Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-4846
Zaaknummer: C/09/705207
Datum beschikking: 27 augustus 2026 (bij vervroeging)
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, vaststelling hoofdverblijfplaats, afgifte paspoort en vervangende toestemming inschrijving school
Beschikking op het op 13 mei 2026 ingekomen verzoekschrift van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. van der Zalm in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P.G.M. Lodder in Utrecht.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
-
het verzoekschrift, met bijlagen;
-
het bericht van 27 mei 2026 van de vader, met bijlagen;
-
het bericht van 12 augustus 2026 van de vader, met bijlagen;
-
het op 13 augustus 2026 ingekomen verweerschrift, met bijlagen.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in een gesprek met de kinderrechter uitgelaten over het verzoek.
Op 18 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
-
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
-
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
-
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
-
De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
-
Zij zijn de ouders van de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats 2].
-
De kinderen zijn erkend door de vader. In het gezagregister is aangetekend dat de ouders het gezamenlijk gezag over de kinderen uitoefenen.
-
De kinderen verblijven bij de moeder.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens:
primair:
-
te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vader zullen hebben;
-
een zorgregeling vast te stellen waarbij de kinderen eens per veertien dagen een weekend van vrijdag uit school tot en met zondag 19.00 uur bij de moeder zullen verblijven, waarbij de vader in principe zal zorgdragen voor het halen en brengen van de kinderen op de wisselmomenten tenzij de moeder gaat verhuizen op een afstand langer dan 20 minuten rijden, althans een zodanige zorgregeling vast te stellen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
-
te bepalen dat de (school)vakanties bij helfte tussen de ouders worden verdeeld conform het door de vader opgestelde schema in de overgelegde productie 10 althans een zodanige vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
-
de moeder te veroordelen tot afgifte van het paspoort en/of de identiteitskaart van de kinderen aan de vader binnen zeven dagen na de te wijzen beschikking;
subsidiair:
Indien de rechtbank de hoofdverblijfplaats van de kinderen niet bij de vader zal bepalen:
-
de moeder te verbieden te verhuizen met de kinderen naar [plaats 1] danwel de moeder te verplichten met de kinderen terug te verhuizen naar [plaats 2] danwel naar een gemeente gelegen op een afstand in een straal van niet meer dan 25 kilometer rondom [plaats 2] voor het geval de verhuizing naar [plaats 1] reeds is geformaliseerd;
-
een zorgregeling vast te stellen waarbij de kinderen in de oneven weken bij de vader en in de even weken bij de moeder zullen verblijven met als wisselmoment de zondagavond om 19.00 uur althans een zodanige zorgregeling vast te stellen die de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
-
te bepalen dat de (school)vakanties bij helfte tussen de ouders worden verdeeld conform het door de vader opgestelde schema in de overgelegde productie 10 althans een zodanige vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
meer subsidiair:
-
indien de hoofdverblijfplaats van de kinderen niet bij de vader wordt bepaald en er gen co-ouderschapsregeling wordt vastgesteld, een zorgregeling vast te stellen waarbij de kinderen bij de vader zullen verblijven op iedere woensdag na school tot 20.00 uur alsmede in de even weken een weekend van vrijdag uit school tot en met zondagavond 20.00 uur althans een zodanige zorgregeling vast te stellen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
-
te bepalen dat de (school)vakanties bij helfte tussen de ouders worden verdeeld conform het door de vader opgestelde schema in de overgelegde productie 10 althans een zodanige vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
Voorwaardelijk:
primair:
- de vader vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van de kinderen op de basisschool [schoolnaam 1] in [plaats 3] in het geval de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader zal worden vastgesteld op de voorwaarde dat de school de kinderen zal toelaten en inschrijving mogelijk blijkt;
subsidiair:
- de vader vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van de kinderen op de openbare basisschool [schoolnaam 2] in [plaats 4] in het geval dat de rechtbank zal oordelen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen niet bij de vader zal worden vastgesteld maar wel een co-ouderschapregeling zal worden vastgesteld, op voorwaarde dat de school de kinderen zal toelaten en inschrijving mogelijk blijkt;
meer subsidiair:
- de vader vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van de kinderen op de basisschool [schoolnaam 3] in [plaats 1] in het geval dat de rechtbank zou oordelen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen niet bij de vader zal worden vastgesteld, de moeder niet wordt verboden te verhuizen naar [plaats 1] of niet wordt verplicht terug te verhuizen naar [plaats 2] of naar een gemeente gelegen op een afstand in een straal van niet meer dan 25 kilometer rondom [plaats 2], op de voorwaarde dat de school de kinderen zal toelaten en inschrijving mogelijk blijkt.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de moeder zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens:
primair:
-
te bepalen dat de kinderen de hoofdverblijfplaats bij de moeder zullen hebben;
-
aan de moeder vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen naar [plaats 1] te verhuizen;
-
aan de moeder vervangende toestemming te verlenen voor inschrijving van de kinderen op de [schoolnaam 4] school in [plaats 1];
-
een zorgregeling vast te stellen waarbij de kinderen eens per veertien dagen van vrijdag na school tot zondag bij de vader verblijven waarbij de vader de kinderen haalt en de moeder dekinderen bij de vader ophaalt;
subsidiair:
- te gelasten dat de Raad een onderzoek zal doen op basis van de volgende vragen:
-
bij wie zouden de kinderen hun hoofdverblijfplaats moeten hebben en welke zorgregeling komt het meest tegemoet aan de belangen van de kinderen?;
-
hoe dient de regeling qua aard, duur en frequentie vorm gegeven te worden?;
-
zijn er contra-indicaties voor contact en zo ja, welke?;
-
in hoeverre zijn deze contra-indicaties op te heffen: hoe, onder welke voorwaarden en op welke termijn?;
-
welke andere feiten en/of omstandigheden die uit het onderzoek van de Raad naar voren zijn gekomen en die niet in het kader van de voorgaande vragen aan de orde zijn gesteld, zijn wel van belang om te vermelden?
Beoordeling
Relatieve bevoegdheid
Volgens artikel 265 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de rechtbank van de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van de minderjarigen bevoegd. De minderjarigen volgen de woonplaats van de ouder bij wie zij feitelijk verblijven ingevolge artikel 12 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Het verzoekschrift van de vader is op 13 mei 2026 door de rechtbank ontvangen. De moeder heeft zich (samen met de kinderen) op 7 mei 2026 ingeschreven op een adres in [plaats 1]. Gelet hierop zou niet de rechtbank Den Haag maar de rechtbank Rotterdam bevoegd zijn. Nu beide ouders op de zitting desgevraagd hebben verklaard geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de verzoeken door de rechtbank Den Haag, zal deze rechtbank de verzoeken behandelen.
Verbod verhuizing
Nu vast staat dat de moeder op 7 mei 2026 met de kinderen al is verhuisd naar [plaats 1], heeft de vader geen belang meer bij het verzoek om de moeder te verbieden naar [plaats 1] te verhuizen. De rechtbank zal het verzoek van de vader op dit punt dan ook afwijzen.
(Terug)verhuizing en hoofdverblijfplaats
Juridisch kader
De rechtbank stelt voorop dat de ouders samen het gezag over de kinderen uitoefenen. De rechtbank vindt het daarom betreurenswaardig dat de moeder zonder overleg met de vader of zonder voorafgaand aan deze procedure vervangende toestemming aan de rechtbank te vragen is verhuisd met de kinderen naar [plaats 1]. Dit betekent echter niet zonder meer dat het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats en het verzoek tot terugverhuizing naar [plaats 2], of een plek niet verder dan 25 km daar vandaan, moet worden toegewezen. Bij die beoordeling stelt de rechtbank met inachtneming van artikel 1:253a BW het belang van de kinderen voorop.
Vooraf
Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. In de periode van 2021 tot en met 2023 hebben de ouders besloten om hun relatie anders vorm te gaan geven door niet langer als een gezin samen te wonen. De vader is in [plaats 3] gaan wonen en de moeder met de kinderen in [plaats 2]. In deze periode zijn er meerdere Veilig Thuis meldingen gedaan door verschillende melders, onder meer vanwege zorgen om het schoolverzuim van de kinderen. In 2023 hebben de ouders besloten om hun samenwoning weer te hervatten door gezamenlijk naar [land 1] te verhuizen. Volgens de ouders was dit mede ingegeven door angst voor de gevolgen van de meldingen die bij Veilig Thuis waren gedaan en het gebrek aan vertrouwen in de hulpverleningsinstanties. Na een aantal maanden in [land 1] gewoond te hebben namen de spanningen tussen de ouders toe, waarna zij hebben besloten om in februari 2024 met de kinderen naar [land 2] te verhuizen. Op de zitting hebben de ouders toegelicht dat de moeder daar een zwemschool wilde starten en de vader vanuit [land 2] zijn werkzaamheden in Nederland voort zou zetten. De ouders hebben de kinderen in [land 2], anders dan in [land 1], ingeschreven op een school. Na een vakantie in [land 3] van de moeder met de kinderen is zij niet tijdig teruggekeerd waarna er (opnieuw) problemen zijn ontstaan met de school van de kinderen in [land 2]. Op enig moment hebben zij daarom besloten om in november 2025 weer terug te keren naar Nederland. De relatie van de ouders is toen verbroken. Wel hebben zij samen tot maart 2026 op verschillende vakantieparken in de omgeving van [plaats 5] en [plaats 6] gewoond. De vader heeft in maart 2026 een woning in [plaats 3] gevonden en is daarnaartoe verhuisd. De moeder is teruggegaan naar haar moeder in [plaats 2] met de kinderen. De ouders hebben een andere visie over de afspraken die destijds daarover gemaakt zouden zijn.
De rechtbank ziet dat de kinderen door de ouders zijn meegenomen op een vlucht voor de instanties. De kinderen zijn daardoor in korte tijd veel verhuisd in drie verschillende landen en hun schoolopleiding is langere tijd onderbroken. De rechtbank vindt dat bijzonder schadelijk voor de kinderen.
Standpunten ouders
De vader stelt dat de moeder, ondanks de verbroken relatie, samen met de vader en de kinderen in [plaats 3] zou gaan wonen. Volgens de vader heeft de moeder van de een op de andere dag haar spullen gepakt en is zij met de kinderen naar haar moeder in [plaats 2] vertrokken. Via zijn advocaat heeft de vader daarna vernomen dat de moeder op zoek was naar een woning in [plaats 1]. Volgens de vader heeft hij dan ook pas na de verhuizing van de moeder vernomen dat de moeder daadwerkelijk met de kinderen naar [plaats 1] is verhuisd. De moeder heeft namelijk sinds het vertrek uit de gezamenlijke vakantiewoning het contact tussen hen en tussen de vader en de kinderen beperkt. Naast het feit dat de moeder zonder toestemming is verhuisd en de kinderen beperkt contact laat hebben met de vader, heeft de vader ernstige zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder. Volgens hem zouden de kinderen aan hun lot worden overgelaten en staan zij tot op heden niet ingeschreven op een school in Nederland. Ook stelt de vader dat er heftige ruzies zijn geweest tussen de moeder en de kinderen waarbij de politie betrokken is geraakt. De vader acht het daarom van belang dat de kinderen weer rust, stabiliteit en structuur krijgen. Iets wat, gelet op het voorgaande, de moeder volgens de vader niet kan bieden en de vader wel. Daarom heeft hij onderhavig verzoek ingediend. Ter onderbouwing daarvan heeft de vader een plan opgesteld waarin hij beschrijft hoe hij de verzorging en opvoeding van de kinderen voor zich ziet. Gelet op zijn zorgen wil de vader primair dat de kinderen bij hem komen wonen. Subsidiair verzoekt hij dat de moeder terugverhuist, zodat de afstand tussen de ouders kleiner wordt waardoor er uitvoering kan worden gegeven aan een zorgregeling waarbij de kinderen meer bij de vader zijn.
De moeder betwist dat de ouders samen met de kinderen in [plaats 3] zouden gaan wonen. De relatie was immers verbroken en de ouders zouden beiden vanuit de vakantiewoning opzoek gaan naar een eigen woning. De vader is hier eerder in geslaagd. Omdat de moeder niet alleen de vakantiewoning kon betalen is zij tijdelijk naar haar moeder in [plaats 2] gegaan met de kinderen. Vervolgens heeft zij zich ingeschreven als woningzoekende in een ruim zoekgebied in Zuid-Holland. In juli 2026 kreeg zij een woning aangeboden in [plaats 1]. De moeder stelt dat zij genoodzaakt was deze woning te accepteren omdat zij geen alternatieve woningen aangeboden kreeg die geschikt waren haar en de kinderen en de kinderen niet langer bij haar moeder konden verblijven. Het is volgens de moeder niet zo dat zij de vader niet heeft betrokken in haar beslissing. De vader heeft echter een andere visie op waar de kinderen zouden moeten wonen. De moeder is het met de vader eens dat het belangrijk is dat de kinderen nu rust en stabiliteit krijgen. Het gaat volgens de moeder niet goed met de kinderen en er zijn heftige incidenten voorgevallen. De moeder wil graag dat zij passende hulp gaan krijgen. Juist daarom is het volgens de moeder van belang dat de kinderen bij haar in [plaats 1] blijven wonen. Dit omdat de kinderen inmiddels zijn geworteld in [plaats 1]. Opnieuw de kinderen uit hun vertrouwde omgeving halen, is niet in hun belang. Daarnaast stelt de moeder dat zij juist zorgen heeft over de opvoedsituatie bij de vader. Zo heeft het Veilig Thuis rapport uit 2023 ook betrekking op de vader en zou hij de kinderen belasten met volwassenproblematiek.
Inhoudelijke beoordeling
Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat het in het belang van de kinderen is dat zij bij de moeder in [plaats 1] blijven wonen. De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking. In de periode van 2023 tot en met 2026 zijn de kinderen meermaals verhuisd, waaronder naar [land 1], [land 2] en verschillende plaatsen binnen Nederland. Gelet op deze vele verhuizingen in korte tijd acht de rechtbank het van belang dat de kinderen rust en continuïteit gaan ervaren. Een terugverhuizing van de moeder met de kinderen naar [plaats 2] of een plaats in een straal van 25 km zal daar niet aan bijdragen. Daarnaast heeft de moeder het voldoende aannemelijk gemaakt dat een terugverhuizing niet haalbaar is gelet op haar financiële situatie. Zij is naar [plaats 1] verhuisd omdat zij daar een sociale huurwoning kon huren. Het is niet waarschijnlijk dat zij een sociale huurwoning in of rond [plaats 2] kan huren. De rechtbank betrekt daarbij ook dat partijen bij terugkomst in Nederland waren aangewezen op een vakantiewoning.
De rechtbank heeft in haar oordeel ook de mogelijkheid betrokken dat de kinderen bij de vader zouden gaan wonen en de moeder in [plaats 1] blijft. Dit zou echter betekenen dat niet alleen de woonplaats van de kinderen verandert, maar ook een verandering in hun dagelijkse verzorging en opvoeding. De moeder heeft gedurende langere tijd de dagelijkse zorg voor de kinderen gedragen en de kinderen zijn gewend aan deze situatie. De rechtbank acht wijziging daarvan nu niet in het belang van de kinderen. Dat rust en continuïteit noodzakelijk is voor de kinderen geldt temeer nu uit de stukken en hetgeen tijdens de zitting naar voren is gekomen blijkt dat er zorgen bestaan over de kinderen. Deze zorgen zien onder meer op de schoolgang van de kinderen, hun gedrag en de escalaties in de thuissituatie, in het bijzonder tussen [minderjarige 2] en de moeder. Het is echter niet aannemelijk dat de verhuizing van de kinderen zou leiden tot een wezenlijk betere situatie voor hen. De zorgen over de kinderen kunnen namelijk niet uitsluitend aan de moeder worden toegeschreven. Tijdens de periode waarin de ouders nog samen waren, hebben zij gezamenlijk keuzes gemaakt over de verblijfplaats van de kinderen en hebben de kinderen gedurende langere tijd geen onderwijs gevolgd. Ook ten aanzien van de vader bestaan zorgen. De enkele omstandigheid dat er ook zorgen bestaan over de situatie bij de moeder, betekent daarom niet dat een verblijf bij de vader (en dus opnieuw een verhuizing van de kinderen) in het belang van de kinderen moet worden geacht.
Daarbij komt dat de Raad tijdens de zitting heeft aangekondigd een verzoek tot ondertoezichtstelling in te dienen. Dit verzoek zal na deze beschikking schriftelijk worden ingediend en daarop zal bij afzonderlijke beschikking worden beslist. In het kader van een eventuele ondertoezichtstelling kan nader worden onderzocht welke hulpverlening voor de kinderen en de ouders noodzakelijk en passend is en op welke wijze de zorgen over de ontwikkeling en het gedrag van de kinderen kunnen worden aangepakt.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het, ondanks de bestaande zorgen, in het belang van de kinderen om de huidige situatie bij de moeder te handhaven, nu een verblijf bij de vader onvoldoende waarborg biedt voor verbetering en voor de kinderen opnieuw een ingrijpende verandering zou betekenen. Dit betekent dat de verzoeken van de vader tot bepaling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem en tot terugverhuizing van de moeder met de kinderen worden afgewezen. De hoofdverblijfplaats van de kinderen wordt bepaald bij de moeder. Daarmee heeft de moeder geen belang meer bij haar verzoek tot vervangende toestemming voor de verhuizing naar [plaats 1], zodat ook dit verzoek wordt afgewezen.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Op de zitting zijn verschillende scenario’s met de ouders besproken. De ouders zijn het erover eens dat er behoefte is aan een duidelijke verdeling van de zorg voor de kinderen. Daarbij is gebleken dat zowel de ouders als de kinderen behoefte hebben aan meer contact tussen de kinderen en de vader. Een regeling waarbij sprake is van co-ouderschap acht de rechtbank niet haalbaar, nu de kinderen in [plaats 1] hun hoofdverblijf en school zullen hebben en de afstand tussen [plaats 3] en [plaats 1] te groot is om een dergelijke regeling praktisch uitvoerbaar te maken. De rechtbank zal daarom de volgende regeling vaststellen.
De kinderen verblijven bij de vader het eerste, derde en vierde weekend van de maand. De overige weekenden verblijven de kinderen bij de moeder. De ouders zullen het halen en brengen van de kinderen bij deze regeling onderling verdelen.
Ten aanzien van de vakanties en feestdagen zal de rechtbank bepalen dat de ouders deze in onderling overleg bij helfte verdelen. De rechtbank heeft er vertrouwen in dat de ouders in staat zijn om hierover in overleg afspraken te maken die het beste aansluiten bij de behoeften van de kinderen en de mogelijkheden van beide ouders.
Voorwaardelijk verzoek vervangende toestemming inschrijving school
Nu de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder wordt bepaald acht de rechtbank het van belang dat de kinderen in [plaats 1] naar school zullen gaan. Zowel de vader als de moeder hebben een school in [plaats 1] voorgesteld. De rechtbank acht het noodzakelijk dat de kinderen zo spoedig mogelijk weer naar school zullen gaan en heeft er, gelet op het verleden van ouders, onvoldoende vertrouwen in dat zij samen zorg zullen dragen voor de inschrijven. Nu is gebleken dat de kinderen direct kunnen starten op de [schoolnaam 4], zal de rechtbank de moeder vervangende toestemming verlenen om de kinderen op deze school in te schrijven.
Afgifte paspoorten
De rechtbank begrijpt het verzoek van de vader, gelet op de voorgeschiedenis van partijen. De rechtbank ziet op dit moment echter geen reële aanleiding om te vrezen dat de moeder zonder toestemming met de kinderen naar het buitenland zal vertrekken. Nu de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder wordt bepaald, acht de rechtbank het om praktische redenen noodzakelijk dat de paspoorten bij de moeder zijn. Het verzoek van de vader zal daarom worden afgewezen.
Dit betekent niet dat de moeder zonder toestemming van de vader met de kinderen naar het buitenland mag reizen. Dat mag namelijk niet.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarigen:
-
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1];
-
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats 2];
hun hoofdverblijfplaats bij de moeder zullen hebben;
*
bepaalt dat de kinderen het eerste, derde en vierde weekend van de maand bij de vader zullen zijn, waarbij de ouder het halen en brengen onderling bij helfte verdelen;
bepaalt dat de ouders de vakanties- en feestdagen in onderling overleg bij helfte zullen verdelen;
*
verleent aan de moeder vervangende toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, om de kinderen in te schrijven op de [schoolnaam 4] school in [plaats 1];
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. T.D. Somer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 27 augustus 2026. |