RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.26790
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
v-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. S.A.M. Fikken),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 5 oktober 2022.
Bij besluit van 7 augustus 2025 heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond.1
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb2 uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.
2. Verweerder heeft bij bericht van 28 oktober 2025 de rechtbank meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft daarom op 29 oktober 2025 de gemachtigde van eiser verzocht om binnen vijf werkdagen kenbaar te maken wanneer hij voor het laatst contact heeft gehad met eiser en op welke wijze dit contact heeft plaatsgevonden. De gemachtigde van eiser heeft hier niet op gereageerd. Hieruit blijkt dus niet dat nog contact is tussen eiser en zijn gemachtigde.
3. Gelet op deze omstandigheden en vaste jurisprudentie van de Afdeling neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de door hem aanvankelijke gezochte internationale bescherming in Nederland.3 Eiser heeft dan ook geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 14 oktober 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.