ECLI:NL:RBDHA:2026:29563

Datum uitspraak
07-09-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/705988 / FA RK 26-5296
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 26-5296

Zaaknummer: C/09/705988

Datum beschikking: 7 september 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 27 mei 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. N. Meijer te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A.C. van 't Hek te Dordrecht.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;

  • het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken;

  • het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken, tevens houdende aanvullende verzoeken;

  • het verweerschrift op de aanvullende verzoeken.

Op 10 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat en de moeder met haar waarnemend advocaat mr. A.C. van der Glas.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

- Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats] .

  • De vader heeft [minderjarige] erkend.

  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.

  • [minderjarige] verblijft feitelijk bij de moeder.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt – in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) – een zorgregeling vast te stellen waarbij [minderjarige] eenmaal per veertien dagen van donderdag na de opvang tot dinsdag naar de opvang bij de vader verblijft, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de moeder zelfstandig:

  • de verzoeken van de vader af te wijzen;

  • een zorgregeling vast te stellen in die zin dat:

  • [minderjarige] om het weekend bij de vader verblijft van vrijdag 16:00 uur tot maandag 16:00 uur;

  • de schoolvakanties in onderling overleg bij helfte worden verdeeld;

  • de overdrachten plaatsvinden bij het tankstation Shell [plaats] ;

  • [minderjarige] op haar eerste verjaardag bij de moeder verblijft,

althans een zodanige regeling te bepalen als de rechtbank juist acht;

  • de volgende afspraken vast te leggen:

  • communicatie over belangrijke aangelegenheden betreffende [minderjarige] verloopt uitsluitend via e-mail;

  • telefonisch contact is toegestaan in spoedsituaties, zoals bijvoorbeeld een ziekenhuisopname, auto-ongeluk of andere urgente omstandigheden;

  • wanneer [minderjarige] bij één van de ouders verblijft vindt geen direct contact tussen de ouders plaats, tenzij dit noodzakelijk is;

  • de ouder bij wie [minderjarige] verblijft bepaalt zelf de activiteiten. De andere ouder heeft

geen inspraak in deze activiteiten, zolang deze binnen Nederland plaatsvinden;

  • activiteiten of reizen buiten Nederland worden vooraf in overleg tussen de ouders besproken;

  • de moeder beheert het paspoort van [minderjarige] , tenzij de vader het paspoort nodig heeft;

  • vervangende toestemming te verlenen voor deelname van [minderjarige] aan het Rijksvaccinatieprogramma,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader voert verweer tegen de zelfstandige verzoeken van de moeder, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de vader aanvullend:

  • de verzoeken van de moeder met betrekking tot de zorgregeling, de verjaardag van [minderjarige] en het verlenen van vervangende toestemming voor deelname van [minderjarige] aan het Rijksvaccinatieprogramma af te wijzen;

  • het door de vader voorgestelde verzoek met betrekking tot de zorgregeling toe te wijzen en aanvullend te bepalen dat de overdracht plaatsvindt via de kinderopvang;

  • als aansluiting op de verzochte zorgregeling te bepalen dat:

  • beide ouders onbelemmerd toegang dienen te hebben tot de digitale applicatie van de kinderopvang, de informatie van het consultatiebureau en alle overige documentatie betreffende [minderjarige] ;

  • beide ouders gezamenlijk ouderavonden bijwonen en dat documentatie afkomstig van de opvang, het consultatiebureau en de school aan beide ouders gelijktijdig ter beschikking wordt gesteld;

  • geen van beide ouders zonder wederzijdse toestemming foto's van [minderjarige] plaatst op sociale mediaplatforms zoals Instagram, Facebook of Snapchat, zulks ter bescherming van de privacy van [minderjarige] ;

  • ingrijpende uiterlijke veranderingen ten aanzien van [minderjarige] , zoals het bezoeken van een kapper, uitsluitend in onderling overleg plaatsvinden;

  • de vader, zodra [minderjarige] kan praten, minimaal één keer per verblijfsperiode bij de moeder kan videobellen met [minderjarige] ;

  • beide ouders en de overige aanwezigen in de directe omgeving van [minderjarige] zich onthouden van alcohol- en drugsgebruik in haar aanwezigheid;

  • reizen met [minderjarige] buiten Nederland vooraf in onderling overleg worden afgestemd en wederzijdse toestemming vereisen;

  • de moeder, indien zij gedurende haar zorg- en contactmomenten niet in staat is de zorg voor [minderjarige] zelf uit te oefenen, gehouden is de vader hiervan eerst in kennis te stellen en hem in de gelegenheid te stellen de zorg voor [minderjarige] op zich te nemen, alvorens de zorg aan een derde op te dragen,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder voert verweer tegen de aanvullende verzoeken van de vader, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Zorgregeling

Op de zitting is gebleken dat [minderjarige] op dit moment ieder weekend bij de vader verblijft. De ouders hebben tijdens de zitting overeenstemming bereikt over wijziging van de zorgregeling en hebben daarover de volgende afspraken gemaakt:

  • [minderjarige] verblijft op vrijdag 14 augustus 2026 vanaf 16:00 uur bij de vader tot en met zondag 16 augustus 2026 16:30 uur;

  • [minderjarige] verblijft op vrijdag 28 augustus 2026 vanaf 16:00 uur bij de vader tot en met zondag 30 augustus 2026 16:30 uur;

  • [minderjarige] verblijft vanaf 10 september 2026 vanaf donderdag na de opvang tot en met dinsdag naar de opvang bij de vader. Deze regeling vindt eenmaal per twee weken plaats. Zolang [minderjarige] nog niet naar school gaat, loopt deze regeling door tijdens de schoolvakanties. Zodra [minderjarige] naar school gaat, zullen de ouders de schoolvakanties in onderling overleg bij helfte verdelen;

  • [minderjarige] verblijft op Moederdag bij de moeder;

  • [minderjarige] verblijft op Vaderdag bij de vader;

  • [minderjarige] verblijft in de even jaren op haar verjaardag bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;

  • indien één van de ouders gedurende een zorgmoment niet in staat is de zorg voor [minderjarige] zelf uit te oefenen, stelt deze ouder de andere ouder hiervan eerst in kennis en in de gelegenheid om de zorg voor [minderjarige] op zich te nemen, alvorens de zorg aan een derde toe te vertrouwen.

Daarnaast hebben de ouders op de zitting de volgende aanvullende afspraken gemaakt:

  • in geval van een noodsituatie met betrekking tot [minderjarige] zullen de ouders telefonisch contact met elkaar opnemen;

  • de ouder bij wie [minderjarige] verblijft, bepaalt de activiteiten;

  • reizen met [minderjarige] buiten Nederland wordt vooraf in onderling overleg afgestemd;

  • de moeder beheert het paspoort van [minderjarige] , tenzij de vader het paspoort nodig heeft;

  • ingrijpende uiterlijke veranderingen van [minderjarige] vinden uitsluitend plaats in onderling overleg, zoals het laten zetten van gaatjes in de oren. Een bezoek aan de kapper valt hier niet onder;

  • beide ouders onthouden zich van alcohol- en drugsgebruik in de aanwezigheid van [minderjarige] .

De rechtbank zal overeenkomstig de tussen de ouders gemaakte afspraken beslissen en de zorgregeling en de aanvullende afspraken hierna in het dictum opnemen. De rechtbank beschouwt hetgeen meer of anders is verzocht als ingetrokken.

Vervangende toestemming

Wettelijk kader

Artikel 1:253a lid 1 van het BW bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Standpunten van de ouders

Volgens de moeder belemmert de vader de medische zorg voor [minderjarige] door te weigeren toestemming te verlenen voor de vaccinaties. Daarom verzoekt de moeder de rechtbank haar vervangende toestemming te verlenen voor deelname van [minderjarige] aan het Rijksvaccinatieprogramma.

De vader geeft aan dat hij bezwaar heeft tegen specifieke onderdelen van het Rijksvaccinatieprogramma. Hij is angstig voor mogelijke negatieve gevolgen van bepaalde vaccinaties en vindt dat deze niet in het belang van [minderjarige] zijn, gelet op haar leeftijd en de ontwikkelingsfase van haar immuunsysteem.

Overwegingen rechtbank

Op de zitting is gebleken dat de vader met name bezwaar heeft tegen de bof-, mazelen- en rodehond vaccinatie (BMR-vaccinatie) voor [minderjarige] . De moeder heeft hierover nog geen standpunt ingenomen, maar zij voorziet dat, als geen vervangende toestemming wordt verleend, hierover een meningsverschil tussen de ouders zal ontstaan. Op de zitting is daarom met de ouders besproken dat de rechtbank vervangende toestemming zal verlenen en dat de ouders in onderling overleg kunnen afwijken van de afspraken over de BMR-vaccinatie voor [minderjarige] .

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op

[geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats] :

  • op vrijdag 14 augustus 2026 vanaf 16:00 uur bij de vader zal verblijven tot en met zondag 16 augustus 2026 16:30 uur;

  • op vrijdag 28 augustus 2026 vanaf 16:00 uur bij de vader zal verblijven tot en met zondag 30 augustus 2026 16:30 uur;

  • vanaf 10 september 2026 vanaf donderdag na de opvang tot en met dinsdag naar de opvang bij de vader zal verblijven. Deze regeling vindt eenmaal per twee weken plaats. Zolang [minderjarige] nog niet naar school gaat, loopt deze regeling door tijdens de schoolvakanties. Zodra [minderjarige] naar school gaat, zullen de ouders de schoolvakanties bij helfte verdelen, in onderling overleg;

  • op Moederdag bij de moeder zal verblijven;

  • op Vaderdag bij de vader zal verblijven;

  • in de even jaren op haar verjaardag bij de vader zal verblijven en in de oneven jaren bij de moeder;

  • indien één van de ouders gedurende een zorgmomenten niet in staat is de zorg voor [minderjarige] zelf uit te oefenen, stelt deze ouder de andere ouder hiervan eerst in kennis en in de gelegenheid om de zorg voor [minderjarige] op zich te nemen, alvorens de zorg aan een derde toe te vertrouwen.

*

bepaalt dat:

  • in geval van een noodsituatie met betrekking tot [minderjarige] de ouders telefonisch contact met elkaar zullen opnemen;

  • de ouder bij wie [minderjarige] verblijft, de activiteiten zal bepalen;

  • reizen met [minderjarige] buiten Nederland vooraf in onderling overleg wordt afgestemd;

  • de moeder het paspoort van [minderjarige] beheert, tenzij de vader het paspoort nodig heeft;

  • ingrijpende uiterlijke veranderingen van [minderjarige] uitsluitend plaatsvinden in onderling overleg, zoals het laten zetten van gaatjes in de oren. Een bezoek aan de kapper valt hier niet onder;

  • beide ouders zich onthouden van alcohol- en drugsgebruik in de aanwezigheid van [minderjarige] ;.

*

verleent de moeder toestemming, welke de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige] te laten deelnemen aan het Rijksvaccinatieprogramma waarbij de ouders in onderling overleg kunnen afwijken van de afspraken over de BMR-vaccinatie voor [minderjarige] ;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.N. van Megesen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

7 september 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »