RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/250692-25
Datum uitspraak : 29 september 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1961 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 15 augustus 2024, te Hattem, althans
in Nederland, en/of in Groot-Brittannië en/of Frankrijk, terwijl hij als (vrijwillige) politie-ambtenaar werkzaam was bij de eenheid Oost-Nederland, meermalen, opzettelijk en wederrechtelijk, met behulp van een of meer valse sleutels en/of het onbevoegd gebruik van een
gebruikersnaam en/of wachtwoord, is binnengedrongen in één of meer (delen van) geautomatiseerde werken, te weten één of meer (delen van) servers van de Nationale Politie,
door (telkens) op onbevoegde wijze gebruik te maken van een gebruikersnaam en wachtwoord en/of door zich met een gebruikersnaam en/of wachtwoord toegang te verschaffen tot (delen van de) servers van de politie met een ander doel dan waarvoor die gebruikersnaam en/of dat wachtwoord ter beschikking stond en/of waarvoor hem die toegang was toegestaan,
en (telkens) met behulp van hem bij de politie toegekende of ter beschikking staande politie- en/of politie-gebruikersaccounts ([account] en [account]), in te loggen in de beveiligde Citrix-omgeving en/of zich toegang te verschaffen tot de systemen of applicaties Basis Voorziening Informatie Integraal Bevragen (BVI-IB) en/of Bluespot Monitor (BSM) en/of MEOS (Mobiel Effectief Op Straat) en/of BVH (Basisvoorziening Handhaven), en/of tot die (delen van) servers waarop genoemde systemen/applicaties waren geplaatst, zijnde systemen/applicaties, waarop voor verdachte informatie beschikbaar was met een ander doel dan waarvoor hem, verdachte, zijn gebruikersaccount ter beschikking was gesteld en/of waarvoor hem de toegang tot die systemen/applicaties was toegestaan en/of (vervolgens) gegevens die waren opgeslagen en/of verwerkt en/of overgedragen door middel van (delen van) die geautomatiseerde werken (voor zichzelf) over te nemen of te reproduceren en/of inzichtelijk te maken en/of de inhoud daarvan aan een daartoe niet-gerechtigde persoon/derde te verstrekken en/of te openbaren, en die systemen/applicaties (telkens) te gebruiken voor niet-werkgerelateerde bevragingen, althans met een ander doel dan waarvoor hem zijn gebruikersaccount ter beschikking was gesteld en waarvoor hem de toegang tot die systemen/applicaties was toegestaan, te weten:
- meerdere bevragingen met betrekking tot de sociale en/of geografische en/of privé-woonomgeving van verdachte of een derde (bijvoorbeeld BSN-gegevens, adres-, locatie- of contactgegevens, keno-sleutels, antecedenten en kentekens;
- meerdere bevragingen naar aanleiding van incidenten en/of berichtgevingen in de media;
- meerdere bevragingen ten aanzien van mediapersoonlijkheden en/of bekende Nederlanders en/of
- meerdere bevragingen in relatie tot zijn, verdachtes, werkzaamheden bij een Vermogensbeheerder;
2.
hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 15 augustus 2024, te Hattem, althans
in Nederland, meermalen, (telkens) opzettelijk, een geheim heeft geschonden, waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij dat uit hoofde van zijn ambt, te weten (vrijwillige) politie-ambtenaar bij de eenheid Oost-Nederland, beroep en/of wettelijk voorschrift (namelijk artikel 3 Wet Politiegegevens en/of artikel 7 Wet Politiegegevens) verplicht was te bewaren, door (telkens) opzettelijk, in strijd met zijn geheimhoudingsplicht, vertrouwelijke (politie)informatie, hem ambtshalve bekend en/of door hem verkregen na raadpleging van de politie-informatiesystemen en/of -applicaties, te weten Basis Voorziening Informatie Integraal Bevragen (BVI-IB) en/of Bluespot Monitor (BSM) en/of MEOS (Mobiel Effectief Op Straat) en/of BVH (Basisvoorziening Handhaven), te delen met en/of te verstrekken of openbaren aan één of meer daartoe (niet-gerechtigde) personen/derden en/of door mails met die vertrouwelijke
(politie)informatie door te sturen naar derden danwel een eigen privé-mailbox van verdachte;
3.
hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 15 augustus 2024, te Hattem, althans
in Nederland, meermalen, (telkens) in een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vorderde en/of daaraan rechtsgevolgen verbond, te weten in één of meer door
verdachte op ambtseed opgemaakte processen-verbaal, opzettelijk een valse verklaring onder ede heeft afgelegd, doordat hij, verdachte, - zakelijk weergegeven - in die processen-verbaal heeft verklaard dat hij na eigen waarneming(en) een overtreding heeft vastgesteld en/of
dat hij na gebruikmaking van een lasergun en/of een gekalibreerd voertuig een snelheidsmeting heeft verricht, terwijl verdachte die waarneming(en) in werkelijkheid niet (zelf) had gedaan en/of die lasergun of dat gekalibreerde dienstvoertuig in werkelijkheid niet had gebruikt.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. De officier van justitie heeft daarnaast gesteld dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het onder feit 2 tenlastegelegde “danwel een eigen privé-mailbox van verdachte”. Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie gesteld dat de periode bewezenverklaard kan worden vanaf 1 januari 2023.
Het standpunt van de verdediging
Verdachte heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het bewijs. Hij heeft verklaard dat hij de feiten heeft begaan.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 190-199;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 205;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 214-215;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 216-217;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 222-226;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 259-271;
- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 488;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 september 2026.
Feit 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 274-305;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 333-429;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 241-245;
- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 488;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 september 2026.
Deelvrijspraak
Uit de wetsgeschiedenis volgt dat het ‘schenden’ van een geheim in de zin van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) moet worden uitgelegd als het verstrekken van geheime gegevens aan een ander die tot kennisneming daarvan onbevoegd is (ECLI:NL:HR:2020:523). Het doorsturen van vertrouwelijke (politie)informatie door verdachte naar zijn eigen privé-mailbox valt aldus niet onder het schenden van een geheim. De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging partieel vrijspreken.
Feit 3
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 91-96;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 306-329;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 september 2026.
Periode
De officier van justitie heeft gesteld dat de pleegperiode bewezen kan worden vanaf 1 januari 2023. De rechtbank stelt op basis van het proces-verbaal van bevindingen op pagina 312 vast dat verdachte op 24 juni 2020 twee bekeuringen heeft uitgeschreven (bijlage 5 en bijlage 6 van dit proces-verbaal) waarbij hij de strafbare feiten niet zelf heeft waargenomen. De rechtbank acht daarom de pleegperiode bewezen vanaf 24 juni 2020.
3 De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 15 augustus 2024, te Hattem, althans
in Nederland, en/of in Groot-Brittannië en/of Frankrijk, terwijl hij als (vrijwillige) politie-ambtenaar politieambtenaar werkzaam was bij de eenheid Oost-Nederland, meermalen, opzettelijk en wederrechtelijk, met behulp van een of meer valse sleutels en/of het onbevoegd gebruik van een gebruikersnaam en/of wachtwoord, is binnengedrongen in één of meerdere (delen van) geautomatiseerde werken, te weten één of meerdere (delen van) servers van de Nationale Politie, door (telkens) op onbevoegde wijze gebruik te maken van een gebruikersnaam en wachtwoord en/of door zich met een gebruikersnaam en/of wachtwoord toegang te verschaffen tot (delen van de) servers van de politie met een ander doel dan waarvoor die gebruikersnaam en/of dat wachtwoord ter beschikking stonden en/of waarvoor hem die toegang was toegestaan, en (telkens) met behulp van hem bij de politie toegekende of ter beschikking staande politie- en/of politie-gebruikersaccounts ([account] en [account]), in te loggen in de beveiligde Citrix-omgeving en/of zich toegang te verschaffen tot de systemen of applicaties Basis Voorziening Informatie Integraal Bevragen (BVI-IB) en/of Bluespot Monitor (BSM) en/of MEOS (Mobiel Effectief Op Straat) en/of BVH (Basisvoorziening Handhaven), en/of tot die (delen van) servers waarop genoemde systemen/applicaties waren geplaatst,
zijnde systemen/applicaties, waarop voor verdachte informatie beschikbaar was met een ander doel dan waarvoor hem, verdachte, zijn gebruikersaccount ter beschikking was gesteld en/of waarvoor hem de toegang tot die systemen/applicaties was toegestaan en/of (vervolgens) gegevens die waren opgeslagen en/of verwerkt en/of overgedragen door middel van (delen van) die geautomatiseerde werken (voor zichzelf) over te nemen of te reproduceren en/of
inzichtelijk te maken en/of de inhoud daarvan aan een daartoe niet-gerechtigde
persoon/derde te verstrekken en/of te openbaren, en die systemen/applicaties (telkens) te gebruiken voor niet-werkgerelateerde bevragingen, althans met een ander doel dan waarvoor hem zijn gebruikersaccount ter beschikking was gesteld en waarvoor hem de toegang tot die systemen/applicaties was toegestaan, te weten:
- meerdere bevragingen met betrekking tot de sociale en/of geografische en/of privé-woonomgeving van verdachte of een derde (bijvoorbeeld BSN-gegevens, adres-, locatie- of contactgegevens, keno-sleutels, antecedenten en kentekens);
- meerdere bevragingen naar aanleiding van incidenten en/of berichtgevingen in de media;
- meerdere bevragingen ten aanzien van mediapersoonlijkheden en/of bekende Nederlanders en/of
- meerdere bevragingen in relatie tot zijn, verdachtes, werkzaamheden bij Vermogensbeheer.nl B.V.;
2.
hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 15 augustus 2024, te Hattem, althans
in Nederland, meermalen, (telkens) opzettelijk, een geheim heeft geschonden, waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij dat uit hoofde van zijn ambt, te weten (vrijwillige) politie-ambtenaar politieambtenaar bij de eenheid Oost-Nederland, beroep en/of wettelijk voorschrift (namelijk artikel 3 Wet Politiegegevens en/of artikel 7 Wet Politiegegevens) verplicht was te bewaren, door (telkens) opzettelijk, in strijd met zijn geheimhoudingsplicht, vertrouwelijke (politie)informatie, hem ambtshalve bekend en/of door hem verkregen na raadpleging van de politie-informatiesystemen en/of -applicaties, te weten Basis Voorziening Informatie Integraal Bevragen (BVI-IB) en/of Bluespot Monitor (BSM) en/of MEOS (Mobiel Effectief Op Straat) en/of BVH (Basisvoorziening Handhaven), te delen met en/of te verstrekken of openbaren aan één of meerdere daartoe (niet-gerechtigde) personen/derden en/of door mails met die vertrouwelijke (politie)informatie door te sturen naar derden danwel een eigen privé-mailbox van verdachte;
3.
hij in de periode van 1 januari24 juni 2020 tot en met 15 augustus 2024, te Hattem, althans
in Nederland, meermalen, (telkens) in een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vorderde en/of daaraan rechtsgevolgen verbond, te weten in één of meerdere door
verdachte op ambtseed opgemaakte processen-verbaal, opzettelijk een valse verklaring onder ede heeft afgelegd, doordat hij, verdachte, - zakelijk weergegeven - in die processen-verbaal heeft verklaard dat hij na eigen waarneming(en) een overtreding heeft vastgesteld en/of
dat hij na gebruikmaking van een lasergun en/of een gekalibreerd voertuig een snelheidsmeting heeft verricht, terwijl verdachte die waarneming(en) in werkelijkheid niet (zelf) had gedaan en/of die lasergun of dat gekalibreerde dienstvoertuig in werkelijkheid niet had gebruikt.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
computervredebreuk, meermalen gepleegd;
feit 2:
opzettelijke schending van een wettelijke geheimhoudingsplicht, meermalen gepleegd;
feit 3:
in een geval, waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert, mondeling persoonlijk opzettelijk een valse verklaring onder ede afleggen, meermalen gepleegd.
5 De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6 De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7 De overwegingen ten aanzien van straf
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.
Het standpunt van de verdediging
Verdachte heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de gevorderde straf.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich in zijn hoedanigheid als vrijwillige politieambtenaar over een periode van meerdere jaren schuldig gemaakt aan computervredebreuk, schending van zijn ambtsgeheim en meineed. Verdachte heeft veelvuldig informatie opgevraagd over anderen. Zo deed verdachte meerdere bevragingen met betrekking tot zijn woonomgeving, naar aanleiding van incidenten of berichtgevingen in de media, ten aanzien van mediapersoonlijkheden en bekende Nederlands en in zijn relatie tot zijn werkzaamheden bij zijn huidige werkgever. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij dit deed uit nieuwsgierigheid en omdat hij een pleaser is en mensen wilde helpen. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij jarenlang oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van de politiesystemen en van de vertrouwelijke informatie waartoe hij uit hoofde van zijn functie als vrijwillige politieambtenaar toegang tot had.
Daarnaast heeft verdachte meerdere keren valselijk een proces-verbaal opgemaakt. Hij schreef bekeuringen uit van feiten die hij niet zelf had waargenomen en verklaarde in meerdere gevallen dat hij gebruik had gemaakt van een lasergun of een gekalibreerd dienstvoertuig, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval was. Daarmee heeft verdachte onjuiste processen-verbaal opgesteld en ondertekend. Dat is een ernstig feit, omdat het de waarde en de betrouwbaarheid van dergelijke officiële, ambtsedig opgemaakte documenten aantast. Dat raakt ook het gezag van de politie. Daarnaast komt aan een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal op grond van de wet een sterke bewijswaarde toe, sterker dan aan andere (getuigen)verklaringen. Personen kunnen op basis van een ambtsedig proces-verbaal worden veroordeeld. Een politieambtenaar neemt, gelet op diens taak en functie, een bijzondere plaats in de samenleving in. Om die reden wordt van een politieambtenaar een hoge mate van integriteit verwacht. De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat hij in strijd met die verantwoordelijkheid heeft gehandeld.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de justitiële documentatie van verdachte. Daaruit blijkt dat hij de afgelopen vijf jaren niet voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsadvies van 24 augustus 2026. De reclassering ziet risico’s ten aanzien van het psychosociaal functioneren, de houding en het sociale netwerk van verdachte. Vanuit de reclassering ontstaat de indruk dat verdachte moeite heeft om zijn impulsen in bedwang te houden en hij zodoende over een gebrekkige, beperkte zelfbeheersing beschikt. Ook lijkt verdachte beperkte vaardigheden te hebben om nee te zeggen tegen mensen uit zijn netwerk die hem om hulp vragen. Verdachte lijkt zich in een sociale kring te begeven waarin zijn delictgedrag wordt goedgekeurd, hetgeen als risicoverhogend wordt beschouwd. Daarnaast lijkt verdachte zich slechts in beperkte mate schuldbewust te zijn, nu hij zich in zijn handelen schaart achter een werkwijze die gebruikelijk was bij de politie. Hiermee bagatelliseert hij volgens de reclassering zijn aandeel en lijkt hij zijn handelen deels goed te keuren. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld. Positieve factoren zijn het beschikken over een stabiele huisvesting en werk, geen financiële problemen, geen problemen ten aanzien van middelengebruik en steun vanuit familie- en vriendenkring. Verdachte staat open voor gedragsinterventies dan wel ambulante behandeling. De reclassering ziet zodoende meerwaarde in het inzetten van interventies voor gedragsverandering en het verminderen van de kans op recidive. Bij een veroordeling adviseren zij een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht, gedragsinterventie cognitieve vaardigheden en ambulante behandeling.
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, die variëren van taakstraffen tot gevangenisstraffen, al naar gelang de feiten en omstandigheden van de zaak. De rechtbank weegt in deze zaak mee dat het gaat om duizenden bevragingen, waarbij verdachte met meerdere personen over de bevraagde informatie heeft gecommuniceerd en daarnaast vertrouwelijke politie-informatie, waaronder aangiftes, aan anderen heeft verstrekt. Daarnaast is sprake van meermalen valselijk opmaken van processen-verbaal. Gelet op het voorgaande, de lange periode en op de ernst van de feiten acht de rechtbank enkel een gevangenisstraf passend. De rechtbank ziet meerwaarde in behandeling van verdachte en zal daarom een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk aan verdachte opleggen.
De rechtbank volgt de eis van de officier van justitie en zal aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke gedeelte van de straf de door de reclassering geadviseerde voorwaarden koppelen.
8 De toegepaste wettelijke bepalingen
9 De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
-
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
-
stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
-
verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Dobbe 70-74, 8032 JX in Zwolle;
-
verdachte neemt binnen de proeftijd deel aan de gedragsinterventie CoVa van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;
-
verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Transfore of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling wordt gestart als na het doorlopen van de gedragsinterventie cognitieve vaardigheden blijkt dat verdachte behandeling nodig heeft. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is met name gericht op de cognitieve vaardigheden en sociale vaardigheden van verdachte.
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voornoemde voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:
-
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
-
meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. O. El Kadi (voorzitter), mr. L.M. Vogel en mr. W.H.S. Duinkerke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Wisseborn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 september 2026. |
||
|
mr. L.M. Vogel is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. |
||