ECLI:NL:RBGEL:2026:4978

Datum uitspraak
24-06-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
208596-25 + 304486-25 + 010842-26 (gev. ttz.)
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Veroordeling voor vier verkrachtingen tot een gevangenisstraf van zes jaren. Verdachte wordt veroordeeld tot een viertal gekwalificeerde opzetverkrachtingen van vrouwen in de periode van tien maanden. Van één van de tenlastegelegde verkrachtingen wordt hij vrijgesproken, omdat niet kan worden bewezen dat de seksuele handelingen niet vrijwillig waren. Enkel het dichtknijpen van de keel van de vrouw – het zogenoemde choken – heeft niet vrijwillig plaatsgevonden. Die handeling kan op zichzelf, als geweldshandeling, echter niet worden gekwalificeerd als een verkrachting. Verdachte is verminderd toerekeningsvatbaar. Door de hoogte van de door de rechtbank passend en geboden geachte gevangenisstraf, is er geen ruimte voor het opleggen van bijzondere voorwaarden.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/208596-25 + 05/304486-25 + 05/010842-26 (gev. ttz.)

Datum uitspraak : 24 juni 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats] , thans ingeschreven op de [adres] , [postcode] in [plaats 1] en gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats] .

raadsvrouw: mr. A. Winters, advocaat in Nijmegen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

05/208596-25

1 hij op of omstreeks 2 mei 2025 te [plaats 2] met een persoon, te weten [slachtoffer 1] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- brengen van zijn, verdachtes, penis in haar vagina en/of mond,- brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) in haar vagina en/of- aftrekken van zijn, verdachtes, penisterwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door- haar stevig vast te houden,- (krachtig) aan haar haren te trekken,- haar hand naar zijn, verdachtes, penis te duwen/trekken,- negeren van haar verbale en fysieke signalen van verzet en/of- gebruik te maken van zijn, verdachtes, fysieke en/of mentale overwicht op haar;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 2 mei 2025 te [plaats 2] met een persoon, te weten [slachtoffer 1] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- brengen van zijn, verdachtes, penis in haar vagina en/of mond,

- brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) in haar vagina en/of

- aftrekken van zijn, verdachtes, penisterwijl hij, verdachte, ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak;

4 hij op of omstreeks 13 november 2024 te [plaats 2] met een persoon, te weten [slachtoffer 2] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) in haar vagina,- brengen van zijn, verdachtes, penis in haar mond en/of- door haar laten aftrekken van zijn, verdachtes, penisterwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door- haar keel (krachtig) dicht te knijpen- haar hoofd richting zijn penis te duwen,- haar hand naar zijn, verdachtes, penis te duwen/trekken,- negeren van haar verbale en fysieke signalen van verzet en/of- gebruik te maken van zijn, verdachtes, fysieke en/of mentale overwicht op haar;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 november 2024 te [plaats 2] met een persoon, te weten [slachtoffer 2] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- brengen van zijn penis in haar vagina en/of mondterwijl hij, verdachte, ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer 3] daartoe de wil ontbrak;

05/304486-25

1 hij op of omstreeks 11 april 2025 te [plaats 2] met een persoon, te weten [slachtoffer 3] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten - brengen van zijn penis in haar vagina en/of mond terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 3] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgddoor dwang, geweld en/of bedreiging, door - haar stevig vast te houden,- haar keel (krachtig) dicht te knijpen,- negeren van haar verbale en fysieke signalen van verzet en/of- gebruik te maken van zijn, verdachtes, fysieke en/of mentale overwicht op haar;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 11 april 2025 te [plaats 2] met een persoon, te weten [slachtoffer 3] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- brengen van zijn penis in haar vagina en/of mondterwijl hij, verdachte, ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer 3] daartoe de wil ontbrak;

2 hij op of omstreeks 1 oktober 2024 te [plaats 2] met een persoon, te weten [slachtoffer 4] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- het brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in haar vagina en/of- het door haar laten aftrekken van zijn, verdachtes, penis terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer 4] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door- haar keel (krachtig) dicht te knijpen en/of- haar hand naar zijn, verdachtes, penis te duwen/trekken en/of- (krachtig) aan haar haren te trekken en/of- (hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie heeft gecreëerd dat zij zichniet aan bovengenoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken);

05/010842-26

hij op of omstreeks 20 juli 2024 te [plaats 2] met een persoon, te weten [slachtoffer 5] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- het brengen van één of meer van zijn vinger(s) in haar vagina en/of- het brengen van zijn penis in haar vagina en/of mondterwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 5] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door- haar keel (krachtig) dicht te knijpen,- haar hoofd naar zijn penis te duwen,- het negeren van haar verbale en fysieke signalen van verzet en/of- gebruik te maken van zijn, verdachtes, fysieke en/of mentale overwicht op haar.

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 20 juli 2024 te [plaats 2] met een persoon, te weten [slachtoffer 5] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- het brengen van één of meer van zijn vinger(s) in haar vagina en/of- het brengen van zijn penis in haar vagina en/of mondterwijl hij, verdachte, ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer 5] daartoe de wil ontbrak.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Inleidende overwegingen

De rechtbank merkt allereerst op dat aan verdachte is tenlastegelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere gekwalificeerde opzetverkrachtingen. Opzetverkrachting heeft betrekking op situaties waarin degene die het delict begaat opzettelijk de ontbrekende wil bij de ander negeert of voor lief neemt. Daarbij kan sprake zijn van vol opzet of – de ondergrens van de opzetvariant – voorwaardelijk opzet.

Vol opzet is aanwezig wanneer de dader weet dat het niet anders kan zijn dan dat de wil tot seksueel contact bij de ander ontbreekt en het seksueel contact toch tegen de wil van die ander plaatsvindt. Van voorwaardelijk opzet is sprake wanneer diegene bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat de desbetreffende seksuele handelingen plaatsvinden terwijl de ander dit niet wil. Minst genomen is van voorwaardelijk opzet sprake bij het eenvoudigweg negeren of voor lief nemen van duidelijk waarneembare verbale of fysieke signalen van de ander die blijk geven van een negatieve of passieve opstelling van – in dit geval – haar.

In de tenlastegelegde delictsvorm gekwalificeerde opzetverkrachting wordt het gebruik van dwang, geweld of bedreiging als strafverzwarend aangemerkt. Dit element is aldus niet langer een voorwaarde voor strafrechtelijke aansprakelijkheid, zoals onder de oude zedenwet, maar geldt als bijkomende omstandigheid die een ernstiger strafrechtelijk verwijt inhoudt.

In alle zaken is naast opzetverkrachting (subsidiair) schuldverkrachting tenlastegelegd. Dit betekent dat degene die het delict pleegt ernstige reden had om te vermoeden dat de wil tot het hebben van seksueel contact bij de ander ontbreekt. Hiervan is sprake op het moment dat degene die het delict begaat de mogelijkheid van een ontbrekende wil onder ogen heeft gezien, maar vervolgens niet of onvoldoende heeft geverifieerd of het seksuele contact (nog steeds) op vrijwillige basis plaatsvindt, dan wel indien diegene zich van de mogelijkheid dat de wil bij de ander ontbrak niet bewust is geweest terwijl hiertoe wel duidelijk waarneembare signalen bestonden.

De rechtbank zal in haar vonnis per feit de bewijsmiddelen en de daaraan door haar verbonden conclusies bespreken. Zij overweegt in dat kader allereerst dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door het feit dat er slechts twee personen aanwezig waren bij de (beweerde) seksuele handelingen, namelijk het veronderstelde slachtoffer en de vermeende dader. Indien de verdachte ontkent, moet de rechtbank beoordelen of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is voldaan. Dat bewijsminimum houdt in dat het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Er moet sprake zijn van steunbewijs, dat afkomstig is van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Uit rechtspraak van de Hoge Raad kan onder meer worden afgeleid dat voor een bewezenverklaring van verkrachting niet is vereist dat de verkrachting als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het voldoende is dat de verklaring van degene die de belastende verklaring heeft afgelegd (in dit geval aangeefster) op bepaalde punten bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, afkomstig van een andere bron dan de aangeefster. Tussen de verklaring van de aangeefster en dat overige bewijsmateriaal mag niet een te ver verwijderd verband bestaan.

De rechtbank komt – al het voorgaande in acht nemende – tot de volgende overwegingen en conclusies.

Vrijspraak 05/304486-25 feit 1: [slachtoffer 3]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gekwalificeerde opzetverkrachting (feit 1, primair). Daartoe is aangevoerd dat de seks – die aanvankelijk vrijwillig begon – uit de hand is gelopen. [slachtoffer 3] heeft met handen en voeten aangegeven dat verdachte moest stoppen en zij heeft hem van zich afgetrapt. [slachtoffer 3] kon geen stop zeggen, omdat verdachte haar keel dichtkneep (‘choken’). Verder heeft verdachte zijn penis in de mond van [slachtoffer 3] gebracht, terwijl zij nog aan het huilen was nadat zij zich uit de greep van verdachte had losgerukt. Verdachte heeft deze duidelijke signalen dat het [slachtoffer 3] te ver ging bewust genegeerd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte van zowel het primair als subsidiair tenlastegelegde feit moet worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

De bewijsmiddelen

De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) in de nacht van 11 april 2025 heeft ontmoet in het centrum van [plaats 2] . Zij is met hem mee naar huis gegaan. [slachtoffer 3] had haar fiets gepakt en zij merkte toen dat zij moe was en dat zij eigenlijk geen zin meer had. Zij vertelde dit tegen verdachte, maar hij zei dat hij maar vijf minuten verderop woonde en vroeg haar of zij niet toch met hem mee wilde gaan. [slachtoffer 3] dacht toen ‘prima’ en is toch met hem meegegaan.

Samen zijn [slachtoffer 3] en verdachte naar zijn kamer gegaan. Ze kleedden zich allebei uit en gingen in zijn bed liggen. Ze hebben gezoend en ze raakten elkaar aan. Verdachte zei toen telkens tegen [slachtoffer 3] : “pijp me”. Verdachte duwde ook telkens [slachtoffer 3] ’ hoofd naar beneden en zij duwde hem weg omdat zij dat niet wilde. Daarna hebben ze samen seks gehad met elkaar. Verdachte begon [slachtoffer 3] te choken. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij dit wel leuk vindt. Zij merkte echter wel dat dit harder ging dan dat zij gewend is. Verdachte zei tegen haar dingen als “dit vind jij lekker he, dit vind jij fijn”. [slachtoffer 3] weet niet meer precies wat ze daarop heeft geantwoord, maar misschien wel “ja”.

Op een gegeven moment vroeg verdachte of hij [slachtoffer 3] hard mocht choken. [slachtoffer 3] vond dit goed. Hij vroeg het daarna nog drie keer aan [slachtoffer 3] , maar deed op dat moment niets. Verdachte vroeg daarna aan [slachtoffer 3] of hij haar mocht vastbinden. [slachtoffer 3] had dat nog nooit gedaan, maar ze vond het op zich wel leuk om een keer te proberen. [slachtoffer 3] lag op haar buik en verdachte bond haar armen vast op haar rug. Ze zei toen wel tegen [verdachte] dat stop, stop is en [verdachte] bevestigde dit ook. Zij hadden op dat moment weer seks. Verdachte vroeg toen of hij ook de benen van [slachtoffer 3] mocht vastbinden. Hij stond op om iets te pakken. Aan zichzelf merkte [slachtoffer 3] dat zij dit niet wilde en ze draaide zich terug op haar rug en trok haar armen los. Verdachte kwam teruggelopen en zei “draai je om”. Hij draaide [slachtoffer 3] weer om zodat zij op haar buik lag. Toen bond hij haar armen weer vast. [slachtoffer 3] zei daar niets over. Hij bond ook haar voeten vast. [slachtoffer 3] en verdachte hadden weer seks.

Toen begon verdachte [slachtoffer 3] opeens uit het niets te choken. Verdachte vroeg het op dat moment niet eerst aan [slachtoffer 3] en deed het echt heel hard. Verdachte ging volledig over [slachtoffer 3] grens heen met het choken. Zij wilde stop zeggen, maar omdat verdachte zo hard kneep kon zij geen geluid maken. Zij probeerde met haar hele lichaam duidelijk te maken dat zij dit niet wilde. Op een gegeven moment kreeg [slachtoffer 3] haar armen los en wilde ze verdachtes’ hand losrukken van haar keel. Dit lukte niet. [slachtoffer 3] probeerde hem in zijn keel te knijpen en zij kneep verdachte in zijn piemel, maar daar reageerde hij ook niet op. Zij probeerde haar benen los te krijgen en dat lukte. Zij schopte verdachte toen van zich af en toen stopte hij eindelijk. [slachtoffer 3] zat toen echt te hijgen op de zijkant van het bed.

[slachtoffer 3] moest heel hard huilen. Verdachte kwam naar haar toegelopen en zei sorry. Verdachte probeerde haar te troosten en zei tegen haar iets als daarom vroeg ik toch drie keer aan jou of je het wilde. [slachtoffer 3] voelde zich schuldig en zei “ja sorry”. Verdachte stond toen opeens voor haar, ze waren allebei nog naakt. [slachtoffer 3] heeft hem toen gepijpt, terwijl zij nog huilde. Dit was heel kort en daarna duwde zij hem weg. [slachtoffer 3] wilde dit niet. Daarna vroeg verdachte of ze nog even konden knuffelen in bed. Dit wilde [slachtoffer 3] zelf ook, omdat zij voelde dat zij troost nodig had. Ze zoenden toen weer en daarna hebben ze weer seks gehad. [slachtoffer 3] realiseerde zich dat het echt niet goed voelde. Ze zei dat ze niet wilde en toen stopte de seks. Verdachte probeerde haar te vingeren, maar zij sloeg zijn hand weg. Verdachte greep haar toen weer bij haar keel. Dat was voor haar de druppel.

Direct nadat [slachtoffer 3] bij verdachte weg ging is zij naar getuige [getuige 1] gegaan. [getuige 1] heeft verklaard dat [slachtoffer 3] overstuur was en zag dat zij aan het huilen was en dat zij blauwe plekken bij haar hals had.

Verdachte heeft hierover verklaard dat hij meerdere keren seks heeft gehad met [slachtoffer 3] . Hij heeft haar gevraagd of hij haar mocht vastbinden, dat vond ze ook prima en leuk. Hij heeft haar ook gevraagd of hij haar wat harder mocht choken. Ook dat vond ze leuk. Op een gegeven moment bleek het choken te hard te gaan. Toen zijn ze ook gestopt. Verdachte is [slachtoffer 3] gaan troosten. Na een paar minuten ging het weer. [slachtoffer 3] heeft hem toen gepijpt en ze hebben weer seks gehad.

Overwegingen van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat uit de verklaringen van zowel [slachtoffer 3] als verdachte volgt dat de seksuele handelingen tussen hen met wederzijdse instemming hebben plaatsgevonden. Ten aanzien van het pijpen, waarover [slachtoffer 3] verklaart dat zij dit heeft gedaan terwijl zij nog aan het huilen was, geldt dat zij is gestopt op het moment dat zij dit niet meer wilde. Uit het dossier blijkt niet, althans onvoldoende, dat verdachte haar op enigerlei wijze heeft gedwongen hem te pijpen, of dat het verdachte was die het initiatief nam tot het pijpen en daarbij ernstige reden had te vermoeden dat zij dit niet wilde, noch dat hij [slachtoffer 3] heeft gedwongen hiermee door te gaan toen zij zelf stopte. Ditzelfde geldt voor de seks die na het knuffelen nog plaats heeft gevonden. De rechtbank kan ten aanzien van alle seksuele handelingen op zichzelf dan ook niet vaststellen dat de wil van [slachtoffer 3] daadwerkelijk ontbrak noch dat zij haar ontbrekende wil voldoende duidelijk heeft gemaakt aan verdachte. Dit geldt zeker nu er gedurende deze nacht op verschillende momenten en meerdere keren met wederzijdse instemming seks heeft plaatsgevonden tussen [slachtoffer 3] en verdachte (zoals zij ook beiden verklaren). Verdachte heeft daarnaast ook op verschillende momenten toestemming gevraagd en gekregen om diverse (seksuele) handelingen te verrichten.

Alles overwegende kan de rechtbank dan ook niet vaststellen dat verdachte op enig moment wist, had moeten weten of ernstige reden had om te vermoeden dat bij [slachtoffer 3] de wil op de plaatsgevonden seksuele handelingen ontbrak. Voor het choken ligt dat anders, maar dat betreft, zoals hierna uiteen zal worden gezet, geen seksuele handeling waarvan sprake dient te zijn om tot een bewezenverklaring van (al dan niet gekwalificeerde) opzetverkrachting dan wel schuldverkrachting te komen. Het voorgaande betekent dat de rechtbank verdachte daarom zal vrijspreken van deze feiten.

Choken

Uit de verklaringen van [slachtoffer 3] en verdachte blijkt dat het zwaartepunt in deze zaak ligt bij het feit dat het choken van [slachtoffer 3] door verdachte tijdens de seks op enig moment voor haar veel te hard ging. [slachtoffer 3] wilde niet dat haar keel met deze kracht en op deze wijze dichtgeknepen zou worden en dat heeft zij kenbaar gemaakt aan verdachte door hem van zich af te trappen en hem te knijpen. Ten aanzien van deze handeling had verdachte op dat moment dus wel ernstige redenen om te vermoeden dat bij [slachtoffer 3] de wil hierop ontbrak.

De rechtbank stelt verder voorop dat het ‘choken’, oftewel het hard dichtknijpen en/of dichtgeknepen houden van de keel van een ander, op zichzelf geen seksuele handeling is maar een geweldshandeling die kan worden toegepast tijdens seksuele handelingen. Een dergelijke handeling vereist, hoe dan ook, expliciete toestemming van degene waarbij dit wordt toegepast, duidelijke grenzen en stopwoorden of -tekens. Als hiervan geen sprake is en de handeling dus tegen iemands wil gebeurt, kan dit op zichzelf worden gekwalificeerd als een ‘mishandeling’. Dit is echter niet tenlastegelegd in deze zaak.

05/208596-25 feit 1: [slachtoffer 1]

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de nacht van 2 mei 2025 is [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) na het uitgaan in de stad met verdachte meegegaan naar zijn woning in [plaats 2] . Verdachte heeft zijn vingers in haar vagina gebracht, hij heeft zijn penis in haar vagina en in haar mond gebracht en [slachtoffer 1] heeft hem afgetrokken.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde gekwalificeerde opzetverkrachting.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van de tenlastelegging. Daartoe is aangevoerd dat het dossier onvoldoende steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer 1] bevat, dat niet kan worden aangenomen dat geweld is toegepast en verdachte niet wist noch ernstig had moeten vermoeden dat de wil voor de seksuele handelingen ontbrak bij [slachtoffer 1] .

Subsidiair bepleit de raadsvrouw dat de feiten en omstandigheden meer passen bij een situatie waarin verdachte een verkeerde inschatting heeft gemaakt, wat maximaal schuldverkrachting zou opleveren.

Beoordeling door de rechtbank

Wat in deze zaak niet ter discussie staat is dat verdachte en [slachtoffer 1] seksueel contact hebben gehad. In de visie van verdachte was echter, anders dan [slachtoffer 1] heeft verklaard, geen sprake van geweld, dwang of ongewenst seksueel contact. De rechtbank overweegt hierover het volgende.

Bewijsmiddelen

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij best wel heel dronken was op de avond dat zij verdachte tegenkwam. Hij liep mee naar haar fiets. [slachtoffer 1] weet niet meer precies hoe het ging maar verdachte had haar fiets, niet omdat zij het vroeg maar omdat hij hem vasthad. Ze zei tegen hem: “ik moet naar huis, ik moet naar huis”. Hij zei: “het komt goed, we gaan richting huis”. Ze dacht “He, ik woon daar niet, ik woon aan de andere kant”. Verdachte pakte haar hand, liep voorop en [slachtoffer 1] hobbelde er een beetje achteraan. Toen zette hij de fiets aan de kant en drukte [slachtoffer 1] een steegje in. Zo van: “kom je gaan die kant op”. Zo van “we gaan die richting in”. Hij zoende haar daar. Zij vond dit niet mega mega erg, maar ook niet fijn. Verdachte heeft zijn hand in haar broek gedaan en ging met zijn vinger in haar vagina. Zij maakte veel lawaai en probeerde hem van haar af te duwen. Verdachte duwde haar met zijn hand tegen haar linkerkaak opzij. Hij duwde haar hoofd opzij. [slachtoffer 1] deed haar armen gekruist op haar borst en zakte in elkaar naar de grond met haar rug tegen de muur. Ze merkte dat hij geïrriteerd raakte, hij zei “kijk ik doe niks, ik doe niks”. Verdachte sleurde haar aan haar hand mee richting zijn studentenhuis. Ze merkte dat het niet richting haar huis was. Hij had haar fiets aan zijn hand. Hij zette vervolgens haar fiets op slot en hield de fietssleutels bij zich. Er werd op de deur gebonkt en een meisje met bruin haar deed open. Zij vroeg aan [slachtoffer 1] of alles goed was (dit meisje blijkt [getuige 2] te zijn). Hij liep vervolgens naar boven met de sleutels van [slachtoffer 1] in zijn hand. [slachtoffer 1] heeft verder verklaard dat zij niks tegen het meisje dat de deur opendeed zei, omdat verdachte naast haar stond. [slachtoffer 1] liep vervolgens achter verdachte aan naar boven, omdat zij haar fietssleutels terug wilde.3

[getuige 2] , een huisgenoot van verdachte, heeft over deze situatie verklaard dat zij op 2 mei 2025 omstreeks 06.00 uur wakker werd van gerommel in de voortuin. Zij hoorde gekus/gezoen. Zij dacht al dat het [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) zou zijn. Hij neemt wel vaker meiden mee naar huis en doet wel vaker dingen in de voortuin. Zij hoorde het meisje (dat later [slachtoffer 1] bleek te zijn) zeggen: “nee, ik wil naar huis”. [getuige 2] hoorde verdachte toen ook wat zeggen, ze weet niet meer precies wat. Het klonk qua toon wel alsof hij het meisje over probeerde te halen. Zij ging naar het toilet en hoorde daarna de bel. Zij zag het meisje en verdachte voor de deur staan. [getuige 2] zag aan het gezicht van het meisje dat zij niet blij was. Ze leek ongerust, bang en geïrriteerd. Omdat [getuige 2] haar al had horen zeggen dat ze naar huis wilde, vroeg [getuige 2] aan haar hoe het ging. Het meisje antwoordde niet. Zij liep zonder iets te zeggen terug naar de fietsen aan de voorzijde van het huis. Verdachte keek [getuige 2] aan en hij knikte naar haar. Hij deed zoiets van het gaat wel, het is goed. Toen vroeg verdachte aan het meisje: schatje, gaat het? Verdachte liep achter het meisje aan en riep “nee schatje, schatje” naar haar. Het leek alsof hij de bedoeling had dat het meisje terug moest komen. [getuige 2] is teruggegaan naar haar kamer en heeft verdachte en het meisje samen naar boven horen gaan.4

[slachtoffer 1] heeft verder verklaard dat verdachte haar op zijn bed duwde toen zij boven waren aangekomen. Hij trok haar kleren uit. Hij probeerde de hele tijd dingen te doen en zette [slachtoffer 1] daarbij vast. [slachtoffer 1] zei de hele tijd stop en probeerde telkens van het bed af te komen. Hij duwde haar een soort van de hele tijd terug. Zij lag op enig moment op haar rug en hij zat over haar heen. [slachtoffer 1] hield haar benen dicht en tegen elkaar. Zij lag eerst en toen zat verdachte met zijn benen over haar heen. Zij rolde telkens van verdachte weg en probeerde van het bed af te komen. Hij heeft zichzelf afgetrokken met haar hand, stak telkens zijn vingers in haar mond. En oraal, dat probeerde ze ook heel hard tegen te houden maar hij trok haar op dat moment heel erg aan haar haar. [slachtoffer 1] zat op het einde van zijn bed. Verdachte stond tegenover haar. Zij probeerde weg te gaan. Hij hield haar haren vast zodat zij niet weg kon. Verdachte probeerde de hele tijd zijn piemel in haar mond te doen. Dit is een beetje gelukt, maar niet helemaal. Zij deed dit niet vrijwillig, haar mond was al een beetje open doordat hij telkens zijn vingers in haar mond deed. Hij heeft vervolgens ook seks met haar gehad zonder condoom.5 [slachtoffer 1] was telkens bezig met verdachte van zich afduwen en stop zeggen. Het is [slachtoffer 1] uiteindelijk gelukt om verdachte van zich af te duwen en zij heeft toen gezegd “ik wil niet”. Verdachte duwde haar eerst met kleding op zijn bed en later trok hij de kleding uit.6 [slachtoffer 1] heeft ook tegen verdachte gezegd dat ze ongesteld was en geen seks wilde. Daarnaast heeft ze hem ook gezegd dat ze maagd was en dat ze geen seks wilde.7

[getuige 2] heeft verder nog over deze nacht verklaard dat zij en haar vriend beiden wakker werden van geschreeuw van boven. Het was een soort roep. Haar vriend dacht ‘stop’ te hebben gehoord. Verdachte woont op de tweede etage en de getuige op de begane grond. [getuige 2] hoorde wel echt dat het een meisjesstem was. Zij begon zich zorgen te maken. Zij en haar vriend hoorden ook gerommel, alsof er stoelen verschoven.8

De vader van [slachtoffer 1] is de ochtend nadat het gebeurd is bij verdachte aan de deur geweest. De vader van [slachtoffer 1] had van haar gehoord dat verdachte haar drie keer terug op bed had gegooid en vroeg aan hem of hij dat normaal vond. De getuige ziet verdachte slikken en hoorde hem zeggen dat het een teken van dominantie is of zo iets.9

Tussenconclusie

De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer 1] allereerst betrouwbaar. Zij concludeert dat de verklaringen van [slachtoffer 1] consistent, gedetailleerd en authentiek zijn. Daarnaast concludeert de rechtbank ook dat het dossier voldoende steunbewijs bevat voor de verklaring van [slachtoffer 1] in de vorm van de verklaring van [getuige 2] die het verhaal van [slachtoffer 1] ondersteunt en de verklaring van de vader van [slachtoffer 1] waaruit blijkt dat verdachte hem heeft gezegd dominant te zijn. De rechtbank zal bij haar beoordeling dan ook uitgaan van de verklaring van [slachtoffer 1] , de daarin door haar benoemde handelingen van verdachte en de signalen die zij heeft afgegeven aan verdachte om hem duidelijk te maken dat zij de door hem gepleegde seksuele handelingen niet wilde. Aan de hand van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, komt de rechtbank tot de volgende overwegingen.

Gekwalificeerde opzetverkrachting (feit 1, primair)

De rechtbank ziet voldoende aanknopingspunten in het dossier om te kunnen vaststellen dat verdachte vol opzet heeft gehad op het verkrachten van [slachtoffer 1] .

Uit de bewijsmiddelen volgt namelijk dat de volgende omstandigheden zich hebben voorgedaan rondom de seksuele handelingen tussen [slachtoffer 1] en verdachte:

  • [slachtoffer 1] heeft al in het steegje verdachte van zich af proberen te duwen en stop gezegd;

  • [slachtoffer 1] in het steegje, toen verdachte met zijn hand in haar broek ging en met zijn vinger in haar vagina kwam, haar armen kruiste en naar de grond zakte;

  • verdachte heeft haar mee naar zijn woning gesleurd;

  • verdachte heeft haar fiets op slot gezet en de sleutels bij zich gehouden;

  • [slachtoffer 1] heeft bij de deur van de woning (net als al een aantal keer eerder die avond) gezegd ‘ik wil naar huis’ en liep daarop terug naar haar fiets;

  • verdachte probeert haar vervolgens over te halen toch te blijven;

  • [slachtoffer 1] heeft heel vaak ‘stop’ gezegd;

  • verdachte heeft zichzelf afgetrokken met [slachtoffer 1] hand;

  • [slachtoffer 1] heeft verdachte verteld dat zij geen seks wilde, omdat ze nog maagd was en ongesteld was;

  • [slachtoffer 1] probeerde telkens van het bed af te komen;

  • [slachtoffer 1] hield haar benen dicht bij elkaar en rolde telkens van verdachte weg;

  • verdachte trok een aantal keren hard aan het haar van [slachtoffer 1] ;

  • [slachtoffer 1] heeft verdachte van zich af geduwd en gezegd “ik wil niet”.

De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 1] overvloedige en zowel verbale als fysieke signalen van verzet heeft gegeven waaruit verdachte moest opmaken dat de seksuele handelingen – zoals tenlastegelegd en bewezenverklaard – tegen haar wil plaatsvonden. Verdachte heeft deze duidelijk waarneembare verbale en fysieke signalen volledig genegeerd en misbruik gemaakt van het fysieke en mentale overwicht dat hij had op [slachtoffer 1] . Daarnaast was sprake van geweld en dwang doordat verdachte [slachtoffer 1] stevig vasthield/ haar vastzette, haar hoofd in het steegje hard bij haar kaak opzij duwde, aan haar haren trok, haar mond met zijn vingers open duwde en haar hand naar zijn penis trok.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de gekwalificeerde opzetverkrachting (primair) van [slachtoffer 1] .

05/208596-25 feit 4: [slachtoffer 2]

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de nacht van 13 november 2024 is [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) na het uitgaan in de stad met verdachte meegegaan naar zijn woning in [plaats 2] .10

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde gekwalificeerde opzetverkrachting.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte primair moet worden vrijgesproken van de tenlastelegging. Daartoe is aangevoerd dat voor het door verdachte brengen van zijn penis in de mond van [slachtoffer 2] geen wettig en overtuigend bewijs aanwezig is. Ten aanzien van de overige tenlastegelegde gedragingen is helemaal geen bewijs in het dossier aanwezig. Verdachte behoefde bovendien niet te vermoeden dat bij aangeefster de wil ontbrak tot de seksuele handelingen. Verdachte moet dan ook worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

Indien de rechtbank meent dat er voldoende steun in het dossier aanwezig is voor opzetverkrachting, stelt de verdediging dat het dossier onvoldoende bewijs biedt om aan te nemen dat sprake was van een situatie waarbij dwang, geweld of bedreiging is ingezet om seksuele handelingen af te dwingen. Verdachte moet dan ook worden vrijgesproken voor de geweldshandelingen.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 2] heeft gevingerd (zijn vingers in haar vagina) en dat [slachtoffer 2] hem heeft afgetrokken en gepijpt (zijn penis in haar mond) toen zij in de nacht van 13 november 2024 bij hem thuis was.11

De rechtbank overweegt dat verdachte hierover verder heeft verklaard dat deze handelingen vrijwillig door en bij [slachtoffer 2] hebben plaatsgevonden. Er was dan ook geen sprake van geweld, dwang of ongewenst seksueel contact.

Overige bewijsmiddelen

[slachtoffer 2] heeft hier als volgt over verklaard.

Na een avond uitgaan kwam zij verdachte op straat tegen bij de Sushi Point in [plaats 2] . Zij sprak hem aan om een praatje met hem te maken. Van het één kwam het ander en zij hebben daar met elkaar gezoend. Verdachte vroeg op enig moment of [slachtoffer 2] met hem mee naar huis wilde gaan. [slachtoffer 2] vond dat gezellig maar wel op één voorwaarde dat er niets meer dan zoenen zou gebeuren. Verdachte stemde hiermee in en zij hebben daarop ook een pinky promise gedaan.12 Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 2] tegen hem heeft gezegd dat ze met hem naar huis wilde gaan, maar dat zij geen seks met hem wilde hebben. Verdachte ging daarmee akkoord. 13

[slachtoffer 2] heeft verder als volgt verklaard. Eenmaal bij verdachte thuis aangekomen vroeg [slachtoffer 2] aan verdachte of hij een shirt en een broekje voor haar had voor het slapen. Verdachte vond een broekje een raar idee en raapte een shirt van de grond af. [slachtoffer 2] trok dit shirt aan en is bij verdachte in bed gaan liggen. Zij gingen toen verder met zoenen. Verdachte ging de hele tijd langzaam met zijn hand naar beneden. [slachtoffer 2] verplaatste zijn hand telkens weer. Op een gegeven moment liet zij het toe. Zij had nog wel haar string aan. Verdachte ging met zijn vingers in haar vagina. Verdachte verplaatste vervolgens haar hand naar zijn geslachtsdeel. Dit wilde zij niet. Zij trok haar hand een aantal keer weg. Verdachte legde toen haar hand op zijn geslachtsdeel. [slachtoffer 2] heeft hem een soort van afgetrokken. Tijdens het vingeren en aftrekken zoenden [slachtoffer 2] en verdachte met elkaar.

Op een gegeven moment begon verdachte [slachtoffer 2] te choken. In het begin kneep verdachte zachtjes. [slachtoffer 2] voelde op enig moment dat verdachte haar keel harder dichtkneep en toen kreeg zij geen lucht meer. [slachtoffer 2] vond dat absoluut niet fijn. Zij wilde ‘stop’ zeggen maar dat lukte niet. [slachtoffer 2] kreeg geen lucht. Zij is hier erg bang van geworden. Verdachte liet haar eindelijk los en [slachtoffer 2] ging toen op de rand van het bed zitten. Zij moest op adem komen. [slachtoffer 2] zei tegen verdachte dat zij niet wilde dat hij dit deed. Toen zei verdachte dat hij zijn krachten niet goed kende omdat hij op een vechtsport had gezeten. Verdachte zei dat hij het niet door had en dat hij het niet zo had bedoeld. [slachtoffer 2] en verdachte gingen weer verder met zoenen. Verdachte duwde vervolgens [slachtoffer 2] ’ hoofd naar beneden richting zijn geslachtsdeel. Dit deed hij twee keer. [slachtoffer 2] heeft gezegd “nee, dat gaat niet gebeuren”. [slachtoffer 2] en verdachte lagen op hun zij. Verdachte rolde [slachtoffer 2] op haar rug, hij ging met zijn knieën naast haar schouders staan zodat zij geen kant op kon. Dat was op bed. Op dat moment duwde hij zijn geslachtsdeel in haar mond. [slachtoffer 2] lag op haar rug en hij had aan haar linkerkant een been en aan haar rechterkant een been. Hij hing als het ware boven haar. Zijn knieën lagen naast haar armen. Terwijl hij zo boven haar hing, stopte hij zijn geslachtsdeel in [slachtoffer 2] ’ mond. [slachtoffer 2] kon op dat moment niets anders doen. Dit is één of twee keer gebeurd. [slachtoffer 2] heeft hem volgens haar van haar af kunnen duwen op een gegeven moment of haar hoofd weggedraaid. Toen stopte het. [slachtoffer 2] kan zich herinneren dat zij in zijn bed lag en dacht: “ik wil hier weg”. Dezelfde dag nog had [slachtoffer 2] een afspraak met haar therapeut, zij is daarheen gegaan en zij heeft aan haar therapeut verteld wat er gebeurd was.14

In het gespreksverslag van deze afspraak met de therapeut staat dat [slachtoffer 2] bedrukt binnenkwam en dat het verdriet eruit kwam. [slachtoffer 2] heeft vrijwel direct verteld over de afgelopen nacht. De therapeut noteert: “grensoverschrijdende sexuele ervaring”. Zij (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ) leek zich schuldig te voelen.15

Op 14 november 2024, de dag erna, heeft [slachtoffer 2] aan haar vriendin [getuige 6] verteld wat er gebeurd was. [getuige 6] heeft hierover verklaard dat [slachtoffer 2] erg onzeker overkwam toen ze het vertelde. Ze moest huilen en ze leek bang om het te vertellen.16

Tussenconclusie

De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer 2] allereerst betrouwbaar. Zij concludeert dat de verklaring van [slachtoffer 2] consistent, gedetailleerd en authentiek is. Daarnaast concludeert de rechtbank ook dat het dossier voldoende steunbewijs bevat voor de verklaring van [slachtoffer 2] , in de vorm van het verslag van haar therapeut en de door getuige [getuige 6] waargenomen emoties vlak na het feit. De rechtbank zal bij haar beoordeling dan ook uitgaan van haar verklaring, de daarin door haar benoemde handelingen van verdachte en de signalen die zij heeft afgegeven aan verdachte om hem duidelijk te maken dat zij de door hem gepleegde seksuele handelingen niet wilde. Aan de hand van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, komt de rechtbank tot de volgende overwegingen.

Gekwalificeerde opzetverkrachting (feit 1, primair)

De rechtbank ziet voldoende aanknopingspunten in het dossier om te kunnen vaststellen dat verdachte vol opzet heeft gehad op het verkrachten van [slachtoffer 2] .

Uit de bewijsmiddelen volgt namelijk dat de volgende omstandigheden zich hebben voorgedaan rondom de seksuele handelingen tussen [slachtoffer 2] en verdachte:

  • [slachtoffer 2] heeft al vóórdat zij meeging naar de woning van verdachte tegen hem gezegd dat zij niet verder wilde gaan dan zoenen;

  • verdachte heeft erkend dit zo te hebben afgesproken met [slachtoffer 2] ;

  • [slachtoffer 2] heeft meermaals de hand van verdachte verplaatst op het moment dat hij deze over haar buik naar beneden verplaatste;

  • [slachtoffer 2] heeft haar hand meermaals weggetrokken toen verdachte deze vastpakte en naar zijn geslachtsdeel bewoog;

  • verdachte heeft [slachtoffer 2] met dusdanig veel kracht gechoked dat zij niet meer kon praten en geen lucht meer kreeg. Zij moest hiervan bij- en op adem komen;

  • [slachtoffer 2] heeft tegen verdachte gezegd dat zij niet wilde dat hij dat deed;

  • verdachte heeft [slachtoffer 2] ’ hoofd twee keer naar beneden richting zijn geslachtsdeel geduwd;

  • [slachtoffer 2] zei op dat moment “nee, dat gaat niet gebeuren”;

  • verdachte ging vervolgens met zijn knieën naast de schouders van [slachtoffer 2] zitten, waardoor zij geen kant op kon;

  • op dat moment duwde verdachte zijn geslachtsdeel alsnog in de mond van [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] kon niets doen;

  • toen [slachtoffer 2] verdachte wegduwde of haar hoofd draaide stopte dit.

De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 2] zowel verbale als fysieke signalen van verzet heeft gegeven waaruit verdachte moest opmaken dat de seksuele handelingen – zoals tenlastegelegd en bewezenverklaard – tegen haar wil plaatsvonden. Verdachte heeft deze duidelijk waarneembare verbale en fysieke signalen volledig genegeerd en misbruik gemaakt van het fysieke en mentale overwicht dat hij had op [slachtoffer 2] . Daarnaast was sprake van geweld en dwang doordat verdachte [slachtoffer 2] ’ keel krachtig heeft dichtgeknepen waardoor zij geen woord meer uit kon brengen en heeft hij haar zodanig klem gezet en zijn geslachtsdeel in haar mond geduwd, dat zij geen kant op kon. Ook heeft hij de hand van [slachtoffer 2] naar zijn geslachtsdeel getrokken.

De rechtbank concludeert dat uit al het bewijs in onderlinge samenhang bezien genoegzaam volgt dat [slachtoffer 2] bepaalde seksuele handelingen enkel heeft ondergaan onder dwang van verdachte. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de gekwalificeerde opzetverkrachting (primair) van [slachtoffer 2] .

05/304486-25 feit 2: [slachtoffer 4]

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 1 oktober 2024 hadden [slachtoffer 4] (hierna: [slachtoffer 4] ) en verdachte afgesproken bij verdachte thuis in [plaats 2] . [slachtoffer 4] heeft verdachte toen afgetrokken.17

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gekwalificeerde opzetverkrachting. De officier van justitie stelt verder dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het aan de haren trekken.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte primair moet worden vrijgesproken van de tenlastelegging, omdat er geen wettig en overtuigend bewijs is dat sprake is van seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 4] . De na het feit waargenomen emoties bij [slachtoffer 4] kunnen hiervoor niet als steunbewijs dienen.

Subsidiair stelt de verdediging dat verdachte moet worden vrijgesproken van de tenlastegelegde geweldshandelingen, nu hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is.

Beoordeling door de rechtbank

In deze zaak staat niet ter discussie dat verdachte en [slachtoffer 4] seksueel contact hebben gehad in die zin, dat zij hem heeft afgetrokken. De rechtbank ziet zich voor de vragen gesteld of hiernaast ook sprake was van seksueel binnendringen op enig moment en of dit seksueel contact ongewenst was en gepaard ging met geweld en/of dwang. De rechtbank overweegt hierover het navolgende.

Bewijsmiddelen

Verdachte heeft verklaard dat hij een paar weken contact heeft gehad met [slachtoffer 4] . Op een gegeven moment spraken zij af. Het was een serieuze date die verdachte had voorbereid door kaarsjes klaar te zetten en het romantisch te maken. [slachtoffer 4] en verdachte keken een film en begonnen te zoenen.18 [slachtoffer 4] heeft hierover verklaard dat zij tijdens de afspraak niet echt contact met verdachte kreeg. Zij voelde vanaf het begin de klik niet en voelde zich ongemakkelijk. Verdachte deed net alsof hij haar al jaren kende en toonde een mix van afstandelijkheid en arrogantie. Hij stelde op enig moment voor om samen een film te kijken. De tv stond op een kastje vóór het bed, dus om tv te kijken moesten ze wel op bed gaan liggen. Terwijl ze naar het bed toe liepen, ging verdachte opeens schaduwboksen voor [slachtoffer 4] . [slachtoffer 4] zei tegen hem dat ze op boksen heeft gezeten, dus dat hij maar niks moest proberen. Verdachte zei toen iets van: “wat ga je dan doen?”. Verdachte gaf [slachtoffer 4] toen heel onverwachts een knuffel.

Op bed is [slachtoffer 4] op gepaste afstand gaan zitten. Ze nam expres wat extra afstand. Tijdens het kijken van de film heeft verdachte [slachtoffer 4] hoofd richting zijn lichaam proberen te duwen, zodat zij bij hem kwam liggen. Op een gegeven moment legde verdachte uit het niets zijn hoofd ter hoogte van [slachtoffer 4] borst/schouder. Verdachte ging bij haar liggen en zocht steeds meer toenadering in de vorm van knuffelen. [slachtoffer 4] liet het knuffelen toe, maar het was niet wederzijds.

[slachtoffer 4] heeft verklaard dat verdachte haar op bed begon te zoenen. Zij liet dit ook toe. Verdachte zoende op een agressieve manier, heel intens. Het was hard zoenen met tong. Tijdens het zoenen pakte hij haar op een gegeven moment bij haar keel. Hij pakte haar keel ter hoogte van haar strottenhoofd vast en verdachte kneep daar in. [slachtoffer 4] kon echt bijna niet meer praten en kreeg bijna geen lucht meer. [slachtoffer 4] weet niet precies hoelang dit duurde, maar wel lang genoeg om zich oncomfortabel te voelen. [slachtoffer 4] werd echt bang. Ze kon echter niets zeggen, omdat verdachte haar tegelijkertijd ook aan het zoenen was. Verdachte hing boven haar en het was heel intens. [slachtoffer 4] heeft al last van haar luchtwegen, dus dit was extra intens voor haar. [slachtoffer 4] was bang en durfde niks te doen. Ze liet het gebeuren. Verdachte pakte haar vaker vast bij haar keel tijdens het zoenen.

Tijdens het zoenen pakte verdachte [slachtoffer 4] ook vast bij haar middel/buik. Hij begon haar lichaam aan te raken en probeerde op een gegeven moment met zijn hand bij haar broek te komen. [slachtoffer 4] weet zeker dat zij zijn hand meerdere malen heeft weggeduwd bij haar broek. Verdachte had hier geen respect voor en bleef het maar proberen. Hij bleef ook maar zoenen en haar keel dichtknijpen. [slachtoffer 4] liet het toen maar over zich heen komen. Verdachte probeerde haar broek vervolgens uit te doen. Hij ging haar heel hard vingeren. [slachtoffer 4] zag dat dit met twee vingers gebeurde. Dit was echt niet op een normale manier. Het was heel hard en pijnlijk. [slachtoffer 4] had het gevoel dat zij omhoog schoot. [slachtoffer 4] weet nog dat verdachte op een gegeven moment haar hand richting zijn penis bracht en dat zij hem moest aftrekken. Omdat verdachte zo agressief was voorheen, liet [slachtoffer 4] dit maar gebeuren. Hij zei toen nog zoiets van: “sneller” of iets in die trant. Dat deed zij toen. Op een gegeven moment maakte hij het zelf af, hij trok zichzelf af.

Verdachte heeft op geen enkel moment aan [slachtoffer 4] gevraagd of zij het oké vond of dat zij het fijn vond. [slachtoffer 4] vond het ook echt niet fijn, maar zij durfde hier niks tegen te doen. Dit kwam doordat hij haar keel had dichtgeknepen, door het schaduwboksen en dat verdachte daarbij zei “wat wil je dan tegen mij doen?”. [slachtoffer 4] ging totaal niet mee in de handelingen van verdachte. Zij lag verstijfd op haar rug en nam helemaal geen initiatief. Dit kwam allemaal vanuit verdachte. Zij heeft ook zijn hand weggeduwd. Daaruit had hij kunnen merken dat [slachtoffer 4] het echt niet wilde. [slachtoffer 4] heeft ook verklaard dat het dichtknijpen van haar keel echt een soort dwang was. Dit was heel iets ingrijpends voor haar en voelde alsof hij de intentie had om haar lucht weg te krijgen. Verdachte heeft geen moment gevraagd of zij het oké vond. Hij deed het allemaal maar gewoon.

Toen verdachte van de badkamer terugkwam waar hij was heengegaan nadat hij was klaargekomen, keek hij [slachtoffer 4] aan van waarom ben je er nog. Hij zei zoiets als dat de laatste bus ging en dat zij maar moest gaan. Het afscheid was kil. Geen knuffel of iets. Het was een soort switch, in bed was hij heel aanrakerig naar [slachtoffer 4] toe. Daarna was het echt afgelopen. Verdachte pakte zijn telefoon en was daarmee bezig en niet met [slachtoffer 4] . [slachtoffer 4] heeft de volgende dag direct met haar nichtje, [getuige 3] , gebeld en haar alles verteld.19

Bij thuiskomst na de date merkte de vader van [slachtoffer 4] dat er iets aan de hand was. [slachtoffer 4] vertelde hem dat er iets was gebeurd, maar ze wilde niet vertellen wat er was. [slachtoffer 4] had hem verteld dat ze een date had en dat die date niet leuk was afgelopen. [slachtoffer 4] was afstandelijker, sprak minder af en was wat meer in haarzelf gekeerd.20

[getuige 3] heeft verklaard dat [slachtoffer 4] haar de ochtend na de afspraak al belde. [slachtoffer 4] zei dat het niet goed was wat er was gebeurd. Zij vertelde dit met een brok in haar keel en ze moest huilen. Ze vertelde dat hij de hele tijd op haar ging liggen om fysiek contact te zoeken en hij probeerde ervoor te zorgen dat er iets seksueels ging gebeuren. Dit was tegen haar zin. Ze vertelde ook dat hij haar agressief zoende en haar bij de keel vastpakte. Toen [slachtoffer 4] dit vertelde kwam zij gechoqueerd over. Toen de aangifte naar voren kwam heeft [getuige 3] nog van [slachtoffer 4] gehoord dat hij ook met zijn vingers in haar lichaam ging.21

Ook getuige [getuige 4] is de volgende dag gebeld door [slachtoffer 4] . [slachtoffer 4] belde haar in tranen en vertelde dat er wat was gebeurd tijdens de date. Zij vertelde dat dit echt niet leuk was. Ze vertelde dat ze zich ervoor schaamde en ze was er ook van geschrokken. [slachtoffer 4] vertelde dat hij meerdere keren met zijn hand naar haar broek ging, zij meerdere keren zijn hand wegduwde, hij haar agressief en ruw ging zoenen en dat hij haar bij de keel heeft gegrepen. Toen [getuige 4] [slachtoffer 4] ‘in het echt’ sprak kwam zij heel erg in shock over. [slachtoffer 4] was echt geraakt door wat er gebeurd was. Ze is gedeprimeerd, verdrietig en down.22

Tussenconclusie

De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer 4] allereerst betrouwbaar. Zij concludeert dat de verklaringen van [slachtoffer 4] , zoals afgelegd bij de politie en wat zij tegen haar nichtje en vriendin heeft verteld, gedetailleerd, consistent en authentiek zijn. Daarnaast concludeert de rechtbank ook dat het dossier voldoende steunbewijs bevat voor de verklaring van [slachtoffer 4] , waaronder de verklaring van verdachte zelf en de door haar vader, nichtje en vriendin waargenomen heftige emoties bij [slachtoffer 4] vrijwel direct na het feit.

De rechtbank zal bij haar beoordeling dan ook uitgaan van de verklaring van [slachtoffer 4] , de daarin door haar benoemde handelingen van verdachte en de signalen die zij heeft afgegeven aan verdachte om hem duidelijk te maken dat zij de door hem gepleegde seksuele handelingen niet wilde. Aan de hand van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, komt de rechtbank tot de volgende overwegingen.

Gekwalificeerde opzetverkrachting

De rechtbank ziet onvoldoende aanknopingspunten in het dossier om te kunnen vaststellen dat verdachte vol opzet heeft gehad op het verkrachten van [slachtoffer 4] . Ten aanzien van voorwaardelijk opzet overweegt de rechtbank het volgende.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de volgende seksuele handelingen tussen [slachtoffer 4] en verdachte en omstandigheden daar rondom hebben plaatsgevonden:

  • [slachtoffer 4] kreeg vanaf het begin van de date niet echt contact met verdachte;

  • verdachte toonde direct een mix van afstandelijkheid en arrogantie;

  • verdachte ging schaduwboksen voor [slachtoffer 4] en zei haar “wat wil je dan doen?”;

  • verdachte ging uit het niets bij [slachtoffer 4] liggen en begon haar op een agressieve en intense manier te zoenen;

  • tijdens het zoenen pakte verdachte [slachtoffer 4] bij de keel en kneep deze zodanig hard dicht dat [slachtoffer 4] bijna geen lucht kreeg. Zij kon op dat moment niets zeggen vanwege het gelijktijdig zoenen. Verdachte hing op dat moment boven haar. Zij vond dit heel intens;

  • op het moment dat verdachte met zijn hand bij [slachtoffer 4] broek wilde komen heeft zij zijn hand een aantal keren weggeslagen, verdachte stopte niet. [slachtoffer 4] liet het vervolgens over zich heen komen;

  • verdachte heeft [slachtoffer 4] met twee vingers heel hard en pijnlijk gevingerd (vingers in haar vagina);

  • verdachte heeft [slachtoffer 4] hand naar zijn penis gebracht en zij moest hem aftrekken, omdat verdachte zo agressief was liet [slachtoffer 4] dit gebeuren;

  • [slachtoffer 4] lag op het moment dat verdachte de handelingen uitvoerde verstijfd op haar rug en toonde helemaal geen initiatief;

  • verdachte heeft op geen enkel moment gevraagd of het oké was wat hij bij [slachtoffer 4] deed en of zij het ook fijn vond;

  • op het moment dat verdachte was klaargekomen werd hij kil en afstandelijk tegen [slachtoffer 4] en zei hij haar dat ze weg moest gaan.

De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 4] fysieke signalen van verzet heeft gegeven waaruit verdachte moest opmaken dat de seksuele handelingen – zoals tenlastegelegd en bewezenverklaard – tegen haar wil plaatsvonden. Verdachte heeft deze duidelijk waarneembare signalen, zoals het wegduwen van zijn hand, volledig genegeerd en enkel aan zijn eigen gerief gedacht. Naast dat [slachtoffer 4] de hand van verdachte meermaals heeft weggeduwd, nam zij een passieve opstelling aan door verstijfd op het bed te liggen en de handelingen van verdachte letterlijk over zich heen te laten komen. Ook hieruit had verdachte moeten opmaken dat er bij [slachtoffer 4] geen consent was voor de door verdachte gepleegde seksuele handelingen.

Door zijn afstandelijke en arrogante houding, het schaduwboksen met daarbij de opmerking wat wil je dan doen, het agressief zoenen en hard vingeren van [slachtoffer 4] en het (zonder voorafgaande toestemming van [slachtoffer 4] ) hard dichtknijpen van haar keel zodat zij bijna geen lucht meer kreeg, heeft verdachte een zodanig bedreigende en beangstigende situatie gecreëerd dat [slachtoffer 4] zich niet aan de seksuele handelingen door verdachte kon en durfde te onttrekken.

De rechtbank concludeert dat uit al het bewijs in onderlinge samenhang bezien genoegzaam volgt dat [slachtoffer 4] bepaalde seksuele handelingen enkel heeft ‘toegelaten’ onder dwang van verdachte en geweld. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de gekwalificeerde opzetverkrachting van [slachtoffer 4] .

05.010842.26: [slachtoffer 5]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde gekwalificeerde opzetverkrachting.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van de tenlastelegging. Daartoe is aangevoerd dat de aangifte te veel twijfels laat bestaan over wat er heeft plaatsgevonden. Daarnaast is het duidelijk dat sommige seksuele handelingen wel in overeenstemming waren met de wil van [slachtoffer 5] . Hierdoor is er een bepaalde indruk gewekt bij verdachte waardoor hij niet hoefde te weten althans geen ernstige redenen had om te vermoeden dat de seksuele handelingen tegen de wil van [slachtoffer 5] waren. Er is aldus onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de tenlastegelegde feiten.

Beoordeling door de rechtbank

In de nacht van 20 juli 2024 is verdachte met [slachtoffer 5] (hierna: [slachtoffer 5] ) bij de Burger King in [plaats 2] geweest. Hij heeft toen ook met haar gezoend.23 Verdachte heeft verklaard dat hij verder geen enkele herinnering meer heeft aan deze avond en nacht.

[slachtoffer 5] heeft verklaard dat zij en verdachte elkaar kenden van een datingapp. Eén week voor de zomerfeesten in [plaats 2] kreeg zij van verdachte aan appje. Hij stuurde “ [slachtoffer 5] zomerfeesten melden”. Zo wist [slachtoffer 5] dat verdachte ook naar de zomerfeesten ging. Zij stuurde naar verdachte dat zij in de avond van 19 juli 2024 naar de zomerfeesten zou gaan. [slachtoffer 5] en verdachte hebben elkaar toen ontmoet. [slachtoffer 5] verklaarde dat zij en haar vriendinnen in dubio zaten over of zij met hen meeging of dat ze bij verdachte in [plaats 2] zou blijven. Haar vriendinnen wilden haar eigenlijk niet achterlaten daar, want ze heeft eigenlijk nog nooit een relatie gehad en spreekt sowieso niet vaak met jongens af. Verdachte zei toen dat het wel goed zou komen en dat hij goed op [slachtoffer 5] zou letten. Haar indruk van verdachte was wel dat het een aardig jongen was. [slachtoffer 5] besloot dus bij verdachte te blijven. Zij zijn bij de Burger King wat gaan eten en liepen daarna hand in hand door naar zijn huis in [plaats 2] . Zij gingen naar binnen toe, naar zijn kamer en zoenden toen.

[slachtoffer 5] verklaart verder dat zij staand naast het bed van verdachte begonnen met zoenen. Daarna gingen ze over naar zijn bed en daar hebben ze weer gezoend. Toen ze stonden begon verdachte haar al een beetje te choken. Hij pakte haar bij haar keel, maar dat was niet hard. Toen ze op bed lagen lag [slachtoffer 5] onderop en toen pakte verdachte haar met zijn linkerhand hard vast bij haar keel. Hij duwde haar echt in het matras. [slachtoffer 5] dacht toen, dit moet niet veel harder worden want ik haal geen adem meer. Het choken ging steeds harder. [slachtoffer 5] pakte de hand van verdachte en probeerde subtiel duidelijk te maken dat hij moest stoppen. [slachtoffer 5] probeerde zich ook weg te draaien. Verdachte en [slachtoffer 5] waren nog steeds aan het zoenen. Toen kwam er een moment, dat verdachte weer boven [slachtoffer 5] zat en dat hij zo hard kneep en duwde, dat zij echt even weg is geweest. Dit duurde een paar seconden, [slachtoffer 5] kreeg echt geen adem meer. Verdachte duwde haar dus echt het matras in. [slachtoffer 5] heeft een paar keer zijn hand proberen weg te trekken. Verdachte liet echter niet los.

Verdachte heeft haar ook gevingerd. Hij trok haar string uit en toen kwam het moment dat hij [slachtoffer 5] hand pakte en haar hand richting zijn piemel begeleidde. Hij zei toen: “pijp me ff”. [slachtoffer 5] lag op haar rug en verdachte hing half steunend boven haar. Verdachte leunde op zijn elleboog. Hij trok haar hand richting zijn piemel en zei toen een paar keer pijp me ff. [slachtoffer 5] twijfelde nog, maar zij heeft hem toen wel heel kort gepijpt. Zij stopte hier vrij snel mee. [slachtoffer 5] lag weer op haar rug daarna en verdachte boven haar. Toen hebben ze seks gehad. Tijdens de seks deed hij weer zijn hand bij [slachtoffer 5] keel. Zij vond het toen echt niet meer prettig, omdat ze het gevoel had dat ze in een ruige scene was beland. De seks was echt ruig, [slachtoffer 5] deed niets. Zij lag als een zeester op haar rug.

Het leek alsof hij in een soort beest veranderde, aldus [slachtoffer 5] . Zij probeerde oogcontact met hem te zoeken. Zij zag dat de blik in de ogen van verdachte veranderde. Dit was niet een blik van dat hij verliefd op haar was, meer een blik alsof hij haar echt helemaal kapot wilde neuken.

[slachtoffer 5] probeerde opnieuw de hand van verdachte van haar keel af te halen, maar hij was heel sterk. Zij draaide haar lichaam ook weer van hem weg, om een positie aan te nemen zodat hij haar keel niet meer kon vastpakken. [slachtoffer 5] had het gevoel dat het alleen maar erger zou worden als zij aan hem zou vragen om te stoppen. [slachtoffer 5] was zich er zeer van bewust dat zij in een vreemd huis was, dat het midden in de nacht was en dat verder niemand wist, behalve haar vriendinnen, dat zij daar was. [slachtoffer 5] liet het maar gebeuren. Zij kreeg echter geen oogcontact meer met verdachte. Hij keek weg of naar de muur of hij keek [slachtoffer 5] met een ijzige blik aan.

Op een gegeven moment zei verdachte tegen [slachtoffer 5] : “ga ff bovenop zitten.” [slachtoffer 5] heeft niet veel ervaring met seks dus zij vindt dat niet zo fijn. Zij heeft heel kort bovenop gezeten. Op een gegeven moment draaiden ze weer om en lag [slachtoffer 5] weer op haar rug. Verdachte kwam klaar en ging daarna douchen. [slachtoffer 5] lag te wachten in zijn bed. Nadat verdachte terugkwam van het douchen begonnen verdachte en [slachtoffer 5] weer te zoenen. Verdachte werd weer heel hardhandig. Hij pakte weer [slachtoffer 5] keel vast met zijn hand. [slachtoffer 5] was er toen wel klaar mee. Hij zei toen “Pijp me.”. Verdachte trok haar hoofd vast. Hij pakte haar bovenop haar hoofd en duwde haar hoofd naar zijn piemel. [slachtoffer 5] heeft toen weerstand geboden, ze zei “Nee, ff niet.” [slachtoffer 5] trok haar hoofd weg van zijn piemel. Zij gaf op een gegeven moment toe en heeft hem gepijpt. [slachtoffer 5] wilde het niet en dit heeft zij ook gezegd. Verdachte zei “jawel doe ff”, pakte haar hoofd vast en hij duwde haar echt op zijn geslachtsdeel en bewoog haar op en neer. Dit voelde voor [slachtoffer 5] heel vies, omdat zij het niet wilde. [slachtoffer 5] moest ook echt kokhalzen en die geluiden heeft hij ook gehoord. Verdachte zei zoiets van als dat hij dat wel lekker vond. [slachtoffer 5] trok haar hoofd weg van zijn piemel en zei: “Dit moet je niet doen”.

Verdachte werd op dat moment heel erg boos. Hij zei: “je maakt mij uit als verkrachter”. [slachtoffer 5] heeft dat niet tegen hem gezegd en zij vond dat heel gek. Dit heeft zij een aantal keren ontkend, maar zij heeft hierbij wel duidelijk gemaakt dat hij moest stoppen. Hij zei toen zoiets van: “Moet je niet naar huis?”. [slachtoffer 5] kon echter niet naar huis, omdat het 04.00 uur in de ochtend was en zij in Utrecht woonde. [slachtoffer 5] voelde zich heel klein en kwetsbaar. Zij is op een gegeven moment bij hem in bed blijven liggen om te gaan slapen, omdat zij wilde dat hij haar aardig zou blijven vinden en haar geen dingen zou aandoen. Rond 11.00 uur is [slachtoffer 5] bij hem weggegaan. [slachtoffer 5] vond verdachte op dat moment erg kil. In de trein heeft [slachtoffer 5] direct haar vriendinnen geappt.24

In de appjes die [slachtoffer 5] aan haar vriendinnen die ochtend heeft verzonden wordt het volgende geschreven:

11.07

uur [slachtoffer 5] : ‘Ziek awkward’

‘we hadden ruzie vannacht’

‘veel gebeurd’

(…)

11.08

uur [naam 1] : ‘Ik ben zo benieuwd naar alles’

11.08

uur [slachtoffer 5] : ‘Ja echt kut wast t’

‘mijn hele keel is blauw van t chocken’

(…)

11.13

uur [slachtoffer 5] : ’T was echt helemaal gezellig alleen op een gegeven moment ging hij mij kanker hard chocken dat ik bijna geen adem meer kreeg en zeggen van pijp me nu maar dat is lett bij die ene kerel gebeurd toen vroeger dat ik geen kant meer op kon dus ik had gwn een zieke flashback en wilde niet meer en toen zei die wat is er en toen zei ik ja dat moet je niet doen en dat heeft hij ook gedaan (want hij wist ervan) en toen werd hij boos omdat ik m uitmaakte voor verkrachter terwijl ie juist de hele tijd zo voorzichtig deed enz’

‘En toen zei ik van nou zo bedoelde ik te niet maar je moet ook begrijpen dat ik dan niet lollig door kan gaan’

‘Ik had t ook niet moeten zeggen maar goed ik verstijfde echt totaal’

11.15

uur [slachtoffer 5] : ‘Hij is qua persoon super lief en gister ook toen we door de stad liepen hele tijd mn hand vasthouden enz alleen in bed was ie echt een soort beest’

‘Ik kreeg bijna geen adem meer man’25

Nadat [slachtoffer 5] thuis kwam rond 12.00 uur liep zij gelijk de kamer van [getuige 4] binnen. [getuige 4] heeft verklaard dat zij aan [slachtoffer 5] vroeg hoe het nou was. [slachtoffer 5] zei toen: “Ik weet het niet zo goed wat er gebeurd is vannacht”. [slachtoffer 5] was heel erg in de war. Ze zei dat het eerst heel gezellig was, maar dat hij daarna heel hardhandig was. [slachtoffer 5] zei dat ze had aangegeven dat ze dat niet wilde, maar dat hij doorging. Ze vertelde dat hij haar ook heel hard chockte bij haar keel en haar in het matras duwde. [slachtoffer 5] liet toen haar hals zien. [getuige 4] zag daar echt vingerafdrukken en rode plekken staan. [getuige 4] verklaart ook nog te weten dat [slachtoffer 5] nee had gezegd op het pijpen. Verdachte deed haar hoofd richting zijn piemel. Dit deed hij best wel hard. [slachtoffer 5] zei toen hardop dat ze dat niet wilde.26

Tussenconclusie

De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer 5] allereerst betrouwbaar. Zij concludeert dat de verklaringen van [slachtoffer 5] , zoals afgelegd bij de politie en in het appgesprek (dat plaatsvond direct nadat [slachtoffer 5] bij verdachte wegging), gedetailleerd, consistent en authentiek zijn. Daarnaast concludeert de rechtbank ook dat het dossier voldoende steunbewijs bevat voor de verklaring van [slachtoffer 5] , gelet op de door [getuige 4] waargenomen emoties en vingerafdrukken en rode plekken in de hals van [slachtoffer 5] .

De rechtbank zal bij haar beoordeling dan ook uitgaan van de verklaring van [slachtoffer 5] , de daarin door haar benoemde handelingen van verdachte en de signalen die zij heeft afgegeven aan verdachte om hem duidelijk te maken dat zij de door hem gepleegde seksuele handelingen niet wilde. Aan de hand van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, komt de rechtbank tot de volgende overwegingen.

Partiële vrijspraak van het ‘brengen van zijn penis in haar vagina’ en ‘het brengen van zijn vingers in haar vagina’

Zowel ten aanzien van het daadwerkelijk hebben van ‘seks’, tenlastegelegd als het brengen van zijn penis in haar vagina, als ten aanzien van het brengen van zijn vingers in haar vagina overweegt de rechtbank dat uit het dossier niet blijkt dat dit tegen de wil van [slachtoffer 5] heeft plaatsgevonden. De rechtbank zal verdachte van dit deel van de tenlastelegging dan ook partieel vrijspreken.

Gekwalificeerde opzetverkrachting

De rechtbank ziet verder onvoldoende aanknopingspunten in het dossier om te kunnen vaststellen dat verdachte vol opzet heeft gehad op het (oraal) verkrachten van [slachtoffer 5] . Ten aanzien van voorwaardelijk opzet overweegt de rechtbank het volgende.

Uit de verklaring van [slachtoffer 5] en genoemd steunbewijs volgt dat onder meer de volgende (seksuele) handelingen tussen [slachtoffer 5] en verdachte en omstandigheden daar rondom hebben plaatsgevonden:

  • verdachte heeft [slachtoffer 5] dusdanig hard vastgegrepen bij haar keel dat zij geen adem meer haalde. Verdachte duwde haar hierbij in het matras;

  • [slachtoffer 5] pakte de hand van verdachte en probeerde hem duidelijk te maken dat hij moest stoppen. Zij probeerde zich ook weg te draaien;

  • nadat dit moment voorbij was kwam er een ander moment dat verdachte weer bovenop [slachtoffer 5] zat en dat hij zo hard kneep en duwde dat zij echt even weg is geweest. Dit duurde een paar seconden waarin [slachtoffer 5] geen adem meer kreeg;

  • [slachtoffer 5] heeft een paar keer geprobeerd zijn hand weg te trekken, verdachte liet niet los;

  • verdachte heeft de hand van [slachtoffer 5] gepakt en richting zijn penis begeleid;

  • verdachte zei tegen [slachtoffer 5] “pijp me ff”. [slachtoffer 5] lag op dat moment op haar rug en verdachte hing half boven haar.

  • [slachtoffer 5] probeerde opnieuw de hand van verdachte van haar keel af te halen, maar hij was heel sterk. Zij draaide haar lichaam weer van hem weg om een positie aan te nemen dat hij haar keel niet meer kon vastpakken;

  • [slachtoffer 5] was in een vreemd huis, in een vreemde stad, terwijl niemand wist – behalve haar vriendinnen – dat zij daar was;

  • nadat verdachte had gedoucht werd hij hardhandig, hij pakte weer [slachtoffer 5] keel vast met zijn hand;

  • verdachte zei “pijp me”. Hij pakte [slachtoffer 5] hoofd vast en duwde het naar zijn penis. [slachtoffer 5] zei “nee ff niet” en trok haar hoofd weg;

  • [slachtoffer 5] gaf toe en heeft verdachte gepijpt, ondanks dat zij zei dat zij dit niet wilde. Verdachte pakte daarop haar hoofd vast en duwde haar op en neer op zijn penis. [slachtoffer 5] moest daarvan kokhalzen;

  • [slachtoffer 5] trok haar hoofd weg en zei tegen verdachte “dit moet je niet doen”.

De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 5] zowel verbale als fysieke signalen van verzet heeft gegeven waaruit verdachte moest opmaken dat de seksuele handeling – het brengen van zijn penis in haar mond – tegen haar wil plaatsvonden. Verdachte heeft deze duidelijk waarneembare verbale en fysieke signalen volledig genegeerd en bleef maar doorgaan, waarbij zijn handelingen steeds hardhandiger en agressiever werden. Door zo te handelen heeft verdachte misbruik gemaakt van het fysieke en mentale overwicht dat hij had op [slachtoffer 5] , te meer nu zij zich midden in de nacht in een vreemde stad bij een vreemde jongen in bed bevond. Verdachte wist dit.

Daarnaast was sprake van geweld en dwang doordat verdachte [slachtoffer 5] keel meerdere keren krachtig heeft dichtgeknepen waardoor zij geen adem meer kon halen en haar hoofd op een dusdanige manier naar zijn penis heeft gebracht en bewogen waardoor zij moest kokhalzen.

De rechtbank concludeert dat uit al het bewijs in onderlinge samenhang bezien genoegzaam volgt dat [slachtoffer 5] het brengen van zijn penis in haar mond enkel heeft toegelaten en uitgevoerd door geweld en onder dwang van verdachte. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de gekwalificeerde opzetverkrachting (primair) van [slachtoffer 5] .

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 05/208596-25 feiten 1 (primair) en 4 (primair), 05/304486-25 feit 2 en 05/010842-26 (primair) tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

05/208596-25

1 hij op of omstreeks2 mei 2025 te [plaats 2] met een persoon, te weten [slachtoffer 1] een of meerseksuele handelingen die bestonden uit ofmede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- brengen van zijn, verdachtes, penis in haar vagina en/ofmond,- brengen van zijn, verdachtes, vinger(s)in haar vagina en/of- aftrekken van zijn, verdachtes, penisterwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door en vergezeld van en/of gevolgd doordwang en geweld en/of bedreiging,door- haar stevig vast te houden,- (krachtig)aan haar haren te trekken,- haar hand naar zijn, verdachtes, penis te duwen/trekken,- negeren van haar verbale en fysieke signalen van verzet en/of- gebruik te maken van zijn, verdachtes, fysieke en/of mentale overwicht op haar;

4 hij op of omstreeks13 november 2024 te [plaats 2] met een persoon, te weten [slachtoffer 2] een of meerseksuele handelingen die bestonden uit ofmede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) in haar vagina,- brengen van zijn, verdachtes, penis in haar mond en/of- door haar laten aftrekken van zijn, verdachtes, penisterwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door envergezeld van en/of gevolgd doordwang en geweld en/of bedreiging, door- haar keel (krachtig)dicht te knijpen- haar hoofd richting zijn penis te duwen,- haar hand naar zijn, verdachtes, penis te duwen/trekken,- negeren van haar verbale en fysieke signalen van verzet en/of- gebruik te maken van zijn, verdachtes, fysieke en/of mentale overwicht op haar;

05/304486-25

2 2.hij op of omstreeks1 oktober 2024 te [plaats 2] met een persoon, te weten [slachtoffer 4] een of meerseksuele handelingen die bestonden uit ofmede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- het brengen van één of meer vanzijn, verdachtes, vinger(s)in haar vagina en/of- het door haar laten aftrekken van zijn, verdachtes, penis terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoedendat bij die [slachtoffer 4] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door envergezeld van en/of gevolgd doordwang engeweld en/of bedreiging, door- haar keel (krachtig) dicht te knijpen en/of- haar hand naar zijn, verdachtes, penis te duwen/trekken en/of- (krachtig) aan haar haren te trekken en/of- (hierdoor) een zodanig bedreigende en/ofbeangstigende situatie heeft gecreëerd dat zij zichniet aan bovengenoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken;)

05/010842-26

hij op of omstreeks 20 juli 2024 te [plaats 2] met een persoon, te weten [slachtoffer 5] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- het brengen van één of meer van zijn vinger(s) in haar vagina en/of- het brengen van zijn penis in haar vagina en/of mondterwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 5] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door- haar keel (krachtig) dicht te knijpen,- haar hoofd naar zijn penis te duwen,- het negeren van haar verbale en fysieke signalen van verzet en/of- gebruik te maken van zijn, verdachtes, fysieke en/of mentale overwicht op haar.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

05/208596-25 feiten 1 (primair) en 4 (primair), 05/304486-25 feit 2 en 05/010842-26 (primair):

Gekwalificeerde opzetverkrachting, meermalen gepleegd

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van de tijd die verdachte al in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast vordert de officier van justitie de oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel conform artikel 38z Sr. Daartoe is aangevoerd dat sprake is van gekwalificeerde opzetverkrachtingen van – volgens de officier van justitie – vijf vrouwen gedurende een periode van ongeveer 10 maanden. Uit deze feiten zelf blijkt al dat sprake is van een recidiverisico. Deze feiten zijn bovendien te ernstig om een straf op te leggen waarbij een voorwaardelijk strafdeel nog mogelijk is.

De officier van justitie betrekt bij het voorgaande het feit dat zij verdachte, conform het advies van de psycholoog, verminderd toerekeningsvatbaar acht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft allereerst aangevoerd dat rekening gehouden moet worden met de schending van de verbaliseringsplicht in de zaken van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] . De processen-verbaal waarvan in de voorfase is uitgegaan bleken op essentiële punten onvolledig, na verstrekking van de opnames van de verhoren. Verdachte heeft hiervan nadeel ondervonden in de genomen beslissingen ten aanzien van zijn voorlopige hechtenis. Dit nadeel moet worden verdisconteerd in de strafmaat.

Verdachte moet conform het NIFP rapport verminderd toerekeningsvatbaar worden verklaard. Verder had verdachte niet de intentie om anderen moedwillig te beschadigen, heeft hij lering getrokken uit de zaak en is detentie extra zwaar voor hem vanwege het steekincident in de PI. De adviezen uit het NIFP rapport en het reclasseringsrapport moeten worden gevolgd voor wat betreft het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Ten aanzien van een op te leggen locatieverbod verzoekt de raadsvrouw om deze te beperken tot het centrum van [plaats 2] (binnen de singels). Verdachte wil immers graag zijn studie afmaken in [plaats 2] .

De noodzaak tot het opleggen van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel conform 38z Sr is onvoldoende onderbouwd door de reclassering.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gekwalificeerde opzetverkrachting van vier verschillende vrouwen. Deze verkrachtingen hebben allemaal plaatsgevonden in de studentenkamer van verdachte, een vreemde omgeving voor de vrouwen. Eén van hen was zelfs niet bekend in de stad [plaats 2] . Verdachte heeft met zijn handelen op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers. Hij heeft het zelfbeschikkingsrecht op hun eigen lichaam in vergaande mate geschonden. Dit heeft hij gedaan, enkel ter bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Zo heeft verdachte meerdere vrouwen gedwongen om hem op verschillende manieren te bevredigen, zelfs zodanig dat hij één van de vrouwen heeft klemgezet, boven haar gezicht is gaan hangen en op deze wijze zijn penis in haar mond heeft gebracht. Verder heeft verdachte meerdere vrouwen, zonder voorafgaande toestemming, bij de keel gegrepen en deze dichtgeknepen (het zogenaamde ‘choken’), wat voor deze vrouwen een buitengewoon beangstigende situatie is geweest. In alle zaken valt de dominantie die verdachte in het seksuele contact heeft laten zien op. Zijn wil was wet, hij duldde geen ‘nee’ van de vrouwen.

De rechtbank acht het onbegrijpelijk dat verdachte pas is gestopt op het moment dat hij werd aangehouden door de politie. In sommige gevallen hebben de vrouwen huilend en overstuur het bed van verdachte verlaten. Ook zelf heeft hij na de eerste verkrachting zitten huilen, omdat hij zich door één van de vrouwen voor verkrachter uitgemaakt voelde. Géén van deze gebeurtenissen heeft verdachte het inzicht gegeven dat hij te ver ging in het seksuele contact met deze vrouwen. Sterker nog, hij ging maar door. Verdachte heeft in zijn handelen geen inzicht of probleembesef getoond en daarmee ook geen verantwoordelijkheid genomen voor wat hij de vrouwen heeft aangedaan. Ook ter zitting heeft verdachte de indruk gewekt daadwerkelijk geen enkel idee te hebben wat hij fout zou kunnen hebben gedaan in het seksuele contact met de vrouwen. Mogelijk is dit deels te verklaren door de nog in dit vonnis te bespreken stoornis van verdachte, maar de rechtbank weegt deze houding wel in het nadeel van verdachte mee.

Justitiële documentatie

Uit de justitiële documentatie van 21 april 2026 blijkt dat verdachte niet eerder veroordeeld is voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapportages

Uit het psychologisch rapport van mw. E. Dobbelsteen, GZ-psycholoog/psychotherapeut BIG van 20 april 2026 volgt dat verdachte lijdt aan een autismespectrumstoornis en narcistische persoonlijkheidstrekken. Ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten waren deze stoornissen aanwezig. Het is aannemelijk dat deze stoornissen hebben doorgewerkt in de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte. Deze doorwerking bestond met name uit beperkingen in het herkennen en interpreteren van sociale en non-verbale signalen, verminderde perspectiefname en empathische afstemming, en een verhoogde gerichtheid op eigen behoeften. Dit leidt tot het advies om de feiten in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Dit is gelegen in een beperkte sociale perceptie en wederzijdse afstemming, waardoor signalen van de ander mogelijk onvoldoende zijn herkend en gewogen. Verdachte beschikte echter over voldoende cognitieve vermogens en gedragsalternatieven, zodat volledige ontoerekeningsvatbaarheid niet aan de orde is. Het risico op seksueel recidivegedrag wordt op de midden- en lange termijn als matig-gemiddeld geschat. Beschermende factoren zijn onder meer enig prosociaal netwerk, studie en werk, gestructureerde vrijetijdsinvulling, toekomstgerichtheid en bereidheid tot behandeling. Risicoverhogende condities betreffen met name situaties van eenzaamheid, leegte, verveling en behoefte aan intieme relaties en beperkte sociale afstemming binnen dergelijke contacten. De wisselwerking tussen een behoefte aan verbinding en beperkingen in sociale interactie en empathische afstemming kan het risico op grensoverschrijdend gedrag vergroten. Geadviseerd wordt een ambulante forensische behandeling, gericht op sociale vaardigheden, seksualiteit, grenzen en wederzijdse afstemming, alsmede het ontwikkelen van adequate copingstrategieën. Deze interventies kunnen worden gerealiseerd binnen een strafrechtelijk kader, in het bijzonder in de vorm van bijzondere voorwaarden bij een deels voorwaardelijke straf, waaronder reclasseringstoezicht, ambulante behandeling en – indien passend – gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregelen (GVM).

Uit het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 7 mei 2026 blijkt dat de reclassering zich kan vinden in de conclusies van de psycholoog. De reclassering vult daarop aan dat een locatieverbod voor de stad [plaats 2] zorgt voor problemen voor verdachte om zijn studie aldaar voort te zetten. Verder benoemt de reclassering dat er diverse positieve elementen in het leven van verdachte aanwezig waren ten tijde van het plegen van de feiten. Hij leek bezig zich te ontwikkelen naar een sociaal geaccepteerd bestaan. De reclassering concludeert mede op grond hiervan ook dat er reden is om rekening te houden met herhaling in de toekomst als verdachte niet de juiste begeleiding/behandeling krijgt. Zij verwachten dit recidiverisico met name op de langere termijn. De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, contactverbod met de slachtoffers en een locatieverbod voor de stad [plaats 2] .

Verminderd toerekeningsvatbaar

De rechtbank neemt de conclusies van de psycholoog over en stelt gelet daarop vast dat er onder andere sprake is van een autismespectrumstoornis en narcistische persoonlijkheidstrekken en dat deze aanwezig waren ten tijde van het plegen van de feiten. Uit het voorgaande blijkt ook dat deze stoornissen het handelen van verdachte in enige mate beïnvloedde, maar niet dat hij helemaal geen keuzevrijheid meer had. De rechtbank is met de psycholoog dan ook van oordeel dat de feiten verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Gevangenisstraf

De raadsvrouw heeft betoogd dat rekening moet worden gehouden met het nadeel dat verdachte zou hebben opgelopen ten gevolge van een schending van de verbaliseringsplicht. De rechtbank stelt echter vast dat van een schending van de verbaliseringsplicht geen sprake is. De uitgewerkte processen-verbaal vormen immers een juiste weergave van wat er in de verhoren besproken is, zoals volgt uit de verbatim uitgewerkte versies hiervan. Nu er geen sprake is van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Wetboek van Strafvordering, komt de rechtbank reeds gelet hierop niet toe aan compensatie door het verlagen van de straf.

De rechtbank overweegt verder dat op ernstige zedenfeiten zoals gekwalificeerde opzetverkrachting langdurige gevangenisstraffen staan. De rechtbank ziet, ondanks de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en zijn jonge leeftijd, onvoldoende redenen om van af te wijken van het uitgangspunt dat dergelijke strafbare feiten worden bestraft met een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank heeft vier gekwalificeerde opzetverkrachtingen bewezenverklaard. Zij acht op grond hiervan een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht passend en geboden. De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie geëist, nu de rechtbank verdachte van één gekwalificeerde opzetverkrachting vrijspreekt en zij verder rekening houdt met de jeugdige leeftijd van verdachte.

Op grond van artikel 14a Sr kan enkel bij een gevangenisstraf ter hoogte van maximaal vier jaren een voorwaardelijk strafdeel worden opgelegd. Gelet op de gevangenisstraf die de rechtbank aan verdachte oplegt, komt zij aldus niet toe aan het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel. Dit geldt dus ook voor het koppelen van bijzondere voorwaarden aan een eventueel voorwaardelijk strafdeel.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Maatregel 38z

Uit het NIFP rapport en het reclasseringsrapport volgt dat geadviseerd wordt om een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbenemende maatregel (GVM, in de zin van artikel 38z Sr) op te leggen. Daarmee wordt de mogelijkheid gecreëerd om verdachte, in dit geval, ook na afloop van zijn gevangenisstraf onder toezicht te stellen als dat in verband met alsdan bestaande risico’s noodzakelijk is. Daarnaast kunnen toekomstige risico’s ten aanzien van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen door de oplegging van de maatregel van artikel 38z Sr worden teruggedrongen, dan wel aanvaardbaar worden gemaakt.

Aan de wettelijke vereisten voor oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr is voldaan. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf. De oplegging van de maatregel is naar het oordeel van de rechtbank in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen. De rechtbank zal daarom ook tot oplegging van deze maatregel overgaan. De beoordeling van de noodzaak tot tenuitvoerlegging van de maatregel en het eventuele bepalen van specifieke voorwaarden kan in de laatste fase van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf plaatsvinden.

Geen contact- en locatieverbod

Namens de slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] is verzocht tot oplegging van een contact- en locatieverbod. Ten aanzien van [slachtoffer 3] legt de rechtbank deze niet op, omdat verdachte van dit feit wordt vrijgesproken.

Ten aanzien van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] overweegt de rechtbank dat zij, gelet op de duur van de gevangenisstraf die de rechtbank oplegt, onvoldoende noodzaak ziet tot het opleggen van een contact- en locatieverbod op dit moment. Wanneer verdachte zijn gevangenisstraf heeft uitgezeten kunnen dergelijke maatregelen eventueel worden getroffen in het kader van de op te leggen gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel conform artikel 38z Sr.

8 De beoordeling van de civiele vorderingen

De volgende benadeelde partijen hebben in verband met de tenlastegelegde feiten een vordering tot schadevergoeding ingediend.

  • [slachtoffer 1] (05/208596-25, feit 1) vordert € 7.500,00 smartengeld;

  • [slachtoffer 2] (05/208596-25, feit 4) vordert € 1.620,00 materiële schade (waaronder toekomstige schade) en € 7.500,00 smartengeld;

  • [slachtoffer 3] (05/304486-25, feit 1) vordert € 1.750,33 materiële schade en € 7.500,00 smartengeld;

  • [slachtoffer 4] (05/304486-25, feit 2) vordert € 7.500,00 smartengeld;

  • [slachtoffer 5] (05/010842-26) vordert € 5.000,00 toekomstige schade en € 7.500,00 smartengeld,

telkens vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunten

De officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, met uitzondering van de gevorderde toekomstige schadeposten. De wettelijke rente moet worden toegekend en de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd.

De verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten verklaard in hun vorderingen, gelet op de primair bepleite vrijspraak.

Subsidiair stelt de verdediging, voor zover relevant, per vordering het volgende.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] wordt verzocht voor wat betreft het secundaire letsel, de PTSS, aan te sluiten bij ‘sub d’ van categorie 14.2 van de Rotterdamse schaal, nu de PTSS niet nader is onderbouwd. Nu het gaat om secundair letsel wordt ook verzocht dit conform de richtlijn maar voor 50% mee te wegen.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] wordt voor wat betreft de gevorderde materiële schade verzocht mee te wegen dat zij al onder behandeling was van de therapeut voordat de feiten plaatsvonden. Het causaal verband tussen die schade en het feit kan daardoor niet helemaal goed worden vastgesteld. Verder rechtvaardigen de aard en de duur van de seksuele handelingen niet het maximale bedrag binnen de bandbreedte van de categorie waarbij wordt aangesloten. Dit bedrag moet dus worden gematigd.

Met betrekking tot de vordering van [slachtoffer 4] geldt dat zij in de gevorderde materiële schade, toekomstige schade, niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Voor wat betreft het gevorderde smartengeld geldt dat de aard en de duur van de seksuele handelingen niet het maximale bedrag binnen de bandbreedte van de categorie waarbij wordt aangesloten. De genoemde uitspraak is niet vergelijkbaar, nu hierin ernstiger geweld is toegepast. Dit bedrag moet dus worden gematigd.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 5] geldt dat de aard en de duur van de seksuele handelingen niet het maximale bedrag binnen de bandbreedte van de categorie waarbij wordt aangesloten rechtvaardigen. Dit bedrag moet dus worden gematigd.

Overwegingen van de rechtbank

[slachtoffer 3] niet-ontvankelijk

Omdat verdachte ten aanzien van het feit waarin [slachtoffer 3] slachtoffer is wordt vrijgesproken, zal de rechtbank haar niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding.

Materiële schade

[slachtoffer 2]

Toekomstige schade

De rechtbank overweegt dat deze schade nog niet is ontstaan, aangezien het gaat om toekomstige behandelingen bij de therapeut. Op dit moment staat onvoldoende vast dat de schade ook daadwerkelijk zal worden geleden. De rechtbank zal benadeelde dan ook niet-ontvankelijk verklaren in deze schadepost.

Kosten psychosociale therapeut (€ 1.020,00)

Anders dan de verdediging acht de rechtbank voldoende onderbouwd dat er na het delict door de therapeut ook is ingezet op traumatherapie en verwerking van de verkrachting en dat daarom meer behandelingen nodig waren dan eerder was voorzien. De verdediging heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist. De rechtbank acht het dan ook voldoende onderbouwd dat sprake is van rechtstreekse schade ten gevolge van het bewezenverklaarde handelen. De schade die [slachtoffer 2] heeft geleden is concreet vast te stellen aan de hand van de door haar overgelegde facturen. De rechtbank heeft dan ook geen reden om gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid. De rechtbank wijst de vordering ten aanzien van deze schadepost toe.

[slachtoffer 5]

Toekomstige schade

De rechtbank overweegt dat deze schade nog niet is ontstaan, aangezien het gaat om toekomstige behandelingen bij de therapeut. Ook in het geval van [slachtoffer 5] staat op dit moment onvoldoende vast dat de schade ook daadwerkelijk zal worden geleden. De rechtbank zal benadeelde – zoals door haar verzocht – dan ook niet-ontvankelijk verklaren in deze schadepost.

Immateriële schade

De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partijen voor wat betreft de immateriële schade gelijktijdig bespreken, nu sprake is van soortgelijke feiten en soortgelijke vorderingen.

De benadeelde partijen hebben volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:

  • verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,

  • de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,

  • de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of

  • de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.

Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vorderingen is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partijen door het bewezenverklaarde schade hebben geleden die binnen een van de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. De rechtbank overweegt dat uit de aard en de ernst van de bewezenverklaarde gekwalificeerde opzetverkrachtingen al blijkt dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. Immers, dergelijke feiten maken een diepe inbreuk op de persoonlijke integriteit van de slachtoffers. Ten aanzien van [slachtoffer 1] geldt bovendien dat vast staat dat sprake is van geestelijk letsel in de vorm van de gediagnosticeerde PTSS als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte.

Ten aanzien van geestelijk letsel ( [slachtoffer 1] ) en een aantasting in de persoon op andere wijze ( [slachtoffer 2] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4] ) overweegt de rechtbank dat verdachte op grond van artikel 6:106 BW is gehouden om de schade die benadeelden als gevolg van het handelen van verdachte hebben geleden en nog lijden te vergoeden. Bij de vaststelling van die schade weegt de rechtbank de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van de aan verdachte tenlastegelegde feiten mee. Ook kijkt zij voorts naar de bedragen die de Nederlandse rechters in (enigszins) vergelijkbare gevallen hebben toegekend. Verder heeft de rechtbank acht geslagen op de ‘Rotterdamse schaal’ en de door de Rechtspraak geformuleerde aanbevelingen daarop, die zijn geaccordeerd door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).

De ‘Rotterdamse schaal’ en de aanbevelingen daarop bevatten een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen ten behoeve van de vaststelling en begroting van de immateriële schade. Hierbij heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de bandbreedte van smartengeldbedragen in het geval dat bij de benadeelde partij slachtoffer is geworden van een tamelijk ernstige verkrachting, zonder daarmee afbreuk te willen doen aan de ernst van iedere bewezenverklaarde verkrachting. In dit geval zijn alle benadeelden slachtoffer geworden van de dwingendheid en dominantie van verdachte, doordat hij hen bij hun keel greep, hun signalen van verzet negeerde en zijn eigen lusten boven de behoeften van de benadeelden heeft geplaatst. Dat bij [slachtoffer 1] daadwerkelijk een diagnose is gesteld, maakt voor de rechtbank niet dat er een verschil moet bestaan tussen de toe te wijzen smartengeldbedragen. Immers blijkt uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen dat het bewezenverklaarde handelen van verdachte op alle benadeelden een grote impact heeft gehad.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het smartengeld voor alle benadeelde partijen vaststellen op een bedrag van € 5.000,00 per benadeelde.

Wettelijke rente

Verdachte is bij gebreke aan een andere gestelde of gebleken ingangsdatum:

  • over de kosten voor de psychosociale therapeut van [slachtoffer 2] vanaf 27 mei 2026;

  • over de immateriële schade van [slachtoffer 1] vanaf 2 mei 2025;

  • over de immateriële schade van [slachtoffer 2] vanaf 13 november 2024;

  • over de immateriële schade van [slachtoffer 4] vanaf 1 oktober 2024, en

  • over de immateriële schade van [slachtoffer 5] vanaf 20 juli 2024

wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd, respectievelijk de datum van indiening van de vordering (de materiële schade) en de data van de feiten (immateriële schade).

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partijen toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 38z, 57 en 243 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder 05/304486-25 onder feit 1 ten laste gelegde;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 legt een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade en smartengeld;

 veroordeelt verdachte in verband met de bewezenverklaarde feiten tot betaling van de hierna te noemen schadevergoedingen aan de te noemen benadeelde partijen en in de kosten die zij hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om de te noemen bedragen betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente

1. [slachtoffer 1] € 5.000,00 mei 2025

2. [slachtoffer 2] € 5.000,00 (imm.) november 2024 € 1.020,00 (mat.) 27 mei 2026

3. [slachtoffer 4] € 5.000,00 oktober 2024

4. [slachtoffer 5] € 5.000,00 juli 2024

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade/smartengeld te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

Benadeelde partij Bedrag Gijzeling

1. [slachtoffer 1] € 5.000,00 50 dagen;

2. [slachtoffer 2] € 6.020,00 55 dagen;

3. [slachtoffer 4] € 5.000,00 50 dagen;

4. [slachtoffer 5] € 5.000,00 50 dagen.

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Rietveld (voorzitter), mr. S. Jansen en mr. P.J. Verbeek rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.W.A. Nabbe, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 juni 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »