ECLI:NL:RBGEL:2023:1603
Inhoudsindicatie
Burenruzie. Eigendom riolering, horizontale of verticale natrekking, zelfstandige zaak (deelnet) of bestanddeel hoofdriool (5:20 BW). Inhoud erfdienstbaarheid van weg (5:73 BW).
Bovenstaande samenvatting komt van Rechtspraak.nl. Voor de volledige tekst van de uitspraak: uitspraken.rechtspraak.nl »
Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald
- Art. 3:98 BW Burgerlijk Wetboek Boek 3
- Art. 5:20 BW Burgerlijk Wetboek Boek 5
- Art. 5:72 BW Burgerlijk Wetboek Boek 5
- Art. 5:73 BW Burgerlijk Wetboek Boek 5
- Art. 5:79 BW Burgerlijk Wetboek Boek 5
- Art. 6:119 BW Burgerlijk Wetboek Boek 6
- Art. 611b Rv Burgelijke Rechtsvordering
Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen
- ECLI:NL:RBZWB:2020:3600 — 04-08-2020 Rb. Zeeland-West-Brabant Civiel recht
erfdienstbaarheid van weg; vordering tot verwijdering belemmeringen toegewezen; omvang erfdienstbaarheid ex artikel 5:73 lid 1 BW. - ECLI:NL:RBDHA:2022:112 — 12-01-2022 Rb. Den Haag Civiel recht
5:37 BW en 5:72 BW; rioolbuis is bestanddeel van woning naastgelegen perceel. Eigenaar rioolbuis gehouden mee te werken aan afsluiten en saneren rioolbuis omdat deze onrechtmatig stankoverlast veroorzaakt. Eigenaar van rioolbuis heeft via verjaring recht van erfdienstbaarheid… - ECLI:NL:RBROT:2020:11353 — 25-11-2020 Rb. Rotterdam Civiel recht
Burengeschil; conventie: erfdienstbaarheid; bestaat de erfdienstbaarheid nog en, zo ja, wat houdt deze erfdienstbaarheid in; (voorwaardelijke) reconventie: opheffing erfdienstbaarheid ex art. 5:79 BW. - ECLI:NL:RBDHA:2019:550 — 23-01-2019 Rb. Den Haag Civiel recht
erfdienstbaarheid gevestigd in akte uit 1896, gevestigd tbv gebruik beerput en Nortonwel, beerput en Nortonwel zijn er niet meer, geen redelijk belang meer bij uitoefening, opheffing, 5:73 BW, 5:79 BW - ECLI:NL:RBDHA:2026:11120 — 07-01-2026 Rb. Den Haag Civiel recht
Geen grond voor opheffing erfdienstbaarheid van uitweg. De uitoefening van de erfdienstbaarheid is niet permanent onmogelijk geworden. Ook is niet vast komen te staan dat gedaagde geen belang meer heeft bij de uitoefening van de erfdienstbaarheid. Evenmin is sprake van misbruik…