ECLI:NL:RBGEL:2025:12076

Datum uitspraak
12-11-2025
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/05/450382 / HA ZA 25-155
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Openstellen tussentijds hoger beroep op grond van artikel 337 lid 2 Rv.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/450382 / HA ZA 25-155

Vonnis van 12 november 2025

in de zaak van

de vennootschap naar het recht van Oostenrijk

MAC’S MEDICAL HANDELS GmbH,

gevestigd te ( [x] ) Leopoldsdorf/Wenen (Oostenrijk),

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

advocaat mr. I.P. de Groot te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONCEPT MEDICAL B.V.,

gevestigd te Nijkerk,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

eiseres in reconventie in de hoofdzaak,

advocaat mr. K.W. van der Graaf te Amsterdam.

Partijen zullen hierna MAC’s Medical en Concept Medical worden genoemd.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis in incident van 15 oktober 2025,

- de brief van 3 november 2025 van mr. Van der Graaf aan de rechtbank, met het verzoek om tussentijds hoger beroep toe te staan van het vonnis van 15 oktober 2025,

- het e-mailbericht van 4 november 2025 van mr. De Groot, met verweer tegen het verzoek om tussentijds hoger beroep toe te staan.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1

Bij vonnis in incident van 15 oktober 2025 heeft de rechtbank de vordering van Concept Medical om zich onbevoegd te verklaren om van de hoofdzaak kennis te nemen afgewezen. Zij heeft ter onderbouwing van deze vordering gesteld dat tussen haar en MAC’s Medical is overeengekomen dat alle geschillen tussen hen zullen worden beslecht in arbitrage in India. De rechtbank heeft geoordeeld dat er geen overeenkomst tot arbitrage is die betrekking heeft op het geschil dat MAC’s Medical aan de rechtbank voorlegt.

2.2

Concept Medical is het niet eens is met de beslissing van de rechtbank in het vonnis in incident. Zij vraagt daarom toestemming om tussentijds hoger beroep te mogen instellen tegen het vonnis. Volgens haar zijn de proceseconomie en goede procesorde gediend bij toewijzing van het verzoek. De zaak gaat over een complexe kwestie (met vragen van aansprakelijkheid, causaliteit en schadeomvang) en daarom is het niet efficiënt om door te procederen terwijl de kwestie van bevoegdheid in hoger beroep opnieuw komt voor te liggen. Het is volgens Concept Medical waarschijnlijk dat in hoger beroep zal worden geoordeeld dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is om van de zaak kennis te nemen, voornamelijk omdat in de enige schriftelijke overeenkomst tussen partijen, een Memorandum of Understanding uit 2020, arbitrage is overeengekomen terwijl nergens uit blijkt dat partijen bij voortzetting van hun relatie daarop hebben willen terugkomen.

2.3

MAC’s Medical verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. Het enkele feit dat de rechtbank heeft geoordeeld dat zij bevoegd is om van de hoofdzaak kennis te nemen en dat in theorie het risico bestaat dat in hoger beroep tot een andere beslissing zal worden gekomen is onvoldoende reden om hoger beroep open te stellen. De stelling dat in het Memorandum of Understanding tussen partijen arbitrage is overeengekomen is reeds beoordeeld en de kans dat in hoger beroep een andere beslissing wordt genomen over de bevoegdheid van de Nederlandse rechter is nihil. Verder stond tussen partijen vast dat het Memorandum of Understanding reeds is geëindigd, een standpunt dat ook door Concept Medical is ingenomen voordat zij dit standpunt heeft gewijzigd om een beroep te kunnen doen op het arbitragebeding. Concept Medical maakt misbruik van het procesrecht, omdat zij dit verzoek alleen instelt om deze procedure te traineren. Het toestaan van tussentijds hoger beroep zal zeer nadelig voor MAC’s Medical zijn, omdat het de procedure met een jaar zal vertragen, extra kosten meebrengt en zij momenteel onvoldoende zekerheden heeft om haar vordering van meer dan € 1.000.000,00 te dekken. Toewijzing van het verzoek is daarom in strijd met de wet en de goede procesorde, aldus steeds MAC’s Medical.

2.4

De rechtbank zal bepalen dat tegen het vonnis in incident tussentijds hoger beroep mag worden ingesteld. Zij komt tot deze beslissing op grond van het volgende.

2.5

Het verzoek strekt ertoe om een uitzondering te maken op de hoofdregel die in artikel 337 lid 2 Rv is neergelegd. De hoofdregel is dat pas hoger beroep tegen het tussenvonnis kan worden ingesteld nadat het eindvonnis is gewezen. Tussentijds hoger beroep is uitgesloten om fragmentatie van de instructie van de zaak, vertraging en processuele complicaties, een en ander als gevolg van tussentijds beroep, tegen te gaan en aldus de doelmatigheid en snelheid van de procedure te bevorderen.1

2.6

De rechter kan echter anders bepalen. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat van de bijzondere omstandigheden van het concrete geval zal afhangen of afwijking van de hoofdregel doelmatiger is. Er is ruimte voor een procesbeleid waarin de in het ongelijk gestelde partij de mogelijkheid krijgt tussentijds beroep in te stellen tegen een tussenvonnis, bijvoorbeeld in verband met het feit dat in de tussenuitspraak is beslist op een controversiële rechtsvraag, hetgeen doorwerkt in de verdere behandeling van de zaak, of omdat een andere beslissing tot een aanzienlijke bekorting van de procedure zou hebben geleid.2

2.7

In dit geval is het tussentijds verkrijgen van een oordeel van het hof over de voorvraag of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen in de hoofdzaak reeds vanwege de mogelijkheid dat het hof op dit principiële punt anders oordeelt dan de rechtbank doelmatiger dan het eerst voortzetten van de procedure in eerste aanleg (met in elk geval een conclusie van antwoord in reconventie en een mondelinge behandeling) en het inhoudelijk beoordelen van de over en weer ingestelde vorderingen door de rechtbank voordat hoger beroep kan worden ingesteld. Tussentijds hoger beroep leidt weliswaar tot vertraging van de procedure, maar gezien het voorgaande is die vertraging, ook gelet op de aard van de procedure, niet als onredelijk te beschouwen.

2.8

De rechtbank zal de zaak naar de parkeerrol van 1 april 2026 verwijzen voor uitlating partijen over de voortgang van het tussentijds hoger beroep.

2.9

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1

bepaalt dat hoger beroep kan worden ingesteld van het tussenvonnis van 15 oktober 2025 voordat het eindvonnis is gewezen,

3.2

verwijst de zaak naar de parkeerrol van 1 april 2026,

3.3

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.L. van de Sande en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

1906 / 1496

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »