder 4.5. overwogen dat het college geen beleid hoeft te maken en niet hoeft te toetsen aan het rijksbeleid. Voor het overige hebben eisers geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de adviezen naar voren gebracht.

4.10.

De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft het college de belangen van eisers voldoende meegewogen?

5. Eisers betogen dat er aan de binnenkant van de woning onvoldoende ruimte is om achterzetbeglazing aan te brengen. De door het college aangedragen oplossing is redelijkerwijs niet toepasbaar. In het kader van de belangenafweging had de interne uitstraling meegewogen moeten worden.

5.1.

Individuele omstandigheden van eisers kunnen een reden zijn om af te wijken van de adviezen van de commissie.9 De rechtbank mag niet op de stoel van het college gaan zitten en mag de belangenafweging dus niet volledig overdoen. De rechtbank toetst of het college in redelijkheid tot dit besluit heeft kunnen komen.

5.2.

De rechtbank oordeelt dat eisers niet hebben aangetoond dat het college had moeten afwijken van de adviezen van de commissie. Eisers onderbouwen hun stelling dat het onmogelijk is om achterzetglas te plaatsen aan de binnenkant van de woning onvoldoende. Het college onderkent weliswaar dat de opbouwdikte van de kozijnen summier is, maar vindt dat dat nog niet wil zeggen dat het onmogelijk is om achterzetglas te plaatsen. De rechtbank oordeelt dat het op de weg van eisers had gelegen om aan te tonen dat het plaatsen van achterzetglas onmogelijk is. Nu zij dat hebben nagelaten, is niet gebleken van een individueel belang dat zodanig zwaar is dat het college had moeten afwijken van het advies van de commissie.

5.3.

De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de weigering van de omgevingsvergunning in stand blijft. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Harten, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Verschuren, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage, uittreksel uit de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen 2021:

Artikel 5:11 Omgevingsvergunning gemeentelijk monument

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een gemeentelijk monument:

o a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of

o b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op:

o a. de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of

o b. inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg zonder betekenis is.

  • 3. Het college kan in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen voor het uitvoeren van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, als bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen, als bedoeld in het tweede lid.

  • 4. Het college stelt bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning, als bedoeld in het eerste lid, eisen aan de deskundigheid en de uitvoering van het onderzoek.

  • 5. Het college kan aan de vergunning voorschriften verbinden over nader uit te voeren onderzoek, vereiste technische deskundigheid, de uitvoering en materiaaltoepassingen.

  • 6. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning, als bedoeld in het eerste lid, wordt op papier of digitaal ingediend.

  • 7. Het college vraagt bij een aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, de CRKC om advies.

  • 8. De CRKC brengt binnen vier weken na ontvangst van de adviesaanvraag een schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd advies uit.

Artikel 5:12 Weigeringsgronden

  • 1. De vergunning, als bedoeld in artikel 5:11, kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.

  • (…)

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »