RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/710618 / JE RK 26-1419
Datum uitspraak: 4 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de oma] ,
zijnde de oma moederszijde, tevens pleegouder van [de minderjarige] ,hierna te noemen de oma.
1 Het verloop van de procedure
Op 5 augustus 2026 heeft de rechtbank het verzoekschrift met bijlagen ontvangen, waaronder het advies van de Raad voor de Kinderbescherming1 van 28 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 september 2026. Daarbij waren [naam 1] namens de gecertificeerde instelling en de oma aanwezig.
De moeder is opgeroepen voor de zitting maar niet verschenen.
Een dag voor de zitting heeft de kinderrechter met [de minderjarige] gesproken. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter, met goedvinden van [de minderjarige] , samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
[de minderjarige] is erkend door [naam 2] .
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] woont bij haar oma.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 juni 2026 de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg laatstelijk verlengd tot 8 september 2026.
3 Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot [de minderjarige] meerderjarig wordt. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
De gecertificeerde instelling vraagt om de maatregelen te verlengen, zodat de opvoedsituatie van [de minderjarige] hetzelfde blijft. Die situatie is dat de oma voorziet in de dagelijkse verzorging van [de minderjarige] en de stabiliteit biedt die [de minderjarige] nodig heeft. Er is geen contact tussen [de minderjarige] en de moeder en het is niet de verwachting dat hun relatie op korte termijn zal verbeteren. Ook het contact tussen de oma en de moeder is wisselend. Met de vader heeft [de minderjarige] af en toe contact en dat vindt zij voldoende. Gelet op de afwezigheid van de ouder met gezag is verlenging van de maatregelen in het belang van [de minderjarige] . De focus ligt nu op de ondersteuning van de oma als pleegouder en het toewerken naar zelfstandigheid van [de minderjarige] in aanloop naar volwassenheid.
Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling nadrukkelijk twee punten in het gezinsplan gecorrigeerd, namelijk dat het veiligheidsrisico in de thuissituatie bij de oma laag is en dat de genoemde onveranderbare aanwezige risicofactoren uit het gezinsplan zijn verwijderd.
De oma is het eens met het verzoek. Zij zal er altijd voor [de minderjarige] zijn zo lang dat nodig is. De oma ervaart steun van de betrokken hulpverleners in de opvoeding en verzorging van [de minderjarige] en wenst die samenwerking te behouden.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is voldaan.2
De kinderrechter vindt het belangrijk dat duidelijk is dat [de minderjarige] bij haar oma kan blijven wonen. De kinderrechter ziet dat oma de belangrijkste steunfiguur is in het leven van [de minderjarige] . Mede dankzij de onvoorwaardelijke inzet van de oma en het sterke karakter van [de minderjarige] gaat het naar omstandigheden goed met [de minderjarige] . Daarvoor verdienen zij allebei een groot compliment, want het is ook een verdrietige situatie dat [de minderjarige] geen goed contact heeft met haar moeder en dat het vooralsnog niet is gelukt om hun band te herstellen. De kinderrechter begrijpt uit de informatie dat contact met de moeder om meerdere redenen grillig verloopt en dat daarin geen verandering te verwachten is binnen afzienbare termijn. Dit leidt tot onrust bij [de minderjarige] en bevestigt dat de onderliggende problematiek onvoldoende is veranderd. Voor [de minderjarige] blijft sprake van een situatie waarin zij belast wordt met conflicten met ouders, loyaliteitsproblematiek en gevoelens van afwijzing. In die complexe dynamiek ziet de kinderrechter voldoende aanleiding om de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot [de minderjarige] achttien jaar wordt, te weten tot [datum] 2027. De kinderrechter weegt ook mee dat binnen het kader van de ondertoezichtstelling een steunend netwerk is opgebouwd voor zowel [de minderjarige] als de oma, waar zij allebei nog baat bij hebben. Zo voert [de minderjarige] regelmatig gesprekken met de pleegzorgbegeleider en kan de oma laagdrempelig advies vragen aan de jeugdbeschermer over de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] . Ter zitting heeft de jeugdbeschermer toegezegd dat hij nog contact opneemt met de jongerencoach voor het hervatten van het coachingstraject voor [de minderjarige] . Concluderend is de kinderrechter van oordeel dat verlenging van de maatregelen in [de minderjarige] ’s belang is. De kinderrechter wenst [de minderjarige] en haar oma het allerbeste voor de toekomst.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.3
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot [datum] 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot [datum] 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.T. Viezee als griffier, en op schrift gesteld op 21 september 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.