RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.54357
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
geboren op [geboortedatum] 1995, van Ecuadoriaanse nationaliteit,
(gemachtigde: mr. I.C. van Krimpen),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: m. M. Belevska).
Procesverloop
Verzoeker heeft op 18 juni 2026 een aanvraag tot wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunning ‘zoekjaar hoogopgeleiden’ naar het verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandig kunstenaar’ ingediend.
Verzoeker heeft hangende deze aanvraag op 6 augustus 2026 bij het IND1-loket verzocht om een sticker verblijfsaantekening (hierna: sticker). Op deze sticker staat de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid wel toegestaan, TWV2 vereist’.
Verzoeker is het niet eens met de arbeidsmarktaantekening en heeft daarom tegen de afgifte van deze sticker op 14 september 2026 bezwaar gemaakt. Op diezelfde dag heeft verzoeker de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen, ertoe strekkende dat hij mag blijven werken als zelfstandig kunstenaar zonder TWV totdat op zijn aanvraag is beslist.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.3
Overwegingen
1. Op 6 oktober 2026 heeft de minister de rechtbank laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening.
2. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter het verzoek toewijzen. Dit betekent dat verzoeker mag blijven werken als zelfstandig kunstenaar zonder TWV totdat op zijn aanvraag is beslist.
3. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte kosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in het Bpb4 voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt € 934,- en een wegingsfactor 1). Daarnaast moet de minister het griffierecht aan verzoeker vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in die zin dat
verzoeker mag werken als zelfstandig kunstenaar zonder TWV totdat op zijn aanvraag is beslist;
- bepaalt dat de minister het griffierecht van €200,- aan verzoeker moet vergoeden; en,
- veroordeelt de minister in de proceskosten tot een bedrag van € 934,- te betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Moussaoui, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Hol, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.