ECLI:NL:RBDHA:2026:30331

Datum uitspraak
08-10-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Zaaknummer
NL25.16708
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vv regulier, verblijfsdoel familie en gezin, geen vrijstelling mvv-vereiste, gezinsleven, geen hechte persoonlijke banden met minderjarige dochter, hardheidsclausule, beroep ongegrond, mondelinge uitspraak.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.16708

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M.S. Yap),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het besluit tot afwijzing van de aanvraag van eiser voor een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij zijn minderjarige dochter [dochter] (referent). De aanvraag is afgewezen omdat eiser niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en verweerder vindt dat eiser niet van het mvv-vereiste kan worden vrijgesteld. Het bezwaar van eiser tegen dat besluit is door verweerder met het bestreden besluit van 14 maart 2025 ongegrond verklaard. Eiser is het daarmee niet eens en heeft beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 8 oktober 2026 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Waar het in deze beroepszaak om gaat is de vraag of eiser had moeten worden vrijgesteld van het mvv-vereiste. Verweerder stelt eiser vrij van het mvv-vereiste als zijn uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 van het EVRM.1 Daarvan is sprake als er sprake is van een beschermenswaardig gezinsleven met, in dit geval, dochter [dochter] .

2. Is er tussen eiser en [dochter] sprake van hechte persoonlijke banden? Eiser heeft een uittreksel uit het Gezagsregister overgelegd, waaruit blijkt dat eiser en de moeder van [dochter] sinds 25 januari 2023 gezamenlijk met het ouderlijk gezag zijn belast. De rechtbank is niet gebleken dat daar nadien verandering in is gekomen. Daar gaat de rechtbank dus van uit. Verder ziet de rechtbank in een van de overgelegde foto’s een onderbouwing van de stelling dat eiser en [dochter] videogesprekken met elkaar voeren. Dat is echter onvoldoende onderbouwing om aan te nemen dat er sprake is van hechte persoonlijke banden en van een beschermenswaardig gezinsleven.

3. Heeft eiser een privéleven in Nederland op grond waarvan hij van het mvv-vereiste moet worden vrijgesteld? Uit de stukken blijkt dat eiser sinds 2017 in Nederland verblijft, maar hij heeft hier nooit met een vergunning verbleven. Het verblijf is dus altijd precair geweest. De enige banden die eiser heeft met Nederland, zijn de banden met zijn dochter. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiser zijn band met Nederland voor het overige niet heeft gespecificeerd.

4. Eiser heeft tot slot een beroep gedaan op de hardheidsclausule.2 Verweerder heeft in het bestreden besluit goed uitgelegd welk beleid hij daarbij voert en waarom hij daarvan in dit geval niet afwijkt.3 Het beroep op de hardheidsclausule treft dan ook geen doel.

5. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »