ECLI:NL:RBDHA:2026:25520

Datum uitspraak
04-08-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/709241 / FA RK 26-7316
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wvggz. Aansluitende zorgmachtiging. Referte.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/709241 / FA RK 26-7316

Datum beschikking: 4 augustus 2026

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg / referte

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. D.Z. Peters te Zoetermeer.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 16 juli 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een op 14 juli 2026 ondertekende medische verklaring van [naam], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een zorgkaart van 25 juni 2026;

- een zorgplan van 1 juli 2026;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 15 juli 2026;

- een uittreksel uit de justitiële documentatie;

- een afschrift van de politiemutaties.

Op 31 juli 2026 heeft de advocaat namens betrokkene bij de rechtbank een referteverklaring ingediend. Gelet op de referteverklaring heeft de rechtbank het verzoek niet ter zitting behandeld.

Beoordeling

Op 22 augustus 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 2 augustus 2026.

Met inachtneming van artikel 6:1 van de Wvggz stelt de rechtbank vast dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen. Uit de overgelegde verklaring van de advocaat van betrokkene leidt de rechtbank af dat betrokkene het verzoek en de daarin vermelde vormen van verplichte zorg heeft besproken met de advocaat, dat betrokkene geen verweer voert tegen het verzoek en niet bereid is ter zitting met bijstand van een advocaat te worden gehoord op het verzoek, niet op de rechtbank en ook niet op een andere locatie. Betrokkene refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Gelet op de inhoud van de stukken en de overgelegde verklaring, acht de rechtbank zich voldoende geïnformeerd om op het verzoek te beslissen.

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. Daarnaast is er sprake van een verstandelijke beperking.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

- ernstig lichamelijk letsel;

- maatschappelijke teloorgang;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.

Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig.

De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

De zorgverantwoordelijke kan ter uitvoering van een zorgmachtiging op grond van artikel 8:9 Wvggz pas beslissen tot het verlenen van de verschillende vormen van verplichte zorg nadat hij zich op de hoogte heeft gesteld van de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene, met de betrokkene overleg heeft gevoerd over de voorgenomen beslissing en, voor zover hij geen psychiater is, hierover overeenstemming heeft bereikt met de geneesheer-directeur. Tot opname op een gesloten afdeling zal slechts worden overgegaan indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal derhalve worden verleend.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats],

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 augustus 2027.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, bijgestaan door K.S. Versteegen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »