RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/711673 / FA RK 26-8833
Datum beschikking: 10 september 2026
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
Beschikking naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[de cliënt],
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1951 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. A.A. van Harmelen te Den Haag.
Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 27 augustus 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 21 augustus 2026;
- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 3 augustus 2026;
- een op 11 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was;
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
- de geriater, [naam 2];
- de nicht van cliënt, [naam 3].
Standpunten ter zitting
Door en namens cliënt is ter zitting verzocht om het verzoek af te wijzen. Cliënt wil thuis bij haar echtgenoot blijven wonen en zij wil niet in het verpleeghuis blijven. Zij is bang dat zij in het verpleeghuis tussen ver dementerende ouderen komt te wonen. Cliënt is van mening dat het thuis allemaal nog goed ging en dat haar huis niet vervuild was. Zij krijgt haar medicatie in een zogenoemde baxterrol en neemt haar medicatie altijd goed in. Als de thuiszorg te laat is, dan belt zij zelf om te vragen waar men blijft. Men lijkt te vergeten dat zij al 50 jaar epilepsie heeft en ook de medicatie voor die aandoening neemt zij altijd goed in. Zij is al vier maanden alcoholvrij. De positieve alcoholtest schrijft zij toe aan de Tiramisu die zij kort ervoor had gegeten en waarin alcohol bleek te zijn verwerkt. Volgens de verpleegkundige was er geen verplichting om anti-psychotische medicatie in te nemen. De rechter is in april jl. en juli jl. bij cliënt thuis geweest en trof beide keren een schoon huis aan. Van zelfverwaarlozing of verwaarlozing van de leefomgeving was geen sprake.
Door de geriater is naar voren gebracht dat de medische verklaring een volledig beeld geeft van de situatie en zeker nog actueel is. Bij cliënt is al langer sprake van een verslavingsstoornis in het gebruik van alcohol. Onlangs is daarnaast als resultaat van een NPO-onderzoek vastgesteld dat bij cliënt ook sprake is van uitgebreide neurocognitieve stoornissen als gevolg van langdurig fors alcoholgebruik. Daardoor kan cliënt niet meer adequaat handelen, haar leven niet meer zelfstandig organiseren, verwaarloost zij zichzelf en haar leefomgeving, terwijl zij ook geen alarm meer weet te slaan als er een voor haar of haar omgeving onveilige situatie is of ontstaat. Door de neurocognitieve stoornissen lukt het haar ook niet meer om afspraken te maken of te houden en na te komen. Deze stoornissen, die vallen onder de Wzd, zijn inmiddels zonder meer bovenliggend. Deze opname, op basis van een lopende zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), is de derde in vrij korte tijd. Tijdens de looptijd van de zorgmachtiging is serieus geprobeerd om betrokkene na ontslag met uitgebreide thuiszorg nog thuis te laten wonen door een casemanager te betrekken en maximale thuiszorg in te zetten, maar deze zorg bleek niet toereikend om het nadeel af te wenden en een opname weer noodzakelijk te maken. De thuiszorg vermoedde medicatie-ontrouw en een terugval in alcoholgebruik. Dit gebruik werd bevestigd door een positieve blaastest. Cliënt ontkent het gebruik en externaliseert wat er in haar leven gebeurt. Omdat er geen afspraken met cliënt gemaakt kunnen worden en er geen samenwerking met haar mogelijk is, is terugkeer naar huis vanwege haar toestandsbeeld niet langer veilig en is een opname in een verpleeghuis noodzakelijk. In het verpleeghuis weigert cliënt ook af en toe haar medicatie en de ADL-zorg. Wat de medicatie betreft, ligt er een sterk advies van de psychiater om anti-psychotica te slikken en cliënt volgt dat advies tijdens opname op omdat de medicatie anders intramusculair wordt gegeven. De bedoeling is dat cliënt gaat verblijven bij De Drie Linden, een woonzorglocatie van Saffier.
Door de nicht van cliënt is naar voren gebracht dat de familie er pijn van in de buik heeft, maar gezegd moet worden dat cliënt niet langer zelfstandig thuis kan blijven wonen waardoor een opname onvermijdelijk en noodzakelijk is. Er is sprake van een vervuild huis en cliënt heeft geen inzicht meer in haar eigen functioneren. Hierdoor ontstaan conflicten met hulpverleners en de familie. Cliënt bevindt zich al langere tijd in een cirkel van opnames en de familie houdt zich bezig om de zorg in stand te houden.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een uitgebreide neurocognitieve stoornis. Al langer is sprake van een stoornis in het gebruik van alcohol, epilepsie en erotomanen wanen.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
– levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
– ernstige psychische schade;
– ernstige financiële schade;
– ernstige verwaarlozing;
– de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Door de uitgebreide neurocognitieve stoornissen, is cliënt niet meer in staat om complexere uitvoeringshandelingen te verrichten. Zo kan zij geen afspraken meer maken en zich evenmin aan met haar afgestemde afspraken houden. Ook lukt het haar niet om met zorgverleners samen te werken. Vanwege haar aandoening en hardnekkige zucht naar alcohol is zij niet meer in staat om zelfstandig te functioneren en nog langer zelfstandig thuis te wonen. Gebleken is dat het nadeel dat dan ontstaat niet langer kan worden ondervangen door de inzet van mantelzorg of thuiszorg. De naaste familie is zeer betrokken en ziet de toegenomen behoefte aan zorg datgene wat zij met elkaar kunnen bieden overstijgen. Er is al langere tijd sprake van een vicieuze cirkel van opnames van cliënt waarbij haar toestandsbeeld gedurende haar verblijf als gevolg van de geleverde zorg en de periode van abstinentie opknapt, cliënt weer naar huis kan gaan en daar vervolgens vrij snel weer een terugval krijgt in alcoholgebruik. Er ontstaan dan mensonwaardige momenten met decorumverlies, ondervoeding en ook complexe botbreuken als gevolg van valpartijen. De rechtbank is van oordeel dat deze cirkel moet worden doorbroken. Cliënt behoeft gestructureerde haar omringende zorg, toezicht en begeleiding, gedurende de dag en de nacht.
De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf in een accommodatie. Cliënt wil niet opgenomen zijn in een verpleeghuis. Zij wil thuis blijven wonen bij haar echtgenoot.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:
[de cliënt],
geboren op [geboortedatum] 1951 te [geboorteplaats],
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 maart 2027.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. M.L. Sandberg-Crommelin, rechter, bijgestaan door I. de Vroom als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 september 2026. |
|
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 september 2026. |
|
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |