ECLI:NL:RBDHA:2026:7920

Datum uitspraak
05-03-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/681327 / FA RK 25-1655
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toekenning eenhoofdig gezag.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-1655

Zaaknummer: C/09/681327

Datum beschikking: 5 maart 2026

Gezag

Beschikking op het op 4 maart 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. S. Salhi in Rijswijk.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vrouw.

Op 5 februari is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de advocaat van de moeder, de vader en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen.

De minderjarigen [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening te geven over het verzoek in een gesprek met de rechter, maar hebben hier geen gebruik van gemaakt.

Feiten

  • De ouders zijn gehuwd geweest van 11 augustus 1998 tot 13 november 2024.

  • Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:

- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1] ;

- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2010 in [geboorteplaats 1] ;

- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2014 in [geboorteplaats 1] .

  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.

  • Bij beschikking van 17 januari 2023 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – de door partijen getroffen onderlinge regeling met betrekking tot de minderjarigen zoals neergelegd in het aan de beschikking gehechte ouderschapsplan opgenomen.

  • In het ouderschapsplan zijn de ouders – voor zover hier van belang – overeengekomen dat de minderjarigen hun hoofdverblijf bij de moeder hebben, iedere zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur bij de vader verblijven en dat de vakanties in onderling overleg worden verdeeld.

  • Bij vonnis in kort geding van 5 december 2024 van deze rechtbank is bepaald dat [de minderjarige 3] bij de vader zal zijn iedere zaterdag van 12.00 uur tot 17.00 uur, met uitzondering van de periode(s) dat de vader in Marokko verblijft en dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hun eigen afspraken zullen maken met de vader.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt te bepalen dat zij voortaan alleen belast zal zijn met het ouderlijke gezag over de minderjarige kinderen [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] , voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader heeft op de zitting mondeling aangegeven dat hij instemt met het verzoek van de moeder.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Aangezien de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken.

Ontvankelijkheid

Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, als er gewijzigde omstandigheden zijn sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag of als bij de beslissing tot gezamenlijk gezag van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Als één van deze gevallen zich voordoet, zal vervolgens beoordeeld moeten worden of er reden is voor beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Daarbij moet de rechtbank de criteria genoemd in artikel 1:251a BW toepassen en de vraag beantwoorden of er een onaanvaardbaar risico is dat een kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen, dan wel of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Doet dit zich voor, dan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarigen toekomt.

De rechtbank is gebleken dat sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag de omstandigheden zijn gewijzigd. De vader verblijft namelijk inmiddels regelmatig in Marokko, waardoor zowel het contact tussen de ouders als tussen de vader en de kinderen verminderd is. De moeder kan daarom worden ontvangen in haar verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] .

Inhoudelijke beoordeling

Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. De moeder kan niet lezen en schrijven. Daarom is de moeder aangewezen op telefonisch contact met de vader wanneer er een gezagsbeslissing genomen moet worden of toestemming door de vader moet worden verleend. Dit levert de moeder dusdanig veel spanning op dat op dit moment de enige vorm van communicatie tussen de ouders via de kinderen plaatsvindt. Daarbij komt dat de vader vaak niet bereikbaar is en veel tijd in Marokko doorbrengt. Door deze communicatieproblemen is het niet mogelijk om voortvarend beslissingen over de kinderen te nemen.

De vader heeft op de zitting aangegeven dat de moeder goed voor de kinderen zorgt en dat hij er vertrouwen in heeft dat zij de juiste beslissing voor de kinderen neemt. Het belangrijkste is voor hem om contact met de kinderen te hebben, zoals nu ook het geval is. De vader heeft dan ook geen bezwaar tegen toewijzing van het verzoek van de moeder.

De rechtbank overweegt als volgt. Het is niet in het belang van de kinderen dat de ouders via hen communiceren en dat de communicatie tussen de ouders spanningen teweegbrengt. De rechtbank acht het hierom in het belang van de kinderen dat de moeder voortaan zelfstandig beslissingen over hen kan nemen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen.

BeslissingDe rechtbank:

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 4] 1970

in [geboorteplaats 2] te [land] , het gezag zal toekomen over de minderjarige kinderen:

  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1] ;

  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2010 in [geboorteplaats 1] ;

  • [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2014 in [geboorteplaats 1] ;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, bijgestaan door

mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 5 maart 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »