RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zutphen
Zaaknummer: C/05/469416 / ZJ RK 26-579
Datum uitspraak: 1 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Arnhem,
hierna te noemen de Raad,
over
[naam kind] ,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [het kind] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. R.R.J.A. Olie-Hallmans uit Meppel,
[naam vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. mr. G.J. de Hosson uit Zwolle.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Gelderland, hierna te noemen de GI.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het mondelinge verzoek (tijdens de mondelinge behandeling) van 1 juli 2026;
-
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 juli 2026.
Op 1 juli 2026 is de zaak met zaaknummer / behandeld. Hierbij waren de ouders met hun advocaten en twee vertegenwoordigers van de GI aanwezig. Tijdens deze mondelinge behandeling heeft de Raad een mondeling verzoek tot een ondertoezichtstelling gedaan, dat door de kinderrechter is toegewezen. Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de Raad het schriftelijke verzoek hierover ingediend.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [het kind] .
[het kind] woont bij zijn moeder.
3 Het verzoek
De Raad verzoekt [het kind] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
De moeder is het niet eens met de verzochte ondertoezichtstelling. Sinds de vorige zitting heeft de moeder alles gedaan wat er van haar werd verwacht, zoals het opvolgen van de adviezen van de betrokken instanties en het meewerken aan alles wat van haar werd gevraagd. Het contact tussen [het kind] en de vader is namelijk ook voor haar erg belangrijk. Het is voor de moeder daarom onbegrijpelijk dat nu wordt gezegd dat de oorzaak bij de ouders ligt, terwijl zij altijd heeft samengewerkt met de hulpverlening. De verzochte ondertoezichtstelling voelt voor de moeder daarom als een soort straf.
De vader heeft aangegeven dat hij achter de verzochte ondertoezichtstelling staat.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [het kind] wordt ernstig bedreigd, omdat [het kind] een jonge peuter is die structuur, rust, duidelijkheid en voorspelbaarheid in zijn leven mist door de huidige complexe situatie tussen de ouders. [het kind] krijgt, ook al is dat onbewust, veel mee van de heersende spanningen tussen zijn ouders. Het lukt de ouders niet om samen te kijken naar wat nodig is om het onderlinge vertrouwen te herstellen en gezamenlijk invulling te geven aan het ouderschap van [het kind] , omdat zij geen contact met elkaar hebben. [het kind] zit hierdoor klem tussen zijn ouders, wat bij hem conflicterende gevoelens zal opleveren. De kinderrechter heeft zorgen over wat dit voor [het kind] zijn identiteitsontwikkeling zal betekenen. Het is in het belang van [het kind] dat hij met beide ouders een veilige hechtingsband kan opbouwen en onderhouden. Daarvoor is ook van belang dat [het kind] van beide ouders emotionele toestemming krijgt om het fijn te mogen hebben bij de andere ouder. Daarvan is op dit moment geen sprake, nu beide ouders zorgen over elkaar hebben. De moeder heeft zorgen over het gedrag van de vader. Zij geeft aan dat sprake is van intieme terreur en dwingende controle vanuit de vader. De vader heeft op zijn beurt zorgen over de wijze waarop de moeder haar angst voor hem op [het kind] overbrengt en of het de moeder voldoende lukt om [het kind] veilig te laten opgroeien. Het is in het belang van [het kind] dat onder regie van een jeugdbeschermer aan deze zorgen wordt gewerkt en wordt onderzocht wat [het kind] en de vader en de moeder hierin nodig hebben, waarbij met het oog op het Verdrag van Istanbul ook dient te worden gekeken naar of er sprake is van intiem terreur en wat dit betekent voor partijen. Daarbij dient te worden onderzocht hoe moet worden omgegaan met de door de gemeente geuite zorgen. Daarbij dient ook te worden bekeken op welke wijze deze zorgen worden meegewogen bij de vormgeving van de omgang tussen [het kind] en de vader. Ook de door de politie geuite zorgen dienen daarbij te worden betrokken. Er dient daarom niet alleen te worden gekeken naar de wijze waarop de omgang weer kan worden opgestart, maar ook voldoende rekening te worden gehouden met de veiligheid van zowel de moeder als [het kind] . Daarnaast heeft de kinderrechter zorgen over het contact tussen [het kind] en de vader. Ondanks de zeer jonge leeftijd van [het kind] heeft hij al meerdere breuken in het contact met zijn vader meegemaakt. Op dit moment heeft hij zijn vader al ruim vier en een halve maand niet meer gezien.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat het de ouders ondanks de al in het vrijwillige kader ingezette hulpverlening niet is gelukt het contact tussen [het kind] en de vader op een goede, rustige en fijne manier te laten plaatsvinden.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [het kind] onder toezicht voor de duur van twaalf maanden.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
stelt [het kind] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Gelderland met ingang van 1 juli 2026 tot 1 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026 door mr. Y. Yildiz, kinderrechter, in aanwezigheid van H.A.P. Oppewal als griffier, en op schrift gesteld op 15 juli 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.