ECLI:NL:RBDHA:2026:4714

Datum uitspraak
19-02-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/699618 / FA RK 26-1507
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Artikel 7:7 Wvggz, Afwijzing machtiging voortzetting van de crisismaatregel. Met betrokkene is een ‘autonomie bevorderend beleid’ afgesproken waarbij de regie wordt teruggelegd bij betrokkene.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/699618 / FA RK 26-1507

Datum beschikking: 19 februari 2026

Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking naar aanleiding van het op 16 februari 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in de accommodatie [accomodatie] te [plaats] ,

advocaat: mr. D.G.M. van den Hoogen te Leiden.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 14 februari 2026 genomen crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Gouda tot het nemen van de crisismaatregel;

  • een op 14 februari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een afschrift van de politiemutaties;

- een brief van de officier van justitie van 17 februari 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 februari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

- de verpleegkundig specialist in opleiding, mevrouw [naam 2] .

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft verklaard dat zij naar huis wil gaan. Daarbij heeft zij kenbaar gemaakt dat zij niet kan garanderen dat zij het thuis veilig kan houden. Ook over een aantal weken kan zij dat niet garanderen. Betrokkene heeft EMDR-therapie ondergaan vanwege eerdere opnames op de High Intensive Care en in haar ogen levert een opname alleen trauma’s op.

De advocaat van betrokkene staat achter de afwijzing van het verzoek. Zij merkt op dat betrokkene een diepe euthanasiewens heeft en maar dat de behandelaren van de accommodatie daarin niet lijken mee te werken.

De verpleegkundig specialist in opleiding heeft verklaard dat met betrokkene een ‘autonomie bevorderend beleid’ is afgesproken waarbij de regie wordt teruggelegd bij betrokkene. Daarnaast werkt betrokkene goed samen met de behandelaren. In het ambulante kader loopt het Mentalization Based Treatment (MBT) traject. Dit alles maakt dat het niet nodig is om de crisismaatregel te verlengen. Het MBT-team heeft van de moeder van betrokkene vernomen dat zij het er ook mee eens is dat de maatregel niet verlengd wordt. De behandelaren van het MBT-team zijn degenen waarmee betrokkene te maken heeft voor de aanmelding en het traject bij de Levenseindekliniek.

Beoordeling

De rechtbank wijst het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. Daarbij merkt de rechtbank op dat een crisismaatregel een traumatiserende ervaring kan zijn, niet alleen voor de betrokkene maar ook voor diens omgeving alsmede voor degenen die bij de aanloop van de crisismaatregel betrokken zijn geweest. Om trauma te voorkomen is het van belang dat betrokkene probeert samen te werken met haar behandelaren.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.C.M. Bouman, rechter, bijgestaan door M. Gosses als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 februari 2026.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 26 februari 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »