RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/711448 / FA RK 26-8692
Datum beschikking: 8 september 2026
Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. J.C. Herweijer te Rijswijk.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 24 augustus 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 20 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 6 augustus 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 21 augustus 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 september 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door mr. D.Z. Peters, waarnemend voor de advocaat;
- de arts, [naam 2].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft aangegeven dat het beter met hem gaat. Hij eet en slaapt goed, is minder agressief en als er een incident voorvalt, lost hij dit direct op door naar het zorgpersoneel te stappen. Betrokkene geeft aan dat hij geen waanideeën meer heeft. Hoewel hij voorheen niet goed in staat was om onderscheid te maken tussen zijn waanideeën en de werkelijkheid, was hij naar eigen zeggen niet psychotisch. De escalatie met zijn buren ontstond volgens betrokkene vanuit een ruzie. Zodra hij met ontslag is, zal hij zijn excuses aanbieden. Verder geeft betrokkene aan dat hij momenteel olanzapine gebruikt en dat dit goed effect heeft. Hoewel betrokkene hoopt binnenkort naar huis te kunnen, gaat hij wel akkoord met de zorgmachtiging zolang dit vanuit medisch oogpunt nodig is. De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Betrokkene wil het liefst de behandeling voortzetten vanuit een vrijwillig kader, maar begrijpt ook dat een zorgmachtiging nodig is om eventuele escalaties te voorkomen. Met het oog op een ontslag op korte termijn, heeft betrokkene vertrouwen in de samenwerking.
De arts geeft allereerst aan dat betrokkene zichtbaar zijn best doet. Echter is het ziekte-inzicht nog niet toereikend. Betrokkene ziet weliswaar een verband tussen het blowen en een verslechtering van de relatie met zijn buren, maar het besef dat hij geen cannabis moet gebruiken ontbreekt. Volgens de arts bestaat er nog een risico op terugval in het cannabisgebruik, met als mogelijk gevolg een ontregeling. De samenwerking met betrokkene is op dit moment nog te pril, om hier voldoende op te kunnen vertrouwen. Om die reden wordt een zorgmachtiging nodig geacht, zodat indien nodig vroegtijdig kan worden ingegrepen. De arts geeft verder aan dat de vrijheden van betrokkene geleidelijk worden uitgebreid. Hiermee kan worden beoordeeld hoe betrokkene met zijn vrijheden omgaat en of hij abstinent blijft van cannabis. Afhankelijk van het verloop hiervan, kan betrokkene naar verwachting op korte termijn met ontslag.
Beoordeling
Op 26 februari 2026 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden tot en met 26 september 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een ongespecificeerde schizofreniespectrum stoornis. Daarnaast is er sprake van een stoornis in gebruik cannabis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene is onder meer bekend met het gebruik van cannabis, psychosegevoeligheid, en emotie/agressieregulatie problematiek. Voorafgaand aan de huidige opname was er sprake van paranoïde en betrekkingswanen met betrekking tot zijn buren. Dit heeft zich geuit in agressief gedrag waarbij betrokkene aangaf hen iets aan te willen doen en te willen vermoorden. Zowel de buren als andere buurtbewoners waren hierdoor erg angstig. Daarnaast schreeuwde betrokkene veel op straat waardoor het risico bestond dat hij zijn verblijfplaats kwijt zou raken. Betrokkene heeft vanuit zijn wanen diverse apparatuur in zijn huis kapot gemaakt. Zijn familie is als steunsysteem overbelast geraakt door de situatie. Tevens verwaarloosde betrokkene de behandeling van zijn eczeem. Hierdoor bestaat het risico op complicaties zoals bloedingen en infectie van zijn huidaandoening.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene geeft aan weliswaar vrijwillig te willen meewerken aan zijn behandeling, maar de rechtbank is van oordeel dat de bereidheid van betrokkene om mee te werken aan zijn behandeling nog te pril is. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 september 2027;
|
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, rechter, bijgestaan door mr. K. Houdijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 september 2026. |
|
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 21 september 2026. |
|
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |