ECLI:NL:RBDHA:2026:29320

Datum uitspraak
03-09-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/697755 / JE RK 26-69
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/697755 / JE RK 26-69

Datum uitspraak: 3 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2024 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,

[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,

hierna ook gezamenlijk te noemen: de kinderen.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. A.L. Witteveen uit Rotterdam,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de pleegouder 1] en [de pleegouder 2] ,

hierna te noemen: de pleegouders,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[de grootmoeder]

hierna te noemen de grootmoeder vaderszijde,

[naam 1] ,

hierna te noemen: de pleegzorgbegeleidster.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Bij beschikking van 19 februari 2026 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verlengd tot 20 februari 2027. De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 20 augustus 2026 en het verzoek voor het overige aangehouden.

1.2.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 augustus 2026 de machtiging verlengd [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 10 september 2026 en het verzoek voor het overige deel aangehouden tot deze zitting.

1.3.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de beschikking van 11 augustus 2026 en de hierin benoemde stukken;

- de schriftelijke update van de gecertificeerde instelling met bijlagen van 28 augustus 2026.

1.4.

Op 3 september 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder met haar advocaat;

- [naam 2] , namens de gecertificeerde instelling, waarbij zij een deel van de zitting telefonisch heeft bijgewoond;

  • de pleegouders;

  • de grootmoeder vaderszijde;

  • de pleegzorgbegeleidster;

  • [naam 3] , de begeleider van de vader, als toehoorder.

2 De feiten

2.1.

De kinderrechter verwijst voor een weergave van de feiten naar de beschikkingen van 19 februari 2026 en 11 augustus 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De gecertificeerde instelling handhaaft het verzoek om de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd.

3.2.

Bij de zitting van 19 februari 2026 is aangegeven dat er onderzoek gedaan moet worden naar de opvoedvaardigheden van de ouders. Ook moet hierin gekeken worden in hoeverre de ouders kunnen leren met hulp en begeleiding. De gecertificeerde instelling heeft daarom sinds eind maart 2026 contact gehad met verschillende organisaties om passende hulp te vinden. Het bleek echter moeilijk om een organisatie te vinden die de juiste hulp kan bieden en om de gemeente deze te laten financieren, wat voor vertraging in het proces heeft gezorgd. Inmiddels is dit wel gelukt. Het gezin is aangemeld voor de trajecten HouVast en video-interactiebegeleiding en kan hier op korte termijn mee starten. Ook gaat de William Schrikker Gezinsvormen (hierna: WSGV) een pleegzorgscreening voor de grootmoeder vaderszijde op zich nemen. Deze kan, nadat de WSGV een verklaring geen bezwaar van de Raad voor de Kinderbescherming heeft gekregen, op zeer korte termijn starten en zal naar alle waarschijnlijkheid maximaal drie maanden duren. Met Mereo is gesproken over een mogelijke gezinsopname. Mereo vindt de hulpvraag passend en biedt een traject waarbij ouders en kinderen vijf dagen worden opgenomen. De gecertificeerde instelling is echter van mening dat dit traject niet passend en te belastend zal zijn voor het gezin. Zodra de hulpverlening kan starten, kan er meer duidelijkheid komen over de mogelijkheden van de ouders en het toekomstperspectief van de kinderen. Verder zijn er nog zorgen over de woonsituatie van de ouders en over hetgeen de ouders laten zien tijdens de omgangsmomenten. De moeder heeft op dit moment geen vaste en geschikte woning waar de kinderen kunnen wonen. De vader heeft een woning binnen begeleid wonen maar ook deze woning is niet geschikt voor kinderen. Tijdens huisbezoeken is gezien dat de ouders moeite hebben om hun woning veilig, schoon en opgeruimd te houden. Tijdens de omgangsmomenten ziet de gecertificeerde instelling dat de ouders moeite hebben met het overzicht houden, het herkennen van signalen van de kinderen, het op tijd reageren op wat de kinderen nodig hebben en het verdelen van aandacht tussen beide kinderen. Ook heeft de moeder regelmatig hulp en aanwijzingen van de omgangsbegeleider nodig. Daarnaast is de moeder zwanger van haar derde kind, wat tevens invloed heeft op haar draagkracht met betrekking tot de omgangsmomenten. Gezien hetgeen nog moet worden onderzocht en worden ingezet voor het gezin en met het oog op de duur van de hulpverleningstrajecten, blijft de gecertificeerde instelling van mening dat een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen noodzakelijk is voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling kan zich echter wel vinden in een verlenging voor de duur van drie maanden, met aanhouding van het overige deel van het verzoek, zodat vinger aan de pols gehouden kan worden en zodat het moment waarop meer duidelijkheid bestaat over de screening van de grootmoeder vaderszijde kan worden gebruikt als evaluatiemoment.

4 De standpunten

4.1.

Er is door en namens de moeder verweer gevoerd tegen het verzoek. Voor zowel de ouders als de grootmoeder vaderszijde zijn al geruime tijd, tot het moment van de zitting, veel zaken onduidelijk. Uit de e-mails die de advocaat heeft gezien over de hulpverlening blijkt dat het gezin pas zeer recent is ingeschreven voor de hulpverlening en ook met betrekking tot de screening van de grootmoeder vaderszijde is er sprake van stagnatie. Ook is nog veel onduidelijk over het wel of niet inzetten van Mereo. De advocaat van de moeder verzoekt daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen voor de duur van zes weken te verlengen, met aanhouding van het overige. Hierna dient de gecertificeerde instelling duidelijkheid te bieden met betrekking tot welke onderzoeken er nog gedaan moeten worden, wat de wachttijden zijn en hoe de screening van de grootmoeder vaderszijde is verlopen. Nu de gecertificeerde instelling de stagnatie van de vorderingen in het proces ter zitting enigszins heeft kunnen toelichten, kan de advocaat van de moeder zich ook vinden in het evaluatiemoment na drie maanden wanneer meer duidelijkheid is over de screening van de grootmoeder vaderzijde.

4.2.

De vader heeft noch ingestemd noch verweer gevoerd.

4.3.

De pleegouders hebben naar voren gebracht dat het naar omstandigheden goed gaat met de kinderen bij hen. Ze lopen en praten sinds een paar weken. De kinderen hebben samen veel lol en Jason let goed op zijn jongere broertje. De kinderen hebben wekelijks contact met de ouders, wat hen wel veel energie kost.

4.4.

De grootmoeder vaderszijde heeft naar voren gebracht dat er veel onduidelijkheid en vertraging heeft gespeeld met betrekking tot het screeningproces. De grootmoeder vaderszijde wil graag dat de screening gaat starten, omdat dit nu al te lang heeft geduurd. Het is belangrijk dat een netwerkplaatsing een eerlijke kans krijgt.

4.5.

De pleegzorgbegeleider heeft toegelicht dat het noodzakelijk is dat er eerst een verklaring geen bezwaar vanuit de Raad voor de Kinderbescherming komt, voordat de screening kan worden gestart. Door de zomervakantieperiode is hier vertraging in ontstaan.

5 De beoordeling

5.1.

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.1

5.2.

De kinderrechter overweegt daartoe allereerst dat de zorgen over de opvoedsituatie bij beide ouders nog niet zijn weggenomen. Beide ouders hebben geen woning waar de kinderen zouden kunnen verblijven en hoewel zij duidelijk positieve stappen hebben gezet in de omgang met de kinderen, wordt ook gezien dat zij hierin nog hulp en begeleiding nodig hebben. Uit het verzoekschrift en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, blijkt dat er nog verdere inzet van hulpverlening noodzakelijk is voordat onderzoek gedaan kan worden naar het toekomstperspectief van de kinderen, maar dat dit proces om verschillende redenen een periode is gestagneerd, wat klaarblijkelijk heeft geleid tot veel onduidelijkheid bij de betrokkenen. De kinderrechter begrijpt dat het erg vervelend is voor zowel de ouders, de grootmoeder vaderszijde en de pleegouders dat zij lange tijd geen duidelijkheid hebben gekregen over wanneer de voor hen noodzakelijke hulpverlening en het screeningsproces van de grootmoeder vaderszijde zou starten, maar stelt ook vast dat de gecertificeerde instelling zich hier in de afgelopen periode wel degelijk voor heeft ingezet en dat alle gewenste trajecten op dit moment in de startblokken staan. De gecertificeerde instelling heeft hierbij toegelicht dat het screeningsproces van de grootmoeder vaderszijde naar alle waarschijnlijkheid op korte termijn kan starten en maximaal drie maanden zal duren. De kinderrechter ziet hierin aanleiding de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen te verlengen voor de duur van drie maanden, te weten tot 10 december 2026, en het verzoek voor het overige deel aan te houden om vinger aan de pols te houden.

5.3.

Tijdens het evaluatiemoment op de volgende zitting kan de voortgang van de hulpverleningstrajecten en het screeningsproces worden besproken. Ook kan worden gesproken over de voortgang van de moeder in het vinden van een woning en over de voortgang van de ouders tijdens de omgangsmomenten. Ook wil de kinderrechter graag weten wat verder is ingezet om meer duidelijkheid te krijgen over het toekomstperspectief van de kinderen, De kinderrechter verzoekt daarbij de gecertificeerde instelling om uiterlijk twéé weken voor de nieuwe zitting een schriftelijke update aan de rechtbank en de belanghebbenden toe te sturen, met daarin in ieder geval informatie over het voornoemde.

5.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg tot 10 december 2026;

6.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting bij mr. M.M.C. Limbeek, gelegen voor 10 december 2026, tegen welke zitting de gecertificeerde instelling, de vader, de moeder en haar advocaat, de pleegouders, de grootmoeder vaderszijde als informant en de pleegzorgbegeleider als informant dienen te worden opgeroepen;

6.3.

verzoekt de gecertificeerde instelling op om uiterlijk twéé weken voor de zitting een schriftelijke update bij de rechtbank in te dienen zoals hiervoor onder 5.3. overwogen, onder gelijktijdige verzending van een afschrift daarvan aan de belanghebbenden;

6.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2026 door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 22 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »