RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.35493
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster],
geboren op [geboortedag] 1997, van Israëlische nationaliteit, verzoekster
(gemachtigde: mr. E.A. Besselsen),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. R. Radema).
Procesverloop
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster.
De minister heeft op 10 juni 2026 een verblijfssticker in het paspoort van verzoekster geplaatst met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid wel toegestaan; tewerkstellingsvergunning wel vereist’.
Verzoekster heeft op 26 juni 2026 bezwaar gemaakt tegen de afgegeven arbeidsmarktaantekening. Daarnaast heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om hangende het bezwaar een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt de minister op te dragen haar per direct een verblijfssticker te verlenen met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met tewerkstellingsvergunning’.
Bij brief van 29 september 2026 heeft de minister de voorzieningenrechter laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening.
Omdat het verzoek kennelijk gegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting.1
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan hangende een bezwaarprocedure de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Nu de minister zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om dit verzoek toe te wijzen, zal de voorzieningenrechter het verzoek toewijzen als kennelijk gegrond.
Conclusie en gevolgen
4. Het verzoek is kennelijk gegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat de minister aan verzoekster per direct een verblijfssticker met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met tewerkstellingsvergunning’ dient af te geven.
5. Omdat het verzoek wordt toegewezen, moet de minister het griffierecht aan verzoekster vergoeden. Daarnaast krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. De minister moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift), met een waarde van € 934,- bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 934,-. Als aan verzoekster een toevoeging is verleend, moet de minister de proceskostenvergoeding betalen aan de gemachtigde van verzoekster.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
-
wijst het verzoek toe;
-
treft de voorlopige voorziening dat de minister aan verzoekster een verblijfssticker met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met tewerkstellingsvergunning’ afgeeft;
-
bepaalt dat de minister het griffierecht van € 200,- aan verzoekster moet vergoeden;
-
veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.C.C. Bakx, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.